De democratie: dat zijn wijzelf.

In een openhartig stuk, waarin hij komaf maakt met zijn eigen ontgoocheling in de partijpolitiek, roept Steven Arrazola de Onnate op tot vernieuwde democratische weerbaarheid[1]. Ik wil daar hierna een concreet accent aan toevoegen.

Onder de titel Stemmen heeft wél zin, legt hij uit waarom het niet goed is dat mensen uit ontgoocheling politiek afhaken. Ze doen dat niet alleen door niet te gaan stemmen omdat ze geloven dat het toch niks helpt. Ze doen dat ook door werktuiglijk, zonder kritisch nadenken, uit gewoonte te stemmen.

De auteur merkt die ontmoedigde tendens in heel West-Europa. Wat mensen ook doen of zeggen en vragen, of hoe ze ook stemmen: de politiek schijnt langs die kant nergens oren te hebben. Intussen gaat de maatschappij-ontwrichtende immigratie onverminderd door. Dat is een van de meest centrale problemen van onze dagen. Dat, terwijl we allemaal weten dat die immigratie past in het verdienmodel van de mensensmokkel. Strijden tegen dit soort immigratie is dus wél menswaardig!

Ikzelf ben opgegroeid in een stadje in de Kempen, waar het destijds goed toeven was en waar je als leerling van de middelbare school voluit je ding kon doen. Tegenwoordig maken in hele wijken van dat stadje immigrantenbendes de dienst uit.

Mensen ergeren zich aan een politieke klasse die dit soort zorgen wegwuift als ‘racisme’. Ze ergeren zich aan de straffeloosheid van buitenlandse verkrachters en de wereldvreemde houding van het gerecht.

Ik heb ooit zelf initiatieven genomen om gesprekken op gang te brengen tussen autochtonen en allochtone groepen. Ik hoopte dat de politiek dit signaal zou opnemen en haar politiek beleid zou heroriënteren.

Ook bij mij was ontgoocheling mijn deel.

Er zijn, zoals Steven Arrazola schrijft, gelukkig wel degelijk tekenen van bewustwording. Niet alleen in het buitenland – denken we even aan de massieve betoging in Groot-Brittannië, die direct heeft bijgedragen aan de zware electorale nederlaag van de kliek van Starmer.

Ook in eigen land valt het op dat sommige feiten waar buitenlanders bij betrokken zijn en die in het verleden hoogstens omfloerst werden gemeld, niet langer zomaar weggestopt kunnen worden. Zoiets bleek nog maar een paar dagen geleden, toen in de krant verslag werd gedaan over brutaliteiten aan de Vlaamse kust. De media kunnen dus wel degelijk onder druk worden gezet, ook al gaat het naar veler zin te langzaam.

Er is verzet. Dat voel je gewoon.

Die stille bewustwording, die langzame verandering: die komt aan. Getuige daarvan is het gescheld met extreemrechts. Of de toenemende censuur door de EU.

Wie de toenemende onveiligheid, of de immigratie – die zowat de hele bevolking terecht beroert – aanbrengt wordt uitgescholden voor extreemrechts. Veel mensen worden dan bang en zwijgen maar of willen niet in het ‘foute kamp’ belanden. En ze ondernemen niets. Maar dat is nu net het verkeerde! Bedenk dat dit gescheld te dwaas is om los te lopen. Waar lees je hoe men extreemrechts definieert? Elk handboek, elke wetenschap die naam waardig, begint met duidelijke definities. Maar in de vaderlandse politiek schijnen definities niet nodig te zijn. We kunnen derhalve de slingeraars met de slagzin ‘extreemrechts’ slechts opvatten als lui die bij gebrek aan zinnige argumenten alleen maar schelden.

Wie alleen nog weet te schelden, verdient geen aandacht.

Velen hebben ook last van vrees voor verandering. Veranderen is moeilijk en velen houden van een makkelijk leventje. Dat doet mensen verder hun krant lezen, hoewel die juist een deel van het probleem is. Of ze worden moe als ze kritisch moeten nadenken.

Machteloos voelt men zich ook tegen de diarree aan regels van de EU. Wie afwijkt van wat de heerschappen van de EU voor ogen staat, wordt gecanceld, onder meer door middel van censuur.

En dan legt men zich daar maar bij neer, gelovend dat er toch niks is tegen te doen valt.

Maar dat is niet waar.

We kunnen kranten links laten liggen: er zijn kanalen genoeg om ons te informeren.

Onder elkaar kunnen we de EU-censuur omzeilen.

En er zijn nog altijd verkiezingen. We kunnen partijen die onze zorgen niet willen oppakken dus nog altijd straffen. We moeten het alleen doen.

Dit moet duidelijk zijn: Democratie is niet de wereld van de scheldroepers, wier verwrongen gedachtenwereld ongewenste verkiezingsuitslagen in quarantaine wil doen belanden, terwijl het in werkelijkheid slechts te doen is om de bestendiging van hun eigen macht. Democratie is de zaak van àlle burgers.

Dat besef moeten we altijd voor ogen houden en dat kan onze zinnen doen veranderen. Wat belet er ons dus om de knop om te draaien als het weer eens over extreemrechts gaat? Wat belet er ons van stemgedrag te veranderen als de regeerders niet naar onze zorgen willen luisteren? Wat belet er ons de krant op te zeggen, als die toch maar alleen geselecteerde materie wil aanbieden?

En wat belet ons bijeenkomsten te organiseren waarin we onze zorgen delen, zodat we ons minder geïsoleerd voelen?

En wat is eigenlijk de kern van de democratie? Simpelweg dit: democratie betekent een politieke ordening die de staatsmacht laat richten op het welzijn van de bevolking. En wat dat welzijn is, wordt door de bevolking bepaald. En alléén door hen.

Iedereen kan zich daar heel concrete dingen bij voorstellen.

De knop van de macht zit niet bij de eurocratie, de partijvoorzitters of de krantenredacties, maar bij ons, burgers. De macht zit in ons eigen hoofd en we verwerven macht als we ons niet laten bang maken en onderling verdelen of tegen elkaar opzetten.

Onze maatschappij is vanuit democratisch standpunt erg verziekt. Dat is duidelijk. Maar de kansen om te keren zijn er nog steeds.

We moeten ze alleen grijpen

Jaak Peeters

Mei 2026


[1] https://mail.google.com/mail/u/0/#search/steven%40ardeon.be/FMfcgzQgMCTwFPLJwlMQZKXdtbFLBM

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *