Op 6 oktober van dit jaar verscheen in Gazet van Antwerpen een opvallend interview met professor internationale politiek Tom Sauer. Ik gebruik zijn positie als insteek om mijn eigen visie op de huidige spanningen te ventileren.
Sauer pleit voor een realistische benadering van de internationale politiek, en, uiteraard, ook met betrekking tot de oorlog in Oekraïne. In het voorbijgaan is het opmerkelijk hoe deze hoogleraar de vinger op de zere plek legt wanneer hij stelt dat het Westen Rusland heeft geprovoceerd en in feite tot actie heeft gedwongen door Oekraïne een NAVO-lidmaatschap voor te spiegelen. Hij is echt niet de enige die er zo over denkt.
Belangrijker echter is dat Sauer pleit voor realisme, en dat betekent, althans in mijn eigen interpretatie als psycholoog: oog voor de onredelijke kanten van het menselijk gedrag. Die onredelijkheid leidt ertoe dat na twee miljoen doden en gewonden door zovelen – zelfs in de media! – de hele tijd nog steeds de oorlogstrom wordt geroffeld en elke kans om met Poetin over een echte vrede te gaan praten bedolven wordt onder een golf van onbegrip, waarbij de stelling van Karel de Gucht in een TV-uitzending van 16 oktober ’26 dat ‘met Poetin niet te praten valt’ een zielig dieptepunt is.
Gaat het wel om Oekraïne?
Ik ga hierna niet verder in op de inhoud van het interview zelf- dat kan ieder die dat wil zelf lezen.
Waar ik in deze bijdrage op wil doorgaan is zijn indringend pleidooi voor meer realisme in de politiek. Wie daarop wil doordenken ontdekt al gauw dat het conflict rondom Oekraïne een onderdeel is van een veel groter complex van al dan niet scheve relaties, waarbij de rol van NAVO, de expansiedromen van de EU en de rol van Uncle Sam op de achtergrond met diens verderfelijke invloed op onze Europese cultuur zeker besproken moeten worden.
Voor wie goed toekijkt wordt het meteen duidelijk dat de NAVO op dit ogenblik vooral een wapen is in de westerse oorlog tegen een tot Rusland vervelde Sovjet-Unie en dat Oekraïne daarin een weinig prijzenswaardige rol als oefenterrein is toegewezen.
Neen: het conflict met Sovjet-Rusland is niet voorbij…
De verenigde Staten zitten gevangen in het verleden
Een nuttig inzicht is de tekst De goede samenleving: Europa tegen Amerika in de bundel ‘De vergeten twintigste eeuw’ van de hand van de Britse historicus Tony Judt.
“Een toenemend aantal Europeanen vindt dat juist de Verenigde Staten in de problemen zitten en dat de Amerikaanse manier van leven niet langer kan worden gehandhaafd. De Amerikaanse jacht op rijkdom, kwantiteit en overvloed als materiële substituten voor geluk is esthetisch gezien onaangenaam en in ecologisch opzicht rampzalig. (…) De hedendaagse massacultuur in de Verenigde Staten is wansmakelijk en bedrieglijk.Deze percepties vormen de werkelijke Atlantische kloof, en ze geven aan dat er iets veranderd is.”
Het oorspronkelijke idee was namelijk dat er een soort westerse vorm van laatkapitalisme was ontstaan, waarin de Verenigde Staten het voortouw hadden genomen. “Het was onontkoombaar dat de logica van schaal, markt, efficiëntie en winst de plaatselijke verschillen en overgeërfde culturele beperkingen op termijn zou overvleugelen. Amerikanisering of globalisering (…) was onvermijdelijk.”
Deze fenomenen doen Judt schrijven dat “(er mensen zijn) die vinden dat het niet Europa is maar de Verenigde Staten zijn die in het verleden gevangen zitten.”
Dat is verwante gedachte die door Jean-Marie Guéhenno in zijn ‘De toekomst van de vrijheid’ wordt geuit: deze auteur stelt de vraag of de Europese volkeren niet moeten onder ogen zien dat de democratie van vandaag twee verschijningsvormen vertoont: de Amerikaanse waar de vrije burger voortdurend tabula rasa maakt en de (West)Europese die schatplichtig is aan een ouder, aristocratisch verleden.
Laten we enkele bedenkingen op tafel leggen.
De Amerikaanse journaliste Caitlin Johnstone haalt in een recent stuk zeer scherp uit naar de lieden die in de ogen van veel mensen de prototypische verpersoonlijking zijn van de moderne Amerikaan: de Amerikaanse rijke happy few. Zij vindt het typerend dat de meest bewonderde en gerespecteerde mensen onder die happy few emotioneel achtergebleven grote baby’s zijn, die door middel van monopolistische praktijken, intimidatie en bedrog miljardair zijn geworden. “Deze neurotische freaks bezitten geen enkele goede eigenschap; als mens stellen ze niets voor, behalve dat ze een talent hebben voor het onttrekken van rijkdom aan de werkende klasse. En toch zijn zij het die bepalen welke koers onze soort in de toekomst zal varen.”
Over de persoonlijkheid van de bedoelde figuren wens ik geen uitspraak te doen. Maar het is wel zinvol om de gedachten te laten gaan over wat zij in de praktijk bewerkstelligen.
Enige tijd geleden programmeerde de VRT de Vlaamse film Vele hemels boven de zevende. De prent toont ons het beeld van een jongere generatie die compleet de weg kwijt is, niet weet waarom of waartoe ze leeft, wat haar taak is en welke bijdrage zij zou kunnen leveren aan de maatschappij waarvan ze deel uitmaken, laat staan aan die van morgen.
Wat een verschil met “onze tijd” – zeg maar de jaren 60 – 70 van vorige eeuw! Ook toen bestond er een jongerencultuur – schrijver dezes heeft ze ten volle mee beleefd. Maar op de een of andere manier bestond er ook een soort orde, een maatschappelijke en morele structuur waarvan we ons nauwelijks bewust waren, maar die niettemin onze levenswandel structureerde en ordende. Als we dat van uit de wereld van vandaag bekijken, dan was dat helemaal geen bekrompen wereld waarin mensen gevangen zaten, zoals dat in de VS kennelijk ervaren werd of wordt. Wij ervaarden de wereld als geordend, gestructureerd maar tegelijk als een ruimte waarin wij onze eigen veilige plaats konden vinden en waaraan we vervolgens zouden kunnen meewerken. Geen beklemmende wereld dus, maar een wereld waaraan we als vanzelf hoorden deel te nemen en waarin voor iedereen een plaats voorzien was.
Sinds de dagen dat de VS hun overwicht hebben laten wegen zijn we echter niet langer arbeiders en bedienden, wier zaken door personeelschefs werden behartigd, maar worden we gedegradeerd tot altijd vervangbare human resources. Dit is een véélzeggend signaal: weg die eigen veilige plaats…Wegwerpmensen…
En dit is maar een voorbeeld.
Ook de verhouding Europa – Amerika is geen relatie van gelijken – de VS hebben die gelijkheid zelfs nooit voor ogen gehad. De Europese volkeren moesten worden opgenomen in een kapitalistische orde, waarvan het centrum in de VS was gevestigd.
Niet alle schuld ligt bij de Verenigde Staten.
Ik herinner me nog heel goed hoe mijn vader ooit thuiskwam met de boodschap “de Marokkanen komen en die gaan het zware werk doen.” Zo werd het door de vakbonden verteld – al vertelden die er niet bij dat de werkgevers voortaan tegen lagere prijzen ongezond werk konden laten verrichten. En ja: ze kwamen, die Marokkanen. Eerst alleen de mannen, maar daar kwam de Kerk tegen in. Die vond dat mannen alleen zover van huis, zonder hun vrouwen en kinderen, geen gezonde situatie kon zijn – en ze had nog gelijk ook.
Ziedaar het begin van een heuse invasie van mensen uit een andere cultuur, met andere levensprincipes en andere gewoonten, een invasie die de illusie deed ontstaan dat de toekomst voor de allochtonen alleen maar beter kon worden, maar die voor autochtonen vragen opriep. Intussen blijkt de hele operatie te hebben geleid tot de aanwezigheid van verschillende groepen die ieder leven in een eigen beeldvorming in plaats van deel uit te maken van eenzelfde nationale bestaanservaring. Dit leidde voor velen tot de vraag: is dit nog ons eigen land?
Er rees protest vanuit die groepen die begonnen te vrezen voor sociale en culturele problemen, voor de teloorgang van de warmte van de eigen samenleving – maar ze werden weggezet als antieke lui die niet mee waren met de open wereld die er zat aan te komen of zelfs als racisten.
Het resultaat is een chaotische etnische verscheidenheid, die de plaats heeft ingenomen van een wereld die voorheen voor iedereen duidelijk geordend was en geleid heeft tot bijzonder schadelijke spanningen in onze oude maatschappijen. Men noemt zoiets de multiculturele maatschappij.
Het lijdt echter geen twijfel dat de ideeën over een import van buitenlandse werknemers in de Verenigde Staten, een land dat zelf uit immigranten bestaat en zijn oorspronkelijke bevolking zo ongeveer heeft uitgeroeid, veel minder een punt waren. President Ronald Reagan zei ooit: “iedereen die in Amerika komt wonen, kan Amerikaan worden, maar niet iedereen die in Duitsland gaat wonen, kan zomaar Duitser worden.” Denk maar aan de fameuze melting pot. Het gaat hier om dezelfde droom die de jonge Vlaamse auteur Asselman omschrijft als de belofte dat door ijver, verantwoordelijkheid en ambitie iedere burger, ongeacht zijn achtergrond, de sociale ladder kan beklimmen: dit is de essentie van wat Amerika over zichzelf denkt.
Dit beklemtoont een weliswaar weinig belicht doch niettemin fundamenteel onderscheid in de visie op wat een maatschappij hoort te zijn tussen de beide kanten van de oceaan. In de Amerikaanse kapitalistische wereldbeschouwing kan het geen fout zijn ambitieus te zijn en is het aan de mensen om zich aan te passen. In hun ogen moest Europa dan ook maar steeds meer veramerikanseren. Mét een nieuwe meltpotcultuur en al.
Geen rivalen meer voor Amerika
Deze summiere, korte opsomming van overigens bekende feiten, werpt nu een schril licht op de verhouding tussen de Europese beschaving en de Verenigde Staten maar ook op de verhouding van zowel de EU als de VS met Rusland, en dit brengt ons weer bij de positie van Sauer, ook al heeft deze laatste deze zaken in zijn interview niet aangeraakt en wellicht ook niet beoogd.
Laat me beginnen met een ervaring met mijn eigen grootvader, toen die vernam dat de Amerikaanse legers in Normandië waren geland. Daarover zei hij me, jaren later, dat “den Amerikaan is niet gekomen voor onze schone ogen!”- al was hijzelf best wel tevreden dat er een bevrijding stond aan te komen. Maar ik kan me niet voorstellen dat hij blij zou zijn met een nieuwsoortige bezetting door Amerika.
Dat de Amerikanen een prijs zouden vragen voor onze bevrijding, is duidelijk: na de oorlog kwamen een hele reeks Vlaamse bedrijven in Amerikaanse handen. Ik noem er enkele: Claeys, Flandria, Pattijn, Amylum, Balata, Oleon en later Telenet, Netlog en Janssen Pharmaceutica.
In al die bedrijven gold voortaan de Amerikaanse way of life en hun opname in de Amerikaanse wereld ging gepaard met de introductie van Amerikaanse denk- en doenwijzen. – kortom: met amerikanisering, of, in minder stekelige termen: globalisering.
Toen in 1990 de Sovjet-Unie op de rug lag, en er met een totaal verslagen concurrent “verdragen” werden gesloten – van “verdragen” is er geen sprake als één van de partijen machteloos tegen de grond ligt, dan spreken we eerder over een dictaat – waren het de Amerikanen die hun orders gaven. En de Europeanen keken toe – begerig wachtend op de kans om een deel van de buit binnen te halen. Maar ze stonden wel op de tweede rij.
Drie cruciale fouten
Maar intussen is de wereld veranderd. Recent schreef Constantin von Hofmeister dat de Sovjet-Unie haar vermeende einde overleefde. “Washington vierde de ineenstorting van zijn grootste tegenstander als de definitieve overwinning van het Westen en kondigde een tijdperk aan waarin de Amerikaanse macht geen serieuze rivaal meer zou kennen.”
Maar de dromers van die dagen maakten drie cruciale fouten.
Ten eerste: Rusland behield zijn continentale grondgebied, zijn nucleaire arsenaal, zijn enorme natuurlijke rijkdommen en zijn vermogen om onafhankelijk van Washington beslissingen te nemen. Rusland is nog altijd een grootmacht. Dit toont, in het voorbijgaan, wat zovelen die oog hebben voor de werkelijke aard van de menselijke natuur altijd maar herhalen: de mens is niet het rationeel wezen waarvoor hij zich houdt. De mens “denkt” vaak dat iets een feit is en gedraagt zich vervolgens compleet fout. Typisch het “systeem één-denken” van Daniel Kahneman.
Dat zien we nu gebeuren in de kwestie Oekraïne: we zien hoe moeilijk het is om af te stappen van de illusies die voordien werden opgebouwd. En dat legt mede uit waarom het zo moeilijk het is om het gesprek met Poetin aan te vatten.
Maar onze hooghartigheid is zijn prijs niet waard.
Omdat Rusland er nog steeds is, zijn gesprekken met dat land onontkoombaar, in ieder geval zolang het bestaat en het is niet ondenkbaar dat het langer zal bestaan dan de EU.
Ten tweede: het Europa van 1960 is voorgoed verdwenen. Het is, in zijn vorm van een Europese Unie, in plaats van een bond van zelfbewuste volkeren, een weifelende reus op lemen voeten geworden, die op elk ogenblik kunnen kapot barsten. Dat noopt de eurofielen in Brussel tot de vlucht vooruit en tot drastische maatregelen om de boel in stand te houden, inclusief de invoering van de surveillance-staat die bovendien alles en nog wat naar eigen inzicht wil regelen, zowat in de stijl van Tocquevilles bevoogdend machtsapparaat dat het welzijn van de egocentrische mens waarborgt en hem van de wieg tot het graf begeleidt. De EU denkt nu zelfs te moeten strijden tegen wat zij zelf racisme noemt, een spook dat ze nochtans door haar eigen immigratiepolitiek heeft opgeroepen.
De EU is zodoende mede debet aan spanningen die ons continent vandaag kent, ook al omdat ze zelf met haar eindeloze bemoeienissen met alles en nog wat het wantrouwen oproept dat haar eigen onrust voedt. Maar een voor iedereen – vooral de jongeren – duidelijke mentale orde: die is er niet meer.
En ten derde: Rusland wordt niet verslagen. Dat zou na vijf jaren duidelijk moeten zijn. Er zal geen andere weg zijn dan met Rusland een nieuwe relatie op te bouwen – een die zonder de chaotische twintigste eeuw misschien sowieso op een meer natuurlijke wijze zou zijn ontstaan. In plaats dus van Rusland voor te stellen als de baarlijke duivel die met alle middelen moet bestreden worden, zouden gesprekken een toenadering moeten brengen tussen twee delen van één en hetzelfde Euraziatische continent.
Natuurlijk betekent dat het afstand nemen van de zogeheten “grote broer” mét inbegrip van diens NAVO, de knuppel waarmee Washington Europa kan afdreigen, tenminste zolang dat laatste overtuigd kan worden dat Rusland dé vijand is. Maar dat alles verandert als de Europese volkeren hun eigenheid terugnemen, waarna ze afstand kunnen nemen van een Amerika dat voor alles met zichzelf bezig is.
Conclusie: Tijd voor realisme
Ja: ik steun de oproep van Prof. Sauer om met Rusland te gaan praten en ik dring erop aan te stoppen met die oorlogsretoriek die, als ze in werkelijk gedrag wordt omgezet, alleen maar kan uitlopen op het einde van Europa en van ons eigen Vlaanderen.
Er is nog iets anders, en dat wordt niet voldoende belicht. De Duitse auteur Mehrtens noemde de Amerikanen ooit “de nieuwe Romeinen”. Men kent de opstelling en de gedragswijze van de Romeinen: met hen kon men niet voorzichtig genoeg zijn want ze wilden altijd maar de baas zijn en veroveren. Amerika bezit niet de geestesgesteldheid die nodig is om evenwichtige bondgenootschappen te maken. Amerika moet altijd domineren. Dat wekt weerstand en afkeer op. Dat zien we nu in de relatie met Rusland – en misschien die met China. Die Amerikaanse dominantiedrang speelt ook ten aanzien van Europa, dat zelf een koloniaal verleden torst. Wat we nu zien in de kwestie Oekraïne is dus een onnatuurlijk bondgenootschap, waarbij de meest betrokken partij slechts een bijrol mag spelen.
De fout die we nu dreigen te maken is dat we van Europa een kopie van Amerika maken en de volkeren in Europa in een totaal ondergeschikte, betekenisloze positie persen. Dat zou een heuse ramp zijn. Het echte einde van Europa. Er zouden dan geen Heinrich Heines meer bestaan, die in Parijs de Duitse ziel gaan uitleggen. Die ziel zou namelijk niet meer bestaan.
We moeten niet zo ver lopen om hét voorbeeld te zien dat ons moet inspireren: dat voorbeeld heet Zwitserland.
Vanuit die visie wil ook ik pleiten voor gesprekken met Rusland. Niet alleen om de oorlog zo snel mogelijk te beëindigen. Maar eveneens omdat ook de Russen Europeanen zijn. En omdat het menszijn méér omvat dan puur machtsstreven.
Jaak Peeters
Oktober 2026