Een schotschrift. Over de geplande historische canon van Vlaanderen.

 

In Wetenschappelijke Tijdingen van april 2021 verscheen een artikel van M. Boone onder de titel: “Geschiedenis en geschiedschrijving als gewillige dienstmaagden van de politiek? Casus: de historische canon van Vlaanderen.”

 

Niet zonder de wenkbrauwen te fronsen heb ik geprobeerd dit bijna 37 bladzijden lange epistel tot het einde toe uit te lezen. Ik kan jammer genoeg niet anders dan dit stuk de kwalificatie ‘wetenschappelijk’ ontzeggen. Ik noem het een schotschrift: een pamflet dat op een smadelijke wijze de politiek van de huidige Vlaamse regering aanvalt en dit onder de vlag van wetenschappelijkheid.

 

Ik ben zelf slechts commentator, geïnteresseerd lezer van historisch werk en dus geen vakman. Toch dwingt mijn visie op wat in het algemeen wetenschap is en wat wetenschap voor een samenleving betekent me tot een zeer kritische positie tegenover de inhoud van het genoemde stuk. Om het kritisch te fileren zou ik de mogelijkheden van deze commentaarreeks verre overschrijden. Dus beperk ik me tot enkele punten.

 

Het is van belang erop te wijzen dat een Vlaamse historische canon recht moet doen aan de volledigheid van de geschiedkundige feiten. Als Boone dus wijst op het gevaar dat zo’n canon zou gebruikt kunnen worden om de huidige politieke constructie die Vlaanderen heet te legitimeren, dan heeft hij naar mijn oordeel gelijk. Alleen ben ik bang dat de inpassing van de Vlaamse geschiedenis door Boone en zijn geestesgenoten in de historische omstandigheden niet de mijne is. Bijvoorbeeld: wat is Boones houding als ik vraag naar de betekenis van de Statenbijbel (1637) in die Vlaamse canon? Zal er sprake zijn over de verhouding Zuidelijke – Noordelijke Nederlanden?

Zelf ben ik bang dat de canon die in de maak is te ‘klein-Vlaams’ zal zijn.

 

Een tweede punt is dat historici de opdracht hebben om zo nauwkeurig mogelijk uit te zoeken wat de feiten en omstandigheden waren die de gemeenschap die we vormen – of zouden moeten vormen – tot de huidige status hebben gebracht. Ik erken dat dit ontzettend moeilijk is, omdat de historicus de exacte feiten nooit helemaal kan achterhalen en nooit in staat is de (emotionele) waardering van het moment opzij te zetten. Bovendien is experimenteren onmogelijk.

 

Het idee van zo’n canon werd door N-VA-politici gelanceerd. Hoewel bij mijn weten iemand als Christiaan Vandenbroeke zo’n canon niet ongenegen was en het idee dus niet echt een origineel N-VA-idee is, is de nauwelijks verholen suggestie onwetenschappelijk dat deze canon om die reden ‘nationalistische ideeën’ zou ondersteunen. Als daar bovenop nog eens uitspraken komen over een doorgeschoten nationalisme – uiteraard geassocieerd met de twee wereldoorlogen -, dan hebben we te maken met politiek geïnspireerde uitspraken of  met opiniëring. Dan bezondigt de schrijver zich aan de fouten die hij anderen verwijt.

 

De stelling van Boone – en van hem niet alleen – is dat geschiedenis zich nooit tot eeuwige waarheid laat canoniseren. “Een officiële versie van het verleden opleggen, als dienstmaagd voor het politieke heden, is typisch voor totalitaire regimes.”

Dat is juist – zij het onvolledig. Jammer voor Boone, maar het idee van die Vlaamse canon is vooral afgekeken van Nederland. Daar werd de canon van het kabinet Balkenende in 2006 al in 2011 aangepast aan de nieuwere inzichten. Als de Vlamingen hetzelfde doen, valt het verwijt van Boone dus weg, want er is dan sprake van ‘voortschrijdend inzicht’. Tenzij je het Nederland van Balkenende totalitair wil noemen.

 

Boone gaat m.i. echter écht in de fout als hij stelt dat geschiedenis geen punt voor zoiets als een parlement.

Geschiedschrijving als vak is dat inderdaad niet. Maar geschiedenis is veel meer: het is een door de gehele gemeenschap gedeelde beeldvorming, waarop die gemeenschap een stuk van haar samenhang  bouwt. Zonder die samenhang vervalt de gemeenschap in totale chaos. Hoe denken mensen als Boone de moderne zogeheten diverse samenleving leefbaar te houden als er geen gemeenschappelijk doorleefd referentiekader beschikbaar is? Hoe denkt men überhaupt gemeenschap te kunnen vormen zonder enig referentiekader? En hoe denkt men immigranten, afkomstig uit een cultuur die zichzelf superieur waant, ertoe te brengen zich met de nieuwe samenleving te identificeren, als die ten aanzien van haar eigen verleden niet enige mate van trots manifesteert? En hoe denkt men dat referentiekader met enig gezag te presenteren zonder de steun van een parlement?

 

Geschiedenis in deze laatste zin is dus géén exclusief voorrecht van een club van zichzelf wetenschapper noemende historici. Geschiedenis, opgevat als collectieve beeldvorming is eigendom van de hele gemeenschap, weliswaar geadviseerd door vakhistorici.

Dat is meer dan ooit het geval, zeker in een tijd waarin op vele plaatsen meer dan de helft van de bevolking een andere moedertaal voert dan de Nederlandse.

Door de geschiedenis als een exclusief domein tot zich te trekken, maakt men dezelfde fout als die vaak verweten wordt aan de opstellers van een canon: elitarisme.

 

Als men het daar bovenop nog eens nodig vindt om de figuur van Robert van Roosbroeck uitdrukkelijk in verband met de collaboratie te memoreren, dan gaan de bellen af. Zolang is het niet geleden dat de links georiënteerde historicus Eric Defoort op een congres van met name N-VA een vertegenwoordiger van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie op de tribune toverde.

 

Neen: dit is geen wetenschappelijk betoog.

Het is een schotschrift.

 

Onwillekeurig denk ik nu aan de kop in het allesbehalve flamingantische blad De Morgen van 19 april 2021: “Vernietigende kritiek op Super League. Ik walg ervan. Neem die clubs al hun punten en al hun geld af.”

Toch vreemd dat het verhaal van Boone spontaan deze kop oproept…

 

 

 

 

Jaak Peeters

Mei 2021

Ongepaste nieuwsjagerij door perslui in Urk. Alleen in Urk?

Het Nederlandse stadje Urk is ook in Vlaanderen welbekend: het voormalige eilandje in de vroegere Zuiderzee, waar een groot monument herinnert aan de talrijke vissers die in de woelige wateren van die Zuiderzee de dood vonden.

Vandaag behoort het tot de Nederlandse Bibblebelt: een streek van streng gelovige mensen voor wie God en gebed een centrale plaats in het leven innemen.

Met de visserijgeschiedenis in het achterhoofd geen toestand die verwondering wekt.

 

De Sionskerk in Urk hield midden in coronatijd diensten met een grotere aanwezigheid dan sommigen welgevallig was. Dat trok de aandacht van de paparazzi van PowNed, een wat duistere Nederlandse zendvereniging. Zoals het volleerde paparazzi past hadden de ‘journalisten’ geen hoge pet op van wat zij als christelijke sociale zin interpreteerden. Ze bestookten, opvallend gewapend met grote micro’s en dito camera’s, ongenood de kerkgangers met verwijtende vragen “of ze getest waren” en “of het verantwoord is met zovelen in één gebouw bij elkaar te komen”. Kennelijk wilden ze de kerkgangers deelgenoot maken van het heersende angstcomplex. Ze maakten het zo bont dat ze post hadden gevat op een gereserveerde parkeerplaats, waarvan ze verjaagd werden doordat een bestuurder kennelijk niet zinnens was zich door de opdringerige paparazzi te laten doen, zodat deze laatste moest wegspringen.

 

De nogal agressieve reactie op de aanwezigheid van de opdringerige nieuwsboeren stootte in sommige Urkse milieus op afkeuring: “mensen denken nu dat we geloofsgekkies” zijn.

 

Gert-Jan Segers, leider van de ChristenUnie, noemde de agressie van enkele kerkgangers in Krimpen en Urk “beschamend”. Daar voegt hij echter wel aan toe: “Ik kan weinig intellectueel respect opbrengen voor mensen die in misdragingen van Gods grondpersoneel bewijs zien van de juistheid van hun eigen ongeloof.”

Zelf heb ik de beelden van de gebeurtenissen gezien: https://www.nu.nl/media/6125086/automobilist-die-op-powned-verslaggever-inreed-komt-voor-de-rechter.html

Om eerlijk te zijn: het verbaast me niks dat één van die ongenode gasten een schop tegen de billen kreeg…

Met dit verhaal op de achtergrond wil ik enkele punten maken.

Ten eerste. Het optreden van sommige journalisten lijkt vaak eerder op nieuwsjagerij dan op verslaggeving. Ik ben geneigd de opdringerige, onbehoorlijke wijze waarop zij in Urk meenden te mogen optreden op die manier te kwalificeren. Journalistiek is een heel moeilijk vak. Het heeft een grote maatschappelijke implicatie. Het is  van groot belang dat de journalistiek de burger correct informeert. Daartoe moet de journalist zelf op de eerste plaats de dingen zo afstandelijk mogelijk benaderen. Wat zij in Urk hebben gedaan voldoet van geen kanten aan deze eis.

Ten tweede. Ook de journalistiek heeft het dezer dagen moeilijker dan gewoonlijk. We moeten dat erkennen. Er heerst een algehele sfeer van gespannen angst in een maatschappij waarvan eenieder weet dat de posities soms ver uit elkaar liggen. Sommigen willen de hele maatschappij platleggen. Anderen verwijzen naar buitenlandse voorbeelden en willen de greep lossen. Nog anderen wijzen, zeker niet onterecht, op de bijzonder kwalijke maatschappelijke en psychologische gevolgen van de politiek. In deze gespannen sfeer moeten journalisten de rechte koers blijven varen. We moeten erkennen dat dit geen sinecure is. Maar wat in ieder geval mogelijk moet zijn is dat elke vragensteller zijn vragen neutraal formuleert en de ondervraagde niet meteen op een beschuldigend bedje legt.

Ten derde. Als een gesloten kerkgemeente van oordeel is dat ze in gemeenschap hun aanhankelijkheid aan God moeten belijden, dan moeten ongevraagde journalisten op jacht naar sensationeel nieuws daar niet in binnendringen. Een beetje eerbied voor wat anderen geloven is niet misplaatst. Zelf zijn ze immers van mening dat hun eigen bezigheid door niets of niemand mag gehinderd worden, want ze tonen zich hoogst verontwaardigd als ze door kerkgangers weggejaagd worden. Maar kennelijk komt niet in hen op dat deze regel ook voor diepgelovige kerkgangers telt.

Ten vierde. De uitspraak van de Brusselse rechter, dat namelijk de Covid-maatregelen in principe onwettig zijn doordat een geldende pandemiewet ontbreekt, zou ons op een juridisch probleem moeten wijzen. Er bestaat bijvoorbeeld twijfel of de overheid vaccinatie tegen Covid-19 wel kan opleggen. De gezondheidswet van 1/9/1945 laat dit toe, maar de wet op de patiëntenrechten geeft patiënten dan weer het recht om medische interventie te weigeren. Ook het Europees Hof van de Rechten van de Mens bekrachtigde in 2012 dit standpunt  door te stellen dat verplichte vaccinatie een inbreuk op het respect voor de lichamelijke integriteit kan zijn. En het Belgische hof van Cassatie meende dat het recht op privé- en gezinsleven beperkt kan worden ten bate van de algemene volksgezondheid. Dat moet een journalist tot nog meer zorgzaamheid aanmanen.

Ten zesde en voortvloeiend uit het vorige punt: de sleutel voor de correcte benadering van de Covid-problemen ligt in een objectieve documentatie met wetenschappelijk onderbouwde argumenten. Nu zijn er op dit ogenblik een berg aanwijzingen dat deze documentatie in ieder geval niet eensluidend is en daarom zit de hele zaak vol dubbelzinnigheid. Voor de leek is het vrijwel onmogelijk om een min of meer gedegen beeld van de toestand te krijgen. De rol van de journalistiek rijst dan hoog op.

Ten zesde: wie toekijkt ziet hoe Big Tech bezig is de controle over de wereld over te nemen begrijpt dat een vrije pers voor de democratie van levensbelang is. Die Big Tech deinst er zelfs niet voor terug een Amerikaans president te censureren. De taak van die vrije pers is te belangrijk om haar te laten belasteren door stompzinnig opjagen van per slot van rekening onschuldige diepgelovige kerkgangers. De hinder die ze in Urk tegen hun optreden ondervinden vergaat in het niets in vergelijking met de schade die de Big Tech aanricht.

De reactie van sommige kerkgangers op de paparazzi in Urk moge dan misplaatst zijn, het optreden van de paparazzi spoort op geen enkele wijze met de opdracht van de media.

Jammer genoeg krijgen we te vaak de indruk dat dit nieuwsjagen ook in Vlaanderen te veel concrete praktijk is…

 

Jaak Peeters

April 2021

 

Als toemaatje:

Het Tahrirplein in Caïro en later het Maidan-plein in Kiev werden de arena waarin zich een melodrama afspeelde voor het oog van de televisiecamera’s in de vorm een strijd tussen goed en kwaad. Er waren nog goede verslaggevers die grote risico’s namen (…) om uit te kunnen leggen dat dit ongenuanceerde beeld niet het hele verhaal vertelde.” (uit Patrick Cockburn, De nieuwe heilige oorlog, Amsterdam University Press, 2015, blz. 135.)

Hun democratische plicht

Hun democratische plicht

 

 

De corona-politiek van de westerse regeringen begint, voor velen althans, eerder op een soap te gelijken. Versoepelen, verstrengen, mondkapjes, bubbels, lockdowns.. ..

Wie nader toekijkt ontsnapt niet aan het wrange gevoel dat het uit is met de burgerlijke vrijheden.

 

Inmiddels zijn er tenminste 4 vaccins op de markt. Er bestaat nogal wat bezorgdheid over de aard van die vaccins. Er zijn namelijk vaccins die tot de zogeheten nieuwe generatie vaccins behoren. Ze wijken af van de traditionele vaccins. Deze laatste maken gebruik van verzwakt viraal materiaal, om het lichaam te ‘foppen’. Dat lichaam begint dan vervolgens met de productie van antistoffen. Het Covid-vaccin van Johnson is hier een voorbeeld van, al werd het genoom van het betrokken fopvirus wel eerst gemanipuleerd.

De nieuwe technieken evenwel brengen alleen viraal genetisch materiaal in, in dit geval dat van SARS-Cov-2. Dat ingespoten genetisch materiaal zet onze eigen cellen aan om delen van het ongewenste virus aan te maken, waardoor de aanmaak van antistoffen uitgelokt wordt.

Sommige mensen schrikken terug voor deze techniek: tenslotte ruikt dat naar genetische manipulatie. Men huivert voor monsterlijke gevolgen. Of voor de daden van een gek – je weet maar nooit. En men hoort te vaak over schadelijke bijwerkingen. Bovendien ontbeert dit soort vaccins het noodzakelijke vervolgonderzoek.

 

Je zou dan veronderstellen dat mensen tenminste de keuze krijgen: een vaccin nemen van het oude soort of een nieuwsoortig. Dat is nog altijd geen anti-vaccinatiehouding.

 

De waarheid is dat je gewoon niet kunt of mag kiezen. Zelfs de huisarts heeft in deze zaak geen enkele inspraak. Dat spoort niet bepaald met een eerstelijnsfilosofie.

Hoewel er officieel geen verplichting tot vaccinatie bestaat, is er die in praktijk overal. Heel vaak gaat het gewoon om chantage: een vaccin weigeren is egoïsme, brengt de veiligheid van anderen in gevaar en leidt voor bepaalde politici zelfs tot sociale uitstoting. Dat gaat echter veel te ver: de keuze voor één van beide technologieën moet behouden blijven.

 

Nu zou een democratisch denkend mens verwachten dat de pers dit soort chantage aan de kaak zou stellen, doch het omgekeerde gebeurt. Nog onlangs bestond een columnist het om een koppel dat voorlopig een vaccin weigert toe te schreeuwen dat het zich door Fake News, complottheorieën en onzin laat “volpompen”: zo stond het er woordelijk.

 

Zowat elke dag verschijnt de kop van een of andere ‘expert’ in de krant, meestal om ons te waarschuwen vooral niet te snel te versoepelen. In zowat alle nieuwsmedia is het al corona wat de klok slaat, alsof ons lichaam niet altijd door heuse wolken kiemen omgeven is en onze darmen er vol van zitten. In één klap zijn alle andere doodsoorzaken naar de achtergrond verdwenen. En waar is de jaarlijkse wintergriep?

 

De media zijn daarmee de grote aanjagers van een massaal verspreide angsthysterie, zonder zich te realiseren dat Herr H. in het Duitsland van de jaren dertig precies op angst omhoog klom…

 

Vele mensen voelen aan dat de media zeer eenzijdig zijn georiënteerd. Dus gaan ze op zoek naar de volheid van de feiten. Zo zien talloze internetpublicaties met deze materie als hoofdonderwerp het levenslicht.

Nu de krantenverkoop de laatste jaren dramatisch is ingezakt en de media hun greep op het publiek moeten delen met de concurrentie van de zogeheten sociale media, raken die media in een heuse kramptoestand. Met een ijver die wantrouwen wekt trekken ze ten oorlog tegen de concurrentie, die volgens hen nepnieuws verkondigt, vol steekt van onzin of vastzit in complotdenken.

 

Laat ons duidelijk zijn: er staat inderdaad veel onzin in die sociale media. En er zijn complottheorieën in omloop. En er bestaat nepnieuws.

Maar in de sociale media vindt men eveneens de informatie die de officiële media niet brengen en dat besef verspreidt zich onder de bevolking, die immers niet kan verhinderd worden met elkaar te praten.

Dat laatste versterkt dan de spanning tussen officiële media en de sociale media. Die spanning stapelt zich bovenop de angsten in de samenleving op.

 

Met andere woorden: de media trekken nu van leer tegen een concurrentie die ze eerst zelf in het leven hebben geroepen en ze bederven zelf de maatschappelijke sfeer.

 

Het slachtoffer van dat alles zijn de burgerlijke vrijheden want ook in de politiek durft haast niemand tegen de stroom in te varen.

Dat is een rampzalige toestand: een samenleving onder zware psychologische spanning, waar de media door eigen schuld hun rol niet meer kunnen spelen. Zoiets moet op termijn zware gevolgen hebben.

 

Er bestaat een uitweg uit deze situatie: informeren. Dat is niet de taak van de politiek, want die moet zelf geïnformeerd worden. Dat is op de eerste plaats de taak van experts – ja: ook van de kritische onder hen. Dat laatste bijvoorbeeld omdat eveneens deskundige experts vrezen dat de huidige vaccinaties de virulentie van het virus nog kunnen versterken.

In plaats van krantenpagina’s te helpen vullen of studio’s te frequenteren, zouden experts de koppen bij elkaar kunnen steken om een korte, duidelijke tekst te maken, waarin alles op een rijtje wordt gezet. Dat kan verspreid worden via hetzelfde kanaal dat de belastingsdiensten gebruiken. Zo krijgt ieder burger correcte en volledige informatie, die waar nodig kan geactualiseerd worden. De zaak is toch belangrijk genoeg? Of niet?

Tegelijk zou de klassieke pers ontlast worden van een harde concurrentiedruk en zouden ook de sociale media selectiever kunnen worden.

 

We hebben experts nodig, van allerlei aard. Daar is geen twijfel over. Maar wie pretendeert de enige te zijn die van wanten weet, heeft tegelijk de plicht zijn medeburgers correct en volledig te informeren. Dat is niet hetzelfde als manipuleren of censureren om hen als onnozele schapen in het gareel te krijgen.

Het is het volbrengen van een democratische burgerplicht.

 

 

Jaak Peeters

Maart 2021

Covid-politiek: vol gif.

Vaccins hebben hun nut bewezen.

Wat echter vandaag gebeurt, keur ik af.

 

Voor kinderverlamming werd in België in 1958 de inenting aanbevolen en in 1967 verplicht gesteld.

Dat is de juiste gang van zaken.

Een vaccin confronteert het lichaam met (delen van) het te weren virus zodat het lichaam tot een reactie geprikkeld wordt. Maar het menselijk metabolisme heeft nu eenmaal tijd nodig. Daarom moet élk medicijn en élk nieuw vaccin uitvoerig en lang genoeg uitgetest worden, zodat men kan zien welke bijwerkingen het product heeft. Ik denk maar even aan het Softenon-verhaal. Er is dus altijd een longitudinale studie nodig om te zien welke op termijn de bijwerkingen zijn.

 

Welnu: aan deze laatste voorwaarde is voor geen enkel van de thans tegen Covid-19 aangeboden vaccins voldaan. Dat kan ook niet: de ziekte is pas sinds eind 2019 uitgebroken en de vaccins bestaan nog maar enkele maanden. Producenten zelf geven 2022 of 2023 als ‘opleveringsdatum’ op. Geen wonder dat de Zwitsers de kat uit de boom kijken.

 

Is iets beter dan niets? Je gebruikt toch geen miljoenen mensen ongevraagd als proefkonijnen? Of nog: “we zien wel wat er gebeurt.” Dat zijn echt geen ernstige argumenten.

 

Ik wil nog aannemen dat men op dit ogenblik geen betere aanpak kan bedenken. Als dat zo is, dan verwacht ik van een overheid (die me toch mijn inkomen gedetailleerd weet mee te delen) degelijke informatie. Ik wil niet moeten terugvallen op commerciële media.

En àls het dan echt zo moet, dan moeten we bovendien aandringen op de twee hiernavolgende elementen.

 

Ten eerste:

Psychologen weten al lang dat de mens een fundamenteel sociaal wezen is. Onze hersenen worden al in de moederschoot geprogrammeerd, en dat gebeurt door de indrukken die op de foetus nog in de baarmoeder inwerken. Dus we worden al in een sociaal weefsel ingeweven, nog voor we ter wereld komen. Heel ons leven gaat deze sociale inbedding verder.

Kijk nu wat er door de corona-politiek gebeurt. Van de ene dag op de andere worden de bejaarden in woonzorgcentra in hun kamertje opgesloten; gezamenlijk eten in de eetzaal is verboden; bezoek mag niet meer; de verzorgster die tot dan toe elke dag kwam wassen, doet nu nog maar om de paar dagen en dan nog rap-rap; het eten wordt hen haastig toegeschoven, zoals men een kwade hond het eten met een lange stok toeschuift.

Dit is psychologische mishandeling!

Een gelijkaardig verhaal kan men vertellen voor jongeren die elkaar niet meer kunnen/mogen opzoeken – net op een leeftijd waarop ze daar zo’n grote behoefte aan hebben. Verbaast het dat ze in opstand komen?

Duivenbonden, sport- en spelverenigingen, culturele activiteiten – noem maar op – alles valt plots weg. En de mensen die zich voordien konden uitleven worden op zichzelf teruggeworpen en het enige wat blijft is ruziemaken met de huisgenoten. Verwondert het iemand dat er zoveel gezinsbreuken zijn?

Tweederde van de universiteitsstudenten kampte tijdens de eerste platlegging (lockdown) met psychische problemen.

 

Een goede aanpak kan ik dit alles niet noemen.

 

Ten tweede:

De media doen het voorkomen alsof met de komst van ‘het’ vaccin de redding nabij is en de hemel stralend zal gloren.

Het zal al duidelijk zijn dat zulks op dit ogenblik niet zo zeker is.

Maar: het is ook niet waar!

Vooreerst omdat er nà inenting nog altijd een graad van besmettelijkheid blijft.

Voorts constateren we dat de bewoners van woonzorgcentra na hun vaccinatie nog geen vrij bestaan genieten, wegens nog te gevaarlijk. Maar wanneer zal de kust ooit veilig zijn? Frau Merkel deelt ons mee dat we misschien nog jaren vaccins zullen moeten nemen want de één na de andere mutatie duikt op.

 

Wat het meest van al storend is, dat is de morele druk en soms brute chantage waarmee mensen gedwongen worden een onvoldragen vaccin te nemen.

 

Enkele voorbeelden uit de praktijk:

  • “Wie zich niet laat vaccineren is een egoïst”. Dat wordt woordelijk zo gezegd.
  • Een verzorgende in een woonzorgcentrum wordt dringend aangemaand zich op te geven voor vaccinatie. Men is zogenaamd niet verplicht, maar wie weigert kan op onbetaald verlof worden gezet. Zeg niet dat het niet gebeurt!
  • Nog in een woonzorgcentrum worden de personeelsleden die zich op een bepaalde datum nog niet voor inenting hebben opgegeven, bij de directeur geroepen. Vermoedelijk niet om een bloemetje in ontvangst te komen nemen…
  • Een verpleegsterschool deelt mee dat wie vaccinatie weigert, geen stageplaats zal krijgen.
  • In een provinciestad valt een brief bij de bevolking in de bus, ondertekend door een aantal artsen, met de vraag om zich te laten vaccineren. Stel je voor dat iemand weigert: welke commentaren vallen hem ten deel?

 

Och: het zit allemaal niet zo ingewikkeld in elkaar. Een arts die kritiek uit op de vaccinatiepolitiek kan zijn praktijk sluiten. Een afdelingshoofd in een verzorgingsinstelling gaat er prat op dat àlle personeelsleden zich laten inenten – en dus worden de weigeraars onder druk gezet. En diensthoofden willen de beste van de klas zijn. Het zijn simpele, menselijke dingen.

Na al die ophef in de media, al een jaar lang, kunnen mensen vaak niet langer rationeel denken. En als ze dat trachten te doen, worden ze als asocialen of complotdenkers weggezet.

Wie niet in mirakeloplossingen gelooft en dwars ligt hangt het zwaard van Damocles boven het hoofd en wacht de sociale sanctie. Geen cinemabezoek meer, geen voetbalwedstrijden, geen feestjes…totale isolatie dus. Nog net niet het concentratiekamp, al lijkt het daar wel op.

 

Als ik zoiets merk, dan word ik giftig.

 

Dit is de mensen dwingen te kiezen tussen de pest en de cholera. Alleen is Covid-19 bijlange geen cholera en lijkt dit soort chantage heel erg op een sociale pest.

In Gazet Van Antwerpen stond op 4 februari ‘21 te lezen dat het verplicht stellen van vaccineren een zware inbreuk op de wet op de privacy is. De mensen zijn echter zo murw gemaakt dat die privacy hen niet eens meer kan schelen. Men denkt er zelfs niet langer over na.

 

Zolang het longitudinaal onderzoek niet verder staat moet het vaccineren in vrijwilligheid gebeuren. En in ieder geval moeten altijd ook psychosociale aspecten meetellen.

 

 

Jaak Peeters

Februari 2021

“Nepnieuws” verdient wel degelijk eerlijke aandacht

Volgens van Dale is nepnieuws (in het Engels Fake News) “nieuws dat niet op waarheid berust, vaak bewust verspreid om de publieke opinie te beïnvloeden”. Het essentiële in deze bepaling is dat onjuiste informatie wordt verspreid maar dan wel verpakt als “echt” nieuws of juiste informatie. Nepnieuws beoogt invloed uit te oefenen die anders kennelijk niet uitgeoefend kan of mag worden. Het is het scheppen van een parallelle (eventueel kwaadaardige) realiteit.

Daar moeten we toch even bij stilstaan.

 

Is al het nieuws dat nepnieuws wordt genoemd ook echt nep? Zeker niet.

Soms wordt nepnieuws verward met fout nieuws. Fout nieuws heeft niet de bedoeling te misleiden. Nepnieuws duidelijk wel.

Bovendien kan als nepnieuws geklasseerd nieuws soms wel degelijk op wetenschappelijke onderbouwing berusten. In dat geval is het zelfs geen nepnieuws.

Het is omgekeerd ook nodig kritisch te kijken naar wat niet als nepnieuws wordt gepresenteerd. Dat nieuws blijkt niet noodzakelijk correcter of beter dan wat als nepnieuws wordt aangewezen. Dit ‘juiste’ nieuws kan vervuild zijn door oneigenlijke elementen, bijvoorbeeld omdat het om een meerderheidsidee gaat of omdat het commercieel (niet) passend is.

 

Dat laatste is heel belangrijk. Informatie kan vanuit bedrieglijke motieven de kwalificatie nep of correct krijgen. Bijvoorbeeld omdat de informatie in kwestie politiek niet of wel opportuun is. De kwalificatie nepnieuws betekent zonder verder onderzoek op zichzelf helemaal niets.

 

Hiermee stoten we op de kern van de discussie over dat fameuze nepnieuws: de vraag wie bepaalt wat nepnieuws is en waarom die kwalificatie wordt toegekend. En het antwoord op die vraag heeft altijd ook te maken met de vraag naar macht.

 

Een voorbeeld zal een en ander verduidelijken.

 

De elite die een federale Europese Unie nastreeft heeft er alle belang bij om alle informatie, die de beoogde federatie in een ongunstig daglicht stelt, als nep voor te stellen. Bijvoorbeeld: dergelijke (nep)informatie zou ingaan tegen de grondbedoelingen van de EU, namelijk het stichten van vrede onder de volkeren van Europa.

Nu is dat verhaal is nogal doorzichtig. Immers: die vrede onder de volkeren werd nooit verstoord door wat we tegenwoordig “de gewone mens” noemen, maar wel door de elites – dezelfden die nu de EU in elkaar knutselen. Die elites hadden de mogelijkheden om conflicten uit te lokken – u en ik kunnen dat gewoon niet – en ze hadden er ook nog belang bij, vaak zelfs persoonlijk belang. Het verhaal over de noodzaak van een federale EU om de zaak van de vrede is dus nogal betwistbaar.

 

Je moet eens proberen om deze gedachtengang in de krant te krijgen! Er vindt dus een selectie plaats in de nieuwsberichten. Die selectie gaat in het onderhavige voorbeeld uit van een partijdige visie en die berust niet noodzakelijk op waarheid. Maar de lezer moet wel machteloos ondergaan, zelfs als hij weet dat de informatie manifest onjuist is.

 

Nepnieuws – volgens de definitie van van Dale – kan dus van alle kanten komen.

Als nepnieuws van alle kanten kan komen, dan is het redelijk om te denken dat dit soort nieuws nog het makkelijkst komt uit de milieu’s waar men het nieuws beheerst. Dat kunnen sociale media zijn, maar best ook wel “officiële” media, zoals, inderdaad, de kranten zelf.

 

Hieruit volgen twee conclusies.

  1. In werkelijkheid kun je nepnieuws overal en altijd aantreffen.
  2. Censuur, in welke vorm ook, wijst altijd op de werking van machtsstructuren en doorkruist daardoor de werking van de democratische maatschappij. Daarom vereist de democratie dat ook zogenaamd ongewenst nieuws, eventueel weggezet als nepnieuws, wel degelijk aandacht verdient. We hebben het recht te weten dat iemand ons tracht te misleiden.

 

In een democratie bestaan er geen dissidenten wier mening moet worden weggemoffeld. Er kan alleen sprake zijn van bewezen waarheid of onwaarheid. De term nepnieuws doet denken aan knoeierij, en zoiets moet blijken uit het vrije, eerlijke onderzoek naar de waarheid.

 

Er bestaat ongetwijfeld wel degelijk echt kwaadaardig nepnieuws, bedoeld om te destabiliseren. Dat is een oude praktijk van grote mogendheden en machtsgroepen. Bij nader inzien bezit dat kwaadaardig nieuws echter dezelfde natuur als elk ander nepnieuws: het scheppen van een parallelle realiteit die gunstig uitpakt voor de agitatoren.

 

Er is dus alles bij elkaar voldoende reden om altijd bedacht te zijn op élke vorm van censuur. Censuur kan kwaadaardige bedoelingen hebben en in werkelijkheid zelfs de vestiging van een dystopie op het oog hebben. Om daarop controle te hebben moet de burger tot alle nieuws toegang hebben zodat hij kan oordelen, eventueel via zijn vertegenwoordigers, zoals in het geval van veiligheidskwesties. Er bestaat geen reden om de burger zijn beoordelingsrecht te ontzeggen, temeer omdat wie zulks doet in de meeste gevallen onaantastbaar is.

 

Zeg niet dat hier spoken ronddwalen. Men herinnert zich hoe de Amerikaanse bevolking onder anderen door Kissinger systematisch werd voorgelogen over de oorlog in Vietnam.

Als de evolutie zoals die thans aan de gang is, met haar censuur in de klassieke en sociale media, de uitsluiting van afwijkende meningen als “strijd tegen het nepnieuws”, als men zelfs de grondwet wil aanpassen om zogeheten nepnieuws beter te kunnen bestrijden, – als die evolutie ongestoord doorgaat, dan is deze generatie de laatste die de burgerlijke vrijheden nog heeft gekend.

 

In De Uil van Minerva van januari 2021 stelt Henk Vandaele de vraag of het de opdracht van de staat is om, al dan niet wetenschappelijk gelegitimeerd, in de huidige biopolitieke uitzonderingstoestand repressief (mét het gebruik van de drones die ooit werden gekocht om het terrorisme te bestrijden) de collectiviteit zijn wil op te leggen. Tot dat laatste blijkt  dus ook te behoren: het beheersen van het nieuws dat de burger màg kennen.

 

Dit doet elke democraat huiveren.

 

 

 

Jaak Peeters

Januari 2021

 

 

 

AANHANGSEL

 

Als bijlage publiceer ik hier een brief die enige tijd geleden toekwam. De verantwoordelijkheid voor de inhoud of de vorm ervan berust niet bij mij.

De brief is een voorbeeld van wat door sommige leidende groepen waarschijnlijk als nep zou worden bestempeld.

De democraat in me dwingt me om voor deze brief toch aandacht te vragen, omdat hij een signaal van kritische vraagstelling is en omdat de ideeën erin veel verder verspreid zijn dan men geneigd is aan te nemen. Zelfs als de in deze brief geuite onderstellingen onjuist zijn bestaat er geen enkele democratische reden om het uitspreken ervan te verbieden of zich openlijk af te vragen of er niet zoiets als een deep state werkzaam is.

De auteur van deze brief doet tenslotte niets anders dan wat veel literatoren doen: uitgaan van een bestaande toestand om die vervolgens tot een dystopie uit te rekken of legitieme vragen te stellen.

Dergelijke teksten dienen als waarschuwing.

Zo was ook Orwells 1984 bedoeld.

 

 

 

“Het zou zo een scenario voor een thriller kunnen zijn…

 

Het is kort voor de aanvang van de eenentwintigste eeuw. Een elite, ergens op deze planeet, vat het plan op om een supermacht op te richten. Men wil tegen de andere wereldmachten op kunnen en werkt dit plan tot in detail uit. Het idee is zo groot mogelijk te worden, dus zoveel mogelijk volkeren en landen in hun verhaal te betrekken. De groep zet een jarenlange propaganda op poten, waarbij de landen en vooral de burgers warm worden gemaakt voor dit groot en machtig imperium. Centraal staat het creëren van het gevoel dat dit noodzakelijk is op economisch en sociaal vlak en op het vlak van de  veiligheid: “samen kan men zoveel meer”.

 

Dat hiervoor de belangen van de landen en de volkeren ondergeschikt worden en die landen en volkeren in een later stadium zelfs moeten verdwijnen, laten ze nog even achterwege.

Men maakt het toetreden tot het imperium laagdrempelig, want hoe meer er toetreden, hoe sneller het imperium groeit.

 

Door de jaren heen wordt het wel duidelijker dat de macht van de deelnemende landen en hun rechten gestaag afnemen. Hun plichten, vooral de financiële, nemen toe. Landen hebben steeds minder zelf te beslissen, meer en meer wordt alles boven hun hoofden beslist. Om de hogere doelen te dienen. Een regering staat niet meer in dienst van haar volk, maar in dienst van dit machtsimperium, terwijl de bekommernissen van de burgers zelfs niet meer in hun ivoren torens geraken.

 

Hun propagandamolen draait op volle toeren en kritiek wordt vernietigd of doodgezwegen nog voor de inkt droog is. Het spijtige is dat zelfs de media van de deelnemende landen hier gewoon aan meewerkt. Het is namelijk uitermate moeilijk tot onmogelijk om nog een kritische kijk op dit machtsimperium te laten publiceren. Media en journalisten reduceren zichzelf hierbij tot veredelde secretaressen en voeren gewoon de propanda uit.

Kritische geesten worden vervangen door figuren die achter het idee van dit machtsimperium staan.

De machtige elite lacht binnensmonds: het loopt allemaal zoals ze wensten en uitgewerkt hadden.

 

Toch ontstaat hier en daar protest.

Grote groepen burgers die lange periodes op straat komen tegen de stijgende prijzen voor levensmiddelen en tegen de politieke beslissingen of mensen die via referendum aangeven onafhankelijk te willen zijn wordt het erg moeilijk gemaakt. Die laatsten worden letterlijk in een gevangenis gestoken en doodgezwegen, onder goedkeurend oog van de elite en zonder één reactie van de zogenaamde humanitaire organisaties. Een bepaalde streek die ondanks zware contrapropaganda toch uit dit machtsimperium wil stappen, wordt het op alle vlakken onmogelijk gemaakt en liefst wordt het beeld de wereld in gestuurd dat het moeilijk verloopt door de schuld van de premier van het betrokken land en niet door de elite.

 

In het verre Azië ontstaat ondertussen onrust over een virus. Via vleermuizen zou dit verspreid worden in een zeer dicht bevolkt land. Logisch dat de verspreiding snel gaat.

Paniek ontstaat wanneer er ook besmettingen in andere landen plaatsvinden.

 

Het nieuws loopt in ijlempo over heel de wereld. De paniek volgt. In eerste instantie zijn de cijfers echter niet dramatischer dan die in een zwaar griepjaar. Toch wordt overgegaan naar invasieve maatregelen, waarvan we de gevolgen nog tientallen jaren zullen voelen.

De berichtgeving vanuit de expertenggroep wisselt doorheen de pandemie continu. Eensgezindheid is zoek. Maar experts die cijfers of maatregelen in vraag stellen worden uit de media geweerd en liefst bestempeld als non-believers of als gekken. Natuurlijk zijn er mensen die zeer ernstig ziek worden en eraan sterven. Maar aan griep sterven elke jaar eveneens zeer veel mensen. En ook griep kan zeer ernstige complicaties veroorzaken. Bovendien is er enorme overbevolking van de menselijke soort en is het een vast gegeven in de biologie dat er bij een te sterk aantal van een soort pandemiën optreden.

 

Dat men zelf continu wisselt in de uitgestuurde boodschappen  – dan is de jeugd de grote verspreider, dan weer niet, dan weer de werkende bevolking – wordt even genegeerd. Heel even wordt er in een artikel gemeld dat er ook veel vals positieven bij het aantal besmettingen worden geteld. Met andere woorden: de dagelijkse weergave van het aantal besmettingen klopt niet. Mensen die terminaal waren en sterven, sterven nu plots allemaal aan het virus. Nu weet iedereen dat als iemand op sterven ligt, men geen weerstand meer heeft tegen gelijk welke virusje of bacterie.

 

Voor de eerder genoemde elite komt dit virus niet slecht uit.

 

De hesjesprotesten van tienduizenden burgers moeten omwille van gezondheidsredenen verboden worden.

 

En nu kan men het ook hard spelen tegenover het land dat uit het machtsimperium wil stappen.Het moet immers vooral een afschrikking worden voor andere deelnemende landen. Stel je voor dat andere landen ook hun zelfbeschikking terug willen en zouden uittreden. Dan is het waarschijnlijk afgelopen met het machtsimperium.

 

Aangezien de paniek er bij de bevolking goed in zit, is het een fluitje van een cent om het beeld in de wereld te strooien dat in dat land een zeer gevaarlijke variant van het virus opdook. Dat diezelfde variant ook in andere landen aanwezig is, laat men bewust even achterwege.

 

De grenzen volledig dicht en een financiële ramp voor dat land: “ze zullen nu wel op de knieën gaan”.

 

Intussen moet het volk duidelijk worden gemaakt welke goede daden dat imperium voor hen verricht.  In sneltempo wordt een “vaccin” geproduceerd. Volgens de WHO is het niet effectief en er zijn geen testen op middellange termijn. Maar kijk: het vaccin is er.

Eerst toe te dienen bij het voetvolk.

Uiteraard… Wat had je gedacht?”

(Einde van de brief)

De deemstering van de democratie.

10 december 2020: een grote kop in HLN – jammer genoeg de meest gelezen krant in Vlaanderen – Elke 14 minuten één coronadode.  In koeien van letters en het getal 14 in het rood.

De krant als een dramaqueen. Effectzoekerij.

Ik heb het omgerekend: dat komt op 30 000 doden per jaar. 30 % van het aantal doden per jaar in Belgique. Vraag: door of mét corona?? Àls het cijfer klopt.

Intussen dragen mensen bij het wandelen in een lege straat een mondkapje, ze schuiven angstvallig naar de andere hoek als er nog iemand in de winkel binnenkomt en ze blijven liever in de regen staan om een verkoudheid op te lopen dan elkaar zo dicht te naderen dat ze met elkaar aan de praat kunnen.

Smetvrees als het nieuwe normaal.

2020 is het jaar zonder griep – voor het eerst. Het jaar waarin duivenbonden, pitjesbakverenigingen en dorpstoneel in feite verboden werden. Vernietiging van het sociale weefsel.

2020 is het jaar waarin ‘illegale coronafeestjes’ door een politie met Gestapo-methoden worden opgedoekt, als waren het cocaïnefeesten. Geen krant die zich afvraagt of de sociale aard van de mens misschien door de Covid-maatregelen worden gefrustreerd. Een journalistiek die niet verder komt dan ‘egoïsme’. Mét een afkeurende terechtwijzing.

Intussen moet de staat Belgique 43 miljard lenen en nog meer afhankelijk worden van internationale financiers. Dezelfden trouwens die met het Vaticaan – naar verluidt – een akkoord hebben gemaakt over “inclusief kapitalisme”, met deelname van onder anderen Johnson & Johnson, een ontwikkelaar van een coronavaccin.

Elke dag klinkt het gejubel luider. Het verlossende vaccin is in aantocht! Weldra kunnen we vrij ademen. Alleen: we zullen het voelen aan onze alweer stijgende belastingen, terwijl intussen weggemoffelde bronnen fluisteren dat de ‘crisis’ nog tot maart 2025 zal duren. Je moet je inkomsten toch voldoende veilig stellen, nietwaar? Jammer genoeg heeft de Amerikaanse FDA een ellenlange lijst met ernstige bijwerkingen bij het Pfizer-vaccin gepubliceerd.

Vreemd: maar van dat alles is er niets te vinden op de hoofdpagina’s van de kranten, noch is het een hoofdpunt bij de audiovisuele journaals. Ook niet dat rapport van de FDA.

Meer zelfs: openlijk wordt er gesproken over de Grote Reset. De ‘pandemie’ kan immers gebruikt worden om een nieuwe wereldorde te scheppen. Met een wereldregering à la Soros, een EU mét NAVO – die anders geen taak meer heeft – als Europees leger.

Slechts hier en daar murmelt een twijfelende geest over de teloorgang van burgerlijke vrijheden, als openlijk gezegd wordt dat de politie zomaar een willekeurig huis mag binnengaan. Of grommelt iemand tussen te tanden omdat in Duitsland 2000 ton aardappelen liggen te vergaan, omdat de afzetmarkt door de Covid-maatregelen in elkaar is gestort.

Niets van dat alles in de media – tenzij in een hoekje, weggestopt voor wie niet aandachtig genoeg is. En de media dazen maar door, als een dolgedraaide mefistofeles, en vullen hun kolommen met boze uithalen naar nepnieuws, zich daarbij door het komende EU-Ministerie van Waarheid gesterkt voelend.

Ja hoor: ze boeken succes.

Ze hebben hun doodsvijand verslagen: Trump werd niet herkozen.

En Belqique heeft weer een anti-Vlaamse, belgicistische regering. Bloedrood, met een berg aan toekomstige belastingen en met een aan zekerheid aanschurkende waarschijnlijkheid dat de inhoud van onze diepvrieskasten zal rotten, bij gebrek aan stroom na het sluiten van de kerncentrales.

En de mensen zijn bang. Bang voor elkaar. Bang voor de toekomst.

Bange mensen zijn mak. Bange mensen verliezen hun kritische geest.

En terwijl dit alles loopt, gaat de ontwikkeling van de techniek haar gang. In zowat alles zitten microchips verwerkt en steeds luider klinkt de roep om chips en nano-deeltjes bij de mens in te planten: dan kun je geliefkoosde muziek beter horen, beter zien, langer onthouden en helderder denken. De vraag is of dit bionische creatuur nog de naam ‘mens’ mag dragen. Voor sommigen is dat de uitkomst van de evolutie.

 

Men vraagt zich af waarom die ‘14’ in de kop van de krant niet door dit soort vragen wordt vervangen. Het hoeft zelfs niet eens in koeien van letters.

Is de vraag wat er met onze democratie gebeurt en waar het met de maatschappij en met de mens zelf naartoe gaat dan niet belangrijk genoeg voor lui die zichzelf nochtans voorhouden dat de pers ‘de vierde macht’ is? Zien die mensen zelf niet dat het ophokken van de burgerij niet kàn kloppen?

Waarom verkiest de pers de sensatiejournalistiek? Voorzeker niet uit bezorgdheid. Het antwoord is, vrees ik, buitengewoon simpel: angst verkoopt en dat is het enige wat de mediabazen interesseert. Als de belastingbetalende burger daarvoor moet bejegend worden als een stout kind dat bang gemaakt wordt voor de zak van Zwarte Piet, dan moet dat maar.

Waartoe dit alles moet leiden, weet ik niet.

Maar burgers zijn geen stoute kinderen. Burgers moeten niet braaf zijn. Het zijn bewuste, soevereine menselijke wezens, niet meer dan het journaille, maar zeker niet minder.

De geschiedenis leert dat de elites, waartoe de media zich rekenen, soms finaal van de kaart worden geveegd.

Omdat ik voor de democratie kies en omdat ik die democratie zie als de grote historische kans van de werkende mens zit in dat kleine vierletterwoordje soms mijn nieuwjaarswens voor alle lezers van Doorstroming opgesloten.

 

Mijn wens en mijn hoop.

 

 

Jaak Peeters

December 2020

 

 

 

Marc Van Ranst en het neo-unitarisme

Het valt niet langer te loochenen: sinds liberalen en de zogenaamde groenen aan de macht zijn wordt het belgicisme weer fel opgekoterd.

 

Dezer dagen verschenen in zowat alle noord-Belgische kranten artikels waarin verkondigd werd dat onze staatsstructuur doden veroorzaakt. Marc Van Ranst had namelijk als oorzaak verkondigd dat er in België acht ministers van volksgezondheid zijn.

Natuurlijk had hij ook kunnen zeggen dat met een correcte bevoegdheidsverdeling dit soort alarmistische artikelen zinloos zou zijn geweest. Of hij had kunnen zeggen dat in een confederaal België slechts twee excellenties bevoegd hoeven te zijn voor gezondheidszorg.

De noord-Belgische pers had de uitspraken van Van Ranst ook kunnen kaderen. Bijvoorbeeld door te stellen dat ook de immigratie oorzaak van doden is. Immers: hoe dichter bevolkt, hoe meer verkeer. Hoe meer verkeer, hoe meer verkeersdoden. Logisch niet?

Heeft iemand zoiets kunnen lezen? Neen hoor, want dat is extreem rechts.

 

Sorry: maar hier lees ik demagogie van het zuiverste water. Ziehier wat Wikipedia schrijft over demagogie.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Demagogie#:~:text=Demagogie%20(%3E%20demagogisch%3B%20van%20het,%22logica%22%20van%20een%20persoon.&text=Iemand%20die%20demagogie%20bedrijft%20zal%20niet%20direct%20onwaarheden%20naar%20voren%20brengen.

 

Zeg nu zelf: is het geen pure vorm van demagogie als iemand de simplistische theorie  verspreidt dat meer unitarisme levens zal redden? En wat moeten we nu over die Noord-Belgische media denken?

Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken krijgt het hier op een schoteltje, want voortaan bevindt hij zich waarachtig in goed gezelschap!

 

Van Ranst vindt dat één minister bevoegd moet zijn. Die kan dan meteen de knopen doorhakken.

Heuh?

Knopen doorhakken? Of de adviezen van Van Ranst ten uitvoer leggen?

Dat is namelijk een wereld van verschil.

 

Als het gaat om puur medische kwesties, dan moeten de adviezen van de specialisten worden toegepast. Het maakt dan niet uit dat er één, twee of zeventien ministers bij zijn betrokken, zomin als het uitmaakt dat er één of twintig politiecommissarissen bevoegd zijn voor de verkeerspolitie. Als wetenschappelijk bewezen is dat actie A noodzakelijk is om levens te redden, dan loopt daar geen weg langs.

 

Maar Corona is al lang geen louter medische kwestie meer. Het is een maatschappelijke kwestie. In De Telegraaf stond vandaag, 18/11/2020, de vraag te lezen of we voortaan nog buitenhuis mogen, als we niet gevaccineerd zijn. Sommige Nederlandse liberalen, VVD-ers, hebben zoiets écht op het oog. Zullen we binnenkort de supermarkt nog in mogen zonder vaccinatiebewijs? Beseffen we wat er aan het gebeuren is? En is mensen “ophokken” – zoals nu gebeurt – niet een maatschappelijke actie, waarmee heel veel andere belangen verband houden?

En dat alles onder het bewind van “liberalen”, nota bene!

 

Goed: we laten ons allemaal vaccineren met een product dat eigenlijk nog tien jaar op zijn bijwerkingen had moeten worden uitgetest. Maar we zijn allemaal brave lieden die trouw de bevelen opvolgen. Intussen stond in Metro evenwel te lezen dat er alweer een nieuwe besmettelijke ziekte werd ontdekt. Begint het spelletje dan weer opnieuw?

En wat zal er komen nà de zoveelste vaccinatie, de farmaceuten ten bate? Een chip in de linkerhersenhelft en eentje in de rechter, zodat iedereen makkelijker in het rijtje kan lopen?

 

Het gaat hier om een zaak die veel en veel verder reikt dan alleen maar de strijd tegen een virus. Het is een zaak van algemeen maatschappelijk belang. Men leze er De Tocqueville of  Orwell op na. Op maatschappelijk gebied hebben de adviezen van de dames en heren experts niet meer rechten dan die van de kritische, geïnformeerde burger.

En als het over maatschappelijke ordening gaat, dan gaat het over cultuur. Dan bestaat er een Vlaanderen en een Wallonië.

Dat laatste simpele feit kan niet worden weggeveegd door wat demagogie van een linkse unitaristische viroloog.

 

Van Ranst màg zich politiek links opstellen. In deze reeks werden trouwens al eerder enkele actiepunten voor een moderne linkerzijde opgegeven. Denk maar eens aan de betaalbaarheid van woningen. Tegenwoordig moet je al met z’n tweeën uit werken gaan en liefst nog een bijbaantje nemen om aan een appartementje van 85 m2 te komen. En dan verbazen we ons over de vele echtscheidingen?

 

De heer Van Ranst is ongetwijfeld een bekwaam viroloog en zijn vakadviezen moeten worden nageleefd – maar alleen als het vakadviezen zijn.

Maar als hij afdrijft naar platte demagogie moet hij in zijn kot worden gejaagd.

De noord-Belgische pers zelf zou beter wat grondiger nadenken, in plaats van mee te gaan in deze simplismen, die vooral de neo-unitaristen ten goede komen, onze burgerlijke vrijheid beperken en voorts ingaan tegen de gang van de geschiedenis.

 

 

Jaak Peeters

November 2020

 

Over nepnieuws en indringende vragen…

De New York Times staat niet bekend om haar extreemrechtse sympathieën. Integendeel, want nogal wat mensen ergeren zich wel eens over het politiek correcte gedrag van haar redactie.

Dezer dagen stond er volgens een bekende correspondent wel degelijk in diezelfde NYT te lezen dat tot wel 90% van de in Amerika uitgevoerde Covid-19-tests die positief testen in feite negatief zou moeten zijn. De betrokken correspondent benadrukte bij herhaling dat het effectief om de NYT gaat. Die krant heeft ook onderzocht waar die 90% vandaan komt. De essentie is dit: men schraapt met een wattenstaafje of iets van dien aard wat cellen uit neus of keel en onderzoekt die naar de aanwezigheid van erfelijk Sars-materiaal. Bij iemand die besmet is vindt men dat erfelijk materiaal. Vervolgens wordt dat materiaal tot wel vijftig keer verveelvoudigd. Dat heeft tot gevolg dat de besmettelijkheidsgraad fel overschat wordt.

Dat is belangrijk, want de vraag luidt of deze procedure ook bij ons gevolgd wordt. Indien dat zo is schept dat een probleem, want de op die manier fel overschatte besmettingscijfers dienen als basis voor een hoop beperkende maatregelen, waarvan er een aantal gewoon desastreus zijn voor onze samenleving.

Nu zal er wel niemand aan twijfelen dat Covid-19 een erge ziekte is, erger dan een gewone griep – al maakten zowel de Aziatische als de Spaanse griep veel meer doden dan Covid-19 tot nog toe.

Dat er dus maatregelen worden genomen kan niemand de autoriteiten ten kwade duiden.

De vraag is nu of de thans geldende maatregelen gepast zijn. Daar worden felle discussies over gevoerd en ook dat is heel normaal.

 

Maar de hele zaak doet niettemin nog andere scherpe vragen rijzen voor wie naar de jaren dertig van vorige eeuw wil kijken.

 

Maandenlange mentale manipulatie door ‘experts’, politici en media hebben namelijk een algemeen klimaat van angst geschapen. Mensen wordt smetvrees aangepraat, ze berispen elkaar als ze denken dat iemand zijn of haar kapje niet goed draagt of zijn zelfs bereid medemensen over te dragen aan politie. De overheid stuurt intussen anonieme controleurs op pad.

Je hoeft geen historicus te zijn om hierbij te gaan huiveren.

Ook in de jaren dertig van vorige eeuw heerste er een algemeen klimaat van angst. Toen waren het de communisten en de Joden die de mensen bang maakten. Vandaag zijn het virussen.

In dat klimaat van algemene angst konden organisaties zoals Gestapo hun afzichtelijke werk doen en werden daarbij nog door grote delen van de bevolking gesteund.

Zelfs de oorlogsretoriek ontbreekt niet. Zei Emmanuel Macron niet “nous sommes en guerre »?

En zei Hermann Göring niet dat je met mensen alles kunt doen, als je ze maar bang genoeg maakt?

Ook in de jaren dertig van vorige eeuw werd die angst opgeklopt. Ook toen deden vele media driftig mee.

 

Wie hier kritische vragen over stelt krijgt zo stilaan het gevoel dat hij of zij gerangschikt wordt bij de verwerpelijke lieden die nepnieuws verspreiden. Zelfs de EU vindt het nodig om zich daarmee bezig te houden.

Maar die zogenaamd verwerpelijke lieden willen alleen maar de hele waarheid kennen. Ze willen in hun media ook een verslag van het onderzoek van de New York Times kunnen lezen. Ze willen niet uitgescholden worden voor asociale egoïsten omdat ze niet klakkeloos alles aannemen wat hen vanuit de media wordt voorgeschoteld.

 

Die media en bijhorende politici gaan er overigens nogal brutaal op los. Wie hen niet kritiekloos gelooft doet aan nieuwsvervalsing en ontkent de ernst van de toestand. Alsof die honderdduizenden hooggeschoolde Vlamingen inmiddels niet weten dat Covid-19 een erge kwaal is!

 

Er bestaat ook zoiets als humanisme, vrijheid en emancipatie.

 

In plaats van de bevolking gelijk weg te zetten als onbekwaam tot fatsoenlijk sociaal gedrag en de hele tijd een angstpsychose op te kloppen, kunnen media en co ook de goede krachten in de burgers aanspreken.

Ik zou wel eens willen weten hoe onze samenleving eruit zou zien als de kranten de hele tijd lang de mensen in die richting zouden hebben aangemoedigd, in plaats van ze angstig te maken.

Dan had bovenstaande angstaanjagende vergelijking geen zin gehad.

 

 

Jaak Peeters

November 2020

 

Raf Debaene uitgedaagd

In deze bijdrage wil ik een beschouwing maken als reactie op enkele heel tekenende zinnen van Raf Debaene in zijn Voorwoord van het septembernummer van De Uil van Minerva.

De tekst van deze bijdrage neemt afstand van de stellingen van Debaene en tracht aan te geven waar de auteur de plank misslaat, waarbij hij wellicht onbewust dezelfde fout maakt als zovele andere hedendaagse schrijvers. Ik zal dat niet op een polemische manier doen, maar wel op een confronterende wijze.

Eerst zal ik Debaene voorstellen.

Vervolgens zal ik meedelen wat hij schrijft.

Daarna volgt mijn commentaar dat in drie afzonderlijke hoofdparagrafen uiteenvalt.

 

Wie is Raf Debaene?

 

Debaene is één van de drie eindredacteurs van het tijdschrift De Uil van Minerva, waarmee mensen zoals Jacques De Visscher, Raoul Bauer en Toon Braeckman op de een of andere manier geassocieerd zijn. De ondertitel van het tijdschrift luidt: “Tijdschrift voor geschiedenis en wijsbegeerte van de cultuur”.

Voor de kost doceert Debaene als lector aan de Arteveldehogeschool in Gent. Hij is verbonden aan het departement sociaal werk, waar hij filosofie geeft.

Naast zijn educatief werk is Debaene actief als schrijver en spreker. Zo sprak hij op een congres van de Liga van de Mensenrechten, die, zoals bekend, zowat in dezelfde ‘korf’ aan te treffen valt als De Wereld Morgen, Unia, Kif Kif en Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Ook bij Apache is Debaene niet onbekend.

Bij Sociaal.net publiceerde hij Democratie heeft nood aan sociaal werk, waarbij hij zijn stelling uitte dat de sociale werker de mensenrechten als centrale leidraad moet nemen. Velen, waaronder ikzelf, menen dat deze stellingname niet zo vanzelfsprekend is want afhankelijk van de definitie van mensenrechten, maar daar ga ik hier niet op in. Debaene neemt het discours van de mensenrechten als een centrale leidraad van zijn optreden en zijn stellingnamen.

In het voorbijgaan tracht Debaene ons te overtuigen van de rechtmatigheid van zijn afwijzing van figuren als Dalrymple en Burke.

De lezer zal nu zeggen: Raf Debaene staat dus links – en misschien zelfs vrij ver links. Dat schijnt wel de norm te wezen in opleidingen voor sociaal werk en in dat opzicht valt Debaene dus niet op.

Toch moet ik zeggen dat Debaene ooit in het tijdschrift Oikos[1]  een interessante reactie publiceerde op de positie van Guy Tegenbos. In die reactie trekt Debaene onder meer van leer tegen het modernisme van de ‘competenties’, waarmee het personeelsbeleid van tegenwoordig zo vaak vergiftigd wordt. Naar mijn oordeel zegt hij terecht dat deze competentie-denkwijze de kwaliteiten van de menselijke persoon herleidt tot wat hem of haar in het economisch proces nuttig maakt. Mijn eigen ervaring als ex-leidinggevende dwingt me ertoe dit competentiedenken af te wijzen als eenzijdig en contraproductief. Ik heb ondervonden dat alleen het ernstig nemen van de medewerker als volwaardig mens een goede basis is voor succesrijke samenwerking.

 

Debaene over identiteit

 

Wat me aanzet om op de uitspraken van Debaene te reageren is een heel kort maar veelzeggend stukje in zijn voorwoord van De Uil van Minerva[2].

 

Ik citeer: “De andere kant van het polemisch genre dat hier wordt beoefend, is natuurlijk dat eenzijdigheid, overdrijving en karikaturisering niet ver weg zijn, zoals beide auteurs ook meteen zelf aangeven. (…) maar op die manier neigen ze naar een vorm van identitarisme, een fenomeen waarmee we in België jammer genoeg maar al te vertrouwd zijn: anderstaligheid wordt hier opgeblazen tot essentieel verschillende identiteit van bevolkingsgroepen die het samenleven haast onmogelijk maakt. De eigen identiteit kan echter slechts enige schijn van reële inhoud krijgen door vooral negatieve kenmerken toe te kennen aan de andere.”

 

Inleidende kritiek

 

De auteur toont zich hier een aanhanger van het postmoderne geloof dat identiteit slechts schijn is. Identiteit heeft volgens hem geen werkelijke inhoud. Wat meer is, en om de zaak nog zwarter te maken dan ze al lijkt, is een dergelijke identiteit slechts definieerbaar door de vermeende slechte kenmerken van ‘de andere’ in het licht te stellen.

Met alle respect: maar dit is onzin. Een mus heeft een duidelijke identiteit: haar verenkleed, gezang, foerageergedrag, leefwijze enzovoorts. Een planeet heeft een duidelijke identiteit: Jupiter is een grote gasplaneet waarop leven zoals wij het kennen ondenkbaar is. Een wetenschappelijk vak heeft een duidelijke identiteit: elke wetenschap heeft een eigen materieel en formeel voorwerp. Telkens weer kun je een aantal kenmerken opsommen die het benoemde onderscheiden van het andere. Maar betekent het feit dat ik de planeet Jupiter een identiteit toeschrijf tegelijk dat ik de planeet Saturnus misprijs?

Het is duidelijk dat het begrip identiteit in de milieus die Debaene frequenteert een negatieve betekenis heeft. Die mensen slagen er dus niet in om op een neutrale manier dat begrip te hanteren.

Dat tast de geloofwaardigheid van hun hele verhaal ernstig aan.

 

Eerste hoofdkritiek

 

Debaene betreurt kennelijk dat de verschillen tussen Vlamingen en Walen “opgeblazen” worden. Er zijn misschien wel verschillen, maar ze zijn te pietluttig om het samenleven in de staat België onmogelijk te maken.

Ik begrijp niet dat Debaene niet in de gaten heeft dat hij zélf een politieke voorkeur voor een staatkundige identiteit uitspreekt. Wat hij zegt is dat de entiteit België wél een relevant uitgangspunt is, maar de entiteit Vlaanderen niet – of althans niet in die mate dat ze de entiteit Belgie kan/mag vervangen.

Maar waarom zou dat zo zijn? Kijken we even naar de start van dit koninkrijk. Het is gesticht door de Franstaligen die gevormd werden tijdens de Franse bezetting in een revolutie die door een referendum bij een grotendeels ongeletterde bevolking zogenaamd gelegitimeerd werd. Waarom zou zulk een politieke constructie voorrang moeten krijgen op een entiteit Vlaanderen die zonder revolutie, met veel bloed, zweet en tranen en op een democratische manier tot stand is gekomen?

Het is aan Debaene en zijn geestesgenoten om dat uit te leggen.

 

Tweede hoofdkritiek

 

Debaene maakt dezelfde fout als in vele Vlaamsnationale milieus wordt gemaakt: identiteit is zoiets als een schimmig kroontje dat boven de hoofden van de bezitters van die identiteit zweeft.

Zolang we in de contouren van de schimmigheid blijven ronddwalen zullen we nooit tot redelijkheid komen.

In mijn Vlamingen zijn fatsoenlijke mensen heb ik een lang hoofdstuk gewijd aan een andere manier om naar identiteit te kijken. Ik heb daar identiteit beschreven als een geheel van betekenissen – psychologen zeggen: cognities – die in hoofde van de betrokken persoon of groep meer dan gemiddeld voorkomen. De modale Vlaming spreekt iets wat op Nederlands lijkt, vindt geen graten in de lintbebouwing, heeft op school een hoop dingen geleerd die je in Duitsland niet leert, leest Vlaamse kranten of tijdschriften en kijkt naar VTM of VRT en neemt de inhoud van die media in zich op.

Maar diezelfde Vlaming heeft Engels geleerd, of Frans. Gaat naar Spanje met vakantie, net als Duitsers. Hij is vakman en heeft als zodanig dezelfde knepen geleerd als zijn vakgenoot uit Canada. Enzovoorts.

In plaats van schimmigheid krijgen we op die manier iets dat we zouden kunnen proberen te kwantificeren: een opsomming van betekenissen. Daar kun je wat mee.

De Vlaamse identiteit is dus de verzameling betekenissen die je in Vlaanderen meer dat gemiddeld aantreft. Zo heeft Wallonië zijn identiteit en heeft Gent een eigen identiteit, de Limburgers hebben die enzovoorts.

Het is mij een volstrekt raadsel wat zoiets met “uitsluiten” of “overdrijven” te maken heeft.

Maar je moet wel helder definiëren.

 

Derde hoofdkritiek

 

Ik kom hier op een terrein dat de heer Debaene ongetwijfeld beter bekend is: de Franse schrijver Michel Foucault. Ik ga uit van mijn eigen (eigenzinnige) interpretatie van Foucault[3].

 

Foucault is bekend voor zijn analyse van het spreken. Spreken is volgens hem in principe opdringerig. Het is het doen van een zet, waardoor de tegenspeler al dan niet schaakmat kan raken.

Vergelijk het met de kolonel die met zijn bataljon een terrein bezet. Door dat te doen drukt hij de tegenstander weg, want je kunt niet tegelijk niet- en wél bezetter zijn.

Wie spreekt doet dus niet alleen een uitspraak, maar neemt terrein in – weliswaar geen fysisch terrein, maar een stuk terrein in het discours. Het is aan de tegenpartij om hier gepast op te reageren. Om dat te kunnen doen moet de tegenpartij uiteraard een distantie aannemen ten aanzien van de bezetter: hij moet afstand nemen, want anders is hij overwonnen.

Vervolgens moet hij reageren. Als we even de militaire retoriek laten varen, dan verschijnt hier wat Foucault de Parrèsia noemt: het vrijmoedig spreken[4].

 

Wat betekent dat?

Ik kan iemands standpunt herformuleren. Ik kan er vragen bij stellen. Ik kan wijzen op logische tekortkomingen. Dan ben ik nog altijd niet de polemist, maar ik spreek wel ‘vrijmoedig’: ik zeg wat ik denk te moeten zeggen. “Ik sta in mijn eigen kracht” – zegt een dochter van me zo vaak. Of nog: de enkeling verschijnt hier als een soort ondernemer van zichzelf[5].

 

Ik kan niet anders dan dit laatste als een uiting van humanisme te beschouwen, een humanisme zoals dat in de geschiedenis van de westerse emancipatie is verschenen en dat we misschien weer volop aan het verliezen zijn. Het is het humanisme van de zelfbeschikkende mens, als lid van een zelfbeschikkende gemeenschap – want het één kan niet zonder het ander.

De nationalist – dit is: de persoon die zijn volk tot een moderne (al dan niet soevereine) bestuurlijke natie wil uitbouwen – is de persoon die ‘in zijn eigen kracht staat’, als een ondernemer, niet van een individu, maar van de gemeenschap waartoe hij behoort.

Dat is een principieel positieve houding die niets van doen heeft met afkeer voor het andere en die geen overdrijving nodig heeft om zichzelf te vestigen.

Het is gewoon…vrijmoedig spreken en handelen. Of nog: zichzelf van een rechtmatige plaats in het steekspel onder mensen en volkeren verzekeren.

Is daar iets mis mee?

 

En hiermee daag ik de heer Debaene dus uit, want hoewel hij het doet voorkomen wars van polemiek te zijn, lijkt het mij geen goed uitgangspunt voor een niet-polemisch gesprek wanneer je in je uitspraken al vooraf uitgaat van negatieve stereotypering van je tegenspeler.

 

 

Jaak Peeters

Oktober 2020

 

 

 

 

 

 

 

[1] Raf Debaene. Onderwijsvernieuwing en democratie. Oikos, 2012, nr 63.

[2] Raf Debaene. Voorwoord. De Uil van Minerva, volume 33, nr 3, 2020 blz. 193.

[3] Ik neem hier afstand van de uitspraken van R. Scruton over Foucault.

[4] Michel Foucault. Parresia. Vrijmoedig spreken en waarheid. Krisis-onderzoek nr 1, inleiding door Machiel Karskens.

[5] Fernand Tanghe. Actualiteit van Foucault? Filosofie Tijdschrift. Jaargang 30, juli-augustus 2020, blz. 31.

Quid N-VA?

Nu de Grote Pers op velerlei toonaarden de lof van de nieuwe Belgische regering zingt, viel me onder de commentaren volgende uitspraak van Carl Devos op: “niet N-VA of VB vormen een gevaar voor Vivaldi, maar Vivaldi zelf”. In Humo liet Jan Peumans optekenen dat hij het een raadsel vindt hoe ze die Vivaldi-boel bij elkaar gaan houden.
Als Vlaamsgezinden moeten we ons niet meer met Vivaldi zelf bezig houden dan nodig is om onze eigen posities te versterken.

Vooraf vind ik dat N-VA blij mag zijn NIET in de regering te zetelen, want de problemen zijn immens – zoniet onoverkomelijk. Zoals enkele topeconomen al lieten verstaan: voor al dat beloofde lekkers is er gewoon geen geld. N-VA zou zich in die hete soep hebben verslikt.
Wat nu telt is slechts: hoe winnen we de volgende verkiezingen? Daarmee is bedoeld: hoe versieren we een positie die ons in staat stelt om Vlaanderen écht vooruit te helpen?
Daarmee wordt de aandacht voluit naar de oppositie gericht.
NVA is politiek in het defensief gedrongen. Zoiets gebeurt vaker in de politiek en zeker als je weet dat separatisten tegenover belgicisten staan, deze laatste geleid door de raadgevers van Le Palais.

Laten we vooreerst opmerken dat deze situatie in de recente geschiedenis van ons volk niet nieuw is.

Enkele beschouwingen.

1. Op de eerste plaats moeten we ons afvragen of we een juist beeld hebben van de politieke grondstroom in Vlaanderen. Walter Pauli beweert dat die niet rechts is, want de Vivaldi-partijen zijn in Vlaanderen niet in de minderheid. Zo simpel is het echt niet. Ik weet niet of het linkse in SPA en dat van PVDA zo goed samengaan. Dan is er nog de vraag: quid CD&V? Dus mag je niet simpelweg optellen, zomin als je Vlaams Belang en N-VA bij elkaar mag optellen.
2. De vraag is voorts: wat is rechts? Neem nu VB: dat voert een sociaal-economisch links discours. Het is wel degelijk mogelijk dat dit discours een meerderheid heeft in Vlaanderen. Het is zelfs denkbaar dat verschillende punten uit PVDA-programma aansluiten bij de Vlaamse grondstroom. Dat is niet zo onzinnig, want zulke sociaal-economische houding sluit aan bij het Vlaamse onderdanigheids- en achterstellingsgevoel en het past perfect in een crisistijd. De vraag hierbij luidt dan ook of N-VA niet een te liberalistisch of zelfs hautain discours voert.
3. In ieder geval heb je nu in Vlaanderen twee posities die vaak het etiket ‘extreem’ opgeplakt krijgen. Ik spreek me niet uit over de terechtheid hiervan: zelf vind ik sommige punten van PVDA aantrekkelijker dan die van VLD. Ik reken mezelf toch niet tot de extremen. Aan de andere kant zijn vele nationalistische bewegingen in de wereld sociaal-economisch links – en daar valt wel degelijk wat voor te zeggen. Dus is de positie van VB misschien vooral extreem in belgicistische ogen.

In dat alles schuilt meteen een les.

a) Er is zeker nood aan een centrumpartij. Met delen van CD&V kan N-VA die positie innemen.
b) Met het oog op latere bondgenootschappen is het zeer onwijs om de retoriek van onze belgicistische vijanden over te nemen. VB is niet ‘extremistisch’, maar radicaal-rechts, tegenover een centrum-rechts N-VA. Je neemt overigens nooit het taalgebruik van je tegenstander over – dan sukkel je onvermijdelijk in hun moeras! Met het taalgebruik neem je immers ook de logica en de denkwereld over.
c) De begrippen rechts en links moeten scherper worden gedefinieerd. Links is misschien niet zozeer sociaal-economisch links, want dat is eerder volks en gericht op rechtvaardigheid. Links vind je dan vooral bij Groen: open grenzen, antinationaal, toegeeflijkheid in justitie, verslapping van de onderwijsnormen enz. Daarmee is ook rechts meteen gedefinieerd.
N-VA neemt thans een centrumpositie in op het vlak van migratie en immigratie. Maar zonder een fellere houding ten aanzien van bijv. de aanpak van misdadigheid komt dit in de ogen van vele kiezers over als totaal laissez-faire ten aanzien van ‘lichtgetinte’ deugnieten. Daar hebben veel Vlamingen terecht grote moeite mee. Terloops: de vivaldi’s willen het gerecht vereenvoudigen en toegankelijker maken en digitaliseren. Maar dat is voor de mensen niet het probleem. Het probleem is dat de door de politie opgepakte deugnieten weer vrijgelaten worden wegens tekort aan cellen. Het probleem is voorts dat de cellen buiten proportie gevuld zitten met namen van vreemde oorsprong. Wie dàt laat liggen, legt de bal gereed voor doel voor VB!
d) N-VA zal een zware inspanning moeten leveren om zijn liberalistische sympathieën wat te temperen. Niemand twijfelt aan het nut van het vrije ondernemen, zeker niet binnen VB en misschien zelfs ook niet altijd binnen PVDA. Maar je moet de VLD op haar eigen terrein niet willen overbluffen. Dus ook op dat gebied is een centrumpositie noodzakelijk. Is er die altijd?
e) De feiten dwingen tot een houding die neerkomt op het voorbereiden van de volgende verkiezingsslag. Vooral een Vlaamse centrumpartij moet gereed staan als redelijk alternatief voor het geval dat Vivaldi vroegtijdig in elkaar stuikt (eerste scenario) of tot aan haar voorziene einde voortsukkelt (tweede alternatief).
f) De manier van oppositie voeren moet voor een centrumpartij inhoudelijk zijn, mede omdat je tegen de militante slagkracht van VB niet op kunt. Op emotioneel gebied is VB gewoon niet te kloppen – en de vraag is of men dat wel moet willen. Van VB kan N-VA alleen inhoudelijk winnen of zich onderscheiden.
g) Echter – en dit is echt fundamenteel – dan moet de partij dringend haar communicatiestrategie veranderen. Kort gezegd: het kiesvolk weet gewoon niet waar N-VA voor staat! N-VA heeft gewoon geen contact met de modale kiezer. N-VA komt niet duidelijk en geprononceerd tot in de hersens van de kandidaat-kiezer. Dat is onbegrijpelijk voor een rijke partij. Die slechte communicatie is verreweg de grootste fout van de N-VA-leiding. Of die communicatie noodzakelijk via facebook moet lopen weet ik niet, al moet ik zeggen dat men de kracht van dat smoelenboek niet mag overschatten. Vooral wat rijpere mensen zijn vatbaar voor zowel de financiële kanten van het nationalistische verhaal als voor de hiervoor aangegeven centrumrechtse houding. Dat komt omdat dit soort mensen al jaren in het leven staat, belastingen betaalt en het huis afbetaalt. Men zegt dat ze gematigder zijn geworden door de ervaringen van het leven. Ik vermoed dat ze vooral realistischer zijn geworden en weten wat echt belangrijk is. En die mensen vragen voldoende tekst en uitleg. Misschien zit daar het grote blok van de N-VA-kiezers.

Tenslotte is het mijn overtuiging dat het niet aan de nationalisten is om elkaar te bestoken. Dat geldt zowel voor N-VA als voor VB. Ze hebben beide een functie. VB kan de onafhankelijkheid niet realiseren omdat het met een extremistisch etiket opgescheept zit, wat de buurstaten zou doen steigeren. Maar N-VA raakt nooit aan voldoende zetels om het doel te bereiken.

 

Oktober 2020