Pyongyang aan de Zenne?

Op 18 december schreef de maoist, Blommaert-discipel en PVDA-ideoloog Ico Maly een stuk waarin hij, net als al zijn andere al dan niet extreem-linkse vrienden, N-VA bewust en uitdrukkelijk neoliberaal noemde. Het was een antwoord op een stuk van Liesbeth Homans.

Ik zal deze kwalificatie kort duiden: ze is bedoeld om N-VA in de rechtse, dus anti-progressieve en meteen onderverstaan slechte hoek weg te zetten.

Maly en zijn geestesgenoten schuwen daartoe geen valse technieken. Eén ervan is staalhard te liegen over wat de tegenstander écht zegt, het adagium indachtig: “mentez, mentez! Il y en restera toujours quelque chôse!”

De recente congresteksten van N-VA zijn immers bijzonder helder. N-VA wil alle Vlamingen een sociale zekerheid bieden, die hun zekerheid is. “Een sociaal beleid specialiseert zich niet in subsidies en uitkeringen, wel in het voorkomen van armoede en het scheppen van sociale mobiliteit.”( p. 8 van de congresbrochure). En voorts: “Verandering is nodig om onze welvaart en ons welzijn veilig te stellen en ons sociaal weefsel te beschermen” (p.8)

De brochure bevat tientallen uitspraken van dit soort. Het is dus geen toevallige uitschuiver.

Wat zégt N-VA hier eigenlijk? Ik zwijg hier over de teksten van het Vlaams Belang die vaak een gelijkaardige strekking uitstralen, maar die ikzelf onvoldoende ken.

Wat hier staat is dat N-VA grondige structuurhervormingen wil, precies om het paradepaardje van vele zichzelf links noemende roepers veilig te stellen, nl. de onderlinge solidariteit en sociale zekerheid. Door die aan te passen aan de noden van de Vlamingen en de eisen van de moderne tijd, door ze betaalbaar te houden of te maken en door ze pro-actief te laten functioneren, zodat problemen worden voorkomen in plaats van post factum opgelost, wil N-VA ons welzijn veilig stellen en de samenhang in onze samenleving beschermen. Maly beweert dat wie de overheid afslankt, daardoor de sociale zekerheid eveneens afslankt. Dat is pertinent onwaar. Wie de overheid afslankt en die arbeidskracht in een productieve economie inzet, schept meer middelen, onder meer voor sociale zekerheid. Maly is verstandig genoeg om dat zelf in te zien, verkiest een andere houding. En evengoed weet hij dat nergens ter wereld het recht op uitkering bij werkloosheid onbeperkt geldt in de tijd. Maar ook dat verzwijgt hij.

De N-VA-positie is zonder meer het tegengestelde van neo-liberalisme, waarbij Maly zélf erkent dat N-VA zich distantieert van het individualisme. Maar de heer Maly moet eens uitleggen hoe je liberalisme überhaupt zelfs maar kunt dénken, zonder tegelijk een fel individualisme te onderstellen? Maly beweert dat N-VA zich niet van neoliberale doctrines an sich distantieert. Wil de heer Maly eens nader omschrijven welke die doctrines dan wel zijn mogen? Ik alvast vind er in zijn tekst niets over. Dat is nogal vreemd allemaal: aan de ene kant de grondslag van het liberalisme verwerpen, doch aan de andere kant wél de doctrines onderschrijven? Dat lijkt me eerder op het rondspuien van intellectuele mist dan op een heldere analyse.

Maly moet nog wel meer uitleg geven. N-VA ( en eigenlijk alle Vlaamsdenkenden in ons land) gebruiken volgens hem de natie als steunpilaar van het neoliberalisme. Maar wat richt links dan in Europa uit? Links doet toch driftig mee aan de opbouw van Europa? Gebruikt links dan ook Europa als steunpilaar van het neoliberalisme – want de politiek van de EU kan toch moeilijk anders dan als liberaal worden omschreven? Zou meneer Maly dan niet eens eerst zijn linkse vrienden aanporren tot stichtelijker gedrag? Ingevolge Maly’s eigen standpunt dat het neoliberalisme op een niveau boven de natie moet worden bestreden, kan ik moeilijk anders dan Maly’s linkse geestesgenoten nul op het rekest geven.

Onze extreemlinkse landgenoten moeten trouwens onderling wat beter overleggen. Want Maly beweert dat neoliberalen voor het behoud van de naties zijn, terwijl zijn partijgenoot Thomas Decreus in De Wereld Morgen precies het omgekeerde beweert. Tja: als extreemlinks àlles beweert, wordt het wel moeilijk om er enig geloof aan te hechten. Ik ga hier niet verder op in. Peter de Roover heeft dat overigens in Doorbraak al gedaan. Wie naar de feiten kijkt, weet meteen dat Maly en zijn geestelijke vrienden ofwel liegen, ofwel scheel kijken.

Ik daag hen trouwens uit om eens persoonlijk met Johan van Overtvelt te gaan praten en dan vervolgens eerlijk te zeggen of de kwalificatie die ze hem geven, nl. die van neoliberale hardliner, wel zo klopt. Wedden dat niemand onder hen dat gesprek ooit voerde? Ik heb dat dus wél gedaan. Van Overtvelt beschouwt economie als toepassing van wiskunde. Net zoals een ingenieur wiskunde moet toepassen om goede bruggen te bouwen, moet de econoom wiskunde toepassen om goede economische maatregelen te nemen. Dat heeft niets met doctrines van doen, zoals Maly en co denken. Overigens is Van Overtvelt veel kritischer tegenover het neoliberalisme van de EU dan extreemlinks zelfs maar bevroedt. Deze politiek duwt nl. miljoenen Grieken in de armoede. Dixit Van Overtvelt.

Is dat de vermaledijde neoliberale N-VA-hardliner waarvoor Maly waarschuwt?

Dan valt het allemaal nog wel mee, zou ik denken.

Er is iets anders, dat me véél meer dwars zit.

Maly valt het grondprincipe van onze menselijke samenlevingen zelf aan.

Ziehier wat Maly zelf schrijft:

De basis van het N-VA-project is het ‘nieuw nationalisme’. Dat nationalisme koppelt een klassiek etnisch natiebegrip (wij zijn Vlamingen omdat we hier geboren zijn en delen dus een taal en een cultuur) aan een voluntaristische natie (nieuwkomers zijn welkom als ze Vlamingen onder de Vlamingen willen worden). Meteen wordt duidelijk dat het eerste natiebegrip dominant is: nieuwkomers zijn welkom als ze zich schikken naar de waarden, normen en de taal die ‘typerend’ is voor de oernatie. Die natie mag dan wel nieuwkomers welkom heten, het is de bedoeling dat ze die natie sterker maken en uitbreiden. Ze worden dus niet geacht die natie te veranderen. Het ultieme doel van dat nieuw nationalisme is hetzelfde doel zoals in elk nationalisme van de 20ste eeuw: natie wordt natiestaat.

Wat dat betekent? Dat betekent dat we als Vlamingen zouden moeten afzien van de verwijzingen naar het oude Vlaamse illo tempore in de Vlaamse collectieve ziel, naar de inval van de Germanen, naar de Slag van de Gulden Sporen, Jacob van Artevelde, Nicolaas Zannekin, Jan zonder Vrees en de graven van Egmont en Hoorn – en daarmee de verwijzing naar ook de Noordelijke Nederlanden, het tegenwoordige Rijksnederland: dat alles vormt immers basis van de etnische Vlaamse identiteit. Anthony Smith, die als geen ander dit soort toestanden heeft ontleed, omschrijft zes attributen voor elke etnie: 1. Een eigen naam voor de collectiviteit; 2. Een mythe van een gemeenschappelijke oorsprong: 3. Gedeelde historische herinneringen; 4. Een gemeenschappelijk cultureel kenmerk; 5. De ervaring van een eigen, historisch thuisland; 6. Een significante mate van onderlinge solidariteit.

Die kenmerken zijn allemaal terug te vinden in onze Vlaamse identiteit. Ze gelden trouwens universeel, ook voor zogeheten“primitieve” stammen. Voor wie niet van etnische denkwijzen houdt: ik vind in de criteria van Smith niet één ongewenst element. Ik verklaar dus dat dit etnisch-nationaal denken op zich helemaal niet ongewenst is.

Dààr knijpt echter het schoentje.

Maly wil namelijk niet dat de Vlamingen hun etnische eigenheid behouden. Hij wil helemaal géén etnische identiteit, nergens, vermits het hier om universele principes gaat. En Vlamingen moeten hun identiteit veranderen. Ànders gezegd: zij moeten zichzelf van hun eigen wortels wegsnijden, zichzelf ontwortelen. Etnisch zelfmoord plegen.

Wij, Vlamingen, worden door Maly en andere linkse extremisten verondersteld bereid te zijn tot collectieve etnische zelfmoord.

Wat er voor die etnische identiteit in de plaats moet komen? De verwijzing naar de Leer van de Heilige Marx natuurlijk, naar het illo tempore van de sociale onderdrukking van de proletarische massa door de kapitalistische bandieten, zodat de strijd altijd kan worden voortgezet. Tot in der eeuwigheid, zonder einde. Ziedaar het extreemlinkse universalium. Kortom: dit is de verwijzing naar de oude oermythe van de eeuwige strijd tussen de Goede Krachten en de Krachten van de Duisternis, zowat de meest primitieve oermythe die eens mens maar verzinnen kan. De zoveelste versie van de utopie dus van een ideale wereld, afgezet tegenover de ellende en de donkerte, veroorzaakt door de Slechten en de Bozen.

Dat alles ruikt niet alleen naar stalinisme, dat is het ook werkelijk. Het wijst zeer uitdrukkelijk naar de zelfbeschuldigingen in de schijnprocessen van het stalinistische Rusland, de zuiveringen en de executies in het Noord-Korea van vandaag, de Goelags waar Sacharov en zovele anderen moesten boeten voor hun eis naar het recht op vrijheid van denken. Dit is een maatschappij waar iemand die niet zuiver in de leer is neergeschoten kan worden, omdat hij niet past in de Grote Leer, veelal belichaamd door de Grote Leider en waarin iemand altijd niet zuiver genoeg in de leer kan worden bevonden en dus worden weggezuiverd.

Die leer is die van de illusies van de klassenstrijd tegen de grootst denkbare slechtheid van het prive-bezit. Arm tegen rijk. Het Grote Kwaad van vandaag heet voor de protagonisten van het neostalinisme niet Het Kapitaal zoals bij Marx en Engels, maar draagt de naam neoliberalisme.

Extreemlinks heeft, dunkt me, weinig reden om met enige trots zijn leerstellingen aan te prijzen.

Want tegenover de vrij duidelijk omschreven, uiterst menselijke streefdoelen van het Vlaamse nationalisme ( en dat niet alleen!), dat op eigen krachten en tegen het regime in zowat het grootste vredesmonument van de wereld neerzette, kan het neostalinisme alleen de rauwe werkelijkheid van de moordpartijen van de Sovjets, Mao en Pol Pot aanvoeren. Met als enige argument dat die zuiveringen nodig waren om tot hun utopische maatschappij te komen.

Ik denk hierbij aan Frank van Dun, die duidelijk gemaakt heeft dat utopieën nog nooit tot vrede of menselijkheid hebben geleid, maar altijd tot duisternis, dood en ellende. Dat we vandaag een klein beetje vrijheid hebben, is voor alles te danken aan de onafgebroken inzet van miljoenen vrije burgers die elke dictatuur altijd weer hebben bestreden. De feiten laten zien dat precies in een maatschappij die stabiel is, omdat ze op het principes van het etnische illo tempore berust, en die de ruimte biedt aan het vrije, open debat van mensen met uiteenlopende meningen, de welvaart en het welzijn de grootste kansen maken. In de maatschappij die ons voor ogen staat is er geen plaats voor egoïstisch liberaal-kapitalisme, dat met wat meer ijver dan vandaag door een menselijk socialisme zou moeten worden bestreden. Maar er is evenmin plaats voor een doctrinaire Stalinistische orthodoxie. Ik vraag me af wanneer er rond dit laatste een cordon sanitaire wordt gelegd, want daar is duizend keer meer reden toe dan voor het thans bestaande.

Niemand betwist dat bijzondere omstandigheden bijzondere maatregelen kunnen vereisen. Maar in een wereld waarin 80% van de bevolking door Marx als “bourgeoisie” zou worden omschreven is er geen sprake van ‘bijzondere omstandigheden’.

Het ergert me ten zeerste dat een krant, die opgericht werd vanuit een vlaamsbewust standpunt, haar kolommen open stelt voor lieden die onze vrije maatschappij, die we van onze voorgangers geërfd hebben, ten bate van hun eigen ideologische illusies willen afbreken.

Alleen al ons respect voor onze voorgangers dwingt ons de waanideëen van Maly, Blommaert, Decreus en co met groot misprijzen af te wijzen.

Kort en duidelijk: wij willen geen Pyongyang aan de Zenne.

Jaak Peeters

Dec 2013

Op zoek naar zichzelf

Dezer dagen congresseert de SPA, de socialistische partij van Vlaanderen. Het is meteen al het tweede congres van deze partij op één jaar tijd. Dat is opmerkelijk, want een partij die het nodig heeft om binnen één jaar twee keer te congresseren, kan niet langer ontkennen dat ze een levensgroot existentieel probleem heeft.

En ondanks dit gecongresseer lijkt het er nog steeds niet op dat de Vlaamse socialisten zichzelf hebben teruggevonden. Het is zelfs de vraag of deze zoektocht niet hopeloos te laat komt.

In een zichzelf hoogachtend weekblad, waarvan ik hier om fatsoensredenen de naam niet vermeld, verklaarde de grote ideoloog van de SPA, Carl Devos, dat deze partij de morele plicht heeft weer bij het gewone volk aansluiting te vinden.

Volgens de geleerde politoloog uit Gent is de SPA teveel een bestuurderspartij geworden, die haar eigen ideologische “fond” is kwijt geraakt. Ze is vervreemd van haar eigen achterban, zeg maar, en , meer nog: van haar eigen bestaansreden. Daarom pleit Devos ervoor om out of the box te gaan denken.

Ik moet zeggen dat bij dergelijk gegoochel met Engelse termen mijn wantrouwen tot op de grootste hoogten wordt opgevoerd. Wie immers stelt dat er “out of the box” moet worden gedacht, geeft meteen te kennen dat het van geen kanten goed zit met zijn gekoesterd object.

Het is niet de eerste keer dat Devos zin partijgenoten oproept om eens écht en diep na te denken. Enkele maanden geleden pleitte hij er zelfs voor om de naam te laten vallen: “ de SPA moet op de schop”, liet hij optekenen. Toen verklaarde deze geleerde heer dat de SPA naar zijn smaak veel te defensief optreedt en het hele gebied van de solidariteit en gelijkheid met veel meer durf en enthousiasme voor zichzelf moet verdedigen. De linkerzijde, verklaart Devos, is te veel versnipperd over een SPA, PVDA en Groen. Voor de enen te links, voor de anderen te rechts, lijkt de SPA wel geplet te worden en meteen naar de tweede linie gespeeld door partijen als CD&V en N-VA.

Tja: zo’n analyse is geen kattenpis.

Ze komt neer op het neersabelen van het partijbeleid tijdens het laatste decennium.

Ze is de erkenning dat de SPA gewoonweg met de verkeerde dingen bezig is geweest.

Oh ja: de SPA werd geplaagd – zo zegt men dat – door een wel héél lange rij schandalen. Iemand heeft zich eens geamuseerd met het oplijsten van deze schandalen. Wie de man of vrouw die deze oefening deed concreet is, weet ik niet, maar hij of zij kwam aan het ronde getal van 150 schandalen en schandaaltjes sinds 1973.

Persoonlijk vind ik een aantal items uit deze lijst nogal wat bij de haren getrokken: het lijkt erop dat de auteur alles uit de kast heeft gehaald om het ronde getal van 150 te bereiken. 150 klinkt immers veel indrukwekkender dan 50 of 70. Sommige van deze schandalen hebben niets met het socialistische karakter van de deugnieten te maken. Onterecht onkosten inbrengen komt overal voor, en niet alleen in politieke partijen. Medewerkers in het zwart betalen is inderdaad asociaal, maar niet specifiek socialistisch. Een kabinet verbouwen voor een te hoge prijs is onfatsoenlijk, maar gebeurt helaas wel vaker en niet alleen in de openbare sector.

Maar er zijn wel een aantal dingen gebeurd die echt niet hadden mogen geschieden. De Agusta-affaire was er zo een. De fraudereeks in Charleroi is een ander. Guy Mathots parcours was niet altijd even kosjer. De benoeming door Onckelinx van bepaalde allochtone figuren tegen het dringende advies van de Staatsveiligheid in, kàn niet, evenmin als het exclusief toewijzen van allerlei juridische overheidsopdrachten aan een “verwante” van een socialistisch minister. En dan is er het lege Zilverfonds – al is die zaak voorzeker niet uitsluitend voor rekening van de SPA. En de gedragswijze van “de Keizer van Oostende” geeft ook al kwalijke geuren af.

Die lijst is natuurlijk te lang.

Op dezelfde manier als het onafgebroken onderling vechten van kopstukken van het Vlaams Blok deze partij onnoemelijk veel stemmen heeft gekost, heeft de veel te lange rij schandalen vele sociaaldenkende mensen ertoe gebracht de SPA de rug toe te keren.

Ik weet echt niet of “out of the box”- denken zal volstaan om deze mensen terug te winnen.

Naar mijn oordeel zit het probleem van de SPA overigens veel dieper.

De partij wordt verweten alles en nog wat door staat en overheid te willen regelen. Daartoe is eindeloze controle nodig. Een deel van de linkerzijde heeft het kennelijk moeilijk met het aanvaarden van het feit dat de meeste mensen wel degelijk positieve impulsen tonen. Het lijkt er sterk op dat dit deel van de linkerzijde de modale mens niet vertrouwt en zich daarom verplicht ziet om de samenleving met hele resems controlemechanismen te overladen.

Ik begrijp niet zo goed dat een verstandig man als Carl Devos op dit punt niet door wil boren. Immers: wie de samenleving bombardeert met controlesystemen, bouwt op een structurele manier het wantrouwen in. Achterdocht wordt een centrale drijfveer van het politiek beleid en een onuitwisbare kleur van het onderlinge menselijke verkeer. In die omstandigheden pleiten voor solidariteit en voor warmte in de samenleving, lijkt op z’n zachtst contradictorisch.

Niettemin is er voor links wel degelijk een groot werkterrein weggelegd.

Vooraf moet het begrip “links” dan goed worden gedefinieerd. Ik volg hier de definitie van Ludo Abicht: links wil emancipatie.

Zoals bekend komt dit laatste begrip voort uit de Romeinse praktijk, waar het betekende dat de familievader zijn zoon officieel “ontvoogde”, waarna vader en zoon voortaan dus op dezelfde maatschappelijke hoogte stonden.

De gelijkheid waarover Devos spreekt moet dus niet zijn gericht op de nivellering, de gelijkschakeling naar onderen, zoals de socialistische praktijk al te veel is, maar op het optrekken naar het hoogst mogelijke niveau van iedereen die daar rijp voor is. Bij de Romeinen werd niet iedere zoon op dezelfde leeftijd ontvoogd: de familievader oordeelde of zijn zoon daartoe rijp was geworden. Gelijkheid kan namelijk ook worden gevonden in het optrekken van iedereen tot op het hoogste niveau, ongeacht zijn afkomst.

Een tweede element in de term emancipatie dat beklemtoning verdient, heeft te maken met het afleggen van de uitsluitend materiële dimensie van emancipatie. Kortweg: wie niet op elk terrein van het menselijk er-zijn ontvoogd is, is niet ontvoogd. Socialisten zijn al te lang opgesloten geweest in de zorgelijkheden om de materiële kansen van hun publiek. Emancipatie stond gelijk met politiek burgerschap en vervolgens met sociaal-economische positie.

Doch dat is maar een klein deel van het verhaal.

Mensen zijn namelijk existentiële wezens. Ze leven voornamelijk in een wereld van geestelijke betekenissen. Mensen strijden voor ideeën net zo goed als voor materieel voordeel. Een typisch – en meteen pijnlijk – voorbeeld zijn de godsdienstoorlogen, zoals er thans een woedt in Syrië. Miljoenen zijn gevallen voor de illusies die hen door hun geestelijke leiders werden voorgespiegeld.

Een ander voorbeeld is de hedendaagse golf van zelfmoorden. Hoeveel procent van de zelfmoorden zou het gevolg zijn van financiële problemen? Iedereen kent het antwoord, weliswaar niet cijfermatig: de overgrote meerderheid van de zelfmoorden vindt plaats omdat men “het niet meer ziet zitten”: vanwege de zinloosheid van het bestaan. Enkele jaren geleden verscheen van Edwin Ysebaert een boekje, dat naar mijn gevoel veel te weinig aandacht kreeg: “Wij, Vlamingen zijn eenzame mensen”. Als er één zaak duidelijk is na het lezen van dit boekje, is het wel dat zelfmoorden veelal nauwelijks wat met geldzaken vandoen hebben.

De zorgen van de hedendaagse mens liggen dus helemaal niet op het materiële vlak. De menselijke emancipatie moet zich dus voortaan in een andere richting bewegen.

Het socialisme heeft op dit punt de boot gemist.

Nationalisten weten dit maar al te goed, want groot is het verlangen bij vele nationalisten om sociaal denkende mensen in hun rangen te verwelkomen. Eidoch: die komen niet. Die zitten opgesloten in hun materialistisch verhaal. Alsof culturele en nationale ontvoogding niet ook emancipatie zijn.

In zekere zin zijn nationalisten daarom betere socialisten dan de SPA zelf.

Nochtans is er, alweer, stof genoeg.

Ik heb in deze reeks eerder al uitgehaald naar het economistische denken in de zorgsector. Sedert de privatisering verspreidt deze ziekte zich sneller dan ooit. Verpleegkundigen en zorgverstrekkers worden beschouwd als “kosten”. Op hen moet bespaard worden, want anders versmalt de winstmarge van het ziekenhuisbedrijf te zeer. Een ziekenhuis is een bedrijf geworden, dat, zoals onlangs met rusthuizen is gebeurd, door buitenlandse groepen kan worden opgekocht.

Niemand schijnt het perverse karakter van dergelijke manipulaties in de gaten te hebben. Ziekenhuizen worden namelijk door de Sociale Zekerheid betaald, dit is: door de belastingbetaler. Door ziekenhuizen te privatiseren en daarmee in handen van buitenlandse kapitaalgroepen te spelen, scheppen we de mogelijkheid dat diezelfde buitenlandse kapitaalgroepen zichzelf verrijken met ons zuurverdiende belastingsgeld. Kan iemand hiervoor een aanvaardbare argumentatie bedenken?

De hele golf van privatisering is er mede op aanstoken van de EU gekomen, die zelf beheerst wordt door liberaal-kapitalistische principes.

Omdat ze uitgaan van het belang van de hele volksgemeenschap is voor nationalisten de zaak duidelijk: een maatschappij moet opkomen en zorg dragen voor haar kinderen, zieken, ouden van dagen. Als ze dat niet doet, is ze ziek. Zwaar ziek. Ze moet dus tenminste het beheer over zorginstellingen voor zich houden.

Nu kan ik over dat liberalisme kort zijn.

Het liberalisme is bedrieglijk en verdraait de feiten.

Liberaal-kapitalisten halen altijd weer Adam Smith van de stal. Diens “onzichtbare hand” zou, bij terugtreding van de overheid, ervoor zorgen dat de dingen in de samenleving uiteindelijk in hun beste plooi vallen.

Dat is niet alleen niet waar, zoals de negentiende eeuw ten onzent en de schrijnende sociale misstanden in landen als Bangladesh vandaag laten zien. Het is ook maar één kant van het verhaal. Smith hééft inderdaad zijn fameuze “Wealth of Nations” geschreven. Maar hij heeft ook nog àndere boeken geschreven, waarin hij met name en met grote klem pleit voor een streng optreden met het oog op sociale rechtvaardigheid. Ik zie liberalen nooit naar deze laatste geschriften verwijzen.

Een andere figuur is John Locke, die verklaarde dat zoveel land als iemand bewerkt en bewint door hem als zijn eigendom mag worden beschouwd.

Vissers weten wat hier bedoeld wordt: wie aan de waterkant een visplaats bouwt, heeft het recht om die plaats ook nadien te gebruiken. Juristen hebben daar een term voor. Maar dat betekent helemaal niet dat de visser in kwestie deze plek ook “bezit”, zoals Locke beweert. Meer nog: de gronden waarover Locke spreekt waren niets anders dan de weidegronden voor de buffels van de Noord-Amerikaanse Indianen. Het ging er dus niet om deze gronden “te bewerken en te bewinnen”, want ze waren al in gebruik. Ze werden aan de Indianen met gebruik van valse methoden ontnomen.

Het hedendaagse liberaal-kapitalisme heeft zich nooit aan deze oneerlijke grondslagen kunnen onttrekken. Het blijft daarom doordesemend van onoprechtheid in het najagen van persoonlijk gewin.

Heel terecht is hiertegen het socialisme opgestaan, slechts schoorvoetend – en dan nog veel later – hierin door het katholicisme bijgetreden.

Socialisten zouden dus trots moeten zijn – het tegendeel dus van de huidige onzekerheid en onrust over de eigen bestaansreden waarvan Devos gewag maakt.

Het is een historisch gelukkige ontwikkeling dat de proletarische massa waarover Engels en Marx het hadden verdwenen is. Ze heeft plaats gemaakt voor een min of meer gegoede burgerij. Maar ook die burgerij is het slachtoffer van de malversaties van het moderne liberaal-kapitalisme, dat zelf ontspruit aan de eeuwige menselijke drang naar macht en bezit en dus nooit definitief verslagen zal zijn.

Als de heer Devos dus verklaart dat de SPA aansluiting moet zoeken bij het gewone volk, dan gaat het om deze middenklasse, die inmiddels gevormd wordt door artsen, advocaten, leraren, kleine ondernemers, goed betaalde arbeiders, vertegenwoordigers, bedienden en leidinggevenden in bedrijven.

Wat voor de SPA het ergst van al is, is dat dit terrein thans al stevig bezet is, en wel door N-VA en CD&V, die met elkaar strijden om de suprematie op precies dit terrein van deze middenklasse die Devos dus voor zijn SPA wil reserveren.

Dat de SPA op zoek is naar zichzelf is duidelijk.

Als ze deze zoektocht met succes wil afronden, zal ze nog heel vaak moeten congresseren. Want, voor zover ik kan zien, strijden de nationalisten voor de allereerste keer voluit en met gelijke wapens op het sociaal-economisch terrein, waar niemand tot voor kort voor hen een plaats had toebedacht.

Voor de SPA zou het dus wel eens definitief te laat kunnen wezen.

Jaak Peeters

December 2013