Westerse machthebbers op antidemocratisch spoor

Democratie betekent in beginsel dat de echte beslissingen, die beslissingen die er toe doen, niet door een kleine binnen- of buitenlandse groep worden genomen, maar door iedereen op wie de beslissing toegepast wordt. Door dat beginsel toe te passen worden deze mensen burgers. Democratie vereist daarmee een strikte oriëntatie op de zelfbeschikking door die burgers. Zij zijn het, die hun toekomstig lot en dus dat van hun kinderen in een zo groot mogelijke vrijheid bepalen.

Zo simpel als het grondprincipe is, zo moeilijk is de concrete toepassing ervan.

Als immers het zelfbeschikkingsrecht aan de burgers toekomt, hoe zit het dan met de verhouding tussen het recht op individuele zelfbeschikking en de rechten van de andere leden van de groep?

Iedereen herkent hierin oude en nog steeds niet tot volledige voldoening van iedereen opgeloste vraagstukken zoals de collectieve rechten versus de individuele, een probleem waarmee extreemlinks tegenwoordig heftig worstelt.

In principe hebben burgers het recht om zich vrij aaneen te sluiten en zich als groep te manifesteren of zelfs daar politieke zelfbeschikking voor te eisen. Op zich valt er geen reden te bedenken waarom zulks niet zou mogen.

Wie echter dit principe ad absurdum door wil trekken, komt uit op een totaal verkruimelde maatschappij: iedere burger oefent in volle vrijheid zijn zelfbeschikkingsrecht uit, alsof hij een staatje op zich zou zijn.

Als dat al zou kunnen, quod non, dan valt gemakkelijk in te zien dat sommige burgers dan bevoordeeld zullen zijn, bijvoorbeeld als gevolg van hun grotere financiële draagkracht. Daardoor zullen groepen ontstaan die machtiger zijn dan volgens de democratische beginselen is toegestaan. Zo doende vernietigt een tot in het extreme doorgetrokken democratische gedachtegang de democratie zelf.

De uitoefening van het democratische recht op vrije beschikking over het eigen lot is dus aan beperkingen onderhevig.

Maar welke?

Ook dit punt is oud zeer en een discussiepunt dat nooit echt bevredigend werd opgelost.

Nationalisten echter hebben hier tenminste een begin van een antwoord. Burgers oefenen hun persoonlijk zelfbeschikkingsrecht uit in overleg en samen met de andere burgers, als die op een voldoende wijze samenhang ervaren om onderling solidair te zijn. De beste vorm van samenhang is deze van de volksgemeenschap of die groep, waarvan de leden, als ze tenminste goed werden ingelicht door een degelijk onderwijs, zich allemaal bewust zijn van een gemeenschappelijke oorsprong en een samenhang die het bereik van losse individuele verbintenissen te boven gaat.

Als een gemeenschap zichzelf ervaart als één grote familie, die een eigen thuisland bezit en een eigen oorsprongsgeschiedenis bezit, dan is er, globaal en algemeen genomen, een grens tussen wie tot de groep behoort en wie niet.

Wie ertoe behoort wordt door die grens naar de andere leden van de groep gedreven en wordt zo geconfronteerd met zijn gemeenschappelijkheid met de andere leden van de groep. Zodoende ontstaat een hogere graad van solidariteit en de bereidheid om voor elkaar offers te brengen.

Hoewel ook etnische betekenissen gemanipuleerd kunnen worden, onttrekken zij zich toch aan het getrouwtrek dat kenmerkend is voor de waan van de dag. Met andere woorden: etnische betekenissen evolueren weliswaar, maar doen dat traag en ze veranderen vaak erg moeizaam. Ze zijn taai.

Op die manier ontstaat een criterium om een gemeenschap te formeren die zich ook politiek vorm geeft. Dat wil zeggen: binnen een dergelijke gemeenschap kunnen individuele burgers voldoende solidariteit opbrengen om hun persoonlijke zelfbeschikking niet tot in het oneindige door te trekken en hun individuele zelfbeschikking voor een stuk te laten samenvallen met de zelfbeschikking van de andere leden van de collectiviteit.

Langs deze weg is een democratische staatsordening binnen een bepaalde gemeenschap dus mogelijk.

De voorwaarde voor de feitelijke realisatie van zo’n democratische staatsordening en dus voor de democratie zelf is evenwel dat zo’n gemeenschap door de omliggende groepen toegestaan wordt haar democratie te beoefenen. Of, nog anders, een groep moet het recht krijgen om over te gaan tot de vorming van een eigen democratische orde, als zij daartoe wil beslissen.

Dit is het principe van het zelfbeschikkingsrecht van volkeren. Dat principe sluit bijgevolg uiterst nauw aan bij het democratische beginsel in het algemeen. Een gemeenschap die niet de kans krijgt om haar eigen, aparte democratische ordening op te bouwen, bestaat in werkelijkheid uit burgers die gefnuikt worden in de uitoefening van sommige van hun democratische rechten: het recht om vrij de groep te kiezen waarmee zijn hun eigen, individuele zelfschikking willen laten samenvallen.

Welnu: in dit opzicht lopen de zaken niet bepaald in de goede richting.

Dat het met de democratie binnen de staat België niet snor zit, weet zowat iedereen.

De Vlaamse bevolkingsmeerderheid is lang ook geen politieke meerderheid. Grendelgrondwetten en dubbele meerderheden maken dat de Vlaamse meerderheid in werkelijkheid tot een politieke minderheid herleid wordt. Het is zelfs mogelijk om federale regeringen te maken die aan Vlaamse zijde niet eens een parlementaire meerderheid achter zich hebben.

Wat er feitelijk plaats vindt is de weigering Vlaanderen als een “volk” te erkennen. De politieke machthebbers blijven uitgaan van een “Belgisch volk”, ook al bestaat dit sociologisch of etnisch helemaal niet.

Op die manier is het mogelijk om een meerderheid in het “Belgisch” parlement te verzamelen zonder ook een meerderheid in Vlaanderen. Dat botst uiteraard met het beginsel van de dubbele meerderheden, dat in het voordeel van de Franstaligen immers wél wordt toegepast. Het wordt de verzameling van Vlaamse burgers niet toegestaan om zelf, op eigen gelegenheid, de groep te kiezen met wie zij hun persoonlijke zelfbeschikking willen laten samenvallen. Dat is ongeoorloofde geweldpleging ten aanzien van de democratische grondrechten.

Door te weigeren Vlaanderen als een volk met recht op een eigen democratie te erkennen, bedienen de politici uiteraard zichzelf. In het andere geval zou het wel eens kunnen dat politici die nu in Vlaanderen het hoge woord voeren er niet meer zouden bij zijn. Dat komt omdat ze binnen een Belgische context hun macht kunnen vergroten door te steunen op zogeheten politieke families: de socialisten, de liberalen en de christendemocraten (sic). In een Vlaamse context is dat afgelopen.

Daarmee gaat de ideologie dus voor het zelfbeschikkingsrecht.

Waar het mij nu om te doen is, is dat dit soort inbreuken op het democratische zelfbeschikkingsrecht in Europa schering en inslag is en heus geen voorrecht van de staat België.

Het meest recente voorbeeld is de Krim. Voor zover nu bekend is, is het referendum – een democratisch instrument bij uitstek – daar perfect volgens de regels verlopen. De pers verslaat deze zaak echter leugenachtig. Volgens de Volkskrant wonen er 58% etnische Russen op de Krim. Nochtans heeft bijna 83% van de kiesgerechtigden zijn stem uitgebracht en daarvan heeft bijna 97% voor aansluiting bij Rusland gestemd. Van de totale bevolking heeft dan zowat 80% ja gestemd. Als die cijfers kloppen, hebben dus niet alleen etnische Russen voor gestemd. In die 80% zitten immers nog minstens 22% niet – Russen. De pers verzwijgt dit. Maar als dat alles zo is, is de bewering dat “de” Krimtartaren en “de” Oekraïners in de Krim anti-Russisch zijn, onjuist, en geldt dat alleen voor sommigen onder hen. Dat zal ook zo wel zijn, omdat elk regime zijn collaborateurs voortbrengt. Die collaborateurs met het Kiev-regime maken echter kennelijk buitensporig veel amok.

Maar de feiten vertellen dus een ander verhaal. De bevolking van de Krim heeft te kennen gegeven dat ze haar democratisch burgerschap wil delen met de bevolking van Rusland. De meerderheid daartoe is massaal bij een hoge opkomst. De beslissing is dus democratisch legitiem.

Toch verklaren de leiders van de VS en de EU uni sono dat ze het referendum niet erkennen, omdat het niet wettig is.

Hoezo: niet wettig?

Als de etnische Russen in de Krim, samen met andere volksgroepen, in een goed uitgevoerd referendum beslissen om hun politieke democratie samen met de Russen van Rusland vorm te geven, dat is dat hun zuiverste democratische recht. Dat de niet-Russen zich ooit deze beslissing zullen beklagen is mogelijk, doch niet noodzakelijk of zeker. Dat verandert echter nu niets. De bewoners van de Krim hebben als volwassen burgers immers het recht om zich vrijelijk aaneen te sluiten of bij een andere groep aansluiting te zoeken. Zolang dit alles plaats vindt zonder geweldpleging valt er geen reden te bedenken om deze gang van zaken af te keuren. Immers: de individuele burger blijft de drager van soevereine macht en hij, en hij alleen, beslist in volle vrijheid hoe hij zijn lot vorm zal geven. Hij weet dat hij dat niet alleen kan en dat hij dus bondgenoten moet zoeken. Maar ook daarin is hij vrij.

Al deze dingen zijn gebeurd in de Krim.

Het is bekend dat sommige commentatoren in de aanwezigheid van Russische troepen een argument zien om dat referendum niet als wettig te erkennen.

Ik denk daar anders over.

Hoe zouden de Krimenaren ooit een wettig referendum überhaupt kunnen organiseren, aangezien de staat, waartoe ze nu – kennelijk tegen hun zin – behoren, hen niet als aparte gemeenschap met eigen soevereiniteitsrechten wil erkennen? Doordat Kiev, gesteund door het Westen, de democratische rechten van de Krimenaren niet wil respecteren, is er voor die mensen geen enkele mogelijkheid meer om hun politieke lot volgens eigen wensen in handen te nemen, zoals de democratie nochtans bedoelt. Zonder de aanwezigheid van Russische militairen hadden de Krimenaars gewoon geen referendum kunnen houden.

Erger is dat de Westerse houding volledig in tegenspraak is met de verklaringen van Algiers in 1976, waarbij een Universele Verklaring van de Rechten van de Volkeren werd uitgevaardigd. De Canadese Wendat – de originele bevolking van Québec – heeft onder meer op deze basis het principe aangenomen dat elk volk recht op bestaan heeft (artikel 1 – verklaring van 28 november 1990).

Het grondprincipe daarbij is dat van de zogenaamde primordiale autochtonie: de bevolking die het eerst op het bedoelde grondgebied woonde, is er de natuurlijke bezitter van en heeft een onvervreemdbaar recht op zelfbeschikking op dat territorium. Vergelijk met de situatie van de Joden, die ondanks de eeuwenoude diaspora – waarin ze als volk bleven bestaan – toch een eigen autochtoon territorium opeisen.

In het geval van de Krim is een en ander wat onduidelijk, maar de voorgaande volken (de Scythen en de Chazaren) zijn al lang in de huidige bevolking opgegaan. Het is zoiets als onze Morinen en Menapiërs die onherkenbaar zijn opgegaan in wat nu de bevolking van Vlaanderen is. Derhalve moet men zeggen dat de autochtone rechten van de Scythen en de Chazaren op de huidige bevolking zijn overgegaan, aangezien de voorgaande volkeren geen aparte etnische sporen hebben achtergelaten. Als dit de juiste feiten beschrijft, is de huidige bevolking dus 100% “eigenaar” van de Krim. Als diezelfde Krim vervolgens etnisch onderscheiden is van de bevolking waartoe de machthebbers in Kiev behoren, heb je een apart Krimvolk. Aan de nationalistische voorwaarde om het predicaat “volk” te kunnen opeisen is dus voldaan.

Dat Krimvolk heeft in ieder geval het recht op democratische zelfbeschikking en dat betekent dat het volgens zijn eigen omschrijving een eigen democratie mag organiseren. En als de andere bewoners van de Krim zich bij de lotsbestemming van het Krimvolk aansluiten, dan is dat democratisch volkomen in orde. Dat houdt in dat het Krimreferendum wél wettig is en dus de houding van de Westerse machten illegitiem en vooral antidemocratisch. Die Westerse houding is bovendien grof en onbeschoft: burgers mogen dus niet over hun eigen toekomst beslissen als die toekomst een andere is dan de machthebbers voor ogen staat? Op welke gronden dan wel? Is Big Brother dan toch realiteit? Is de Westerse democratie dan fictie geworden?

Eenzelfde gedachtegang geldt voor de Vlaamse situatie. Aangezien er geen etnisch Belgisch volk bestaat heeft de bevolking van Vlaanderen tenminste evenveel recht om volgens de Vlaamse omschrijving de democratie te organiseren, als volgens de Belgische omschrijving. De partijen die dit weigeren, nemen derhalve een antidemocratische houding aan.

Hetzelfde geldt voor de EU. Die heeft al op voorhand de resultaten van eventuele referenda over de onafhankelijkheid van Catalonië, Vlaanderen en Schotland van de hand gewezen. De EU erkent dus de autochtone democratische rechten van deze bevolkingen niet of maar gedeeltelijk – en handelt dus naar eigen willekeur – en neemt dan ook een antidemocratische houding aan.

In al deze gevallen handelen de westerse machthebbers tegen de verklaringen van Bandung (1955) en Algiers (1976). Hoewel de eerste verklaring vooral de dekolonisatie op het oog had en de tweede in de lijn van de verklaring van Bandung uiteindelijk een private verklaring bleef, steunen beide verklaringen op het principe van het zelfbeschikkingsrecht van de Verenigde Naties.

Dat betekent dat machthebbers die de verklaring van Algiers als niet-officieel van de hand doen en dus ook niet toepassen, tenminste moreel in fout zijn.

Maar dan, alweer, nemen ze een principieel antidemocratische houding aan, omdat de democratie tenminste ook aan morele principes moet refereren. Democratie berust immers op de idee van de onaantastbare waardigheid van ieder persoon. Dat is een moreel beginsel.

De positie van de westerse machthebbers in de EU en de VS is dus vanuit een democratisch standpunt niet te verdedigen.

Daarom kan de verklaring van hun houding alleen worden gezocht of gevonden in de aanwezigheid van “belangen” , die van politieke, economische of strategische aard zijn. Voor de EU is dat duidelijk: expansie door inlijving van Oekraïne. Het oude, versleten recept van de machtigen. We zijn het dus nog steeds niet kwijt, of: een EU die slechts de oude machtspolitiek voert en daarom, wat mij betreft, geen greintje sympathie waard is.

Het is mogelijk dat dergelijke “strategische” overwegingen zwaar wegen, maar als zulks tot gevolg moet hebben dat op een systematische manier de democratische rechten van de volken moeten worden genegeerd, dan blijft er maar één conclusie over: deze machthebbers zitten op een totaal verkeerd spoor.

Dat het telkens gaat om gebieden binnen de contouren van wat schimmig “Europa” wordt genoemd, roept bovendien scherpe vragen op over de houding en de bedoelingen van met name de Europese machthebbers.

Dat maakt de zaak alleen nog precairder.

Jaak Peeters

Maart 2014.

Advertenties