De ware inzet van de komende verkiezingen?

In de Groene Amsterdammer van 24 oktober ’13 schreef Marcel ten Hooven een opmerkelijk artikel over een ontwikkeling in Rijksnederland die te onzent aan de aandacht ontsnapt. Nochtans gaat het om een uiterst interessant fenomeen dat veel meer zou moeten bijdragen tot het opschudden van het stoffige Vlaamse politieke wereldje.

De nieuwe partijvoorzitter van het CDA, de Rijksnederlandse Christendemocratie, zet namelijk radicaal in op “een kleinere overheid, lagere lasten en geen nivellering”. De overheid moet zich zo ver mogelijk uit het maatschappelijke leven terugtrekken. Die overheid blijkt namelijk te veel een sta-in-de-weg, “te traag, te groot en te machtig”.

En ja hoor: het gaat ook om een stuk ontmanteling van de verzorgingsstaat. Die is in de jaren onmiddellijk na de oorlog met veel goede bedoelingen opgebouwd om mensen van allerlei zorgen te bevrijden. Evenwel is het gevolg geweest dat de mensen hun zelfredzaamheid ontnomen werd en de motivatie om zelf verantwoordelijkheid te nemen verdween. Mensen werden van de verzorgingsstaat afhankelijk gemaakt.

Wat meer is: de verzorgingsstaat had een soort unieke één-op-één relatie tussen zichzelf en het van de staat afhankelijke individu in het leven geroepen. Intussen kruimelde het cement tussen de mensen onderling weg, omdat die elkaar niet langer nodig hebben.

De nieuwe CDA-voorzitter, die luistert naar de naam Sybrand van Haersma Buma, treedt daarmee in de voetsporen van de in Vlaanderen ongetwijfeld beter bekende Jan-Peter Balkenende en diens voorganger, Elco Brinkman. Deze beide heren hadden al eerder afstand genomen van de toch wel vreemde en enigszins naargeestige doch bijbelse term “compassie”. Volgens vele Christenen hoort de overheid in een aantal gevallen te interveniëren en wel precies vanuit deze compassie.

Maar dat compatieuze verdwijnt dus uit het jargon van het CDA.

Wat er dan in de plaats moet komen?

Er moet een vruchtbare bodem worden geschapen voor nieuw particulier initiatief. Er moet een spontaan proces op gang worden gebracht waarin de burgers opnieuw zichzelf organiseren.

Critici antwoorden daarop dat als dat proces van zelforganisatie niet op gang komt, er slechts een liberale woestenij overblijft.

Marcel ten Hooven besluit dat het CDA misschien nog nauwelijks een Christelijke partij kan genoemd worden, doch veeleer een nieuwsoortige liberale partij.

Vooraleer hierop in te gaan, wil ik de aandacht trekken op de paralellen tussen wat zich in het CDA afspeelt, en datgene wat gaande is binnen de Vlaamse N-VA.

Want wanneer je de Christelijke dimensie pur sang weghaalt, dan lijkt het verhaal van N-VA namelijk wel erg sterk op dat van het CDA in Rijksnederland.

Marcel ten Hooven zit niet bepaald op de eerste rij als het aankomt op het applaudisseren voor rechts. Hij ziet de ontwikkelingen binnen het CDA dan ook met lede ogen aan.

De vraag is of we hier waarlijk rechtse ontwikkelingen aan het werk zien en of ten Hooven zich niet vergist.

Want heel anders dan het liberalisme, zet het nieuwe CDA in op de volledigheid van de menselijke verantwoordelijkheid – niet op het economische alléén. Dat wil zeggen dat het CDA ervan uit gaat dat mensen uit zichzelf een dosis sociale zin bezitten en dat het beter is dat enorme potentieel aan solidaire zin spontaan aan het werk te laten. Alles op de schouders van de staat te leggen is vooral een uiting van wantrouwen in de goede krachten in de mens.

Natuurlijk is dit een gok en niemand weet of hij zal uitkomen.

Maar toch is het naar mijn mening terecht om die gok te wagen. Wie rondom zich kijkt merkt heel veel spontaan menselijk meevoelen. Mensen trekken uit zichzelf niet ten oorlog – om deze boude boutade nog maar eens te herhalen. Je ziet dat bij herhaling als dura lex ertoe leidt om volkomen geïntegreerde doch volgens de officiële papieren illegale vluchtelingen uit te wijzen, zoals onlangs nog gebeurde. Misschien is inderdaad de verzorgingsstaat te ver doorgeschoten en heeft zijn haast totalitaire bemoeizucht mensen de kans ontnomen om hun solidariteit voluit aan het werk te laten, zoals, wellicht vreemd genoeg, in het geval van de teruggestuurde doch geïntegreerde Afghaan. Misschien is de al te veel doorgeschoten verzorgingsstaat zelfs een van de oorzaken van de vaak verdoemde verzuring. Want wie van het krijgen moet leven, heeft nooit genoeg.

En inderdaad is deze visie totaal anders dan die van het liberalisme. Dat is van nature gericht op zelfverrijking, daarbij, nogal naïef, gelovend dat de goedheid zich wel uit zichzelf over de samenleving zal verspreiden. De excessen van de negentiende eeuw hebben geleerd dat zulks een gore illusie is. Wie inzet op zelfverrijking spreekt de laagste instincten in de menselijke ziel aan. Daar kan niets goeds uit voortkomen.

Het antwoord op die excessen was het socialisme en zijn doorgeschoten verzorgingsstaat.

Maar nu moet er een weg gevonden worden tussen die betuttelende verzorgingsstaat en het zelfzuchtige op zelfverrijking georiënteerde liberalisme. Dat particuliere initiatief is dus niet alleen van economische aard: het is van “nationale” aard, waarbij “nationaal” wordt opgevat als een term die verwijst naar het samen delen van dezelfde symbolische wereld van onderlinge solidariteit. In Vlaanderen komen we dan op de Vlaamse natie uit.

Die weg moet een innig samenspel vormen tussen vrijheid aan de ene kant en verantwoordelijkheid voor de gemeenschap aan de andere kant.

Als de tekenen niet bedriegen, dan zou de totstandkoming van dat innige samenspel wel eens de ware inzet van de komende verkiezingen kunnen zijn.

Jaak Peeters

Oktober ‘13

Advertenties

Alweer die vermaledijde pers!

Ik geloof al lang niet meer in de eerlijke wil van “de pers” om de burger zo objectief mogelijk voor te lichten. Het echt niet de eerste keer dat ik zoiets zeg. Nu de verkiezingsstrijd begonnen is, valt het allemaal nog meer op. Het loopt zelfs de spuigaten uit. Nu al. En het is nog 7 maanden te gaan tot aan de verkiezingen.

Ik las onlangs in een eertijds rechts, Vlaamsgezind dagblad dat op de Linkeroever wordt uitgegeven hele verhalen over de dommigheden van een aantal figuren die in Turnhout hun eigen N-VA-burgemeester onderuit hebben gehaald. Daarmee hebben ze hun eigen coalitie opgeblazen. Het weze gezegd dat mijn persoonlijk oordeel veel harder is dan dat wat hun eigen partij heeft uitgesproken.

Maar dat terzijde.

De Turnhoutse coalitie is dus gebarsten.

Wat lees ik, een paar weken later, in diezelfde krant?

“Ook barsten in de coalitie in Geel”. Er is daar een N-VA-CD&V – coalitie aan de macht met een N-VA-burgemeester.

Wie ik erover aansprak, vroeg me of de N-VA van Geel dezelfde grol wil uithalen als die van Turnhout. Nu zijn de feiten zeer duidelijk. Niet de N-VA van Geel is intern verdeeld, maar wel de CD&V, van wie de voormalige OCMW-voorzitter het bestond om alle in het schepencollege gemaakte afspraken aan zijn laarzen te lappen. Uit frustratie, wellicht, omdat de partij waartoe hij behoort na zowat 70 jaar haar absolute meerderheid kwijt is.

Dat is natuurlijk iets totaal anders dan in het perceptie-spoor van Turnhout te schrijven over “ook barsten in de coalitie in Geel”. Er zijn daar helemaal geen barsten. Er zijn barsten binnen de CV&V.

Weet de journalist niet dat zijn titel suggestief is en geenszins de waarheid weergeeft? Een ontkenning zou een misappreciatie van de intellectuele capaciteiten van die journalist zijn.

Nu begrijpt iedereen wat er aan de hand is. Journalisten zijn namelijk ook kiezers en ook zij hebben hun eigen politieke voorkeur. In het genoemde geval is de kans groot dat de journalist zijn functie mede te danken heeft aan zijn politieke voorkeur. Zijn krant stond altijd al bekend als Christendemocratisch.

Maar dat geeft hem echt niet het recht om een sfeertje te scheppen.

Vandaag lees ik in Het Laatste Nieuws dat De Wever zijn partijgenoten tot kalmte oproept. Ook dat is sfeerschepperij. Het lijkt alsof de minder gunstige peiling de hele N-VA machinerie uit evenwicht heeft gebracht. In Knack schreef de communist Maly dit trouwens met zoveel woorden.

Ik heb de moeite genomen om enkele N-VA afdelingen rond mij na te vragen. Ik heb nergens paniek gevonden, noch onrust en ik heb al evenmin het gevoel gekregen dat de partij uit evenwicht is. Er is wel veel realisme en de wil om geen fouten meer te maken.

Maar ook hier weer is het sfeertje geschapen.

Op een gelijkaardige wijze vindt de lezer regelmatig boodschappen die de N-VA negativisme verwijten: afbreken wat anderen doen maar geen eigen positieve bijdragen zou voor N-VA kenmerkend zijn. Voor de zichzelf kwaliteitskrant noemende bladen zijn daar kampioen in. De website lezen is kennelijk te lastig.  De prestaties van de ministers nakijken evenzeer. Het lijkt er overigens sterk op dat de lezersbrievenpagina’s bewust gestuurd worden. Ik heb dat namelijk zelf getest en verschillende keren ondervonden dat geargumenteerde brieven die tégen de teneur van het becommentarieerde stuk ingaan gewoon niet verschijnen. Toeval?

Waar N-VA aan het bestuur deelneemt, hoor ik doorgaans best wel goede berichten. Alvast niet slechter dan waar die partij niet aan de macht is. Waar N-VA in de oppositie is beland is het haar taak de politiek van de meerderheid door de mangel te halen. Daarvoor dient oppositie toch? Als de SPA in Antwerpen soms wel heel erg harde kritiek uit, dan lees ik nergens een journalist die het over negativisme heeft en al zeker niet in de zichzelf progressief noemende pers.

Het is duidelijk dat een deel van het journalistieke korps niet liever zou willen dan N-VA de weg van het Blok/Belang opgaat.

Zij mogen dat willen en ze mogen zelfs hopen dat het zal gebeuren, maar ze moeten hun taak als voorlichter scheiden van hun persoonlijke overtuigingen als politieke persoon.

Ze dragen door zo te handelen namelijk zélf bij aan het ontstaan van een negatieve sfeer in de samenleving die ze nu aan N-VA ( en voorheen Het Blok) verwijten. Door zelf zo vaak aan negatieve sfeerschepping te doen, verspreidt die negatieve sfeer zich over de samenleving – en zelf hopen ze dat die sfeer zich vastzet op de door hen gehate partij.

Dat is vals spel. Dat is hatelijk. Dat is de maatschappij zélf beschadigen om hun eigen enggeestigheid te doen zegevieren. Want een samenleving die in een negatieve sfeer baadt verliest het vermogen om de uitdagingen aan te pakken.

Het lukt een aantal figuren binnen het journalistenkorps kennelijk niet om N-VA af te maken, zoals ze dat met het Vlaams Belang hebben gedaan. Ze beseffen dat het daarvoor te laat is. Daarom laten ze de beschadigingsmolen op volle toeren draaien. N-VA vernietigen kan misschien niet, haar beschadigen wél.

Daarmee sluiten ze naadloos aan bij wat verschillende Franstalige topfiguren bij het aantreden van deze federale regering hebben gezegd: wij moeten de NVA terugdringen. Collaboratie heet zulks. Het anti-flamingantisme druipt er bij sommigen werkelijk af. Zij discrimineren, want ook de Vlamingen hebben de nationale rechten van de Denen, de Ieren, de Tsjechen…och, de lijst is zo lang!

Natuurlijk zijn er journalisten die het best wel fatsoenlijk willen doen. Hen wens ik veel sterkte toe. Want de molen lijkt voornamelijk te worden gedraaid door een aantal lieden, wier boosaardigheid moeilijk kan worden ontkend. Het moet zwaar werken zijn in zulk milieu vol afbraak en negativisme.

En Ik? Ik zal met grote wellust op de koppen van de ware negativisten van deze samenleving blijven kloppen.