Waarom geloof ik u niet, meneer Kosolosky?

Het intussen algemeen bekend: Knack en co nemen geen online-commentaren van lezers meer op. Dat kost teveel tijd aan moderering en bestrijding van misbruik. De journalistieke capaciteit die hierdoor verloren gaat, kan beter besteed worden aan een essentiële taak: lezers informeren en kennis laten maken met verschillende stemmen ‘die wij interessant en relevant vinden’. Er is te veel nepnieuws en dat heeft zware gevolgen.

En dus roept Kosolosky – de hoofdredacteuren bij Knack schijnen te komen en te gaan als eb en vloed – lezers op om opiniestukken toe te sturen.

 

Kan ik het verhelpen dat ik mij hierbij ongemakkelijk voel?

Aan de ene kant is er veel misbruik in de lezerscommentaren en sommige zijn ronduit verwerpelijk. Bovendien lijkt het vooral in het geval van Knack om een klein clubje te gaan dat de webpagina van Knack gebruikt om onderlinge twistgesprekken te voeren. Daar hebben we als lezer niet zo heel veel aan.

Doch er is ook een andere kant. Vooreerst vind ik het vreemd dat een redactie niet alles doet om goed voeling te houden met wat leeft onder de klanten – haar lezers. Dat doet toch elk bedrijf? In de krimpende markt van de gedrukte pers is zoiets zo mogelijk van nog groter belang.

Knack voert de marketingpolitiek die het zelf wil. Ik doe daar verder geen uitspraken over. Maar waarom komt die drastische redactionele ingreep uitgerekend op dit ogenblik? Met name nadat Karel Verhoeven meende dat niets zo verraderlijk is als de zuivere wil van het volk, Joel de Ceulaer ons meedeelde dat het debat en het beleid niet op de emoties van de zwijgende meerderheid mogen afgestemd worden, de media het publiek niet mogen betrekken bij de keuze van de opiniemakers die ze aan het woord laten – dixit Vandermeersch – Reynebau ons erop wijst dat gewone mensen niet tot de norm van democratische deugdzaamheid mogen verheven worden en Mooiman het bizar vindt dat het volk zich tegen een parlementaire beslissing kan uitspreken… op dat eigenste ogenblik lijkt de redactionele beslissing van Knack veeleer te passen in een strategie die de weldenkende pers heeft gekozen om vooral die gewone man niet aan het woord te laten en daarom dus aan volksopvoeding te doen. Weet men bij Knack dat het Vlaanderen van vandaag gemiddeld genomen hooggeschoold is? Misschien kan de heer Kosolosky zich eens afvragen wat zulks betekent.

Nog vreemder is het is dat deze beslissing valt nadat de verzamelde pers er kennelijk niet in is geslaagd de verkiezing van Trump te verhinderen, nadat ze eerder de opkomst van Wilders en Le Pen niet kon verhinderen. Meer zelfs: het zowat onafgebroken inhakken op uitspraken en gedrag van Trump blijkt hopen lezers op de zenuwen te werken en dat levert dan, kennelijk, voor redacties ongewenste opmerkingen op. Maar als de giftigheid van sommige van die commentaren nu eens mede het gevolg zou zijn van precies de onwil van de redacties om de lezers toe te staan stoom af te blazen? Als de lezers de houding van redacties eens arrogant en betuttelend vinden en op een soms stuntelige manier te kennen geven daarmee niet gediend te zijn? Is het feit dat mensen zich geroepen voelen om commentaar te geven niet vaak ook het teken dat ze zich geëngageerd opstellen? Is dat geen mooie zaak?

Kosolosky rekent het tot zijn essentiële taak om stemmen aan het woord te laten die volgens hem interessant en relevant zijn.

Mogen wij vernemen welke criteria de heer Kolosoky aanlegt om een stem relevant te noemen of interessant?

De Canadese linkse activist en schrijver Charles Taylor houdt niet op ons te waarschuwen voor het verengen van de democratie tot een stel procedures. Democratie moet namelijk ergens over gaan. Het volstaat niet goede procedures te hebben: je moet een beleid kiezen. Om dat beleid, om die beleidskeuzen is het, dat het democratisch debat moet draaien.

In België is het de natie die door de volksvertegenwoordiging wordt gerepresenteerd. En die natie: dat is de verzameling van de burgers. De kiezers, dus. Derhalve rust op het parlement de plicht om in beleid om te zetten wat er in de natie – de kiezers – leeft.

Wie vindt dat de kiezer zich na afloop van de verkiezingen niet verder met het beleid heeft te bemoeien, doet de kern van de democratie geweld aan. Laat het gezegd zijn door een linkse ideoloog.

In een gezonde democratie moet er dus een onophoudelijke kritische beoordeling plaats vinden van het beleid door de burger – de kiezer. De pers moet daarbij helpen. Dàt is haar ‘essentiële’ taak. Onder het mom van de bestrijding van misbruik of oninteressante of niet relevante meningen sommige types van meningen wegzuiveren, dient de democratie helemaal niet. Integendeel.

Welnu: er zijn te veel signalen dat de pers haar democratisch spel niet correct speelt. De citaten hierboven vormen maar een steekproef. Er zijn meer signalen.

De heer Kosolosky zal me daarom niet kunnen beletten zijn epistel op te vatten als het sein dat zijn redactie voortaan de misdenk met meer klem zal helpen bestrijden. De toekomst zal uitmaken of mijn achterdocht terecht was.

 

 

Jaak Peeters

Januari 2017