Leren van de tovenaar van Messkirch

Zijn wetenschappers bezig als intellectuelen?

Niet noodzakelijk, hoewel sommigen onder hen dat zeker wel doen. Wetenschappelijk werk bestaat nogal eens uit netwerking en uit voortbouwen op wat er al was. Die netwerking omvat niet alleen het grote internationale raamwerk van vakcollega’s, maar ook de collega’s uit het verleden. Iemand van deze laatsten opvoeren: da’s pas wetenschappelijk.

Het bevragen van wat er al is bestaat er vaak uit dat men de collega-wetenschapper probeert te overtreffen door diens werk te bevragen met het oog op inconsistenties. Vervolgens zet men jonge doctorandi aan het werk om die inconsistenties nader te besnuffelen. Als het de assistenten lukt om iets aantrekkelijks aan te leveren, zet men zijn eigen naam onder hun werk en gaat men over tot de publicatie in één of ander gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift, hopend dat niemand eerder op het idee kwam.

Is het dat wat we onder het optreden van intellectuelen moeten verstaan? De beschrijving moge wat karikaturaal lijken, maar helaas lijkt het daar in de werkelijkheid vaak veel op en dus zal men vermoeden dat het antwoord luiden moet: “neen, dit is niet wat intellectuelen horen te doen”. Dit zijn vaklui onder elkaar. Heel gespecialiseerde, zeer hoog opgeleide vaklui, dat zeker. Maar wel: vaklui.

Idem dito over het openbaar debat. Dat wordt gevoerd door mensen die vaak grote vakbekwaamheid bezitten, althans: dat geldt voor de meeste discutanten. Maar oogt het beeld van het maatschappelijk debat bekeken door de bril van de oprechte intellectueel altijd even fraai?

Geef het maar toe!

Dezer dagen woedt in het land van Vlaanderen een heftige discussie. Je hebt aan de ene kant de verdedigers van de Vlaamse identiteit en de daarbij passende staat. Aan de andere kant is daar het verzamelde bent van scribenten en activisten van allerlei pluimage, die het Vlaamse identiteitsdiscours maar niks vinden en liever de intussen 180 jaar oude Belgische identiteit koesteren. Kwestie van consequentie. De verzameling van zichzelf antinationalist noemende lieden schurkt samen rondom één simpele kern: solidariteit. We moeten België behouden om redenen van menselijke solidariteit.

Ziedaar de intellectuele prestatie van het verenigde belgicistenbent van dit koninkrijk. Een land wordt bijeengehouden …omdat mensen solidair moeten zijn met elkaar. En de Ethiopiërs dan? Laten we dus een  Belgisch-Ethiopische Federale Staat maken. En Bangladesh: daar lijden ze ook honger. En in Malawi. En in El Salvador. Allemaal te verenigingen onder één grote Belgische Federale Unie.

Neen: dat is kennelijk geen debat van hoog intellectueel niveau. Dit product van het belgicistische plenum smaakt zoals onrijpe wijn wrang en valt dus niet te genieten, hoewel vergissen menselijk is en niemand zonder zonden.

 

En als we eens wat gingen heideggeren? Misschien zet ons dat wel op een beter pad. Wat zegt Heidegger? Dat je oog en oor moet hebben voor de volheid van de werkelijkheid. Dat je doorheen de dagelijkse dingen heen moet kijken en op zoek moet gaan naar wat daarachter verborgen ligt. Dat je moet grijpen doorheen de sluier die de werkelijkheid verhult en moet trachten om, moeizaam en beetje bij beetje, een stukje van die werkelijkheid aan de verborgenheid te ontrukken.

Het moge vakfilosofen een nogal vrije interpretatie van het streng-filosofische werk van de kleine Marburgse filosoof toeschijnen: de gedachten van filosofen moeten tot aller nut worden gemaakt en die Gedanken sind frei.

Als de intellectueel iemand is die doorheen de oppervlakkige lagen van de dagelijkse fenomenen heen moet reiken, dan staat hier meteen een duidelijke taakomschrijving van het hondsmoeilijke werk van de intellectueel.

Dat verwachten we dus wat meer dan thans in het openbaar debat: het naast zich leggen wat iedereen vanzelfsprekend vindt en zich afvragen of er niet nog een andere, misschien wel levensechtere werkelijkheid bestaat.

Bijvoorbeeld of mensen uitgerekend in deze kosmopolitische tijd niet eerder behoefte hebben aan een warm nest. Een thuis dat de eigen oorsprong koestert, zodat men iemand is zonder iedereen te zijn. Dan hoeven de vreemde intellectualistische bochten van sommige liberale fundo’s niet. Misschien bestààt De Burger van Verhofstadt, De Gucht en De Clercq  immers gewoon niet eens. Misschien bestaat er alleen de concrete mens van vlees en bloed. En misschien moet men dat warme nest ook politiek organiseren. Werk voor intellectuelen?

 

Misschien moeten echt niet alleen de Vlaamsbewuste deelnemers aan het maatschappelijke debat toch maar eens één stapje verder gaan dan puur vakmanschap. En doen wat de kleine tovenaar uit Messkirch ons leerde: doordringen tot de werkelijkheid van het Vlaamse leven zelf.

Dan hoeft niemand zich niet belachelijk te maken door het zingen van Vlaamse stapliedjes op een Zangfeest rabiaat te noemen.

 

Jaak Peeters

Maart 2011