Angst voor de democratie

De Engelsen stappen dus uit de EU. Meteen staan de kranten vol alarmerende koppen: “Brexit kan Dexia zuur opbreken”; “Zwarte dag voor de EU”; “Hoe zal de Brexit jouw portemonnee raken?”, “Brexit kost Nederland 2 procent van de economie”; “Aziatische beurzen onderuit”…. Voor krantenschrijvers en nieuwsboeren aller landen Gefundenes Fressen, vooral om op een goedkope manier nieuws te fabriceren.

Voor de cursiefjesschrijver is het een haast hallucinant schouwspel. Het doet allemaal wat onwerkelijk aan. Een volk neemt een democratische beslissing zoals die nota bene als mogelijkheid in de EU-verdragen voorzien is, en de halve wereld lijkt meteen op z’n kop te staan. De horrorscenario’s buitelen over elkaar heen en het is niet ver meer af of wereldoorlog 3 staat op het punt uit te breken. De klassieke hoge heren – de De Guchts, de Verhofstadts en de Van Rompuys, aangevuld door een grote schare grote en kleine goden uit de economische wereld en zichzelf belangrijk achtende publicisten: allen treden ze om beurten aan om die stoute Engelsen te gispen en iedereen te waarschuwen die in de verleiding zou komen hetzelfde te doen of zich door populisten zou laten misleiden. Allemaal omdat die koppige onverlaten op dat Britse eiland het aandurven de grote mantra van het Heilige Europese Geloof dwars te zitten en hun eigen soevereiniteit terug te eisen. Hoe durven ze, in deze tijden van kosmopolitisme en superdiversiteit?

En nochtans: de Engelsen doen niets anders dan uitvoering geven aan de bepalingen van één artikel uit een verdrag. Wie als een democraat denkt kan zich toch niet druk maken over de beslissing van een gemeenschap om politieke stappen te zetten, die nergens verboden zijn en zelfs voorzien? Zulke stap is evenwel niet in overeenstemming met de stilaan tot canon verheven illusie dat Europa maar in één richting kan evolueren, namelijk in de richting van een superstaat.

De dames en heren zelfverklaarde staatslieden en hun economische medestanders slaan ons nu om de oren met het vooruitzicht van doffe ellende en van economische en politieke rampspoed. Het klinkt zo hol! Alsof ik geen Nissan meer zou kopen omdat die in Engeland en niet in de EU gefabriceerd wordt: het anti-nationalisme dat de genoemde dames en heren zelf jarenlang hebben gepromoot slaat hen zodoende nu als een boemerang terug in het gezicht.

Ho ja: er zou heel veel in beweging kunnen komen. De Schotten zouden hun onafhankelijkheid van Engeland kunnen uitroepen en de Ieren zouden zich kunnen herenigen. In Frankrijk zou Marine Le Pen de Franse bevolking, die de linkse woelmakerij stilaan beu te begint te worden, er wel eens kunnen toe overhalen haar tot president te benoemen. Reken maar dat Le Pen een referendum zou uitschrijven. Met slechts 38% van de Fransen die het Franse lidmaatschap van de EU wil voortzetten, draait zo’n referendum, zeker na het Engelse voorbeeld, gegarandeerd uit op een Frexit. In de Nederlanden zou België vereenzaamd geprangd raken tussen een soeverein Frankrijk en de Duitse reus en zou de bereidheid kunnen oprijzen om de Benelux tot een heuse Confederatie van de Nederlanden om te vormen, waarmee, ironisch genoeg, het Koninkrijk van 1815 wel eens sneller hersteld zou kunnen worden dan velen willen geloven.

Kortom: de Brexit kàn een hele reeks politieke veranderingen in gang zetten. Kàn. Als het zo’n vaart loopt. Doch de troep zelfverklaarde staatslieden die ons denkt te moeten besturen schrikt terug. Grenzen zijn heilig en aan staatsstructuren wordt niet geraakt. Zo decreteren ze onder elkaar.

De “horden” beslissen daar dus anders over. Het troepje had een voor zichzelf comfortabele orde geschapen – vaak lucratief en uiterlijk vreedzaam. De gemakkelijke roerloze politieke onbeweeglijkheid, die men zichzelf als een vaste werkelijkheid was gaan voorhouden, blijkt volstrekt illusoir: één simpele beslissing van die vermaledijde “horden” brengt het hele bouwsel dat de dames en heren opgetrokken hadden aan het wankelen.

Als eenvoudige ziel kan ik daaruit alleen maar besluiten dat het gebouw wel erg wankel moet zijn…

Dat sommige figuren van het slag van de Gucht er als de kippen bij zijn om te verklaren dat volgens hen het volk zich vergist en de democratie niet mag betekenen dat de meerderheid zomaar de toon zet, verandert niets aan het feit dat die dames en heren voortaan rekening zullen moeten houden met de door Rousseau beschreven en door de elite misprezen volkswil.

Trouwens: wat is er mis met de onafhankelijkheid van Schotland of Catalonië? Het zelfbeschikkingsrecht van volkeren staat toch in het VN-handvest? Wat is er mis met de hereniging van Ierland, dat door de Engelse bezetting verscheurd raakte? Wat is er mis met de hereniging van de Nederlanden?

En wat, tenslotte, is er mis met het fundamentele recht van mensen en volken om op een democratische manier over de eigen toekomst te beslissen?

Als democraat kan ik om de gang van zaken dus alleen maar juichen, want het is een hoogmis voor de democratie. Het is waar dat het gewone leventje van onze politieke en economische klasse brutaal verstoord wordt. Maar in een moderne wereld, waarvan gezegd wordt dat verandering er de enige constante in is, mag zulks toch geen bezwaar zijn voor lieden die voorwenden de leiders van de maatschappij te zijn.

Wat ik nu allemaal zie lijkt dan ook vooral een uiting van diepgewortelde angst voor de reële toepassing van de democratische rechten van de hedendaagse, doorgaans best wel geschoolde burger.

Angst voor de democratie: dat is het, wat de heersende klasse nu toont.

Maar nu zelfs massieve bangmakerij niet blijkt het helpen, rest er haar inderdaad maar één ding: met die democratie te leren leven.

 

Jaak Peeters

Juni 2016

Uitverteld

Er was een tijd dat politiek links een wervend verhaal aandroeg. Het was een fris, evenwichtig en sociaal verhaal, een discours van menselijke waardigheid. Zo was politiek links overigens ook geboren. Als reactie op een innerlijk hopeloos vermolmd Ancien Régime dat zich in pure decadentie wentelde, terwijl de massa in vaak de meest armoedige omstandigheden maar één zorg had: hoe te overleven.

Gelukkig voor ons allemaal is aan deze wantoestand een einde gekomen. Dat was zo noodzakelijk, dat het huidige liberalisme nog altijd het stigma van profitariaat niet kwijt is geraakt. Het weinig sociale gedrag van liberale voormannen zoals De Gucht en Verhofstadt draagt niet bij tot het wegdeemsteren van dit stigma. Wie het odium van belastingfraudeur niet radicaal kan of wil wegbranden, werpt bijkomende smetten op de politieke strekking die hij of zij beweert aan te hangen.

In een eerste reactie zou je geloven dat links door het verdacht aandoende optreden van het liberalisme het manna voor de voeten gesmeten krijgt en het dus maar op te rapen heeft.

Het eerste is misschien juist; het tweede gebeurt niet.

Dit zou wel eens het gevolg kunnen zijn van het zich vastklampen aan het succes van het vroegere links en van het onvermogen om zich in nieuwe, wervende projecten te hijsen. De menselijke emancipatie, de vrije meningsuiting en de sociale rechtvaardigheid zijn nu in onze West-Europese democratieën gemeengoed geworden. Al wie links is zou derhalve driewerf hoera moeten roepen: het grote project is geslaagd. Links is erin gelukt haar maatschappijvisie in werkelijkheid om te zetten.

Wat zou de taak van links vervolgens nog kunnen zijn?

Je kunt vanzelfsprekend dromen over een ideale wereld. Maar zelfs een schoolkind gelooft tegenwoordig niet langer in Sinterklaas. Links zou ook over de grenzen kunnen kijken en haar dromen zoveel mogelijk uitdragen over andere continenten. Reken maar dat links hiermee nog héél lang de handen vol heeft. Is alles koek en ei in Oost-Europa? In Klein-Azië? In het Midden-Oosten? Met die gebieden hebben we toch elke dag te maken?

Een andere en dichter bij ons liggende opdracht zou kunnen zijn: de verwezenlijkingen bewaken en verfijnen. Als anderen uitvoeren wat je zelf altijd hebt gewild, mag je niet alleen tevreden zijn, maar moet je aanmoedigen. En helpen aanpassen aan de nieuwe tijden, precies om te behouden.

Dat zou dan betekenen dat de linkerzijde haar hele oppositiepolitiek moet herzien. Die oppositie lijkt vandaag niet alleen warrig, ongecoördineerd en versplinterd, maar vooral ondeugdelijk en soms oneerlijk. Het is een spervuur van los kruit, afgevuurd op een meerderheid die op de lange termijn bezien uitvoering geeft aan wat links zelf altijd heeft gewild.

Nog deze week bleek pijnlijk de stuurloosheid van links, toen Caroline Gennez (SPA) in het Vlaams Parlement het hervormingsvoorstel voor het onderwijs aanviel en daarvoor van een meerderheidsexcellentie het deksel op haar eigen neus kreeg: hier wordt verwezenlijkt wat de socialistische partij zelf heeft voorgesteld!

Gennez zweeg.

Een ander, even pijnlijk voorval was het bekend worden van het feit dat zowat de hele linkse pers ‘vergeten’ was de nieuwe cijfers van de nationale bank te vermelden over de felle toeneming van het aantal privébanen onder de zetelende zogeheten rechtse regering. In dezelfde media blijft men intussen onverminderd doorgaan met het schelden op lieden die een afwijkend standpunt koesteren: wie opkomt voor een beperking van de immigratie is een racist en behoort bij extreemrechts. Peter Mertens, een volbloed communist, krijgt tegelijk in een bekend weekblad een column, zonder dat hij als extreemlinks wordt weggezet. Ook nog dezer dagen vond een ‘groene’ voorman het nodig om de zaak van Oosterweel nog eens op te rakelen. Volgens hem moet de hele ring van Antwerpen een overkapping krijgen. Doch niemand legt ons uit hoe een dergelijk duur project betaald zal moeten worden. Het is echt niet door op alle slakken zout te leggen en koppige ezeldrijvers van het slag van Manu Claeys achterna te hollen, dat het netelige probleem van het verkeer rond Antwerpen opgelost zal raken.

De hoofdvogel deze week werd echter afgeschoten door Bart Eeckhout, wiens sektarisme inmiddels zowat legendarisch is geworden.

Onder de titel “70 miljoen” trok Eeckhout in De Morgen van leer tegen de volgens hem te hoge subsidiëring van politieke partijen in tijden dat van de bevolking een matiging wordt gevraagd. Dat vooral de grootste partij van het land, N-VA, van die financieringsregeling het meeste profijt trekt wringt Eeckhout duidelijk. Hij moet zijn eigen sektarisme hebben aangevoeld, want hij voegt er meteen aan toe dat de partij daar zelf niet eens aan kan doen. Maar tegelijk schiet hij toch maar opnieuw een vuurpijl af naar de grote demon, omdat de N-VA het optrekken van het uitgavenplafond bij de verkiezingen had bepleit. Het komt bij Eeckhout niet op dat die vraag misschien voortkomt uit de intussen sterk gestegen prijs van reclamevoering. Neen: omdat de partij gewoon niet weet wat ze met haar geld aan moet, zoekt ze uitwegen om toch niet te moeten inleveren. Of: ‘N-VA is asociaal’.

Natuurlijk is de vraag of de huidige partijfinanciering nog verantwoord is legitiem. Maar het blijft een raadsel hoe Eeckhout er toch in slaagt om een redelijke vraag om te toveren tot een aanval op de partij die hij kennelijk haat.

Als zoiets door socialistische voormannen wordt geschreven in dé leidinggevende linkse krant, dan rijst de grote vraag: hebben die gasten geen zinniger dingen te vertellen? Is het socialisme van vandaag dan vervallen tot een uitzichtloze poging om het graaien uit de nationale geldpot zo lang mogelijk te rekken, in dat geval kennelijk bedoeld als middel om ‘sociale rechtvaardigheid’ te doen heersen? Zoiets als wat zonderling denkende vakbonden doen als die het land overhoop zetten om onhoudbare voorrechten toch te behouden, in plaats van mee te helpen aan de ombouw van de samenleving en die gereed te maken voor de toekomst. Zulke vakbonden zouden trouwens uitgerekend een operationeel links tegenover zich moeten aantreffen… En is het scheppen van sociale rechtvaardigheid echt hetzelfde als het massief invoeren van ‘asielzoekers’ van compleet vreemde origine, goed wetend dat hieruit huizenhoge maatschappelijke problemen voortkomen? Moet je dan inderdaad niet gaan ijveren om hiervan de oorzaak weg te nemen en actie te voeren in de herkomstlanden? Voor het internationalistisch denkende links kan dat toch niet onmogelijk zijn?

Het blijft ook op dit punt bevreemdend stil.

Het lijkt er daarom steeds meer op dat links het regime dat haar eigen historische realisaties nu verder uitbouwt naar de keel wil grijpen, omdat het zelf geen positieve toegevoegde waarde meer heeft aan te bieden.

Links heeft geen eigen wervend verhaal meer.

Het is uitverteld.

 

 

Jaak Peeters

Juni 2016