Big brother is watching you!

Over de actualiteit van Orwells 1984.

Toen zijn hand de deurknop beetpakte zag Winston dat hij het dagboek op tafel had laten liggen. De hele bladzij stond vol “weg met grote broer”, in letters die bijna zo groot waren dat men ze van de andere kant van de kamer zou kunnen lezen. Wat onvoorstelbaar stom van hem! (…) Hij hield zijn adem in en opende de deur. Onmiddellijk werd hij overspoeld door een warme golf van opluchting. Een kleurloze vrouw met hulpeloze ogen, piekerig haar en een doorgroefd gezicht stond in de  gang.

Winston Smith was bezig met een dagboek. Een dagboek dat, als het in de handen van de gedachtenpolitie zou vallen, hem niet alleen zijn baan, maar misschien zelfs de kop zou kosten. Het was het dagboek waaraan Winston elke dag weer zijn weerzin voor de wereld van ‘Grote Broer’ toevertrouwde.

Maar big brother bespionneerde zijn onderdanen heel grondig. Zoals Winston wist.

Het was halverwege de ochtend en Winston had zijn hokje verlaten om naar het toilet te gaan. Eén enkele gestalte kwam hem tegemoet door de lange, herverlichte gang.(…) Toen ze dichterbij kwam, zag hij dat haar rechterarm in een mitella zat (…) Ze waren mischien vier meter van elkaar verwijderd toen het meisje struikelde en bijna op haar gezicht viel. Ze liet een scherpe kreet van pijn. Ze was kennelijk op haar gewonde arm gevallen. Winston bleef staan. Het meisje was overeind gekomen en zat nu op haar knieën.(…) Haar ogen waren op de zijne gericht, met een smekende uitdrukking die meer weghad van angst dan van pijn.(…)

Een wonderlijk gevoel raakte Winstons hart. Hij stond tegenover een vijand die hem wilde doden; hij stond ook tegenover een menselijk wezen dat pijn had en misschien haar arm had gebroken. Instinctief liep hij op haar toe om haar te helpen. (…) In de twee, drie seconden dat hij haar overeind had geholpen, had het meisje iets in zijn hand laten glijden. Vast stond dat ze het opzettelijk had gedaan.(…) Toen hij in het urinoir stond, slaagde hij erin het pakje opengevouwen te krijgen. Even kwam hij in de verleiding het mee te nemen naar een van de wc’s en het meteen te lezen. Maar dat zou pure waanzin zijn, dat wist hij maar al te goed. Er was geen plek waarvan je met meer zekerheid kon aannemen dat de teleschermen je voortdurend gadesloegen.

In de wereld van big brother is zelfs de menselijkheid gevaarlijk. Het is altijd mogelijk dat iemand die menselijkheid aangrijpt om je nadien te kunnen vernietigen.

Alléén maar in de fictieve wereld van George Orwell?

Bedenk even: Overheden dicteren wat je ziet en denkt. Ze kunnen dat en doen het ook. Ze onderdrukken namelijk tegengestelde meningen of verketteren wat ze zelf niet kosjer vinden als extreem – meestal extreemrechts, want dat is de mode tegenwoordig. En de media lijken wel echokamers die door de staat worden gestuurd of gecontroleerd.

Dit is de schepping van een ‘preferentiële werkelijkheid’. Met daarin: het hanteren van vage definities van zoiets als ‘haat’ – een geliefkoosd begrip voor heersende groepen, die kritiek op de overheid als verdeeldheid zaaiend kunnen bestempelen, wat kan leiden tot uitsluitingen of boetes.

In Orwells tijd was Oceanië zowat permanent in oorlog met Eurazië. Tegenwoordig wordt de plaats van Oceanië ingenomen door vooral de EU en die van Eurazië door Rusland.

Maar zeg dat maar liever niet openlijk. Dat spoort namelijk niet met die preferentiële werkelijkheid…

Dit is van alle tijden: machten behoeven instrumenten om oppositie te onderdrukken. Het gaat niet om ‘waarborgen’ van welke aard ook. Het zijn altijd stappen richting totale controle. We hebben dit scenario al zo vaak gezien: overheden die ‘veiligheid’ als wapen gebruiken om critici te censureren.

Winstons Smith ondervond het voluit en zijn geestelijke vader waarschuwde ons.

Om op die haat door te gaan: het probleem is natuurlijk dat zoiets als haat meestal niet gedefinieerd wordt – wat betekent dat bijna alles als haat bestempeld kan worden en iedereen als haatdragend kan geklasseerd worden. Onnadenkende journalisten effenen vaak de weg voor die politiek. Oordelen over wat haat inhoudt, wordt volledig subjectief en dreigt uitsluitend ‘in de ogen van de toeschouwer’ te bestaan. Of het euvel wordt bepaald door het op dat ogenblik functionerende regime, waardoor elke consistentie ontbreekt en niemand nog veilig is. Zie naar Nederland, waar het volksprotest tegen ongevraagde en ongewenste asielcentra door de nieuwe machthebbers brutaal wordt aangepakt. Dat protest is immers een uiting van haat of – wat nog erger is: van racisme. Ook al een begrip dat nergens goed gedefinieerd is.

En vervolgens is de bestrijding van die haat of dat racisme noodzakelijk voor de veiligheid van ons aller zielen…

Waarna de kring gesloten is.

Wat dat alles concreet betekent? Frankrijk is van plan om minderjarigen van Instagram en TikTok te weren. Duitsland overweegt hetzelfde.

Denemarken, Griekenland en Groot-Brittannië bevinden zich in verschillende stadia van de invoering of de serieuze overweging van een verbod op X, en tegelijkertijd zoeken Europese autoriteiten naar manieren om X uit te bannen. Ook Frankijk maakt jacht op X.

En denk even aan de boete van €120 miljoen die de Europese Commissie aan X heeft opgelegd op grond van haar “Haat verwijderen”-wet bij digitale diensten.

Hoezo, geen censuur?

Alleen maar watching?

Uit een willekeurig bericht van 29/4/2026: “Dystopische vrachtwagentechnologie: AI scant gezichten, leest lippen en controleert de politiedatabase VOORALEER je mag rijden.”

Het systeem detecteert dat je ogen te groot zijn. Er is dus sprake van emotie. Paniek. En het lijkt alsof je niet in staat ben om te rijden.

Dit is geen sciencefiction.

Dit gebeurt echt. Ford heeft er net patenten voor aangevraagd.

Ford heeft bij het Amerikaanse octrooibureau (US Patent and Trade Office) een reeks patenten aangevraagd die betrekking hebben op sensoren en camera’s in de cabine van een truck. Als die sensor vaststelt dat je niet geschikt bent om te rijden, schakelt de truck niet van de parkeerstand naar de rijstand.

De patenten reiken tot ver in de controle. Biometrische systemen scannen gezicht, iris en vingerafdruk en vergelijken alles met de databases van de politie voordat beweging wordt toegestaan. 

Je wordt op een ochtend wakker, loopt naar de oprit, stapt in een auto met jouw naam op het kentekenbewijs… Voordat je ook maar ergens heen gaat, voordat je ook maar iets verkeerds hebt gedaan, heeft je auto je gezicht al door een politiedatabase gehaald.

Vul vervolgens maar aan: De EU-digital Services Act. Want er wordt zoveel kwaads verspreid via geschreven teksten toch? Ze moedigen haat en racisme aan, weet u wel!

Of nog: al dan niet zelfrijdende auto’s waarvan de politie de route via een automatisch monotoringsysteem kan volgen – missschien wou je wel een bankoverval plegen! Iederéén kan dat namelijk doen, zodat iederéén verdacht moet zijn.

De nakende afschaffing van het contact geld, zogenaamd om fraude uit te sluiten of misbruik van kinderen onmogelijk te maken…

Alles voor de veiligheid. Daar willen we toch allemaal?

Het wordt een toestand net zoals bij Winston Smith, die van schrik ineenkrimpt als hij bij zijn thuiskomst constateert dat zijn geheim dagboek waarin hij zijn persoonlijke maar gevaarlijke mening heeft uitgeschreven open en bloot op tafel ligt.

Gevaarlijk, maar dan dag in, dag uit. Zeker door die automatische controle op ons gedrag –  zodat Winston Smith bibbert als hij in de verleiding komt een briefje te lezen dan hem in de handen was gestopt. Heeft er iemand een valstrik gespannen??

Hét summum werd bereikt als we onszelf gaan controleren…en ‘niks te verbergen hebben’.

                                             ————————————–

De rusteloos zoekende Winston van George Orwell eindigt met de verloochening van zijn menselijk streven naar vrijheid en persoonlijke zelfstandigheid. Winston – zoals zovelen in onze dagen –  legt zich neer bij de almacht van Big Brother en legt zijn lot in diens machtige handen.

Die Big Brother van vandaag is niet de simpele dictatoriale figuur in het verhaal van Orwell. Dictators zijn immers sterfelijk. Het gaat om het systeem. Dat is veel taaier dan een freel menselijk wezen. Een alomvattend systeem dat ons aangesmeerd wordt als remedie tegen onze onveiligheid. Of in naam van onze levensvervulling. Voor ons eigen bestwil in ieder geval. Een bestwil die jammer genoeg door anderen wordt gedefinieerd dan de betrokkenen zelf maar die vervolgens door het systeem worden opgeslokt. Een verstikkend schijn-eigenbelang dat slechts draaglijk is in een gedachtenloze wereld van brood en spelen.

“Wij beschouwen als vanzelfsprekend de volgende waarheden: dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met bepaalde onvervreemdbare rechten, waaronder zich bevinden: leven, vrijheid en streven naar geluk.()..Dat telkens wanneer enige regeringsvorm deze doeleiden niet nastreeft, het Volk het recht heeft de regering te veranderen of af te zetten en een nieuwe regering in te stellen.”(Uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring)

Winston Smith had gelijk met zijn verzet tegen Big Brother. We kunnen onze menselijkheid niet vinden door de overgave aan een systeem – zelfs niet als dat zogenaamd voor onze eigen veiligheid werd opgezet.

Dan geven we ons over aan de surveillancestaat, in handen van breekbare mensen die demonen worden zodra ze macht verwerven.

Er staat in deze digitaliserende tijd echt veel op het spel.

Jaak Peeters

Mei 2026

De democratie: dat zijn wijzelf.

In een openhartig stuk, waarin hij komaf maakt met zijn eigen ontgoocheling in de partijpolitiek, roept Steven Arrazola de Onnate op tot vernieuwde democratische weerbaarheid[1]. Ik wil daar hierna een concreet accent aan toevoegen.

Onder de titel Stemmen heeft wél zin, legt hij uit waarom het niet goed is dat mensen uit ontgoocheling politiek afhaken. Ze doen dat niet alleen door niet te gaan stemmen omdat ze geloven dat het toch niks helpt. Ze doen dat ook door werktuiglijk, zonder kritisch nadenken, uit gewoonte te stemmen.

De auteur merkt die ontmoedigde tendens in heel West-Europa. Wat mensen ook doen of zeggen en vragen, of hoe ze ook stemmen: de politiek schijnt langs die kant nergens oren te hebben. Intussen gaat de maatschappij-ontwrichtende immigratie onverminderd door. Dat is een van de meest centrale problemen van onze dagen. Dat, terwijl we allemaal weten dat die immigratie past in het verdienmodel van de mensensmokkel. Strijden tegen dit soort immigratie is dus wél menswaardig!

Ikzelf ben opgegroeid in een stadje in de Kempen, waar het destijds goed toeven was en waar je als leerling van de middelbare school voluit je ding kon doen. Tegenwoordig maken in hele wijken van dat stadje immigrantenbendes de dienst uit.

Mensen ergeren zich aan een politieke klasse die dit soort zorgen wegwuift als ‘racisme’. Ze ergeren zich aan de straffeloosheid van buitenlandse verkrachters en de wereldvreemde houding van het gerecht.

Ik heb ooit zelf initiatieven genomen om gesprekken op gang te brengen tussen autochtonen en allochtone groepen. Ik hoopte dat de politiek dit signaal zou opnemen en haar politiek beleid zou heroriënteren.

Ook bij mij was ontgoocheling mijn deel.

Er zijn, zoals Steven Arrazola schrijft, gelukkig wel degelijk tekenen van bewustwording. Niet alleen in het buitenland – denken we even aan de massieve betoging in Groot-Brittannië, die direct heeft bijgedragen aan de zware electorale nederlaag van de kliek van Starmer.

Ook in eigen land valt het op dat sommige feiten waar buitenlanders bij betrokken zijn en die in het verleden hoogstens omfloerst werden gemeld, niet langer zomaar weggestopt kunnen worden. Zoiets bleek nog maar een paar dagen geleden, toen in de krant verslag werd gedaan over brutaliteiten aan de Vlaamse kust. De media kunnen dus wel degelijk onder druk worden gezet, ook al gaat het naar veler zin te langzaam.

Er is verzet. Dat voel je gewoon.

Die stille bewustwording, die langzame verandering: die komt aan. Getuige daarvan is het gescheld met extreemrechts. Of de toenemende censuur door de EU.

Wie de toenemende onveiligheid, of de immigratie – die zowat de hele bevolking terecht beroert – aanbrengt wordt uitgescholden voor extreemrechts. Veel mensen worden dan bang en zwijgen maar of willen niet in het ‘foute kamp’ belanden. En ze ondernemen niets. Maar dat is nu net het verkeerde! Bedenk dat dit gescheld te dwaas is om los te lopen. Waar lees je hoe men extreemrechts definieert? Elk handboek, elke wetenschap die naam waardig, begint met duidelijke definities. Maar in de vaderlandse politiek schijnen definities niet nodig te zijn. We kunnen derhalve de slingeraars met de slagzin ‘extreemrechts’ slechts opvatten als lui die bij gebrek aan zinnige argumenten alleen maar schelden.

Wie alleen nog weet te schelden, verdient geen aandacht.

Velen hebben ook last van vrees voor verandering. Veranderen is moeilijk en velen houden van een makkelijk leventje. Dat doet mensen verder hun krant lezen, hoewel die juist een deel van het probleem is. Of ze worden moe als ze kritisch moeten nadenken.

Machteloos voelt men zich ook tegen de diarree aan regels van de EU. Wie afwijkt van wat de heerschappen van de EU voor ogen staat, wordt gecanceld, onder meer door middel van censuur.

En dan legt men zich daar maar bij neer, gelovend dat er toch niks is tegen te doen valt.

Maar dat is niet waar.

We kunnen kranten links laten liggen: er zijn kanalen genoeg om ons te informeren.

Onder elkaar kunnen we de EU-censuur omzeilen.

En er zijn nog altijd verkiezingen. We kunnen partijen die onze zorgen niet willen oppakken dus nog altijd straffen. We moeten het alleen doen.

Dit moet duidelijk zijn: Democratie is niet de wereld van de scheldroepers, wier verwrongen gedachtenwereld ongewenste verkiezingsuitslagen in quarantaine wil doen belanden, terwijl het in werkelijkheid slechts te doen is om de bestendiging van hun eigen macht. Democratie is de zaak van àlle burgers.

Dat besef moeten we altijd voor ogen houden en dat kan onze zinnen doen veranderen. Wat belet er ons dus om de knop om te draaien als het weer eens over extreemrechts gaat? Wat belet er ons van stemgedrag te veranderen als de regeerders niet naar onze zorgen willen luisteren? Wat belet er ons de krant op te zeggen, als die toch maar alleen geselecteerde materie wil aanbieden?

En wat belet ons bijeenkomsten te organiseren waarin we onze zorgen delen, zodat we ons minder geïsoleerd voelen?

En wat is eigenlijk de kern van de democratie? Simpelweg dit: democratie betekent een politieke ordening die de staatsmacht laat richten op het welzijn van de bevolking. En wat dat welzijn is, wordt door de bevolking bepaald. En alléén door hen.

Iedereen kan zich daar heel concrete dingen bij voorstellen.

De knop van de macht zit niet bij de eurocratie, de partijvoorzitters of de krantenredacties, maar bij ons, burgers. De macht zit in ons eigen hoofd en we verwerven macht als we ons niet laten bang maken en onderling verdelen of tegen elkaar opzetten.

Onze maatschappij is vanuit democratisch standpunt erg verziekt. Dat is duidelijk. Maar de kansen om te keren zijn er nog steeds.

We moeten ze alleen grijpen

Jaak Peeters

Mei 2026


[1] https://mail.google.com/mail/u/0/#search/steven%40ardeon.be/FMfcgzQgMCTwFPLJwlMQZKXdtbFLBM

Totdat de Russische kernbommen vallen?

(Zeer) kritische alternatieve reflecties over de Europese machtspolitiek

Op 17 juni 2026 werd op de vergadering van de zogeheten G7 beslist om Rusland extra sancties op te leggen, vooral voor olie- en gasuitvoer, wat, alles welbeschouwd, ten laste komt van de Europese consument, want die betaalt zijn brandstof voortaan veel duurder. De bedoeling is de “druk op Rusland op te voeren”. Van cynisme gesproken…

Officieel is de EU geen lid van de G7. Dat komt omdat de grote Europese industriestaten de belangen van hun economie zoveel mogelijk zelf in handen willen houden. Voor de EU komt het er dan weer op aan om zélf zoveel mogelijk invloed en macht te verwerven. Het is voor de EU dus buitengewoon belangrijk in dat gezelschap zélf partner te zijn. Dat helpt namelijk om haar officiële status als internationaal erkende mogendheid te consolideren, hetgeen uiteraard niet altijd naar de zin van de grote Europese industrielanden is, die hierdoor in een ondergeschikte positie zouden terecht komen.

De discussies binnen de G7 als gevolg van het gore machtsstreven van de EU zijn de Amerikaanse president, die de versterking van de Amerikaanse economie en dito invloed centraal op zijn agenda heeft staan, niet dienstig en hij is niet bepaald op zoek naar een gesprekspartner, die via de G7 haar eigen internationaal machtsstreven vorm wil geven tot op een niveau dat voor de VS hinderlijk kan worden.

Wat er ook van zij: het schouwspel van de G7 in Parijs op 16 juni 2026 toont een botsing tussen de EU en de VS. Het is tegelijk ook een aanwijzing van een machtsstrijd tussen de EU en (vooral de grote) Europese industriestaten.

Die machtsstrijd is virulenter dan men geneigd is te denken.

De machtsstrijd van de EU om de controle over onze gemeenschappen blijkt bijvoorbeeld uit de recente bemoeienissen van de EU met de plannen van de nieuwe Nederlandse regering. De EU zou toch zo graag àlle lidstaten in een volstrekt ondergeschikte positie krijgen, want daarmee zou ze eindelijk uitkomen waar ze al lang zijn wil: de positie van de Amerikaanse regering.

Een wereldmacht dus, aan de bevolking de hele tijd al verkocht als de garantie voor de vrede. Maar dat is een volstrekt verdichtsel als het over dat andere deel van Europa gaat: over Rusland.

De EU heeft om haar onwillige lidstaten in het gareel te krijgen namelijk grote behoefte aan een externe vijand: het oude truukje. Het lag voor de hand: ze heeft de vijandige relaties tussen het kapitalistische Amerika en de communistische Sovjet-Unie maar over te nemen. Het is bekend dat zelfs nog Obama in die geesteshouding verwijlde, toen hij verklaarde dat Rusland – op dat ogenblik nog slechts een schaduw van de voormalige Sovjet-Unie – tot een “paria-staat” moest herleid worden.

In de media speelt men mee en heeft men het altijd weer over de Russische agressie in Oekraïne, maar men ‘vergeet’ dat de Donbassrepublieken zélf om hulp hadden gevraagd. De waarheid is dat de westerse politiek een meer dan normale rol heeft gespeeld in de Oekraïense troebelen die vooral de Oekraïense extremisten in de kaart speelden en die altijd al was gericht op de inlijving van Oekraïne.

Die troebelen waren voor de staatssmeden van de EU een welkome kans om een externe vijand te voorschijn te toveren, die dienstig was om via intense propaganda de bevolking de dwingende noodzaak tot meer EU-macht te doen aanvaarden.

Uiteraard moesten de kritische stemmen het zwijgen worden opgelegd. Daarvoor waren allerlei al vaker beschreven censurerende maatregelen nodig. De EU was slim genoeg om bij elke censuurmaatregel voor ieder redelijk mens zinvolle argumenten aan te dragen, maar ‘vergat’ telkens haar geopolitieke machtsstreven te vermelden.

In het hele verhaal speelt het land Oekraïne al bij al een weinig benijdenswaardige rol: die van de machteloze en menselijk uitgeputte buit.

De noordelijke helft van Oekraïne maakte vanaf 1441 tot het einde van de 18e eeuw deel uit van de mohammedaanse Kanaat van de Krim en werd voornamelijk door Tartaarse volken bewoond (die door Stalin later hard werden aangepakt), en werd door de christelijke Russische tsaar op de Islam veroverd en verder bevolkt door orthodox-christelijke mensen en werd zodoende Russisch.

Het noordelijke gedeelte van het genoemde Oekraïne was vanaf de 14e eeuw tot ruwweg de 17e eeuw onder controle van Polen (sommige stukken spreken over “een complexe grensgeschiedenis” – Kiev lag lange tijd in Polen.)

Historische gronden om Oekraïne bij West-Europa in te lijven zijn in ieder geval heel zwak.

De EU beroept zich dan ook op de recente akkoorden die zijn gesloten middenin de chaos bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Het klassieke verhaal hierbij is dat de Oekraïners zelf voor aansluiting bij de EU hadden gekozen.

Men vergeet dan voor het gemak dat de met het zakenleven (erg) bevriende president Janoekovitsj mede door de tussenkomsten van figuren zoals Verhofstadt verdreven werd, omdat hij met Rusland vriendschappelijke economische betrekkingen wilde, goed wetend dat die relaties voor Oekraïne van groot belang waren.

EU-leiders wilden zulks te allen prijze voorkomen, want dat zou hun expansieverlangens geheel doorkruisen.

Allemaal jammer voor de Oekraïners, want die hadden met de oude buurtschappen met het intussen tot vijand verklaarde Russische buitenland vaak een flink stuk vooruit kunnen komen.

Ter vervollediging: ook Wit-Rusland staat nog op het EU-menu. Goede relaties met Rusland kan de EU dus missen als de pest.

Dat de Europeanen er best aan doen samen te werken, weet het kleinste kind. We hebben daar geen EU voor nodig. En dat geldt ook voor Oekraïne. Maar waarom geldt dat dan niet voor het blanke, orthodox-christelijke Rusland, terwijl de EU er kennelijk geen graten in vindt om kleurlingen van allerlei komaf in de EU-bevolking op te nemen?

In het nieuwe “Migratiepact” van de EU wordt bepaald dat EU zélf beslist hoeveel asielzoekers aanvaard kunnen worden en welke ‘te herplaatsen’ asielzoekers naar welk land worden gestuurd. Een weigering kost het land 20 000 eur per jaar. Dat is een zware inbreuk op de soevereiniteit van de lidstaten. En weer méér macht voor de EU.

Hoe geloofwaardig is die EU eigenlijk nog?

Maar intussen is de systematische belaging van Rusland een erg groot risico.

Die belaging kan erop uitlopen dat Russische kernbommen een einde maken aan het leven van zovele onschuldigen – zoals in Hiroshima en Nagasaki.

In Europa ditmaal, welteverstaan.

Jaak Peeters

Juni 2026

Reflexies over genoegdoening, woke en oorlog

Een probleem uit de rechtsfilosofie

Recent verscheen een bijdrage van Theo De Wit onder de titel “De emancipatie van het slachtoffer”.[1]

De kern van zijn verhaal is dat het hedendaagse slachtoffer van misdaden terecht gekomen is in een situatie die zich totaal onderscheidt van wat sinds aeonen voor slachtoffers gangbaar was.

Zolang er mensen in groepen samenleefden werden misdaden bestraft. Nu is dat bestraffen veel meer dan een simpele, door emoties ingegeven in woede gekoelde wraak. Iemand wat aandoen is namelijk een inbreuk op de relatie van fundamentele menselijke gelijkwaardigheid. De misdadiger verheft zich ten onrechte boven het slachtoffer dat zodoende in een onverdiende lagere positie wordt geduwd. Het evenwicht wordt niet hersteld door de schuldige dood te slaan, want de herinnering wordt daarmee niet gecorrigeerd, laat staan uitgewist. Het evenwicht kan alleen hersteld worden als de schuldige fout bekent, dat wil zeggen: bereid is een stap terug te zetten en het slachtoffer zijn eer terug te geven.

Iedereen weet dat het probleem van de gelijkwaardigheid van mensen onder elkaar al sinds mensenheugenis een kernprobleem is geweest.

Inbreuken op deze fudamentele intermenselijke gelijkwaardigheid werden dus altijd op de een of andere manier bestraft – of minstens vergoelijkt door een beroep te doen op machten of ideeën die de ongelijkheid konden rehtvaardigen.

Maar in onze dagen is dat allemaal veranderd.

De vereenzaming van het slachtoffer.

De bestraffing kende in vele culturen verschillende vormen.

Soms ontstonden er rituelen die voor ons vandaag vreemd aandoen om de ‘zonden’ van de hele collectiviteit uit te wissen. Daarover heeft René Girard uitvoerig geschreven in zijn “De aloude weg van de boosdoeners”. Girard vertelt daarin dat in sommige culturen de gewoonte was gegroeid om op gezette tijdstippen een bok ritueel met de zonden van de groep te beladen. Vervolgens werd het beest de woestijn ingejaagd waar het van honger en dorst omkwam. Daarmee was ook de zonde weggewist. Voor iedereen.

Deze procedure werd door de leden van de groep aanvaard als een vereffening van de  morele schuld. Daarna kon het leven met een schone lei verder. Iedereen behoorde weer tot de gemeenschap van volwaardige mensen.

Men ziet dus hoe fouten of misdrijven altijd weer de behoefte oproepen tot genoegdoening. Die behoefte is begijpelijk – mits we uitgaan van een fundamenteel gevoel van gelijkwaardigheid tussen mensen.

Tot die genoegdoening behoort vaak een vorm van ‘wraak’. Het woord wraak verwijst etymologisch naar ‘wreken’, wat op zijn beurt in de oude Germaanse talen iets betekende als ‘verdrijven’. Vergelden is dus letterlijk het verdrijven van onrecht.

In oudere gemeenschappenn werd de uitvoering van een directe, lichamelijke wraak als rechtvaardig beschouwd.

De kerstening veranderde deze logica vooral door de genoegdoening te verleggen naar een goddelijk Laatste Oordeel, waarin de goeden van de slechten worden gescheiden.[2]

Met de verflauwing van het christelijk besef is deze oplossing niet langer voldoende.

Een bekende reactie op deze post-christelijke toestand is de houding van een denker als Richard Rorty.[3] Hij stelt dat we een misdrijf moeten opvatten als een opdringerig binnendringen in een relatie die gelijkwaardig zou moeten zijn, maar door deze ongewenste indringing voert tot een toestand van ongelijkheid. Men dringt zijn private zelf ongewenst aan anderen op.

Rorty is van mening dat de kans dat ieder van ons ooit in dit scenario terechtkomt heel groot is. We moeten, zegt Rorty, deze feitelijkheid aanvaarden en onze moraliteit aanpassen. Er zullen altijd lieden zijn die zich buiten de gemeenschap van zelfbeschikkende individuen plaatsen.[4] Onze maatschappij kan dan volgens Rorty ook alleen maar worden bijeengehouden als we het op tenminste één punt eens zijn: de regel dat niemand nog slachtoffers maakt.

Dat is niet alleen onrealistisch, want er zullen altijd misdrijven blijven bestaan en daardoor zullen er altijd weer wraakgevoelens oprijzen. De vraag wat we daar dan mee doen blijft onbeantwoord.

Maar erger nog: deze visie maakt van onze samenleving een verzameling van potentiële slachtoffers. De samenleving is immers zo, dat ieder van ons ooit op de een of andere manier slachtoffer zal zijn.

Omdat er geen ruimte is voor echte genoegdoening, staan die slachtoffers er alleen bij. Machteloos. Geen recht, geen erkenning – alleen ondergaan en doorslikken.

In een wereld waarin relaties voortdurend kunnen worden verstoord door ongepast gedrag, belanden we zo in een maatschappij van vereenzaamde potentiële slachtoffers.

 Woke en Co

Er zijn dus enkele aspecten die we goed voor ogen moeten houden.

Ten eerste: de gekwetste of tekortgedane mens voelt altijd behoefte aan genoegdoening. Dat is een kwestie van menselijke waardigheid – los van de talloze andere manieren waarop die behoefte vorm kan krijgen.[5]

Ten tweede: aan die behoefte kan niet langer voldaan worden door simpele wraak. Dat wordt terecht niet meer aanvaard.

Ten derde: de christelijke oplossing- wraak overlaten aan God en uitstellen tot een Laatste Oordeel, werkt in onze seculiere tijd niet langer.

Ten vierde: ook seculiere bestraffing via rechtbanken blijkt problematischer dan wenselijk. Zeker wanneer, zoals bij Rorty, wordt gepleit voor een pragmatische houding tegenover de menselijke beschadiging. Die houding verscherpt immers de pijn nog meer.

Er is echter nog een andere ontwikkeling die de zaak helemaal in vuur en vlam zet.

Dat is de teloorgang van een eenduidige, voor iedereen herkenbare maatschappelijke morele orde. Deze instorting is het directe gevolg van het postmodernisme en de daaruit voortgekomen zogeheten woke-cultuur.[6]

Postmodernistische denkers stellen dat alles wat mensen opgebouwd hebben om zich in een leefbare omgeving te bewegen, slechts verhalen zijn zonder objectieve basis. Als ieder met zijn eigen verhaal tegenover de wereld staat, en alle verhalen slechts relatief zijn, dan staat ieder mens eigenlijk alleen en eenzaam in die de wereld.[7]

Er bestaat dan geen van buitenaf geldende algemene moraal. Er bestaat ook niet zoiets als een vaste identiteit waaraan men zich kan optillen. Ook die is slechts een verhaal. Er bestaat geen maatschappelijke orde die voor ieder van ons helder en aanvaardbaar is.

Het zijn allemaal: verhalen.

Maar als er geen vaste identiteiten bestaan, geen dwingende moraal en alleen maar verhalen waarin men zelf al dan niet gelooft, dan is er ook geen normenwereld meer waaraan we ons kunnen spiegelen. Alles wordt vloeibaar.

Dan doet iedereen wat hem of haar goeddunkt – totdat hij of zij op een ander botst. Dan kan iedereen zichzelf ook de identiteit geven die hij wenst – of die naar believen veranderen en zich vervolgens op anderen te pletter lopen.

Kortom: er zijn geen vaste normen, er is geen vaste orde, geen vast wereldbeeld. Wat een onzekerheid is deze wiebelende, voortdurend schuivende wereld!

En als ieder vrij is in zijn of haar keuze van zijn of haar zijn, dan wemelt het van de kansen op gekwetstheid. Want iederen wil iets anders – zonder rekening te houden met de gemeeschap.

Daarmee vereenzaamt de mens nog meer dan hij al is.[8]

Omdat zelfgekozen identiteiten niet door algemeen aanvaarde sociale regels bekrachtigd worden, werken ze niet bevredigend. Men moet alléén op zoek naar genoegdoening, maar die zoektocht houdt nooit op. Zo’n puur persoonlijke identiteit in de maatschappij blijft dus altijd voorwerp van een onbestemde, vage twijfel, want de maatschappij biedt nooit zekerheid. Als er dan tevredenheid om de genoegdoening is, is die slechts tijdelijk.

De wokewereld schenkt derhalve nooit voldoening en kan dat ook niet doen maar houdt wel een vurig verlangen naar genoegdoening levend, een verlangen dat met de tijd steeds harder kan gaan branden. En tegelijk neemt de vereenzaming almaar toe. Het wordt een heuse slachtoffercultuur.

Ook politiek

Het zal duidelijk zijn dat het hele verhaal over woke en soortgelijke stromingen vooral een verhaal is over het sociale leven.

De natie is voor alles een sociale groep, met daarin alle aspecten van het sociale leven. Ze bestaat uit het genoemde soort mensen dat steeds meer in de hoger beschreven vereenzaamde toestand is terecht gekomen, gegrepen als de mens is door het postmodernisme. Deze werkelijheid geldt voor elke menselijke groep. Het mag dus niet verwonderen dat ook de relaties onder politieke groepen of zelfs naties door deze ontwikkelingen worden beïnvloed.

Als we naar de huidige Verendige Naties kijken, merken we hoe de principiële gelijkwaardigheid van de deelnemende staten tot pure fictie is verworden. Je zou voorwaar hele naties “slachtofferschap” gaan toeschrijven. Ook daar is een vorm van eenzaamheid toegeslagen. Er wordt daar onder vrolijke schijn wrok gekweekt.

Hierop doorgaande brengt ons dat bij het Amerikaanse dominatiestreven en het verzet daartegen. We maken dat vandaag allemaal mee.

Zelfs toen de Amerikanen zich een weg baanden naar de oevers van de Grote Oceaan, en  volksstammen die ze onderweg  tegenkwamen op een allesbehalve fatsoenlijke manier bejegenden, konden velen zichzelf nog wijsmaken dat ze christenen waren en zich dus boven de ‘wilden’ mochten verheffen.

Iets van die morele zelfrechtvaardiging bleef zelfs voorbestaan tijdens de strijd tegen het ‘goddeloze communisme’ in Vietnam. Maar de diepgaande secularisatie bij de dominante bevolkingsgroepen in de VS heeft van de christelijke ijver uiteindelijk niets dan schijn  overgelaten.

Het Amerikaanse optreden in de wereld is daardoor gereduceerd louter machtsstreven. Waren de verhoudingen tussen grootmachten voordien al doortrokken van psychologische spanningen – zonder de economische en politieke belangen uit het oog te verliezen -, de huidige blote machtspolitiek maakt de zaak nog erger. In werkelijkheid maakt Amerika zichzelf tot slachtoffer van een foute politiek die het nochtans zelf heeft geschapen maar waarin het verstrikt is geraakt.

Wat velen ook maar niet lijken de snappen is dat dominantie altijd verzet oproept: dat is een natuurwetmatigheid en biologen hebben daarzeker een uitleg voor.

Niet alleen Amerika komt in een vereenzaamde weinig aantrekkelijke positie terecht, maar het hele westen deelt in de klappen.

Hier speelt opnieuw woke een niet te onderschatten rol.

Het gaat erom dat de machtsstructuren van het Westen de oude frustraties over kolonialisme en slavernij opnieuw openrijten, ditmaal ook binnen het Westen zelf. Woke voegt deze frustraties toe aan de bestaande verhalen over systematische achterstelling van allerlei aard.

Als reactie gaat men in het westen over tot de compensatie en Wiedergutmachung: ontwikkelingshulp, gelden voor de ooit vrijwel uitgeroeide stammen in Amerika  en allerlei herstelbetalingen.[9]

Maar die Wiedergutmachung trekt de aandacht nog meer op de open wonde, rijt haar verder open, versterkt het schuldbesef en versterkt het gevoel van achterstelling op dezelfde manier zoals elke actie om transgenders genoegen te doen nieuwe, fellere eisen oproept. Men is immers nooit zeker dat ‘men’ het eerlijk meent met de acceptatie van van een zelfgekozen, niet tot het collectieve verhaal behorende identiteit. Als er iets is wat mensen allemaal kenmerkt, is dat het vermogen om te twijfelen.

We moeten goed beseffen dat we in deze nucleaire tijd voor uiterst gevaarlijke problemen staan. Niet alleen naties en individuen zoeken genoegdoening – ook ander groepen dragen tot de spanning bij. Een enkel voorbeeld moge volstaan: illegale immigranten. Een probleem waarvan maar weinigen de diepe ernst schijnen te zien. De mensheid kan namelijk niet alleen vergaan door een kernoorlog.  Ze kan ook vernieigd worden door een wereldwijd chaotisch armaggedon.


[1] Theo De Wit. De emancipatie van het slachtoffer: achtergrond, culturele betekenis, keerzijden. In de De uil van Minerva, april 2026, blz. 63 – 81. Theo De Wit is professor aan de Universiteit van Stellenbosch.

[2] We gaan even voorbij aan de gruwelen tegenover de “ketters” en “heksen”.

[3] Zie zijn Contingentie en Solidariteit, dat eindigt met de merkwaardige passage: De twijfel aan jezelf lijkt mij het karakteristiek merkteken van de eerste periode in de geschiedenis van de mensheid waarin grote groepen mensen het vermogen hebben gekregen om de vraag ‘Geloof jij en verlang jij wat wij geloven en verlangen?” te scheiden van de vraag “lijd jij?”. Rorty, KoK Agora, 1992, blz. 249.

[4] Vergelijk met de dierenwereld!

[5] Denk hierbij aan vakbonden of aan de acties van de middeleeuwse gilden, die meer grip wilden op hun eigen leven.

[6] Woke (Engels voor “wakker”) verwijst naar een hoge mate van alertheid en bewustzijn met betrekking tot maatschappelijke ongelijkheid, racisme en discriminatie. Oorspronkelijk uit de Afro-Amerikaanse cultuur, is het nu een internationale term voor sociaal-politiek activisme, vaak geassocieerd met bewegingen als #MeToo en Black Lives Matter. Alertheid is uiteraard geen probleem. Maar de woke zoals die zich heeft ontwikkeld is een aberratie. (Zie wikipedia.)

[7] Dat is zeker niet juist. Mensen zijn sociale wezens. Van zodra een foetus voldoende neurologische toerusting bezit om prikkels van buiten de baarmoeder op te vangen en op te slaan, begint de socialisatie.

[8] Een merkwaardig fenomeen is het als je jonge kinderen van 8 met een smartphone ziet rondlopen: kennelijk wordt een wezenlijk deel van hun communicatie met de menselijke buitenwereld gevoerd langs dat ding – maar niet via biologische mensen. Dei vereenzaming wordt dus door de moderne technologie ondersteund en versterkt. Al in 1956 schreef prof. S.W. Couwenberg met een merkwaardig vooruitziende blik zijn essay De vereenzaming van de moderne mens.

[9] Die Wiedergutmachung kan behoorlijk wat betekenen. De eis van Clemenceau («Le Bosch paiera tout ») in 1919 vond pas op 3 oktober 2010 zijn vereffening.

Deze tekst verscheen ook op www.dwarsliggers.eu onder dezelfde titel

Waarom Starmer totaal fout is

Beschouwingen naar aanleiding van een moordpartij in Engeland.

De pas aangetreden Britse premier Keir Starmer beloofde op 4 augustus dat hij ‘alles zal doen wat nodig is’ om de relschoppers zo snel mogelijk voor het gerecht te brengen. “Jullie zullen betreuren dat jullie hieraan hebben deelgenomen”, zo heeft hij zondag verklaard in een reactie op de rellen in het land.[1]

Die rellen waren, zoals bekend, losgebarsten nadat de zwarte 17-jarige Axel Rudakubana, die aanvankelijk als immigrant werd geduid, in Southport twee jongere kinderen doodstak en er zes zo erg verwondde dat ze in kritieke toestand naar het ziekenhuis moesten.

Dit is georganiseerde, gewelddadige misdaad, verklaarde Starmer. Die had het daarbij niet over de moordenaar, maar over de woedend reagerende bevolking. “Ik zal er niet voor terugdeinzen om te zeggen wat het is: extreemrechtse misdadigers”, aldus nog Starmer. “Als je mensen tot doelwit maakt vanwege hun huidskleur of geloof, dan is dat extreemrechts.”

Kort daarop werd bekend dat de regering in Londen censuur overweegt, zogenaamd om de verspreiding van ‘extreemrechtse ideeën’ te verhinderen.

Ongenoegen

Wat men over die rellen – in Engeland en elders – ook moge denken, het is duidelijk dat er onder de bevolking ongenoegen bestaat over de (gevolgen van de) immigratiepolitiek die ook door de EU wordt gevoerd. Er is animositeit als immigranten op de bus in Antwerpen niet betalen en blanke autochtonen dat wel (moeten) doen. Er is ongerustheid over het steeds aanzwellende aantal allochtonen, niet alleen in de steden, maar ook en steeds meer in de dorpen van het binnenland.[2] Autochtonen worden boos als hen verboden wordt het woord ‘omvolking’ te gebruiken. Er is ongenoegen omdat het gevoel leeft dat immigranten voorrang krijgen bij de toewijzing van sociale woningen. Er is ongenoegen omdat het gevoel leeft dat veel immigranten misbruik maken van de status van asielzoeker en daarbij door sociale diensten te gemakkelijk worden geholpen, terwijl gepensioneerde autochtonen soms in een lange wachtrij staan of terechtkomen in een overwegend door allochtonen bewoonde wijk. Een oudere vrouw zei in dit verband: “mogen we nog Belgen zijn in eigen land?” Er loopt de overtuiging dat de pest van de drugshandel vooral met de aanwezigheid van allochtonen te maken heeft en daarbij denkt men meteen aan de veiligheid van de eigen kinderen.

Als mensen commentaar geven op de gepercipieerde aanwezigheid van zovele migranten, dan worden zij rond de oren geslagen met het verwijt dat ze racistisch denken. Dat verwijt is op zich principieel zeker onterecht.[3] Als mensen in eigen land geconfronteerd worden met een opvallend toenemend aantal vreemde immigranten, dan zou hun commentaar toch niet mogen verbazen .

Als er dan onschuldige, nog jonge kinderen door iemand uit een andere cultuur worden vermoord, dan slaan bij grote aantallen mensen de stoppen door. Ze maken zich zorgen om hun eigen kinderen. Normale mensen worden vertederd door kleine of jonge kinderen en ze willen niet dat die iets overkomt. Een moordpartij zoals in Southport komt daarom nog feller aan.

Immigranten en hun etniciteit

Het is interessant op te merken dat de manier waarop mensen in het leven staan door ingrijpende gebeurtenissen kan veranderen. Philip Hermans vertelde in een bundel over een jonge Marokkaanse gehuwde vrouw, die zichzelf als een “moderne Marokkaanse vrouw in Brussel” zag. Ze was zo modern dat ze niet alles geloofde wat de imman in de moskee vertelde. Ze was nogal islam-kritisch opgevoed. Maar toen haar broer omkwam in een auto-ongeval, begon ze zich meer voor de islam te interesseren. Die islam gaf haar leven betekenis en ze begon er zich steeds meer in te verdiepen. Sindsdien werd de islam de basis van haar leven.[4] Noteer hier: dit gegeven werpt ook licht op de rellen in Engeland, waar het erop lijkt dat het autochtonen kennelijk verboden is hun leven door ingrijpende gebeurtenissen te laten veranderen. Zij moeten altijd stoïcijns blijven…

Hieruit leren we twee dingen. A. Een diepingrijpende gebeurtenis kan iemands levensoriëntatie in één klap veranderen. Die verandering is grondig.  B. Die levensoriëntatie gaat heel gemakkelijk de kant op van de oriëntatie van de groep waaruit men komt, zelfs als men zich daar eerder bewust van heeft afgekeerd. Het is alsof al die moderne verf meteen afgewassen wordt en de ware natuur tevoorschijn komt. In dit concrete voorbeeld kan men zich bovendien voorstellen dat de ouders of grootouders van de jonge vrouw helemaal niet opgezet zijn met het feit dat iemand uit de familie zich van haar tradities afkeert. De uiteindelijke keuze van die jonge vrouw voor het geloof van haar familie is dan ook een soort heuglijke hereniging oftewel opname in de schoot van de familie. Een soort thuiskomst.

Etnisch gedrag.

Wat we zien gebeuren is dat immigranten elkaar opzoeken en etnische eilanden vormen. Tot de kern van de vreemdelingenproblematiek behoort derhalve het vraagstuk van de etniciteit en dat is een onderwerp dat in de media of in de politiek vrijwel nooit aan bod komt. Nochtans is het fundamenteel.

Philip Hermans verklaart dat die etnische identiteit een defensieve dimensie heeft: hoe meer ze in gevaar komt door de omringende dominante cultuur, hoe meer vele immigranten de neiging voelen om zich in hun eigen kringen op te sluiten en de buitenwereld misschien niet meteen als vijandig, dan toch als te mijden bezien.[5]

Een gelijkaardige constatering doet Eugeen Roossens. Deze auteur beschrijft de ‘primordiale autochtonie’ van de immigrant: rechtstreeks of via zijn ouders komt men ergens vandaan waar men echt thuishoort en autonoom is, tenminste in zijn verbeelding, en deze oorsprong laat men niet los. Roossens schrijft dit na geconstateerd te hebben dat de in België geboren Marokkaan met een hoger diploma een groot verschil ervaart tussen zijn objectiveerbare moderne identiteit en zijn etnische identiteit, maar zijn etnische identiteit daarom nog niet opgeeft.[6]

We constateren hier alweer twee dingen.

Ten eerste: de immigrant beleeft een gevoel van ontheemding. In de nieuwe samenleving, hoezeer die ook haar best doet om hem te ontvangen, is hij niet echt thuis.[7] Ten tweede: omgekeerd roept de houding van de immigrant afwerende reacties bij de autochtonen, die achterdochtig worden en kritisch tegenover alles wat de immigrant doet of nalaat.

Dat heeft tot gevolg dat, aan de ene kant, de immigranten de neiging hebben zich aaneen te sluiten en, aan de andere kant, dat bij de autochtonen allerlei vermoedens over misbruiken van allerlei slag oprijzen en wantrouwen ontstaat.

Kortweg gezegd: Als er te veel immigranten zijn zodat het straatbeeld merkelijk verandert, dan schept dat maatschappelijke spanning. Men moet daar geen mensen verantwoordelijk voor stellen, noch slingeren met dwaze concepten zoals “extreemrechts”: het is een natuurlijk feit dat wat ongewoon is de aandacht trekt en achterdocht oproept of tenminste tot voorzichtigheid aanzet. In dat opzicht verschillen mensen nauwelijks van dieren. Conclusie: teveel diversiteit , zeker als de verschillen groot zijn, veroorzaakt moeilijkheden. In dat geval wordt het dan ook niks met de integratie van immigranten.[8]

Etniciteit

In het maatschappelijk debat valt het woord etniciteit zelden. Meer zelfs: als het al ter sprake komt, dan is dat afwijzend. In de spraakmakende media gooit etniciteit geen hoge ogen. Etniciteit hoort niet bij de door de mens zogenaamd rationeel opgebouwde wereld.

Dat zegt ook de Ethiopische professor Seyoum Hameso in diens Ethnicity in Africa. Hij constateert dat de westerse media etniciteit wegzetten als dom stamdenken, een ongewenst overblijfsel uit lang vervlogen tijden en door marxisten wordt etniciteit als “vals bewustzijn” beschouwd. De ‘modernen’ uit het Westen verwachten dan ook de nakende verdwijning van etniciteit.[9] Kwalijk bovendien is het stereotiep gedrag van vele westerse journalisten en politici. In hun streven om toch maar nieuws te brengen of politiek correct te zijn, grijpen ze naar stereotiepen: etnische conflicten, waarvan dan de woeste taferelen op TV te zien zijn. Ze doen dat zonder het begrip zelf goed te definiëren.

Intussen produceren ze meer onzin dan dat ze de bevolking informeren. Een van de meest gerenommeerde deskundigen op het gebied van de studie van etniciteit is de uit Vlaanderen afkomstige Pierre L. Van den Berghe in diens The Ethnic Phenomenon.  Van den Berghe, die zichzelf een verfranste Vlaming noemde, schreef in zijn hoofdwerk de stelling neer dat ook de moderne staten, bestaande uit miljoenen leden, etnisch van natuur zijn. Ook in deze moderne maatschappijen bestaat er zoiets als afstammingsgevoelens en die zijn essentieel om over etniciteit te spreken. Ook al is de etnie uiteindelijk een mythe: een mythe kan niet bestaan zonder een historische realiteit. Etniciteit kan gemanipuleerd worden, maar niet gecreëerd.[10]

Zonder daar hier verder op te willen ingaan – er bestaan honderden boeken over dit onderwerp – kan een korte formulering van wat etniciteit is iets zijn als het volgende: een aanvoelen van een gemeenschappelijke  oorsprong van de gemeenschap in kwestie. Zo’n gemeenschap heeft dus iets blijvends, iets wat niet kan worden afgenomen.

Je vindt dat inderdaad overal terug, ook bij moderne staten. Vlaanderen wijst terug naar de Vlaamse graven en de oorlogen met de Franse koningen. Italië zoekt zijn verleden in de Romeinse tijd. Jonge Fransen leerden tot voor kort op school dat “onze voorouders blonde haren en blauwe ogen hadden”. Of dat waar is, is nogal betwistbaar, maar het laat zien dat een gemeenschap maar kan aaneen hangen als elke lid ervan het gevoel heeft een gemeenschappelijke oorsprong te delen met zijn landgenoten. Het gevolg is dat grenzen tussen etnische gemeenschappen ook binnen vele moderne multi-etnische staten sterk onderhouden worden.[11] De ‘melting pot’ is te onzent een even grote illusie als in Amerika.[12]

Waarom Starmer en zijn geestesgenoten de bal misslaan

Zoals zovele hedendaagse mensen die zich links profileren, vond Starmer er niet beter op dan de schuld voor de rellen in zijn land in de schoenen van extreemrechts te schuiven. Wat er evenwel werkelijk leeft is etnisch ongenoegen, zowel bij de immigranten als bij de autochtonen. Dat de eerste meldingen over de dader in Southport deze al (te) snel als een recente immigrant omschreven, verandert niets aan de kern van de zaak. De waarheid is dat het Engelse koninkrijk te gul is geweest met het opnemen van immigranten. Op de manier wordt de autochtonie verdund en worden immigrerende etniciteiten versterkt, zeker als daar nog eens een totaal andere religie bij komt kijken. Een kortzichtig – jawel: links – immigratiebeleid heeft spanningen opgeroepen, die op een bepaald moment onbeheersbaar blijken.

Maar Starmer heeft duidelijk geen kaas gegeten van wat de moderne literatuur over etniciteit te vertellen heeft.

In plaats van een volksgroep als de zondebok aan te wijzen, had Starmer dus wat meer moeten nadenken. Hij zou dan ontdekt hebben dat in zijn land – net zoals in heel West-Europa[13] – de etnische spanningen de laatste decennia feller zijn geworden. Als hij zich zou geïnformeerd hebben zou hij ontdekt hebben dat ook in de moderne geïndustrialiseerde staat etnische gevoelens nog altijd fel leven en dat de omstandigheden die hijzelf en zijn geestesgenoten tot stand hebben gebracht tot gevolg hebben dat die gevoelens nog zijn versterkt.

Nu is relschoppen om de rellen nooit verantwoord. Het is waar dat sommige mensen elke gelegenheid aangrijpen om baldadig te doen. Of zulke houding ‘extreemrechts’ moet heten, moet men ter linkerzijde maar eens goed uitleggen. Naar mijn mening is daar namelijk niets rechts aan, vermits rechts wijst naar conservatisme en dus naar omzichtigheid.

Toch is voor het fenomeen van het relschoppen zelf dieper nadenken meer gepast, want ook de motivatie van het relschoppen valt niet uit de lucht. Er maar meteen op los troeven, is dus voor niemand een teken van wijsheid. Zeker echter is in ieder geval dat we hier te maken hebben met de gevolgen van spanningen tussen etnische groepen, die door onhandigheid of onbekwaamheid – of onwil – van het bestuur met de jaren explosief zijn geworden.

Ik weet om de duivel niet hoe ikzelf zou reageren als één van mijn kleinkinderen op het dansfeestje in Southport zou zijn geweest. Ik weet niet of ik de tijd zou nemen om minutieus te onderzoeken of de info die over deze zaak rondgaat wel heel correct is. En of mijn sympathie niet veeleer naar de door het regime vermaledijde en van rechtsextremisme beschuldigde relschoppers zou gaan, eerder dan naar de hoge heren die 250 km ver weg in hun veilige kantoren in Londen volstaan met goedkope betuigingen van medeleven. Wat denken diezelfde hoge heren trouwens dat ouders van jonge dochters voelen als groepsverkrachters als straf … een opstel moeten schrijven?

Mijn zorgen zouden waarschijnlijk naar het leed van die families gaan en naar de trauma’s van de kinderen die de dans ontsprongen. Ik zou me afvragen waar die baldadige relschopperij in hemelsnaam vandaan komt. In plaats van meteen alles op  bestraffing te zetten, zou ik me voor alles afvragen wat er met het beleid mis is waardoor zulke dingen übehaupt kunnen gebeuren.

In plaats van op controle-ideologie, zou ik waarschijnlijk op het verhaal dat ik hierboven heb gebracht uitkomen. Dat lijkt me, al bij al, in ieder geval wijzer dan het dreigen met de inzet van het leger of de mensen de prang op de neus te zetten door het afkondigen van censuur, die overigens vooral een teken van onmacht en onkunde is.

Jaak Peeters

Augustus 2021


[1] De Morgen, 4/8/2024.

[2] https://www.telegraaf.nl/watuzegt/1866758842/nederland-migreert-zich-vol-dom-en-arm

[3] Zie mijn Vlamingen zijn fatsoenlijke mensen, Pelckmans, 2014.

[4] Philip Hermans. Ethnic Identities of Moroccans in Belgium and the Netherlands. In: Lola Romanucci-Ross, George A.  De Vos en Takeyuki Tsuda. Ethnic Identity (4e ed.), Alta Mira, 2006, blz.195.

[5] Philip Hermans. O.c., blz. 203.

[6] Eugeen Roossens. Eigen grond eerst. Acco, 1998, blz. 209.

[7] De overheden schieten op dat gebied hopeloos tekort : Paul Gerbrands, Mijn land van veel en vol. Meer mens met minder mensen. Damon, 2003. Intussen telt Nederland 18 miljoen inwoners of 444 per km2.

[8] Paul Collier. Exodus, Spectrum, 2013, blz. 109.

[9] Seyoum Hameso. Ethnicity in Africa. Towards a Positive Approach. iUniversity Press, Lincoln, 2001, blz. V.

[10] Pierre L. Van den Berghe. The Ethnic Phenomenon, Elsevier, 1987, blz. 27.

[11] Kate Huppatz, Mary Hawkins and Amie Matthews. Identity and belonging. Palgrave, 2016, blz .19.

[12] Zie Athena Leoussi.  Encyclopaedia of Nationalism. Transsaction Publishers, New Brunswick, 2001. Blz. 178: “They also point out that intermarriage does not necessarily eliminate ethnic boundaries and practices (Waters,1990).”

[13] Denk aan AfD in Duitsland, RN in Frankrijk, PVV in Nederland.

Censuur in verwarde tijden.

Principieel

Een goede redenering begint altijd met het hanteren van juiste definities. De Chinese filosoof Confucius, die door sommigen omschreven werd als een van de belangrijkste denkers die ooit hebben geleefd, zei eens: Wil in de hoofden en harten van de mensen orde komen, dan is de eerste eis dat de dingen bij hun eenvoudige, juiste naam genoemd worden.[1]

Dan moet onze aandacht ook gewekt worden als we merken dat er verschillende definities van censuur in omloop zijn.

Voorbeeld: “censuur is het tegenhouden van de publicatie of de bekendmaking van informatie.”

Van Dale omschrijft censuur als het uitoefenen van macht om de vrije meningsuiting te verhinderen.

Een betere manier om het begrip censuur te definiëren lijkt ons echter censuur op te vatten als de uitoefening door een of andere overheid van macht, waardoor het vrije woord onmogelijk wordt gemaakt. Die overheid kan van alles zijn: de staat, de kerk, de keuringscommissie die de geschiktheid van films voor een jong publiek beoordeelt, een militair gezag, een schooldirectie, de leiding van een bedrijf enzovoorts.

Verlichting

Confucius zou bij elk van deze definities gegruwd hebben – en hij niet alleen.

Immanuel Kant schrijft in zijn beroemd opstel Wat is verlichting?:  Sapera aude. Heb de moed om je van je eigen verstand te bedienen (..) Het openlijk gebruik van de rede moet te allen tijde vrij zijn, en alleen dat kan verlichting onder mensen tot stand brengen, schrijft hij nog. Kant stelt dat het niet geoorloofd is van de verlichting, en dus het vrije gebruik van de rede, afstand te doen.

Het is voor iedereen duidelijk dat de verlichting, die Kant voor ogen staat, in een situatie waarin censuur wordt toegepast niet denkbaar is.

Men daarom redeneren dat het verbod op censuur en het verzet daartegen, een logisch uitvloeisel is van de Verlichting- terecht met een hoofdletter.

Op deze manier zien we ons verzet tegen censuur verschijnen als een historische verovering van de moderne mens en een plicht waaraan we als moderne mensen niet mogen verzaken.

Censuur is geassocieerd met machtsongelijkheid

Uit het bovenstaande blijkt ook dat censuur altijd plaats vindt in het kader van een ongelijke machtsverhouding. Censuur bestrijden komt dus neer op het streven naar fellere machtsgelijkheid onder mensen.

Maar die gelijkheid wordt als het ware van nature bedreigd. Michael Walzer schrijft dat wie droomt van een maatschappij waarin iedereen dezelfde macht bezit, bij het minste ongewone fenomeen zou te maken krijgen met snel opkomende machtsongelijkheid: de een wordt tot voorzitter gekozen; een ander kan mensen begeesteren en kan hen meetrekken. Tegen het einde van de dag zou men een verstoring van de machtsgelijkheid zien optreden.[2] Het zou dan machtsuitoefening vergen om machtsgelijkheid te realiseren. Dat is een contradictie, want zulke machtsuitoefening veronderstelt .… ongelijkheid.

Belangrijk is dus dat die gelijkheid altijd weer doorbroken wordt, of tenminste: dreigt doorbroken te worden. Er verschijnen immers altijd weer nieuwe kandidaten-machthebbers. Het is een eeuwig proces van gelijk maken en verschil creëren.

In de mate dat censuur een uiting is van machtsverschillen, behoort de kans dat censuur wordt uitgeoefend altijd opnieuw tot de heel reële mogelijkheden. Democratie is niets anders dan een techniek om die altijd dreigende machtsongelijkheid leefbaar te houden.

Overgangstijden

Er zijn in de geschiedenis perioden waarin het toepassen van censuur bijzonder aantrekkelijk is.

Dat zit zo: in de loop van de geschiedenis zijn er bij herhaling tijdperken, waarin zogenaamde helden een centrale rol in de eigentijdse maatschappijen speelden. Het zijn de lieden wier grote daden een wereld die in volle transitie is tot ontwikkeling brengen.

Zowel de Grieken als de Sumerische en de Indische geschiedenisverhalen maken melding van heldentijden. Alle grote beschavingen hebben zo’n heldentijden gekend, met bijhorend episch proza of dito dichtwerk.

Zo kwam de Sumerische epische literatuur al rond het eerste kwart van het derde millennium voor onze tijdrekening tot stand; de Griekse en de Indische tegen het einde van het tweede millennium, terwijl de Germaanse heldentijd tussen de vierde en de zesde eeuw van onze tijdrekening tot bloei kwam.

Welnu: die heldendichten, die de epiek van die heldenperioden kenmerkt, blijken niet alleen louter literaire verdichting te zijn. Ze leggen integendeel getuigenis af van een heel reëel sociaal verschijnsel. In wezen ging het telkens om barbaarse perioden.

Samuel Noah Kramer geeft een overzicht van de kenmerken van die barbaarse perioden.[3]

  1. Een heldentijd valt steeds samen met een periode van grote bevolkingsverschuivingen.
  2. De volkeren die helden leveren, komen in contact met maatschappijen die in ontbinding verkeren. Veelal leveren die maatschappijen een verloren gevecht tegen verwording en achteruitgang.
  3. De ‘heldenvolkeren’ staan zelf op een primitievere sport van de beschaving.
  4. De primitievere volkeren worden door de hoger beschaafde volkeren ingezet op die punten, waar de beschaafden steeds meer tekortschieten: krijgsvoering, ongeschoolde arbeid, procreatie.

De genoemde heldentijden zijn dus echte overgangstijden met vrijwel altijd grote volksverhuizingen.

Onze huidige toestand.

Met het voorgaande in het achterhoofd vraagt het niet zoveel verbeelding om onze West-Europese beschaving te klasseren als een beschaving in ontbinding of, om het neutraler te zeggen: in transitie.

Er werd hierover al vaker geschreven.[4]

We merken in ieder geval dat ongecontroleerde of moeilijk te beheersen massieve immigratie op z’n zachtst ontregelend werkt.  Dat is ook wat in het boek van Paul Collier aan de orde is: Exodus. Hoe migratie onze wereld verandert.[5]

Eigenlijk wéét iedereen dat. Wie Brussel nog in de jaren tachtig van vorige eeuw gekend heeft, herkent deze stad vandaag niet meer.

Men ziet ook hoe de autochtonie steeds meer in de verdediging wordt gedrongen: zelfs het gebruik van voorheen totaal onschuldige termen zoals autochtonen versus allochtonen veroorzaakt nu problemen.[6]  We kunnen er hier rustig het woke-fenomeen bijvoegen.

Achter de terminologische kwestie schuilt echter een sociologische realiteit: de etnisch autochtone bevolking krijgt het steeds moeilijker om zichzelf als de rechtmatige eigenaars van de grond te manifesteren. Multiculturalisme wordt steeds meer: multi-etniciteit.[7] En waar verschillende etnische groepen op één gebied samenleven, ontstaan spanningen. “Etnisch bewustzijn verhevigt bij contact met andere etnische groepen”[8] Weg illusie van de integratie!

Enkele jaren geleden schreef Abou Jahjah een boek onder de titel: De stad is van ons. Manifest van de nieuwe meerderheid.[9] Daarin voorspelt de auteur dat de “ontvlaamsing” steeds verder zal gaan, dat de sociaal-economische spanningen altijd in dezelfde richting zullen evolueren, nl. de verzwakking van de autochtonie en dat er weliswaar een oppervlakkige civiele cultuur zal ontstaan, maar dat die nauwelijks wat heeft met de oorspronkelijke autochtonie. Sommigen vinden zelfs dat de ontmanteling van de rechten van de autochtonie nog niet ver genoeg gaat en pleiten voor wat zij noemen: superdiversiteit.[10] Zelfs in het oude Nederland werd al gediscussieerd over “het nut van Nederland”[11]

In ieder geval: als voorbeeld van een “overgangstijd” kan dat alles tellen.

Merk dus op dat maatschappelijke transitie echt niet alleen met de blote aanwezigheid van allochtonen te maken heeft: die transitie verandert niet alleen ons straatbeeld, maar verandert ons hele maatschappelijke weefsel en dat leidt dan weer tot dwingende maatregelen die het verzet tegen de nieuwe wereld moeten breken.[12]

Overgangstijden en censuur

Nu zijn we dan ook aanbeland op het punt dat in de titel aangehaald wordt: het verband tussen de chaotische tijden waarin we leven en de gepercipieerde toeneming van censuur.

Die dwingende censurerende maatregelen wekken namelijk heel sterk de indruk dat ze de weerstand tegen de sociale, culturele en sociologische hertekening van de maatschappij willen onderdrukken. Dat gebeurt op zowat alle denkbare manieren zoals justitiële bestraffing, maar in onze contreien vooral door moralisering.[13]

Het eerste wat we dus moeten stellen is dat censuur veel meer is dan we gewoonlijk geneigd zijn te denken: gewoon maar het beperken van de vrije meningsuiting. Censuur is ook het bewust doordrukken van een politiek beleid, ook wanneer dat kennelijk niet op een democratische manier kan lukken.

Het is echter tegelijk een poging om een andere wereld te doen aanvaarden die mensen uit zichzelf niet zouden hebben gewild. We zien dus vooral dat censuur een politiek middel is dat past in de vestiging van een nieuwe maatschappelijke en etnische orde, een proces dat eigen is aan overgangstijden. Nieuw opkomende politieke groepen doen een beroep op mensenrechten of zelfs op de verlichting zelf om een open debat te verhinderen over een toekomst waarvan ze weten dat die door grote delen van de bevolking niet gewenst wordt, maar waarvan zijzelf hebben beslist dat ze er moet komen.

Opnieuw zien we hier macht aan het werk.

Dit soort nieuwe politieke groepen dat verschijnt in overgangstijden zit vol met de lieden die deels afkomstig zijn uit de nieuwe bevolkingsgroepen, deels uit de autochtonie die kiest voor de vlucht vooruit en nog anderen die op de een of andere manier hun voordeel hopen te doen. In latere tijden zullen sommige figuren uit die groepen misschien de heldenstatus verkrijgen waarover hierboven sprake is.

Wie nu zal durven te ontkennen dat we vandaag in een diepgaande overgangstijd zitten?

De vier hiervoor genoemde punten blijken immers voor de volle honderd procent van toepassing te zijn: grote bevolkingsverschuivingen, een maatschappij waarin het postmodernisme geen enkele zekerheid meer heeft overgelaten en die dus in verwarring en totale twijfel over zichzelf en over de mens in het algemeen verkeert, het feit dat vele immigrerende groepen op een veel lager niveau van intellectuele ontwikkeling staan en de dwingende noodzaak om deze nieuwe ingezetenen in te schakelen, onder meer omdat de autochtone procreatie niet langer volstaat om het bevolkingstal dat economisch of politiek wenselijk is in stand te houden.

We kunnen nu terugkeren naar de aanhef van dit stuk: de aanklacht tegen de kennelijk algemeen optredende beperking van vrije meningsuiting, waarover zelfs Benno Barnard zich druk maakte.[14]

De waarheid is dat tegenwoordig censuur wordt uitgeoefend, niet alleen in het kader van de oorlog in Oekraïne – daar is de censuur overduidelijk alom aanwezig-, maar omdat sommigen vrezen anders de spanningen van deze verwarde tijden niet langer meester te blijven. Censuur in onze chaotische tijd is buitengewoon aantrekkelijk voor alle groepen die welke leidinggevende positie dan ook in het hele proces van transitie innemen.

Men kan zeggen dat censuur een uiting is van onzekerheid van de leidende groepen.

Dat is zeker waar.

Maar het erge is dat met het verschijnen van een censurerend systeem tegelijk één van de grootste verworvenheden van de Verlichting op de schop gaat: het zelfstandige denken. Het sapere aude. Om vrij te kunnen denken, moet immers ook het spreken vrij zijn, want het ene veronderstelt het andere.

En laat nu die Verlichting wellicht het belangrijkste zijn waarmee West-Europa kan uitpakken.


[1] Hans-Joachim Störig. Geschiedenis van de filosofie, deel 1. Het Spectrum, 1985, blz. 83.

[2] Michael Walzer. Spheres of Justice. Woord vooraf. Blackwell, 1983.

[3] Samuel Noah Kramer. De geschiedenis begint met de Sumeriërs. Nederlandse vertaling, Sijthoff, Leiden, 1958, blz. 196.

[4] https://www.dwarsliggers.eu/index.php/2016-04-03-02-23-40/onze-nieuwsbrieven/240-nieuwsbrief-nr-8-pjotr-s-dwarliggers-25-augustus-2016

Of nog: https://www.dwarsliggers.eu/index.php/22-maatschappij/943-ondergang-van-het-avondland

[5] Paul Colllier. Exodus. Spectrum, 2013. Vertaling uit het Engels.

[6] https://www.socialevraagstukken.nl/herziening-van-de-termen-autochtoon-en-allochtoon-is-nodig-afschaffen-hernoemen-of-herdefinieren/

[7] Eugeen Roosens heeft daar in zijn Eigen grond eerst uitvoerig over geschreven. Acco, 1998.

[8] Eugeen Roosens, o.c., blz. 186. Denk ook aan ex-Joegoslavië.

[9] D. Abou Jahjah. De stad is van ons. Pelckmans, 2014.

[10] Dirk Geldof. Superdiversiteit. Hoe migratie onze samenleving verandert. Acco, 2013.

[11] Koen Koch& Paul Scheffer (red.) Het nut van Nederland. Bert Bakker, 1996.

[12] Wim van Rooy. De malaise van de multiculturaliteit. Acco, 2008.

[13] Het is goed te wijzen op de steeds verdere toeneming van de mensenrechten, want dat is op zich een indicatie van de chaotische toestand van onze cultuur. Deze mensenrechten dienen als basis voor censuur. Zie hievoor ook: https://www.amnesty.nl/encyclopedie/mensenrechten-lijst-van-mensenrechten

[14] Zie het titelblad van het boek van Wim van Rooy.

Jaak Peeters

April 2023

Waar is de Vlaamse politiek eigenlijk mee bezig?

Nu Alexander Decroo zich openlijk tegen elke vorm van confederalisme heeft verzeti, rijst de vraag wat de Vlaamse politiek verder concreet gaat doen.

In de rangen van de christendemocratie was Annelies Verlinden aangesteld als de minister die een grondwetsherziening moest voorbereiden.

Tot hiertoe is daar niet veel van in huis gekomen. Er werd een ‘burgerbevraging’ georganiseerd, maar die werd door een miniem aantal mensen ingevuld. Ze was ook zo complex dat men de opstellers ervan moet verdenken de bevraging bewust zo complex te hebben gemaakt opdat zo weinig mogelijk mensen die zouden invullen. Het zou hen de kans geven te stellen dat de modale Vlaming van deze problematiek helemaal niet wakker ligt.

Als je de kranten leest zou je dat laatste nog geloven ook.

Wie die kranten doorbladert leest niets over de zogeheten ‘taalkwesties’ – zoals dat zo denigrerend wordt gezegd. Maar wie op het veld komt, ziet andere dingen.

In tien gemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel waar Nederlands de enige officiële taal is, is Frans de meest gesproken Belgische taal tussen moeders en hun pasgeboren kinderen. Dat schrijft de APFF (Association pour la Promotion de la Francophonie en Flandre) in haar meest recente tijdschrift ‘Nouvelles de Flandre’. Het APFF baseert zich op de meest recente cijfers van Kind&Gezin. Die cijfers liegen er niet om: In Sint-Pieters-Leeuw geeft bijna 60% van de jonge moeders aan Frans te spreken, in Beersel en Dilbeek respectievelijk 48,7% en 48,6%.

Zaventem en Machelen volgen met 47% en 43,9% Franstalige moeders, op hun beurt gevolgd door Overijse (43,9%), Tervuren (39,4%), Asse (38%), Vilvoorde (37,7%) en Grimbergen (37,2%). Alleen in Asse houdt het Nederlands gelijke tred met het Frans: in 36,4% van de gezinnen wordt Nederlands gesproken door de moeder, waardoor de kloof met het Frans niet erg groot is. Ook in Tervuren (31%) en Dilbeek (32,7%) houdt het Nederlands nog stand. In Zaventem en Machelen is de situatie ronduit dramatisch, met minder dan 20% jonge moeders die Nederlands spreken.ii

Is er iemand die hierover in enige krant iets heeft gelezen?

Ho ja: er zijn wel meer gebieden op de wereld waar het volk een andere dagelijkse omgangstaal hanteert dan de officiële landstaal. In Congo, de voormalige Belgische kolonie, is de officiële landstaal Frans, maar er zijn maar weinig congolezen die deze taal ook echt beheersen.

Die congolezen evenwel kleven geen annexatieplannen aan deze toestand. Zij wensen niet dat de Lingalasprekers een andere politieke eenheid verwerven, een die gebaseerd is op een min of meer homogene verzameling van Lingalasprekers.

Te onzent willen de franstaligen echter het gebied waar ze de meerderheid zeggen te vormen wel degelijk uit Vlaanderen loshaken en bij hun gedroomde Brusselse rijkje voegen.

Als de heer Decroo verklaart dat zijn België in 2030 – als dat land 200 jaar bestaat – voor hem een stevige politieke constructie moet zijn, dan moet hij zich toch realiseren dat de hierboven vermelde toestand zonder meer een politieke tijdbom is? Als hij iets verstand heeft van internationale politiek, moet hij weten dat “grenzen heilig zijn”, dixit Herman van Rompuy. Ik weet niet of die dat gezegd heeft naar aanleiding van enkele Franstalige burgemeesters in Vlaamse randgemeenten, die hem opriepen hun annexatie-eisen “mee te nemen”.iii Dat maakt echter niets uit: het probleem ligt er – open en bloot.

En iemand als Decroo moet dat weten.

En dan komt mijn vraag: waarom hoor ik hierover niets in de Vlaamse politiek?

In de kranten lees je niets. Daar gaat het over racisme, extreemrechts, gender- en woketoestanden – zelfs Van Dale en de Taalunie ontsnappen niet aan deze rage.

Maar ook de politieke leiders schijnen nog nooit van deze feiten gehoord te hebben. Die leven kennelijk vooral in hun eigen wereldje – tegenwoordig noemen ze dat een bubbel.iv

Intussen werd bekend dat de franstaligen zich als één blok verzetten tegen elk ernstig voorstel voor een hervorming van deze belgische staat.v

De verfransing van Vlaams-Brabant mag voor hen rustig doorgaan.

En nu, Bart Dewever?

Jaak Peeters

Oktober 2022

i HLN, 21/10/2022

ii Bron: VVB, Nederlands landstaal, 7 september 2022

iii https://www.hln.be/binnenland/europees-president-van-rompuy-ontsnapt-niet-aan-b-h-v~a6e18e48/

iv https://www.telegraaf.nl/watuzegt/1498247496/onze-leiders-leven-in-eigen-bubbel

v Bron: Pallieterke, 20/10/2022.

Toemaat

Een profeet op oorlogspad

Razzia’s, raids en krijgstochten van Mohammed

In september 2022 verscheen bij uitgeverij Polemos het in de titel genoemde boek.

Het is van de hand van Serge Desouter, een witte pater die doorlopend en alternatief in verschillende Afrikaanse landen werkzaam was.

Hij woonde vier jaar in een moslimgemeenschap in de Nigerese woestijn en verbleef en werkte professioneel gedurende zijn hele loopbaan in andere continenten en gemeenschappen. Hij werkte voor de Verenigde Naties, Internationale Organisaties, Ngo’s en Kerkgemeenschappen en was expert Geschiedenis en Mensenrechten voor het Internationaal Rwanda Tribunaal in Arusha.

Desouter is dus een man die de wereld heeft gezien en ook – en misschien vooral – het islamitische deel ervan.

Zijn boek zal niet door iedereen met evenveel enthousiasme worden ontvangen, maar men kan er niet omheen dat hier een kenner aan het woord is.

Een scherpe vraag

De auteur gaat uit van de nieuwe situatie in West-Europa, die gekenmerkt wordt door een sterke instroom van moslims. Zoals bekend roept deze massale immigratie bij velen vragen op. Zelfs de bij de ouderen onder ons best wel bekende Brigitte Bardot maakte zich ooit openlijk zorgen over de immigratie van zoveel muslims, waarvoor zij trouwens werd aangeklaagd.

De essentiële vraag die Serge Desouter stelt, en die uiteindelijk alle andere vragen in de schaduw stelt, vindt de lezer al op blz. 13 van het boek: (de vraag rijst) of al die onderliggende onhebbelijkheden en zelfs wreed geweld, niet gewoon fundamenteel in deze religie ingebakken zitten. Want zonder het verleden en het heden met elkaar te willen verwarren, mag men toch nagaan in welke context deze religie gestart is, en waar die blijvende agressiviteit vandaag komt. Put zij die in het voorbeeldgedrag van haar stichter?

De vraag is erg scherp, zeker met het oog op de gebeurtenissen in Iran, waar mensen door een theocratie worden gedood omdat ze hun hoofddoek niet op de correcte manier dragen.

Mohammed: orde op zaken

Desouter gaat eerst in op de situatie van Arabië voor de opkomst van de Islam. Arabië was voor de komst van Mohammed een verwarde mengelmoes van stammen en groepen die met elkaar herhaaldelijk overhoop lagen. Jodendom en Christendom telden heel wat aanhangers. Er waren ook veel sociale misstanden waarbij sommige stammen een onevenredig groot deel van de rijkdom hadden opgestapeld. In die wereld, die door karavanen werd in stand gehouden, was er dus minder zekerheid dan wenselijk is. Er lag altijd conflict op de loer. Het was ook voortdurend vechten tegen de harde natuurlijke levensomstandigheden. Dat schiep ook een soort krijgersmentaliteit bij deze groepen.

In deze context past ook de slavenhandel, veelal in Afrikaanse mannelijke slaven.

Dat was de wereld vol marginaliteit en politieke instabiliteit waarin Mohammed in 570 ter wereld kwam.

Toen hij op 25-jarige leeftijd met de 15 jaar oudere Khadija trouwde, werd hij op slag een rijk man, en werd aangesteld als karavaanleider. Hij voerde deze functie met groot succes uit en verwierf veel aanzien.

Mohammed als monotheïst, maar…

In die jaren bezocht de jonge Mohammed een monotheïstische kluizenaar. In die omstandigheden zou Mohammed zijn visioenen hebben gekregen.

Mohammed beschouwde zichzelf als opvolger en Mozes en Jezus. Hij verkondigde de leer van de Jihad, dit is de heilige oorlog tegen niet- moslims. Vervolgens stelt Desouter volgende vraag: als de Islam continu in staat van oorlog moet zijn – en niet gewapend, maar ook onder niet-gewapende vormen zoals propaganda, “dawa1, economie, internet…- en het moslims toegestaan en zelfs aangeraden wordt om te liegen en om loyaliteit, vriendschap en zelfs affectie te veinzen tegenover de ongelovigen, wat moet men dan denken als het gaat over inclusiviteit, tolerantie en vrede en interreligieuze dialoog in een multiculturele samenleving en onder democratische wetten?( blz. 32)2

Deze vraag werpt ons meteen midden in een bijtende problematiek, die velen in onze dagen intens bezighoudt.

Het antwoord op deze vraag geeft Desouter als zodanig niet. Maar hij waarschuwt.

Hij geeft ons een lijst van krijgstochten van Mohammed. Die lijst moet ons de ogen openen – ongetwijfeld is dat de bedoeling van de schrijver.

Wij telden 92 militaire operaties onder leiding van of gecommandeerd door Mohammed.

Daar voegt de auteur nog eens een lijst van 43 executies toe, die door Mohammed werden bevolen of goedgekeurd.

Andere stemmen

Frédéric Lenoir, de Franse godsdiensthistoricus die werkzaam was als onderzoeker aan de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales in Parijs, vermeldt in zijn Een geschiedenis van onze goden dat Mohammed vanaf 632 tot aan zijn dood Medina3 alleen nog maar verliet voor zijn militaire veldtochten tegen de Mekkanen. (…) In Medina was hij tegelijk religieus, politiek, juridisch en militair leider van de nieuwe moslimstaat.(blz. 266)

De Islam-vriendelijke Barnaby Rogerson verhaalt in zijn Biografie van de Profeet Mohammed

hoe Mohammed na de slag bij Oenain met zijn leger tegen Ta’if optrok.(blz. 212)

Oorlog dus.

In onze kranten lezen we hierover vrijwel nooit iets. Maar democratie kan niet werken als bewust een gedeelte van de feiten aan het volk onthouden wordt.

Het is daarom altijd wijs de andere klok te aanhoren, vooral als die goed onderbouwd is. Desouter geeft 165 verwijzingen of toelichtingen bij zijn tekst. Bij andere stemmen (zie verderop ook De ziekte van de Islam) opgeteld, is deze onderbouwing degelijk.

Overdrijft Desouter?

Serge Desouter is een christelijke pater. Men mag aannemen dat hij zich kritisch opstelt tegenover de praktijk van de Islam, zoals hij die heeft gezien. Heel uitdrukkelijk schrijft hij dat hij daaraan ook aangename herinneringen overhoudt. Hij heeft islamieten leren kennen als verdraagzame en hartelijke mensen. Maar hij heeft ook “alom de opgang van een brutaal fanatisme dat mij verbijstert en beangstigt” gezien.(blz. 13)

Zijn boek is een waarschuwing tegen dit fanatisme, waarvan hij de theologische fundamenten ziet in de religieuze geschriften van de Islam. Als we rekening houden met de uitspraken van hoger genoemde auteurs, zou het best kunnen dat Serge Desouter helemaal niet overdrijft als hij ons zo’n lange lijsten militaire en penitentiaire acties voorschotelt.

Je kunt natuurlijk stellen dat de vestiging van de Islam iets heel anders is dan het feitelijke islamitische leven vandaag.

Per slot van rekening waren de Inquisitie van de christelijke Kerk en de vervolging van de Katharen ook niet bepaald voorbeelden van vredelievend gedrag. Bovendien blijven de harde theologische tendenzen in de christelijke kerk nog tot recent aanwezig: gehoorzaamheid aan de burgerlijke wetten was ook voor Mgr. Janssen onderworpen aan de voorafgaande toetsing aan de goddelijke wet.4

Maar het grote verschil is dat de Verlichting de scherpe kanten van het Christendom heeft afgevijld, terwijl volgens de woorden van Abdelwahab Meddeb dogmatici en fanatici in de Islam het heft nog steeds in handen hebben.5 In het christelijke westen wordt al sinds Voltaire het Ecrasons l’ Infâme! straffeloos openlijk uitgesproken. De recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten laten zien dat de Islam daar nog helemaal niet aan toe is.

Zo bekeken is de Islam in belangrijke mate zijn “kinderziekten” nog steeds niet ontgroeid. Het valt te vrezen dat sommige islamieten nog te vast in deze kindertijd opgesloten zitten. Orthodoxe moslims zullen zeggen dat de stellingen van mensen als Meddeb niet de overtuiging van de meerderheid van de islamieten weergeven. Dat kan zijn, hoewel er sinds de brand van de Notre Dame in Parijs, de doodsbedreigingen voor de Duivelsverzen en de terreuraanslagen op 22 maart 2016 in Brussel toch bedenkingen mogelijk zijn.

Interne theologische disputen binnen de Islam wissen de waarschuwingen van Desouter en anderen dus niet weg.

—————————————————-

Serge Desouter.

Een profeet op oorlogspad. Uitgeverij Polemos, www.polemos.be, ISBN 9789493005198, 205 blz., prijs 20 eur.

1 Zending of missionering.

2Zie ook https://mens-en-samenleving.infonu.nl › religie › 86502-taqiyya-wat-is-dat.html en: https://www.thereligionofpeace.com/pages/quran/taqiyya.aspx

3 Een stad in Arabië op 200 km. ten noorden van Djedda.

4 Mgr A. Janssen. Het Staatsgezag. Davidsfonds, 1963, blz. 266

5 Abdelwahab Meddeb. De ziekte van de Islam. Ten Have, Pelckmans, 2007. Zijn boek eindigt met de woorden: Het onderwijs is in de Arabisch-islamitische landen van dien aard dat het de opkomst van het integrisme bevordert. Het is nodig dat het gezuiverd wordt van alle bedoelingen die ingaan tegen de rechten van de mens en tegen de grondslagen van de moderne staat. Met een radicale hervorming van de onderwijssystemen (…) zal de school er op middellange termijn toe kunnen bijdragen de samenleving van het religieus extremisme te genezen. ( blz. 233)

Een gemiste kans (2022-09-30)

“De neofasciste Georgia Meloni wint de verkiezingen in Italië”. “Het rechts-radicale gedachtegoed komt in versnelling na de zege van Meloni in Italië”.

En de dag voordien: “Postfascisten aan het roer. De gedachte bezorgt me koude rillingen”. “Europese leiders waarschuwen: populisme eindigt altijd in catastrofe.”

Ziedaar een greep uit de titels in de kranten. Over de berichtgeving in de audiovisuele media zwijg ik maar.

Alles wel beschouwd hebben de Italianen in een reguliere, onbetwiste verkiezing voor een nieuw beleid gekozen. Ze hebben wellicht een ander beleid gekozen dan sommige heersende groepen welgevallig is. En dat dit nieuwe beleid de voorgaande regering evenmin zint, zal ook wel juist zijn. Maar de Italiaanse kiezer heeft gedaan wat zijn fundamenteel recht is in een democratie: een regering kiezen naar zijn goedvinden.

De rode media op stelten

De normale democraat zou op dit punt de bladzijde omslaan en overgaan tot de orde van de dag. Maar zo gaat dat niet in het wereldje van de hedendaagse journalistiek. Die uitslag – in Italië dan nog, niet bepaald een ministaat – steekt en zelfs heel pijnlijk. Vooral bij de dominante linkerzijde.

En dat zullen wij, machteloze lezers en luisteraars, geweten hebben.

Hoofdvogel werd afgeschoten in De Morgen van 26 september ’22.

Daar tovert men een voorts totaal onbekende jonge tuttebel, getooid met de ronkende titel van politicoloog, voor de dag. Het kind komt ons in een interview de les spellen en legt ons haarfijn uit wat ons te doen staat. En denk maar niet dat ze haar wijsheid tot de verkiezingsuitslag in Italië beperkt. Nee hoor!

Want in heel Europa is volgens haar dezelfde angstwekkende ontwikkeling aan de gang: de mensen beginnen massaal rechts te stemmen. Het is de verdere normalisering van het rechtse gedachtengoed.

Erg vindt dit dametje het dat je in Italië tegenwoordig zelfs iets goeds kunt zeggen over Mussolini.

Al die rechtse strekkingen – Vlaams Belang, Le Pen, Akesson en Meloni -, hebben volgens haar drie dingen gemeen: nativisme, autoritarisme en een vleugje populisme. Daarmee sluiten die mensen zich aan bij de koers van Orban in Hongarije. Die pleit – heeremijntijd! – voor de traditionele familie, tegen de woke- en genderideologie, voor beperking van asielzoekers en immigranten.

En wat het ergste van al is: die extreemrechtsen omarmen zelfs het christendom!

Gelukkig heeft de Europese Commissie Orban lik op stuk gegeven….

Het linkse wereldverbeteringsprogramma

Ik weet niet of de juffrouw (en sommige journalisten) dat zelf goed in de gaten hebben, maar in die korte tekst verraadt zich het wereldvreemde en volksvijandige programma dat zich van (een deel van) de linkse strekking heeft meester gemaakt.

Ik vat het verhaal (heel) kort samen:

– Je mag onder geen voorwaarde de autochtone bevolking beschouwen als de morele bezitters van hun land. Wie dat toch doet verkettert asielzoekers en immigranten.

Law and Order, recht en orde: dat is des doods. Het doet denken aan duistere tijden, die van de nazi’s en de fascisten.

– Je moet je ver houden van populisme, waarvan ons weliswaar geen definitie wordt gegeven.

– Pleiten voor de voorrang van het traditionele gezin gaat in tegen de genderideologie en is dus ongewenst.

– Het is de taak van de EU-commissie om “een streep in het zand te trekken”. Idem dito voor de media: “Ik zou zeggen: stel een richtlijn op, bepaal transparant voor uw lezers waar de grens ligt en trek een streep in het zand als dat nodig is.”



Het ‘linkse’ programma krititsch bekeken

Ik bekijk dit kort punt voor punt.

Je mag de autochtone bevolking niet beschouwen als de morele bezitters van hun land, want dan komen asielzoekers en immigranten in de kou.

Dat laatste is alvast volstrekte onzin. Ik stel voor dat de betrokken journalisten eens met open oren zouden luisteren naar wat de bevolking zelf zegt. Ter info: ik heb dat zelf al eens gedaan! Dan zal blijken dat de meerderheid van de Vlamingen helemaal geen probleem heeft met mensen die voor oorlog en ontij op de loop zijn. Ze weten namelijk best dat zulks ook hen kan overkomen. En evenmin hebben ze grote problemen met het principe van de immigratie op zich. De meeste Vlamingen kennen in hun eigen directe buurt immigranten. Maar wat ze niet willen is dat de immigratie zo massief is, dat immigranten hun land overnemen. Ze willen namelijk hun land doorgeven aan hun eigen kinderen.

Orde en wet is onwenselijk. Dan is mijn eerste vraag meteen: wil dit links dan wanorde en wetteloosheid? Natuurlijk zullen ze antwoorden: wij willen de wetten die wij goedkeuren. Dat zal wel, maar dààr gaat het de bevolking niet om. De bevolking denkt aan drugshandel, aan verkrachtingen, aan misdadigheid. En aan de levensduurte. En diezelfde bevolking gaat, jawel, voor het traditionele gezin en trekt de wenkbrauwen op bij het gender- en wokegedoe. Kennelijk mag dat niet. Ik zal dus duidelijk zijn: niet alleen dit links mag zijn wetten proberen door te duwen. De anderen mogen dat ook. Dat is toch democratie?

Populisme leidt altijd tot miserie. Dat is een moeilijk vraagstuk, omdat het zo’n ruim bereik heeft. Het begrip populisme heeft namelijk geen vaste, door iedereen aanvaarde definitie. Daardoor kan vrijwel iedereen het woord in de mond nemen om een tegengestelde mening te bestrijden. Omgekeerd houdt het hanteren van de term populisme in dat men zélf dus géén populist is en dus tot de goeden behoort. Goed tegen kwaad. Alweer zegt dit totaal niets, maar in de geesten van de gebruikers van de term is de populist diegene die belangrijke aantallen kiezers achter zich krijgt met standpunten die de antipopulisten niet welgevallig zijn. Dus is populisme slecht. Een beetje doorzichtig toch?

Vervolgens komt het slotakkoord: De EU en de media moeten hun uiterste best doen om alle strekkingen die zich verzetten tegen het programma van de zelfverklaarde progressieven uit het veld te houden. Algemene censuur dus. Weliswaar grondwettelijk verboden, maar voor dit volkje maakt dat niet uit. Het plebs moet beschermd worden. Desnoods tegen zichzelf.


Het ontglipt hen!

Deze laatste zin etaleert de zelfgenoegzame hovaardij van de figuren die onze media in beslag hebben genomen.

Op zichzelf genomen zou een mens verveeld de schouders moeten ophalen. Het is allemaal zo doorzichtig. Het is herhaling tot in den treure van het gedram van een groep die kennelijk maar door één oog naar de wereld kijkt.

Hier zien we de gevolgen van mei ‘68 – toen het IK in het centrum van de wereld kwam staan en dus elk gezag moest verworpen worden.

We zien ook de nawerking van het postmodernisme, volgens welk ‘de’ werkelijkheid niet bestaat en slechts een constructie is van de mens.

Hoezeer over dit soort onderwerpen ook gediscussieerd kan worden, en zelfs nog deugdelijk ook: wat we nu zien lijkt me veeleer een verzameling kreten van machteloosheid en wanhoop.

Het ontglipt hen! Die lieden die met een verregaande zelfgenoegzaamheid zichzelf hadden overtuigd van hun recht om iedereen en alles terecht te wijzen, ondekken nu dat ze steeds meer eenzaam staan te roepen en dat hun aanhang met de dag slinkt.

Het volk luistert gewoon niet meer. Het haalt de schouders op en zegt waar het op staat. Het volk laat zien wat democratie echt betekent.

Moed en geloof in de positieve krachten van de mens

Wat een verschil met de manier waarop iemand als Assita Kanko uit de hoek kwam! Haar reactie op de verkiezingsoverwinning van Meloni: Laten we ons, om te beginnen, niet bemoeien met de verkiezingen in een ander land. Heel correct. En dan komt het: “Meloni is een sterke, energieke vrouw, die op indrukwekkende wijze de verkiezingen won. Aan Europa om dit signaal op te pakken.”

Zo luidt het oordeel van een zwarte vrouw die uit haar land gevlucht is vanwege het misbruik van vrouwen en kinderen daar en die ons, in het rijke West-Europa, met kennis van zaken de weg wijst die we moeten gaan: deze van de moed om de feiten zelf te zien, de weg van de zelfredzaamheid en de volharding.

Als we eens begonnen met deze overwinning van een jonge vrouw op te vatten als een nieuw begin? Dat is pas een boodschap van hoop! Dat is pas positief!

We zullen er met zaniken en het eeuwig herhalen van dezelfde ‘waarheden’ echt niet komen. Wie iets wil bereiken, moet bereid zijn te geloven in zijn of haar eigen mogelijkheden.

Kanko zegt ons duidelijk: “zanik niet, geloof in de positieve krachten van de mens en neem uw verantwoordelijkheid!”

Met excuses voor de journalisten die wél het evenwicht opzoeken, maar een dominante strekking bij de linkerzijde van de media heeft zich bij de verslaggeving over de Italiaanse verkiezingen langs haar smalste kant getoond. Niets van de hierboven gevraagde positieve moed bleek uit de nieuwsberichten van de bedoelde strekking. Het bleef bij het oude gezanik over goed versus kwaad.

Een gemiste kans.

Jaak Peeters

September 2022