Reflexies over genoegdoening, woke en oorlog

Een probleem uit de rechtsfilosofie

Recent verscheen een bijdrage van Theo De Wit onder de titel “De emancipatie van het slachtoffer”.[1]

De kern van zijn verhaal is dat het hedendaagse slachtoffer van misdaden terecht gekomen is in een situatie die zich totaal onderscheidt van wat sinds aeonen voor slachtoffers gangbaar was.

Zolang er mensen in groepen samenleefden werden misdaden bestraft. Nu is dat bestraffen veel meer dan een simpele, door emoties ingegeven in woede gekoelde wraak. Iemand wat aandoen is namelijk een inbreuk op de relatie van fundamentele menselijke gelijkwaardigheid. De misdadiger verheft zich ten onrechte boven het slachtoffer dat zodoende in een onverdiende lagere positie wordt geduwd. Het evenwicht wordt niet hersteld door de schuldige dood te slaan, want de herinnering wordt daarmee niet gecorrigeerd, laat staan uitgewist. Het evenwicht kan alleen hersteld worden als de schuldige fout bekent, dat wil zeggen: bereid is een stap terug te zetten en het slachtoffer zijn eer terug te geven.

Iedereen weet dat het probleem van de gelijkwaardigheid van mensen onder elkaar al sinds mensenheugenis een kernprobleem is geweest.

Inbreuken op deze fudamentele intermenselijke gelijkwaardigheid werden dus altijd op de een of andere manier bestraft – of minstens vergoelijkt door een beroep te doen op machten of ideeën die de ongelijkheid konden rehtvaardigen.

Maar in onze dagen is dat allemaal veranderd.

De vereenzaming van het slachtoffer.

De bestraffing kende in vele culturen verschillende vormen.

Soms ontstonden er rituelen die voor ons vandaag vreemd aandoen om de ‘zonden’ van de hele collectiviteit uit te wissen. Daarover heeft René Girard uitvoerig geschreven in zijn “De aloude weg van de boosdoeners”. Girard vertelt daarin dat in sommige culturen de gewoonte was gegroeid om op gezette tijdstippen een bok ritueel met de zonden van de groep te beladen. Vervolgens werd het beest de woestijn ingejaagd waar het van honger en dorst omkwam. Daarmee was ook de zonde weggewist. Voor iedereen.

Deze procedure werd door de leden van de groep aanvaard als een vereffening van de  morele schuld. Daarna kon het leven met een schone lei verder. Iedereen behoorde weer tot de gemeenschap van volwaardige mensen.

Men ziet dus hoe fouten of misdrijven altijd weer de behoefte oproepen tot genoegdoening. Die behoefte is begijpelijk – mits we uitgaan van een fundamenteel gevoel van gelijkwaardigheid tussen mensen.

Tot die genoegdoening behoort vaak een vorm van ‘wraak’. Het woord wraak verwijst etymologisch naar ‘wreken’, wat op zijn beurt in de oude Germaanse talen iets betekende als ‘verdrijven’. Vergelden is dus letterlijk het verdrijven van onrecht.

In oudere gemeenschappenn werd de uitvoering van een directe, lichamelijke wraak als rechtvaardig beschouwd.

De kerstening veranderde deze logica vooral door de genoegdoening te verleggen naar een goddelijk Laatste Oordeel, waarin de goeden van de slechten worden gescheiden.[2]

Met de verflauwing van het christelijk besef is deze oplossing niet langer voldoende.

Een bekende reactie op deze post-christelijke toestand is de houding van een denker als Richard Rorty.[3] Hij stelt dat we een misdrijf moeten opvatten als een opdringerig binnendringen in een relatie die gelijkwaardig zou moeten zijn, maar door deze ongewenste indringing voert tot een toestand van ongelijkheid. Men dringt zijn private zelf ongewenst aan anderen op.

Rorty is van mening dat de kans dat ieder van ons ooit in dit scenario terechtkomt heel groot is. We moeten, zegt Rorty, deze feitelijkheid aanvaarden en onze moraliteit aanpassen. Er zullen altijd lieden zijn die zich buiten de gemeenschap van zelfbeschikkende individuen plaatsen.[4] Onze maatschappij kan dan volgens Rorty ook alleen maar worden bijeengehouden als we het op tenminste één punt eens zijn: de regel dat niemand nog slachtoffers maakt.

Dat is niet alleen onrealistisch, want er zullen altijd misdrijven blijven bestaan en daardoor zullen er altijd weer wraakgevoelens oprijzen. De vraag wat we daar dan mee doen blijft onbeantwoord.

Maar erger nog: deze visie maakt van onze samenleving een verzameling van potentiële slachtoffers. De samenleving is immers zo, dat ieder van ons ooit op de een of andere manier slachtoffer zal zijn.

Omdat er geen ruimte is voor echte genoegdoening, staan die slachtoffers er alleen bij. Machteloos. Geen recht, geen erkenning – alleen ondergaan en doorslikken.

In een wereld waarin relaties voortdurend kunnen worden verstoord door ongepast gedrag, belanden we zo in een maatschappij van vereenzaamde potentiële slachtoffers.

 Woke en Co

Er zijn dus enkele aspecten die we goed voor ogen moeten houden.

Ten eerste: de gekwetste of tekortgedane mens voelt altijd behoefte aan genoegdoening. Dat is een kwestie van menselijke waardigheid – los van de talloze andere manieren waarop die behoefte vorm kan krijgen.[5]

Ten tweede: aan die behoefte kan niet langer voldaan worden door simpele wraak. Dat wordt terecht niet meer aanvaard.

Ten derde: de christelijke oplossing- wraak overlaten aan God en uitstellen tot een Laatste Oordeel, werkt in onze seculiere tijd niet langer.

Ten vierde: ook seculiere bestraffing via rechtbanken blijkt problematischer dan wenselijk. Zeker wanneer, zoals bij Rorty, wordt gepleit voor een pragmatische houding tegenover de menselijke beschadiging. Die houding verscherpt immers de pijn nog meer.

Er is echter nog een andere ontwikkeling die de zaak helemaal in vuur en vlam zet.

Dat is de teloorgang van een eenduidige, voor iedereen herkenbare maatschappelijke morele orde. Deze instorting is het directe gevolg van het postmodernisme en de daaruit voortgekomen zogeheten woke-cultuur.[6]

Postmodernistische denkers stellen dat alles wat mensen opgebouwd hebben om zich in een leefbare omgeving te bewegen, slechts verhalen zijn zonder objectieve basis. Als ieder met zijn eigen verhaal tegenover de wereld staat, en alle verhalen slechts relatief zijn, dan staat ieder mens eigenlijk alleen en eenzaam in die de wereld.[7]

Er bestaat dan geen van buitenaf geldende algemene moraal. Er bestaat ook niet zoiets als een vaste identiteit waaraan men zich kan optillen. Ook die is slechts een verhaal. Er bestaat geen maatschappelijke orde die voor ieder van ons helder en aanvaardbaar is.

Het zijn allemaal: verhalen.

Maar als er geen vaste identiteiten bestaan, geen dwingende moraal en alleen maar verhalen waarin men zelf al dan niet gelooft, dan is er ook geen normenwereld meer waaraan we ons kunnen spiegelen. Alles wordt vloeibaar.

Dan doet iedereen wat hem of haar goeddunkt – totdat hij of zij op een ander botst. Dan kan iedereen zichzelf ook de identiteit geven die hij wenst – of die naar believen veranderen en zich vervolgens op anderen te pletter lopen.

Kortom: er zijn geen vaste normen, er is geen vaste orde, geen vast wereldbeeld. Wat een onzekerheid is deze wiebelende, voortdurend schuivende wereld!

En als ieder vrij is in zijn of haar keuze van zijn of haar zijn, dan wemelt het van de kansen op gekwetstheid. Want iederen wil iets anders – zonder rekening te houden met de gemeeschap.

Daarmee vereenzaamt de mens nog meer dan hij al is.[8]

Omdat zelfgekozen identiteiten niet door algemeen aanvaarde sociale regels bekrachtigd worden, werken ze niet bevredigend. Men moet alléén op zoek naar genoegdoening, maar die zoektocht houdt nooit op. Zo’n puur persoonlijke identiteit in de maatschappij blijft dus altijd voorwerp van een onbestemde, vage twijfel, want de maatschappij biedt nooit zekerheid. Als er dan tevredenheid om de genoegdoening is, is die slechts tijdelijk.

De wokewereld schenkt derhalve nooit voldoening en kan dat ook niet doen maar houdt wel een vurig verlangen naar genoegdoening levend, een verlangen dat met de tijd steeds harder kan gaan branden. En tegelijk neemt de vereenzaming almaar toe. Het wordt een heuse slachtoffercultuur.

Ook politiek

Het zal duidelijk zijn dat het hele verhaal over woke en soortgelijke stromingen vooral een verhaal is over het sociale leven.

De natie is voor alles een sociale groep, met daarin alle aspecten van het sociale leven. Ze bestaat uit het genoemde soort mensen dat steeds meer in de hoger beschreven vereenzaamde toestand is terecht gekomen, gegrepen als de mens is door het postmodernisme. Deze werkelijheid geldt voor elke menselijke groep. Het mag dus niet verwonderen dat ook de relaties onder politieke groepen of zelfs naties door deze ontwikkelingen worden beïnvloed.

Als we naar de huidige Verendige Naties kijken, merken we hoe de principiële gelijkwaardigheid van de deelnemende staten tot pure fictie is verworden. Je zou voorwaar hele naties “slachtofferschap” gaan toeschrijven. Ook daar is een vorm van eenzaamheid toegeslagen. Er wordt daar onder vrolijke schijn wrok gekweekt.

Hierop doorgaande brengt ons dat bij het Amerikaanse dominatiestreven en het verzet daartegen. We maken dat vandaag allemaal mee.

Zelfs toen de Amerikanen zich een weg baanden naar de oevers van de Grote Oceaan, en  volksstammen die ze onderweg  tegenkwamen op een allesbehalve fatsoenlijke manier bejegenden, konden velen zichzelf nog wijsmaken dat ze christenen waren en zich dus boven de ‘wilden’ mochten verheffen.

Iets van die morele zelfrechtvaardiging bleef zelfs voorbestaan tijdens de strijd tegen het ‘goddeloze communisme’ in Vietnam. Maar de diepgaande secularisatie bij de dominante bevolkingsgroepen in de VS heeft van de christelijke ijver uiteindelijk niets dan schijn  overgelaten.

Het Amerikaanse optreden in de wereld is daardoor gereduceerd louter machtsstreven. Waren de verhoudingen tussen grootmachten voordien al doortrokken van psychologische spanningen – zonder de economische en politieke belangen uit het oog te verliezen -, de huidige blote machtspolitiek maakt de zaak nog erger. In werkelijkheid maakt Amerika zichzelf tot slachtoffer van een foute politiek die het nochtans zelf heeft geschapen maar waarin het verstrikt is geraakt.

Wat velen ook maar niet lijken de snappen is dat dominantie altijd verzet oproept: dat is een natuurwetmatigheid en biologen hebben daarzeker een uitleg voor.

Niet alleen Amerika komt in een vereenzaamde weinig aantrekkelijke positie terecht, maar het hele westen deelt in de klappen.

Hier speelt opnieuw woke een niet te onderschatten rol.

Het gaat erom dat de machtsstructuren van het Westen de oude frustraties over kolonialisme en slavernij opnieuw openrijten, ditmaal ook binnen het Westen zelf. Woke voegt deze frustraties toe aan de bestaande verhalen over systematische achterstelling van allerlei aard.

Als reactie gaat men in het westen over tot de compensatie en Wiedergutmachung: ontwikkelingshulp, gelden voor de ooit vrijwel uitgeroeide stammen in Amerika  en allerlei herstelbetalingen.[9]

Maar die Wiedergutmachung trekt de aandacht nog meer op de open wonde, rijt haar verder open, versterkt het schuldbesef en versterkt het gevoel van achterstelling op dezelfde manier zoals elke actie om transgenders genoegen te doen nieuwe, fellere eisen oproept. Men is immers nooit zeker dat ‘men’ het eerlijk meent met de acceptatie van van een zelfgekozen, niet tot het collectieve verhaal behorende identiteit. Als er iets is wat mensen allemaal kenmerkt, is dat het vermogen om te twijfelen.

We moeten goed beseffen dat we in deze nucleaire tijd voor uiterst gevaarlijke problemen staan. Niet alleen naties en individuen zoeken genoegdoening – ook ander groepen dragen tot de spanning bij. Een enkel voorbeeld moge volstaan: illegale immigranten. Een probleem waarvan maar weinigen de diepe ernst schijnen te zien. De mensheid kan namelijk niet alleen vergaan door een kernoorlog.  Ze kan ook vernieigd worden door een wereldwijd chaotisch armaggedon.


[1] Theo De Wit. De emancipatie van het slachtoffer: achtergrond, culturele betekenis, keerzijden. In de De uil van Minerva, april 2026, blz. 63 – 81. Theo De Wit is professor aan de Universiteit van Stellenbosch.

[2] We gaan even voorbij aan de gruwelen tegenover de “ketters” en “heksen”.

[3] Zie zijn Contingentie en Solidariteit, dat eindigt met de merkwaardige passage: De twijfel aan jezelf lijkt mij het karakteristiek merkteken van de eerste periode in de geschiedenis van de mensheid waarin grote groepen mensen het vermogen hebben gekregen om de vraag ‘Geloof jij en verlang jij wat wij geloven en verlangen?” te scheiden van de vraag “lijd jij?”. Rorty, KoK Agora, 1992, blz. 249.

[4] Vergelijk met de dierenwereld!

[5] Denk hierbij aan vakbonden of aan de acties van de middeleeuwse gilden, die meer grip wilden op hun eigen leven.

[6] Woke (Engels voor “wakker”) verwijst naar een hoge mate van alertheid en bewustzijn met betrekking tot maatschappelijke ongelijkheid, racisme en discriminatie. Oorspronkelijk uit de Afro-Amerikaanse cultuur, is het nu een internationale term voor sociaal-politiek activisme, vaak geassocieerd met bewegingen als #MeToo en Black Lives Matter. Alertheid is uiteraard geen probleem. Maar de woke zoals die zich heeft ontwikkeld is een aberratie. (Zie wikipedia.)

[7] Dat is zeker niet juist. Mensen zijn sociale wezens. Van zodra een foetus voldoende neurologische toerusting bezit om prikkels van buiten de baarmoeder op te vangen en op te slaan, begint de socialisatie.

[8] Een merkwaardig fenomeen is het als je jonge kinderen van 8 met een smartphone ziet rondlopen: kennelijk wordt een wezenlijk deel van hun communicatie met de menselijke buitenwereld gevoerd langs dat ding – maar niet via biologische mensen. Dei vereenzaming wordt dus door de moderne technologie ondersteund en versterkt. Al in 1956 schreef prof. S.W. Couwenberg met een merkwaardig vooruitziende blik zijn essay De vereenzaming van de moderne mens.

[9] Die Wiedergutmachung kan behoorlijk wat betekenen. De eis van Clemenceau («Le Bosch paiera tout ») in 1919 vond pas op 3 oktober 2010 zijn vereffening.

Deze tekst verscheen ook op www.dwarsliggers.eu onder dezelfde titel