Toen de voormalige Duitse bondskanselier Helmut Kohl zijn dankrede uitsprak bij zijn promotie tot doctor honoris causa van de universiteit van Leuven, verklaarde hij: “Nationalisme is oorlog.” In het Groot Woordenboek der Nederlandse taal, de overbekende ‘Dikke van Dale’, wordt ‘nationalisme’ als volgt omschreven: “Voorliefde voor het nationale, het eigen volk, het eigen land e.d.; (in ’t bijzonder) streven om wat als nationaal beschouwd wordt te bevorderen en te accentueren, gepaard met een zekere afkeer voor het vreemde.” (1) Er vallen van dat soort minder fraai klinkende uitspraken over ‘nationalisme’ nog wel meer voorbeelden te noteren.
We staan hier voor een hoogst bevreemdende situatie.