Een poging om de democratie een duwtje in de rug te geven
Ajaan Hirshi Ali over Minnesota
Op 27 januari 2026 verscheen in de Nieuwsbrief van het Amerikaanse Claremont Instituut een stuk van de Somalische ex-Nederlandse en inmiddels Amerikaanse Ajaan Hirschi Ali[1] onder de titel De realiteit van Minnesota na de assimilatie.[2] Dit stuk kwam er na de gebeurtenissen in Minneapolis, waar door de vreemdelingenpolitie een naar verluidt onschuldige man werd doodgeschoten.
Hirshi Ali legt uit hoe immigrantenculturen ook binnen de moderne, liberale maatschappij intact blijven. Ze lossen niet op in de omringende cultuur, maar behouden hun eigen identiteit en samenhorigheid. Zeker de Somalische samenleving is georganiseerd rond de clan, waarvan de banden niet burgerlijk en abstract zijn, maar biologisch en bindend. Deze clanstructuur gaat boven en voor het individu en vertegenwoodigt dus een premoderne en zelfs antimoderne leefstructuur. Die verzet zich tegen zowat alles wat de moderne Westerse beschaving onderbouwt: individuele verantwoordelijkheid, transparantie, onpersoonlijke wetgeving en vertrouwen dat verder reikt dan familiebanden.
Hrishi Ali haalt Ernest Gellner[3] aan, die waarschuwde dat een moderne natiestaat niet
gebouwd kan worden op tribale loyaliteit. Tribalisme versnippert het gezag en ondermijnt gedeelde verantwoordelijkheid.
Industriële samenlevingen vereisen echter een hoogwaardige cultuur die wordt overgedragen via massaal, door de staat georganiseerd onderwijs, omdat alleen een dergelijke cultuur economische mobiliteit, de banden van sociaal vertrouwen en volwaardig politiek burgerschap kan waarborgen binnen een sterk gedifferentieerde arbeidsverdeling. Nationalisme is in deze zin geen irrationele hartstocht, maar het aanpassingsmechanisme waarmee politiek en cultuur op één lijn komen.
De les van Minesota: ook te onzent
De problematiek die Hirshi Ali in de pen doet kruipen is niet uniek voor Minnesota. Dezelfde patronen duiken overal op waar op familiale clans gebaseerde culturen worden overgeplant naar geavanceerde welvaartsstaten – Zweden, Groot-Brittannië, Duitsland…
De logica is consistent. “Haal eruit wat eruit te halen valt, en wanneer de gastheer verzwakt, ga je verder.”
Dit is fundamenteel onverenigbaar met het moderne maatschappelijke leven, dat gebaseerd is op sociaal vertrouwen in plaats van bloedverwantschap. Het speelt zich eveneens af in Vlaanderen en Nederland. Het werpt licht op het feit dat immigranten uit (nog gedeeltelijk) pre-moderne culturen bijvoorbeeld de taal weigeren te leren omdat ze de eigen taal voorrang geven of op de bus niet betalen. Ook al omdat ze van mening zijn dat ze in het Westen recht hebben op voordelen vanwege ongelovigen en zelf mogen nalaten de lasten te helpen dragen – een overtuiging die regelmatig vermeld wordt.[4]
Om het kort en tegelijk hard te zeggen: vele immigraten zoeken elke economisch voordeel maar wijzen de westerse cultuur af, die ze veelal beschouwen als decadent.
De kerngedachte van de gematigde voorstanders van de immigratie in onze contreien is dat een ingroeiiing van islamieten in de Westerse cultuur geleidelijk aan zal plaats vinden. Er zal dan een nieuwe maatschappij ontstaan met nieuwe evenwichten. Anderen, die een radicaler standpunt innemen, verklaren dat onze maatschappij moet veranderen in een multiculturele maatschappij.
Het getuigenis van iemand als Ajaan Hirshi Ali laat zien dat alvast de theorie van de multiculturele maatschappij in ieder geval naar een neergang voert. Dat is de échte les van Minnesota.
Niet alleen Hirshi Ali
Er bestaat een zeer uitgebreide literatuur over deze problematiek en het is vreemd dat sommigen toch vasthouden aan de fictie van de multiculturele maatschappij.
Ik geef hierna een kleine greep uit die literatuur.
Anthony Smith schrijft dat de staat (en zijn politiek) samenvalt met de culturele gemeenschap van de dominante etnie. Hetgeen betekent dat toegevoegde etnieën per definitie klem zitten – en in vele gevallen terugplooien op hun eigen etnisch systeem.[5] In een door christendom en humanisme getekende maatschappij zullen groepen die uit andere culturen komen moeten assimileren ofwel het risico lopen gemarginaliseerd te worden.
Ioan Lewis beschrijft hoe de door moderniteit geïnspireerde UNO-tussenkomst in Somalië in de vroege jaren 90 van vorige eeuw vastliep op locale sociale en culturele condities. De tribale politieke structuren van de Somali waren fundamenteel in tegenspraak met de op stabiliteit gerichte algemeen Somalische identiteit.[6] Thomas Eriksen, die in zijn Ethnicity and Nationalism onder meer en in het voorbijgaan deze problematiek behandelt, wijst erop dat zelfs in het moderne Amerika het beeld van de melting-pot, dit is een min of meer samenhangende smeltkroes van alle immigrantenculturen, niet bestaat en nooit bestaan heeft en hij citeert hierbij Glazer an Moynihan uit 1963.[7] Dat zelfs in hét Westerse immigratieland bij uitstek.
Ook Steve Fenton beklemtoont de onoverbrugbare tegenstelling tussen een moderne nationale identiteit en daarvan fundamenteel afwijkende groepsidentiteiten, waarbij hij het voorbeeld van Japan aanhaalt: de sterkte van de Japanse nationale identiteit maakt het vrijwel onmogelijk om een multi-etnische samenleving te maken.[8] En Japan is niet bepaald een achterlijke cultuur. Ook David Miller beklemtoont dat, in het algemeen, nationaliteit verwijst naar algemeen gedeeld burgerschap, eerder dan naar de frangmentatie via groepsidentiteiten.[9]
Al deze auteurs genieten faam in verband met dit soort materie.
Hirshi Ali’s echtgenoot, Niall Ferguson, heeft decennialang gedocumenteerd wat westerse samenlevingen succesvol maakte. Hij ziet zes cruciale elementen die de vitaliteit van het Westen waarborgen: concurrentie, wetenschap, eigendomsrechten, moderne geneeskunde, de consumptiemaatschappij en een arbeidsethos geworteld in de protestantse cultuur. Dit waren, en zijn nog steeds, functionele vereisten.
Het hoeft geen toelichting dat deze cruciale elementen fundamenteel botsen met het etnisch besef van zovele immigrantengroepen. Met andere woorden: de miserie zit in het principe van de multiculturele maatschappij ingebakken.
Bij ons
Dat onze gevangenissen overvol zitten, is zeer zeker mede veroorzaakt door een bovenmatige aanwezigheid van immigranten. Dat weet iedereen. En de drugsproblematiek staat al evenmin los van de immigratie. En dat het in Antwerpen vooral de immigraten zijn die het vertikken in de bus te betalen, is ook al geen geheim, al spreekt geen krant erover.
Al die dingen zijn bekend en ze maken ons boos, waarbij we de fout kunnen begaan dé immigrant per definitie aan de schandpaal te spijkeren om dan vervolgens door een extreme linkerzijde voor extreemrechts te worden uitgescholden.
Intussen blijft men tegen beter weten in, ondanks voorbeelden zoals in Minnesota, vasthouden aan de fictie van de multiculturele maatschappij. Want de wereld is voor iedereen en waarom zou iedereen dan niet mogen wonen waar hij of zij – sinds woke moeten we op onze woorden letten! – dat wil?
Tegen de lankmoedigheid
Ik wil geen verslag uitbrengen wat brave, gewone mensen onder elkaar over de immigratie en de gevolgen daarvan vertellen. Dat is namelijk niet altijd even fraai – en dat is zowat het enige waarin ik de extreme linkerzijde die tegenwoordig in de media de dans bepaalt gelijk geef. Want je moet inderdaad niet dé migrant schuldig verklaren. Dat sommige migranten misbruik maken of zich misdragen ligt ook aan een gebrekkig staatsbeleid. Wie aanleiding geeft, draagt ook schuld!
We zagen en klagen daarover opvallend veel, maar in de praktijk verandert er niets en we wentelen de schuld af op ‘de politiekers’. Dat is toch opvallend?
Maar beseffen we wel genoeg hoe wij onszelf in de klem zetten? Hoe we toegeeflijk spreken over ‘aanpassen is moeilijk’ – alsof het leven niet voor ieder van ons moeilijk is, maar intussen knorrig worden als die aanpassing gewoon blijkt uit te blijven? Als we gaan stemmen rationaliseren we onze boosheid of frustraties weg, wat we moeten rationeel kiezen, toch? We maken onszelf wijs dat er toch ook goede politici zijn of dat er zovele andere problemen zijn die om een oplossing smeken en dat we toch allemaal maar mensen zijn… Of nog: stel dat we inderdaad alternatief stemmen, wie weet wat er dàn zal gebeuren? En we zijn toch geen racisten en er zijn toch ook veel goede mensen onder de immigranten…
Maar zelfs als we doorzetten met ons democratisch stemrecht en de oren sluiten voor de te verwachten reprimandes als we voor de oppositie stemmen, dan moeten we constateren hoe de Gutmenschen aaneensluiten in soms tegennatuurlijke conglommeraten om toch maar verder rond het probleem te kunnen ronddraaien.
En zodoende…alweer… verandert er niets.
Mijn stelling is – en ze is nogal uitdagend, toegegeven – dat de oorzaak van het voortduren van een hoop misstanden ook en misschien méér dan we graag toegeven, bij onze eigen lankmoedigheid ligt.
De situatie in zovele westerse landen vraagt grondige actie. Niet om cosmetische hervormingen, maar een terugkeer naar de basisprincipes. Immigratie moet opnieuw selectief, voorwaardelijk en onomwonden zijn. Toegang moet alleen worden verleend aan diegenen die bereid zijn de wetten en cultuur van het gastland zonder onderhandeling te accepteren en dat in de praktijk te doen in plaats van alleen met woorden. Er mag geen automatisch recht zijn, geen veronderstelling van permanent verblijf en geen tolerantie voor systematisch misbruik. Verblijfsvergunning en burgerschap zijn privileges, geen humanitaire vouchers. Wanneer ze anders worden behandeld, verliezen ze alle betekenis: zo sprak Hirshi Ali.
En laten we daar maar aan toevoegen: dit geldt voor zoveel van de problemen waarmee we worstelen.
Er dus geen plaats voor vergoelijkend zelfbedrog.
Het moet veranderen!
Alles wat hiervoor werd gezegd, en in het bijzonder wat de Somalische Hirshi Ali schrijft, is bij mensen die de ogen open houden al lang bekend. Maar wie in deze censurerende EU- maatschappij zegt wat Hirshi Ali en al de genoemde auteurs zeggen, loopt kans meteen te worden afgevoerd. Een moderne, beschaafde en ontwikkelde maatschappij moet hieraan echter voorbij: de problemen moeten opgelost worden.
Hoe beginnen we daaraan?
In 2022 verscheen van de Noordnederlandse psychologe Marian Donner een boek onder de titel De Grote Weigering[10]. Daarin zoekt Donner een uitweg uit de ziekelijke wereld waarin we beland zijn. Het is de wereld van de klimaatcrisis, van de miljardairs die dromen van Mars, van de hippies, de complotdenkers, de algoritmen en de kwantummechanica. Een krankzinnig tijdsgewricht dat we radicaal moeten weigeren om te komen tot wat Herbert Marcuse ‘waarlijk redelijk gedrag’ noemde. De weigering dus om nog verder met deze gekke wereld mee te doen en de poging de omstandigheden teniet te doen die deze krankzinnigheid veroorzaken.
Maar zowel Donner als haar zeer linkse leermeester Marcuse maken een essentiële fout: de wereld zal niet veranderen door ten strijde te trekken tegen die grootse kwalen, waarvan de oorzaak veelal heel ver van onze eigen concrete werkelijkheid af ligt.
Ook Marian Donner die nochtans effectief in het concrete leven stond – ze was zelfs nauw betrokken bij het Amsterdamse nachtleven – transponeert immers nog altijd de remedie op een voor zowat ieder van ons onbereikbaar niveau. Wat kan Jan, Pier en Pol ondernemen tegen Elon Musk of tegen de klimaatindustriëlen van allerlei slag?
De wereld zal pas veranderen als we erin slagen de concrete werkelijkheid vanuit het simpele, dagelijkse leven aan te pakken. En daartoe behoort het immigratieverhaal veel meer dan de dromen over het reizen naar Mars.
Natuurlijk geven vele intussen ontmoedigde mensen geen kik meer. Maar door ons afhaakgedrag spelen we het het spel onbewust of ongewild mee, en verandert er niets.
Even héél concreet: een les van onze marxistische vrienden van destijds.
Het verzet van de boeren tegen de EU-politiek is ingecalculeerd. Dat is duidelijk. Maar wat de EU niet onder controle heeft is een brede beweging vanuit steunbijeenkomsten waarin de agro-industriële politiek van de EU[11], die de boeren aan het grootkapitaal bindt en hen machteloos maakt tegenover de warenhuizen die de marges bij de boeren onder druk zetten. Geprangde wanhopige mensen worden aangezet tot het gebruik van middelen die vervolgens door de EU worden gesanctioneerd. Zodoende scheppen we tenminste onrechtstreeks zélf de gehate Big Brother.[12]
We moeten van beneden uit druk uitoefenen. Op de politiek. Op de media. Op het onderwijs. Op de ambtenarij.
Druk. Geen scheldpartijen. Gewoon druk uitoefenen, elke dag weer en telkens we de kans krijgen.
Zonder bombastische, dromerige verhalen over de schepping van een Heerlijke Nieuwe Wereld, want die zal er met de beperkte mensen die we zijn nooit komen.
De dagelijkse weigering
Als we met een voldoende aantal mensen protest aantekenen bij de Lijn telkens we zien dat jonge immigranten niet betalen, dan zal zelfs de meest hardnekkige ziel onder morele druk komen.
Als een journalist spottend uithaalt naar mensen die een probleem dat zij zelf belangrijk vinden willen aankaarten, dan moeten we lik op stuk geven: geen enkele redactie vindt dat grappig.
Als commercanten het grappig vinden om in het Engels te adverteren zullen ze onaangenaam verrast zijn als ze een resem protestbrieven op hun dak krijgen.
Enzovoorts.
En ja hoor: als we bereid zouden zijn voldoende te werken om ons sociaal systeem in stand te houden, dan zouden we minder belastingen moeten betalen, werken zou meer voldoening geven en we zouden minder hoeven te zaniken.
Want deze aanpak geldt ook voor andere onderwerpen dan de hier aangehaalde immigratie.
Als we zelfs maar een beetje meer zelfkritische moed zouden opbrengen, zouden we snel ontdekken dat veel van wat verkeerd loopt mede het gevolg is van onze eigen gemakzucht of vlucht voor verantwoordelijkheid.
Als Patricia de Martelaere schrijft over het noodlot zegt ze: “Het actieve en hartstochtelijk willen van het noodlot heeft wel iets voor op het niet willen of op het passieve aanvaarden ervan”[13], dan zegt ze iets om over na te denken. Door ons ontwijken van onze eigen verantwoordelijkheid zijn we mede-oorzaak van de misstanden in de immigratie – én elders.
We hoeven geen gevecht tegen windmolens. Maar wel een simpele weigering met in het achterhoofd de wijze woorden van Mark Elchardus: ‘Alle dingen onder de hemel hebben hun tijd. Dit is gewoon geen tijd voor kosmopolieten. Dit is een tijd voor gemeenschapsdenkers, gemeenschapsbouwers en inclusieve nationalisten, van links, van rechts, en uit het centrum.’[14]
Om te bouwen heb je een bouwplan nodig en slechts één. Maar dan moeten we de moed hebben om het bouwplan uit te voeren en niet weg te kijken als we op problemen stoten.
Anders rest er straks van de moed der wanhoop alleen nog de wanhoop.
Jaak Peeters
Februari 2026
[1] Ajaan Hirshi Ali is een Somalische linksgeoriënteerde activiste. Ze werd geboren in Mogadishu, in 1969. Ze behoorde tot de Arabisch-Somalische Darod-clan. Ze ontvluchtte de islamwereld en bekeerde zich, na een tijdlang goddeloos te zijn geweest, tot het christendom. Zie Wikipedia.
[2] Het Claremont Institute is een Amerikaanse conservatieve denktank gevestigd in Upland, Californië , opgericht in 1979 door vier studenten van Harry V. Jaffa . [ 4 ] Het produceert de Claremont Review of Books , The American Mind en andere publicaties.
[3] Het belangrijkste werk van Ernest Gellner is Nations and Nationalism, gepubliceerd 1983. Hij argumenteert daarin dat het moderne nationalisme oprijst als een onvermijdelijk gevolg van de industriële maatschappij. Dit werk is zeer invloedrijk geweest in de politieke wetenschap.
[4] “The emergence of cooperative behaviors, norms, and strategies across five diverse societies” – Science Advances. Wat iemand ‘eerlijk’ vindt, verschilt van cultuur tot cultuur.
[5] Anthony D. Smith. The cultural foundations of nations. Blackwell publishing, 2008, blz. 145.
[6] Ion M. Lewis. Clan Conflict and Ethnicity in Somalia: humanitarian intervention in a stateless society. In David Turton, War and Ethnicity, Boydell Press, 2002, blz. 199.
[7] Thomas Hylland Eriksen. Ethnicity and nationalism. Pluto Press, 2010, blz. 12.
[8] Steve Fenton. Ethnicity. Polity Press.2010, blz.25.
[9] David Miller. On nationality. Oxford. Clarendon Press, 2009.
[10] Marian Donner. De grote weigering. Prometheus, 2022.
[11] Men herinnere zich Sicco Mansholt, zelf een boer.
[12] Cfr de marxistische agitprop!
[13] Patricia de Martelaere. Wereldvreemdheid, Meulenhoff, 2000, blz. 15
[14] Mark Elchardus. Over grenzen. Ertsberg, 2024, blz. 171