Zonder definitie
Iedereen kent het fenomeen: bij herhaling gaat het in de media over ‘extreemrechts’. Jammer genoeg staat er vrijwel nooit bij vermeld waarom precies men iets of iemand extreemrechts noemt.
Wikipedia, de zogeheten vrije encyclopedie, brengt een nogal verwarrend verhaal om extreemrechts te typeren, maar is tenminste zo eerlijk toe te geven dat er voor het begrip geen algemeen aanvaarde definitie bestaat. Dat is uiteraard zeer problematisch, want hoe kun je een zinvol debat voeren als de basisbegrippen waarmee men werkt niet goed werden gedefinieerd?
Het moet zijn dat de auteurs van Wikipedia het euvel aanvoelen want zij vinden het nodig een hele paragraaf te wijden aan definities, al komen ook zij er niet uit. Wikipedia haalt vooral Cas Mudde aan en die vermeldt dat het verschil tussen ‘radicaalrechts’ – dat hij aanvaardbaar vindt – en ‘extreemrechts’ ligt in het feit dat het eerste de democratie wil behouden. Het is zeer twijfelachtig of dit voor de modale rechtse persoon volstaat om zijn opvattingen te karakteriseren.
In ieder geval valt Ayaan Hirshi Ali, die nu verbonden is aan het Claremontinstituut, tenminste onder de noemer ‘radicaal rechts’, maar dan wel héél rechts, vermits zij uiterst sceptisch staat tegenover de Islam en de massale immigratie van islamieten in het Westen. Wie de geschiedenis van Ayaan kent, weet dat het etiket ‘radicaalrechts’ of ‘extreemrechts’ écht niet op haar kan toegepast worden.
Zulke toestand heeft ernstige gevolgen: dit is één van de hoofdoorzaken van de polarisatie in de samenleving. Als duidelijke definities ontbreken voor een begrip dat nochtans zowat dagelijks wordt gebruikt, ligt de weg wagenwijd open voor etikettenplakkerij, met name vooral door de lieden die het dominante narratief bepalen.
Dat doet denken dat het niet ‘extreemrechts’ zelf is dat de pijnlijke doorn in het lichaam van de samenleving drijft, maar juist diegenen die beweren dat ze het extremisme bestrijden.
Het minste wat men moet zeggen is dat het begrip extreemrechts veel te losjes wordt gehanteerd.
Een protest
Het valt op dat de etikettering extreemrechts altijd weer uitgaat van de centra die het voor het zeggen hebben: de politiek en de groepen daarrond, de grote media zoals kranten en TV en vaak ook de collegezaal en het onderwijs. Daar dus, waar het in de maatschappij dominante narratief gevormd, gekoesterd en verspreid wordt. Dàt dit narratief de feiten niet correct weergeeft, blijkt uit droge feiten: De Rote Armee Fraktion in West-Duitsland was – zoals de naam al zegt – niet bepaald ‘rechts’. En Theo van Goch werd in Nederland heus niet door extreemrechts vermoord en dat geldt ook voor Pim Fortuyn. Extremisme is geen voorrecht voor de rechterzijde van de politiek.
Toch klinkt altijd weer dat ‘extreemrechts’ op. Als in Berlijn extreemlinks goede verkiezingsuitslagen haalt, heet het dat radicaal links wint…Als het om AfD gaat, hoort men extreemrechts of zelfs rattenvangers.
De opkomst van zogeheten extreemrechtse partijen kan veel beter beschreven worden als een politiek protest tegen het dominante narratief. Dat laatste staat veel te ver af van de zorgen van de bevolking, zoals een Vlaamse professor nog heel recent duidelijk maakte.
Daarmee verliest het zogeheten extreemrechts dan ook meteen het epitheton ‘extreem’, vermits verzet tegen een dominant narratief in een democratie volstrekt redelijk is. Zulk verzet behoort namelijk tot de kern van de democratie zelf.
Het is heel goed mogelijk dat een meer democratische houding vanwege de dominerende groepen een heel stuk spanning uit de maatschappij zou wegnemen. Spanning roept immers tegenspanning op en de lui die aan de stuurknuppel zitten zouden op dit punt hun eigen maatschappelijke rol moeten heroverwegen: zij hebben daartoe tenslotte de macht. Misschien zijn ze wel zelf medeoorzaak van de fenomenen waartegen ze fulmineren.
Dat dit lastiger is dan het produceren van wat scheldpartijen aan het adres van andersdenkenden zal wel kloppen, maar het biedt toch betere perspectieven.
Er is nog iets anders.
Onze maatschappij is ten gronde veranderd. Meer zelfs: ze wordt steeds meer onherkenbaar voor mensen die de voorafgaande maatschappij nog enigszins hebben gekend. Er waart zoiets rond als wat de Duitsers Unheimlichkeit noemen: een algemeen, onbestemd maar in ieder geval beangstigend gevoel dat ‘er iets ernstigs aan het gebeuren is’. Dergelijke beangstigende gevoelens scheppen niet alleen wat vage onrust. Ze halen ook de bestaande zekerheden onder onze voeten weg, zodat een massief, ongedefinieerd onheilsgevoel postvat.
De toestanden van vandaag roepen inderdaad onrust op. Ze bulken van de ondergangsideeën en de zorgen om het lot van onze kinderen. Het gevoelen wordt dominant dat de wereld die we geleerd hebben en waarvoor velen zich hebben ingezet en die bedoeld was voor onze kinderen, wegsmelt. Men wordt dan ook boos als men de mensen die dit aanklagen meteen wegzet als ‘extreemrechts’.
Laten we even een lijstje maken.
We beleven de opkomst van wat men artificiële intelligentie noemt, maar dat voelt terecht ongemakkelijk als men denkt wat AI met onze kinderen zou kunnen doen. Aldous Huxley en George Orwell zijn mogelijks nog maar klein bier!
Er zijn de zowat dagelijkse doemverhalen die de ondergang van onze wereld voorspellen als gevolg van de klimaatverandering. Er is de massale instroom van mensen uit andere continenten – alsof Vlaanderen nog niet dicht genoeg bevolkt is. Dat, terwijl men de landbouw de nek wil omwringen om 56 000 woningen te bouwen en een kunstmatige natuur te construeren. De massale instroom wordt gekleurd door het steeds duidelijker veranderende staatbeeld mét gesluierde of tenminste gehoofddoekte vrouwen – waarbij velen zich afvragen waar de droom van de emancipatie van de vrouw gebleven is. Als mensen zich afvragen of deze feiten geen ander beleid vragen, worden zij rond de oren geslagen met beschuldigingen van onverdraagzaamheid of racisme – nog zo’n scheldwoord.
Intussen constateren we hoe meisjes niet langer veilig zijn en onze parken en stationsbuurten oorden zijn geworden waar lieden rondhangen die vooral van de drugshandel schijnen te leven – want werken doen ze veelal niet.
Beseft men dan niet dat mensen zich machteloos overgeleverd voelen aan het onbestemde in een maatschappij die dreigend op hen afkomt, een maatschappij die niet langer onze wereld of ons land is – en dat het niet verkeerd is de vraag te stellen waar zij zélf dan nog thuis zijn?
En daar komen dan nog de dreigende oorlogsvoorbereidingen door een overheid, die geen oren blijkt te hebben voor de zorgen van de werkende mensen. Want het zijn niet de oorlogsstokers zelf, die zullen sneuvelen. De oorlog ook die velen onder de zogeheten extreemrechtsen in de ter ziele gegane IJzerbedevaarten zo hartsgrondig hebben verworpen.
Veel meer dan de roepers uit de kringen van de Gutmenschen beseffen, is onze wereld beknellend, huiveringwekkend geworden, gevaarlijk ook, waarin gevoelens van onrust, neerslachtigheid en machteloosheid afgewisseld worden met oprispingen van protest en de schreeuw om een wereld die herkenbaar is en waarin we thuis mogen zijn.
Is er dan echt niemand uit de troep die de inhoud van het maatschappelijke narratief mee kan bepalen, die wil inzien dat met het fenomeen extreemrechts veel méér menselijkheid gemoeid is dan wat men alom schijnt te denken? Dat democratie op de eerste plaats de plicht van de leidinggevenden is om de zorgen van de mensen ernstig te nemen en hen daarom te aanhoren, in plaats van ze als extremisten weg te zetten?
Is de opkomst van de zogenaamde extreemrechtse partijen daarom niet op de eerste plaats het teken dat de geldende machten hun democratische plichten niet vervullen? Het bewijs dat zij over de hele lijn lijken te falen?
Een ramp?
Extreemrechts: dat is een schreeuw om aandacht vanwege gewone, werkende mensen, gericht naar lieden die niet luisteren willen en precies daardoor zélf verzet en protest oproepen.
Kijken we toch maar eens goed toe: was de wereld ooit nog minder voorspelbaar dan vandaag? Drijven de Condorcets van deze wereld hun dromerijen over een perfecte wereld niet te vervaarlijk door? Wekken de EU-bonzen en hun geestesgenoten geen achterdocht op als ze beweren dat ze de natuurlijke klimaatveranderingen voor eens en voor altijd onder hun – hun!- controle krijgen? En is daar niet ook de kernbom; de vervuiling; het leeg vissen van de zeeën; de overspoeling met veelal nutteloze prularia; de massale surveillance waartegenover George Orwell nog klein bier is…en ga zo maar door?
Als mensen – realistische werkende mensen met kinderen, géén dromers – teveel fantasmen ontwaren en teveel avonturisme, en knoeierij met mensen en volkeren waarbij zo nodig moet omgevolkt worden, als mensen die voor de kost hard moeten werken van hun loon een toch wel overdreven deel moeten afstaan om de avonturen van de ‘progressieven’ te betalen, als politici haast doodsangsten uitstaan omdat de kiezers wel eens anders zouden stemmen dan gewenst, omdat men vergeten was ongewenste partijen bijtijds te verbieden – kwestie de democratie te verdedigen – en zoveel meer… dan is er maar één juiste houding: realisme en de blik op de werkelijkheid van het menselijk leven, tegen alle oekazen in en met het besef dat de wereld niet aan de hardste roepers toekomt. Dan is het verstandig te kiezen voor een conservatieve houding die berust op kennis en ervaring en voor een leven van evenwicht en wijsheid, zonder al die stress die mensen naar de kalmeerpil jaagt.
Maar als ze samenkruipen, die nieuwlichters, nadat ze elkaar hebben gevonden, vaak in allerlei door henzelf tot stand gebrachte goedbetalende organen en dito systemen, verscholen zittend in hun paleizen van ondraaglijke lichtheid, dan wekt het kennelijk hun verbazing dat zij en hun journalistieke aanhang er maar niet in slagen om de kudde zover te brengen dat ze die modernistische ‘vooruitstrevendheid’ kritiekloos volgt.
Hun geest is gesloten voor het feit dat zovele mensen een dreigende, sinistere, gevaarlijke toekomst vrezen en het liever houden bij voorzichtigheid, de ervaring en het simpele gezonde verstand. In de plaats daarvan gaan ze zich te buiten aan beleren en arrogante betweterij, gekruid met een flinke dosis misprijzen voor de mensen die hun riant loon bijeen werken.
Het zou niemand mogen verbazen dat die koppige ‘extreemrechtsen’ wel eens de voorhoede zouden kunnen vormen van een massaal ontwaken uit een droomwereld, zoals de Amerikaanse journaliste Caitlin Johnston onlangs schreef. Ook daarom is het haast bespottelijk als kanselier Merz spreekt over een ramp wanneer AfD de verkiezingen wint en zijn partij zelfs de kiesdrempel niet haalt.
De mensen willen een einde aan het gedram. Ze willen een goed leven voor hen en hun kinderen in een veilig land.
Is dat een ramp?
Echt?
Jaak Peeters
September 2026.