Paul Roberts, geboren in 1933, doctor in de economie, bekleedde de functie van adjunct-minister van financiën en was lange tijd docent, waaronder aan de Stanford universiteit. Onder president Reagan was hij assistent- secretaris van financiën voor economisch beleid en in die hoedanigheid verwierf hij faam als het economisch geweten van Reagan.
Hij werd vererekmerkt met de Meritorious Service Award van het Amerikaanse ministerie van financiën, werd ridder in het Franse Legioen van Eer en won de internationale Journalistiekprijs voor Politieke Analyse in Mexico.
Het verhaal dat Roberts vertelt is nogal gecondenseerd en vraagt van de lezer aandacht. Naar mijn aanvoelen is volgens Roberts het conflict tussen Amerika en Iran verbonden met dat van het Westen tegen Rusland.
Ik vertel zijn verhaal hierna ingekort in eigen woorden na, met het risico dat sommige van de door Roberts bedoelde finessens verloren gaan.
Er is vooreerst de situatie in Rusland.
Die is behoorlijk gecompliceerd en het zal duidelijk zijn dat wat de media ons vertellen ofwel fout is, ofwel maar een stuk van het verhaal vermeldt, ofwel niet terzake doet.
Roberts’ boodschap luidt dat Rusland klappen krijgt en althans op dit ogenblik in de verdediging wordt gedrongen o.m. door de inzet van Duitse raketten resp. drones, die met Amerikaanse richtsystemen naar hun doelen ver in Rusland worden geleid.
Nu moet men weten dat de Russische oligarchen, die hun rijkdom hebben verworven (Roberts gebruikt veel hardere woorden) bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, door die aanvallen financieel benadeeld worden: denk maar aan de olieraffinaderijen, waardoor Rusland nu olie moet invoeren in plaats van die met veel winsten voor de oligarchen aan het buitenland te verkopen. Rusland heeft geld nodig en dit verhoogt de druk van de oligarchen op het Kremlin, dat de steun van die oligarchen nodig heeft, omdat de steun van loyale, vaderlandslievende burgers niet volstaat om de financiële problemen op te lossen.
Diezelfde oligarchen zijn meer dan gemiddeld geïnteresseerd in ‘deals’ met Trump en co, onder meer over de delfstoffen in Oekraïne, waarvan de oligarchen best ook wel een deel zouden willen incasseren.
Zo bekeken draait de oorlog met Oekraïne niet alleen om grondgebied, maar misschien vooral om de economische belangen van de machtige oligarchen, die heel graag zaken zouden doen met Amerika – hoe dan ook.
Een tweede element dat Roberts aanhaalt is de oorlog van Israel met zijn buren en vooral met Iran, dé ultieme vijand van Israël. Door oorlog te voeren met Iran kiest Washington openlijk voor Israël en zijn bondgenoten, nl. enkele oliestaatjes in de Golf van Hormoes.
Wat heeft het ene met het andere te maken? Volgens Roberts is de sleutel tusssen beide de leverantie van Russische S-400 afweersystemen door Erdogan aan de Amerikaanse bondgenoten in die regio. Rekening houdend met de capaciteit van die systemen, zou dat volgens Roberts neerkomen op een feitelijke ontwapening van Iran.
Nu heeft het Kremlin, tegen alle redelijke veronderstellingen in, die overdracht goedgekeurd.
Waarom doet het Kremlin dat? Uiteraard om geld in het laadje te krijgen. Maar vooral om in Washington goodwill te verwerven, de sancties tegen de Russische economie op te heffen of minstens te verzachten, en, bij onderhandelingen over een oplossing in Oekraïne, tot een regeling te komen die de hoger genoemde oligarchen voordelig uitkomt.
Echter: uit niets van alles wat hierboven werd verteld, blijkt enige ernstige wil om de twee conflicten als zodanig – Israël tegen Iran en het conflict in Oekraïne – zo snel mogelijk op te lossen. Israël wordt niet gedwongen om zijn acties in de buurlanden te stoppen en de koppige houding van -vooral- een zichzelf (her)bewapenend Duitsland dat steeds meer in oorlogsmodus komt in plaats van de wil te tonen om met Rusland vrede te sluiten, doen vrezen dat beide conflicten veeleer zullen escaleren.
De stap die Roberts hierbij vervolgens zet luidt als volgt: Waar leidt dit allemaal naartoe? Volgens mijn huidige denkwijze stevent de wereld, zonder haar wil, af op twee grote oorlogen. De hele mensheid zal worden vernietigd.
Niemand kan voorspellen hoe dit alles afloopt, ook Paul C. Roberts niet. Maar het is duidelijk dat het hier om twee conflicten gaat waarmee héél veel geld gemoeid is, en dat is ook altijd een reden om héél ver met een conflict door te gaan, waardoor steeds grotere delen van de wereld betrokken partij kunnen worden.
Wat dat in dit geval betekent, zou wel eens kunnen gaan in de richting die Roberts aanwijst: een nucleaire botsing die doorgaat tot de vernietiging van de betrokken vechtersbazen en, wat zijn gevolgen betreft, leidt tot de algehele instorting van de beschaving op deze kleine planeet.
Daarmee zou de menselijke beschaving het lot ondergaan, beschreven in de fameuze Fermi-paradox. Die paradox lost de vraag op waarom in een heelal met letterlijk talloze mogelijke beschavingen op even talloze planeten alles zo stil blijft: omdat op een bepaald moment in de ontwikkeling van een beschaving de zelfvernietiging als een onontwijkbaar fatum optreedt.
Want als de vrees van Roberts uitkomt, dan zou de beschreven botsing uitmonden in de laatste oorlog. Dan wordt werkelijkheid wat wijlen Bertrand Russell ooit schreef: “Men vertelt dat na de volgende oorlog de wereld aan de ratten zal zijn. Ik hoop dat ze het een prettige wereld zullen vinden. Maar ik ben blij dat ik er dan niet meer zal zijn.”
Als dat ultieme horrorscenario werkelijheid zou worden, dan zullen waarnemers – als er die nadien nog bestaan – niet kunnen zeggen dat ‘de nationalisten’ de schuld dragen, maar wel de financiële oligarchen van Oost en West én- héél zeker!- de zwakke regeringen van de staten met de vinger moeten wijzen.
We moeten dus onze – zwakke – regeringsleiders met alle middelen aanzetten tot grote omzichtigheid en tot een redelijkheid die bijna onmenselijk is.
Neem nu de EU, die ons als alleszaligmakend wordt voorgespiegeld.
Als het bestaan van zoiets als bijvoorbeeld een EU dus enige ware betekenis wil hebben, zal ze moeten bewijzen dat ze in staat is een bestaanswijze te vinden, waarin de eeuwige ziekte van de mensheid, nl. de ‘grenzeloze’ hebzucht – geld en macht – tenminste niet àlles bepaalt. Als ‘Europa’ wil bewijzen iets op zichzelf waardevols te zijn, zal het niet volstaan met vage verklaringen over “Europese waarden”- die naar behoefte geïnterpreteerd worden maar voor het overige niet tot diepgaande zelfcorrectie dwingen en veeleer dienen om het eigen kritische geweten te sussen. Dan zal dat een heel andere politiek vragen dan de hopeloze strijd tegen de klimaatverandering, de orwelliaanse censuur van de burgermaatschappij of de systematische afbraak van de identiteit van de naties.
Dat vereist dan dat de EU uit haar intellectuele comfortzone treedt hetgeen, zoals Thomas Kuhn en met hem vele anderen leren, psychologisch haast heldhaftig is.
Dan staat de mensheid inderdaad zo ongeveer voor een taak die … onmenselijk is.
Daarom is dit alles zo ontredderend wanhopig.
Jaak Peeters
Juli 2026