Populisme wordt een democratische eretitel

Bij de provinciale statenverkiezingen van 20 maart 2019 in Nederland werd het Forum voor Democratie meteen één van de grootste partijen. De partij flirtte zelfs met de eerste plaats. Ze deelde een flinke klap uit aan onder meer de VVD, de partij van premier Rutte.

Thierry Baudet, voorzitter van Forum voor Democratie – afgekort FvD – en zelf gepromoveerd tot wetenschappelijk doctor in de rechten, had zijn campagne opgebouwd rond drie thema’s: directe democratie, beheersing van de immigratie en terugschroeven van de economisch rampzalige klimaatwet.

 

Al bij de exitpols klonk het in de pers over een overwinning van “de rechtspopulistische FvD”, zowel in De Telegraaf, Trouw en NRC als in Het Laatste Nieuws , Knack en zelfs in de meestal beschaafde Tijd. Alleen de Volkskrant was genuanceerder: de redacteur van die krant was zo beleefd er bij te schrijven dat de term ‘rechtspopulisme’ door de tegenstanders van Baudet in de mond worden genomen. De voorstanders noemen FvD ‘de partij van het verzet tegen de gevestigde orde’.

 

In Vlaanderen is FvD misschien nog niet zo goed bekend. Daar zal nu wel verandering in komen.

In het algemeen kun je enige overeenkomst vinden met de beweging van de vermoorde Pim Fortuyn, wiens dood door Chris Dusauchoit werd toegejuicht (“Nog twintig te gaan”). De genaamde Dusauchoit werd door het gerecht nooit lastig gevallen.

 

FvD wil de invoering van het bindende referendum. De partij wil een einde maken aan de heerschappij van de zogeheten partijprogramma’s. FvD staat kritisch tegenover een Europese superstaat, een Europees leger en het Europese immigratie- en asielbeleid. FvD verzet zich ook tegen de klimaathysterie, die Nederland op 500 tot 1000 miljard euro zou te staan komen.

 

Voor de gewone, modale burgers, zoals schrijver dezes, klinken al deze punten helemaal niet zo abstract of extremistisch – integendeel: ze lijken de redelijkheid zelve.

 

De eis naar meer betekenisvolle inspraak of invloed van de burger in het landsbeleid is een door-en-door democratische eis. Ze verwijst naar de Griekse burgers die op de Atheense agora discussieerden over oorlog en vrede. Of naar de stemmingen bij handopsteking bij de volksvergaderingen in de Zwitserse kantons.

Is daar misschien iets mis mee?

 

Dat Baudet en zijn medestanders een einde willen maken aan de beslissende invloed van partijsanhedrins zal niemand verbazen die de betekenis van het woord particratie kent. We gaan immers kiezen voor een partij. Die boekt dan aanzienlijke winst maar wordt vervolgens door duistere coalitietechnieken buitenspel gezet. We hoeven maar even ‘Ninove’ in herinnering te brengen. Of je krijgt een regeerprogramma waarvoor je niet gekozen hebt. Ik weet om de duivel niet waarom ik zoiets zou moeten goedkeuren.

 

Controle op de immigratie? In mijn Vlamingen zijn fatsoenlijke mensen heb ik onderzocht wat een staal van Vlamingen denkt over de stelling: “Vlaanderen is het land van de Vlamingen en moet voor hun kinderen behouden blijven”. Ik heb niemand gevonden die daar negatief op antwoordde. Wel maakten enkelen bedenkingen: ze wilden geen extreme houding aannemen. Wie deze materie iets beter kent, weet dat hier het principe van de etniciteit werkzaam is: ons kent ons, onze mensen zijn onze mensen en ons land is ons land. Wie daar van buitenaf in wil komen, kàn dat niet zomaar. Anders wacht ons de totale chaos. Voor die houding vallen vele argumenten aan te voeren, maar begrippen als discriminatie of racisme, waar extreemlinkse politici zoals Almaci en De Vriendt van “Groen” zo gretig mee slingeren, zijn hier volstrekt ongepast.

 

Over Europa – of beter de EU – is al zoveel kritiek geuit, dat ik hier kort kan zijn. Zopas werd bekend dat de EU-commisie het Marrakesjakkoord bindend vindt. Waarom hebben die kerels dat niet in december verteld, toen het moest ondertekend worden? Waarom hebben zij ons, kiezers, onwetend gehouden over hun plannen?

 

Kortom: als de partij van Baudet populistisch is, dan staat het woord populisme voortaan gewoon voor: “ de wil van de modale kiezer”.

 

De media en andere zichzelf tot elite verheffende kringen noemen het involgen van de wensen van de kiezer dus populisme. Ze smijten cafetoogpraat en het verlangen van de kiezers naar een ander, degelijk en doordacht beleid bewust op één grote hoop, alles onder de simplistische maar totaal valse noemer ‘populisme’. Eigenlijk willen ze de medezeggenschap van de kiezer niet echt. Ze willen de macht en verkiezingen zijn voor hen slechts een methode om die macht een schijn van legitimiteit te geven.

Wie dat wil doorbreken is een populist. Stemmen die niet passen in die strategie zijn een “last”(NRC).

 

Wat Baudet doet, is niets anders dan beleid voorstellen dat aansluit bij de wensen van de bevolking.

 

Volgens mij hebben we hier gewoon met die vermaledijde democratie te maken..

Quod erat demonstrandum. Voor zover dat nog hoefde.

 

 

Jaak Peeters

Maart 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *