Een Europese aanpak over de lidstaten heen
In een merkwaardig stuk pleit het liberale EU-parlementslid Hilde Vautmans voor een exclusieve Europese aanpak van het seksueel geweld tegen vrouwen.[1]
Een aanpak van seksueel geweld omschrijft is zonder twijfel van heel groot belang. Vrouwen zijn doorheen de geschiedenis heel vaak als seksueel speelgoed misbruikt. We weten dat dit vandaag nog steeds het geval is.
Terecht valt de schrijfster de digitale misbruiken aan: het zal je dochter van 14 maar wezen wiens badpak digitaal werd verwijderd, waarop vervolgens het beeld van een naakte juffrouw voor het geile publiek te grabbel werd gegooid.
En dus, verklaart zij, moeten de digitale platformen gedwongen worden illegale inhoud te verwijderen. Die dwang moet door de EU worden uitgeoefend, omdat de nationale staten daartoe onvoldoende druk kunnen uitoefenen, ook al omdat de misdrijven niet op één grondgebied worden gepleegd[2].
Een nogal naïeve insteek
Hoewel het probleem dat de auteur aankaart ongetwijfeld meer aandacht mag krijgen, is de remedie die zij opvoert nogal aan de naïeve kant. Ze wekt de indruk dat alles wel zal opgelost worden als de zaak maar Europees wordt aangepakt.
Om de beginnen heeft de Epseinzaak aangetoond dat dit een illusie is: die zaak overschreed immers zowat alle denkbare grenzen. Een Europese aanpak zal dus heus niet beter zijn, simpelweg omdat die Europees is.
Vautmans klaagt terecht aan dat de procedures tegen misbruik veelal te traag verlopen en de politiediensten te vaak een klacht niet ernstig nemen. Gelooft iemand dat dit probleem zal verholpen worden als deze materie door de EU in handen wordt genomen? Nog steeds zullen immers de omstandigheden en de motivatie van de concrete plaatselijke politionele ambtenaren beslissend zijn voor de aanpak van een klacht.
Een andere kwestie die doet twijfelen aan een grotere doeltreffendheid van een Europese aanpak is de drugskwestie. Denken we bijvoorbeeld aan het recente krantenbericht dat coke overal in het rioolwater wordt aangetroffen – en derhalve ongecontroleerd doorheen de stroming van (afval)water verspreid wordt. Die verspreiding zal aan een Europese grens echt niet stoppen.[3]
En is de haven van Antwerpen niet een van de wereldcentra voor de drugshandel? Gaat Europa de hele haven dan overnemen?
Neen: door alles en nog wat Europees aan te pakken zullen de problemen echt niet verdwijnen.
Algehele censuur als mislukkende aanpak
De auteur haalt de beruchte ‘Digital Services Act’ aan als een voorbeeld hoe deze problemen volgens haar moeten worden aangepakt.
Maar op dit punt rijst er toch wel een groot probleem.
In 2015 lanceerde de EU het ‘EU Internet Forum’, bedoeld om het misbruik van het internet voor terroristische doeleinden, seksueel misbruik van kinderen, drugstrafiek en mensenhandel aan banden te leggen.
In 2016 werd een gedragscode om illegale inhoud aan te pakken aangenomen: De zogeheten ‘Code of Conduct on Countering illegal hate Speech online’.
In 2017 werd de ‘Germany’s Network Enforcement Act’ met EU-steun ingevoerd: Tegen fake news, haatspraak, misinformatie, en in het algemeen uitspraken die ‘van bedenkelijke aard’ zijn.
Vanaf 2020 tot 2025 werd de ‘Digital Services Act’ ingevoerd: Het verplicht modereren van de inhoud van sociale netwerken, met de bedoeling ‘illegale inhoud’ te bestrijden.
Men herinnert zich de kritiek van Jack Vance op deze ontwikkeling – een kritiek die niet bepaald in vruchtbare Europese aarde viel.
Wie nader toekijkt ziet één duidelijke constante: de invoering van een steeds straffere censuur voor alle inhoud die de heersende groepen niet welgevallig is.
Deze gang van zaken gaf aanleiding tot een scherpe veroordeling vanuit de Amerikaanse juridische wereld: op 3 februari 2026 publiceerde het Amerikaanse House Judiciary Committee een vernietigend interimrapport met de veelzeggende titel “The Foreign Censorship Threat, Part II: Europe’s Decade-Long Campaign to Censor the Global Internet and How It Harms American Speech in the United States”. Op basis van duizenden interne documenten van technologiebedrijven, verkregen via dagvaardingen, legt dit rapport bloot hoe de Europese Unie al tien jaar lang systematisch tracht de wereldwijde online meningsuiting te sturen en te beheersen, met verstrekkende en grensoverschrijdende gevolgen.
Deze scherpe uitspraak komt niet uit de pen van schrijver dezes, maar is het standpunt van een gerenommeerde Amerikaanse juridische instelling van voornamelijk Democratische inspiratie.
Sinds de inwerkingtreding van de ‘Digital Services Act’ oefende de EU ook druk uit op digitale platformen in verband met de verkiezingen in Slovakije, Frankrijk, Nederland, Moldavië, Roemenië en Ierland en betrof die druk vooral de mogelijke electorale resultaten van conservatieve of ‘populistische’ partijen.[4]
En nu komt de vraag: heeft al die censuur iets uitgehaald tegen het seksueel misbruik van vrouwen?
Te oordelen naar de uitspraken van Vautmans zelf: niets.
Oeroude problemen
Het misbruiken van het vrouwelijk geslacht is een oerprobleem, dat mogelijks zelfs uiterst primitieve wortels heeft[5]. Uit de wereldliteratuur blijkt dat dochters al heel lang gevaar lopen door hun eigen vader misbruikt te worden. Dit probleem bestaat nog steeds.[6]
Eenzelfde gedachtegang geldt trouwens ook voor de zogeheten haatspraak of de verspreiding van opvattingen die door de bestuurders ongewenst worden geacht. Dat probleem definitief uitroeien is daarom een droevige illusie. De EU voert een gevecht dat ze nooit kan winnen.
In dit tijdperk van algehele digitalisering worden de kansen voor deugnieten zelfs nog groter. Het is zeker goed dat er internationale maatregelen komen om digitale platformen ertoe aan te zetten toe te kijken of hun systemen niet misbruikt worden.
Maar wat de EU in werkelijkheid doet is een groot democratisch probleem bovenop scheppen, zonder het eigenlijke probleem op te lossen. Het vrouwenmisbruik vermindert niet door het invoeren van een censuur, die door sluwe deugnieten toch altijd weer omzeild zal worden en bovendien de EU op democratische gebied ongeloofwaardig maakt. Hetzelfde geldt voor uitspraken die niet door een of andere beugel kunnen: ook dat heeft immers altijd bestaan en wie zoiets wil bestrijden, moet maar geen illusies koesteren.
Opvoeding tot weerbaarheid
In haar stuk moedigt Vautmans slachtoffers van seksueel geweld aan: “Blijf er niet mee zitten. Zeker niet als je bedreigd wordt met publieke vernedering. Weet dat de schuld niet bij jou ligt.” En voorts: “Word je in vertrouwen genomen door iemand die met onlinegeweld geconfronteerd wordt? Neem het altijd ernstig.”
Misschien raakt de auteur daar ongeweten het cruciale punt aan: de weerbaarheid van elke enkeling en dit nog veel meer in deze digitale wereld.
Er zijn signalen dat het onder 17-18-jarigen in Vlaanderen bon ton is om met enige regelmaat ‘een lijntje te snuiven’- zoals het vroeger bon ton was dat men op die leeftijd in het openbaar begon te roken, omdat dit het begin van de volwassenheid markeerde. Tegenover de nooit aflatende bemoeizucht van de EU staat dus een heel andere werkelijkheid: deze van het concrete leven van mensen onder elkaar, het concrete leven dat niet door ‘Acts’ of internationale reglementen beheerst kan worden.
Ik zie op schooldagen hoe leerlingen in mijn onmiddellijke buurt samentroepen om vandaar naar de school te fietsen. Ik zie ze allemaal – allemaal- op hun smartphone bezig, maar ik zie nauwelijks gesprekken van aangezicht tot aangezicht. Het lijkt erop dat zij onderling communiceren langs hun smartphone, in plaats van via een direct menselijk contact. Als het allemaal zo loopt, zijn censurerende maatregelen helemaal niet voldoende om misbruiken te voorkomen. De waarheid is immers dat elke interface misbruikt kan worden.
Het is geen gek idee om de kern van het probleem waarop de EU een anti-democratisch antwoord denkt te moeten geven te gaan zoeken in ons samenlevingsmodel, dat gekenmerkt wordt door een onbeheerste en ondoordachte digitalisering. Daarmee wordt het probleem van het vrouwenmisbruik en het verspreiden van zogeheten ongepaste uitingen een echt cultuurprobleem.
Vooreest moeten we ons afvragen of we wel door moeten gaan met de algehele digitalisering, want dat is de prooi aanbieden. In een digitale wereld verdwijnt overigens de menselijke warmte achter de nullen en de eentjes. Iedereen prijst de digitalisering, maar is die voor de biologische wezens die we zijn wel de juiste weg?
Omdat mensen nu eenmaal broze wezens zijn, moet mensen en vooral jongeren weerbaarheid geleerd worden. STEM-opleiding volstaat niet. Weerbaarheid dus niet alleen tegen allerlei vormen van misbruik of tegen slinkse internetboodschappen, maar ook tegen eigen domme gedragsuitingen of tegen ondoordachte spraak – want de uitingen die de EU wil censureren zijn heel vaak niet slecht bedoeld.
We kunnen ons cultuurprobleem evenmin oplossen door onze democratie af te breken. We maken meer kans door opvoeding.[7]
De concrete, menselijke aanpak van de problemen zoals die door Vautmans en de EU zelf worden aangehaald kan alleen binnen een vertrouwensvolle, warme wereld op mensenmaat. Daarin kan menselijke weerbaarheid groeien. De EU- kan nooit meer zijn dan een extra-hulp bij de oplossing van problemen die van menselijke aard zijn.
Jaak Peeters
Maart 2026
[1] https://www.hln.be/mijn-gids/eu-parlementslid-hilde-vautmans-pleit-voor-daadkracht-tegen-online-geweld~a6d74286/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
Deze tekst werd in de krant opgvoerd als een advertentie aangeboden door het Europees parlement. De tekst werd door de commerciële diensten van DPG geschreven, maar de inhoud ervan valt “buiten de verantwoordelijkheid van de redactie”. Een nogal vreemde gang van zaken. Of is het gewoon EU-propaganda, verpakt als een artikel?
[2] Dit laatste wordt altijd weer gezegd, maar is dat ook echt zo? Of is het een gemakkelijkheidspolitiek van nationale staten?
[3] “Coke is overal”. HLN, 11/3/2026
[4] https://nieuwrechts.nl/109027-nederland-werkte-mee-aan-politieke-eu-censuur-sociale-media-voor-tweede-kamerverkiezingen
[5] Een blik naar de dierenwereld is heel openbarend.
[6] Zeer onlangs bracht de NPO een uitzending waarin gesteld werd dat er ouders zijn die hun jonge meisjeskinderen ‘uitlenen’ voor seksuele diensten in ruil voor geld. Dit laat zien dat de mensen zélf weerbaar moeten zijn, want ook mét een EU-censuur gebeurt dit soort dingen.
[7] Sommigen zullen dit alles plaatsen op de achtergrond van de maatschappelijke ontwikkeling van Gemeenschap naar Maatschappij, zoals o.m. Ferdinand Tönnies dat beschreven heeft.