Moddergooierij

Er is dezer dagen weer veel te doen geweest over rekeningrijden. Ter herinnering: daar is in Vlaanderen al sprake over sinds 2008. In februari 2008 verklaarde Kathleen van Brempt (SPA) dat zij rekeningrijden voor personenwagens niet zag zitten. Vanaf 1 april 2016 kwam er een kilometerheffing voor vrachtwagens. Van Brempt zelf had hiervoor 2010 in gedachten.

In Nederland en elders woedt de discussie al minstens sinds 2005.

 

Een pak mensen noemt het rekeningrijden een verdekte vorm van belasting. Dit als het eerste of belangrijkste oogmerk van de bewindvoerders te zien, lijkt echter overdreven.

Rekeningrijden lijkt namelijk veeleer een methode om via het verhogen van de prijs het autorijden te ontmoedigen. Zoiets als het verhogen van de prijs van de dieselbrandstof om mensen ertoe aan te zetten elektrische wagens te kopen.

De beoordeling of dit een goede methode is om het fileprobleem op te lossen valt buiten de bevoegdheid van schrijver dezes, al moeten vele vragen worden gesteld. Misschien zijn we bijvoorbeeld beter af met een bevolkingsdaling door het afremmen van de massieve immigratie die we nu meemaken. Maar dat is dan weer de slechte kant van de geschiedenis. En het zint economen niet, want die kennen alleen de eeuwige groei.

In ieder geval is de vraag legitiem of er überhaupt nog voldoende maatschappelijk draagvlak kàn bestaan voor nog maar eens een belasting in een land dat er prat kan op gaan zo ongeveer de hoogste belastingscoëfficiënt ter wereld te bezitten.

 

Het moet worden toegejuicht dat belastingbetalende kiezers onderling af- en overwegen. Zoiets heet democratie.

 

Maar dan komt het punt.

Zoals bekend was Bart De Wever tot voor enige tijd voorstander van rekeningrijden. Dat is zijn zaak. Sinds enkele dagen weten we dat hij van mening is veranderd. Als U en ik van mening veranderen, kijkt niemand daarvan op. Maar als een vooraanstaand politicus dat doet, dan geeft dat kennelijk aanleiding tot schampere commentaren.

Zo vond de commentator van één van Vlaanderens meest gelezen dagbladen niet beter dan de volgende vraag als titel van zijn stuk te plaatsen: “ Waarom de kilometerheffing even verdwijnt? Bart De Wever heeft schrik van U!”

 

Ten eerste: nogal wiedes dat een politicus “schrik” heeft van de kiezer. Stel je voor dat dit niet zo zou zijn!

Ten tweede: “even verdwijnt”. Iedereen weet dat telkens weer wordt teruggegrepen naar de techniek van de financiële ontrading. Suggereren dat een heffing na verkiezingen toch weer ter sprake zal komen, is dus de al wagenwijd openstaande deur intrappen. Het gemene zit in de suggestie dat een politiek tegenstrever per definitie onbetrouwbaar is. Voor een redacteur die zich tegen populisme beweert te verzetten, is dat bedenkelijk. Dat “politiekers” per definitie onbetrouwbaar zijn, is gewoon cafétoogpraat. Een redacteur moet zo’n ideeën echt niet voeden.

Ten derde: zou het kunnen dat de commentator met veel genoegen gniffelt omdat mede door ‘zijn’ blad een belangrijk partijvoorzitter gedwongen werd zijn mening te herzien? Waarom anders die schamperheid? Het moet wel een heerlijke streling van ’s mans ijdelheid zijn te weten dat hij en zijn mede-schrijvelaars een welbespraakt en ervaren debater gevloerd hebben.

 

Uiteindelijk is de hele zaak een voorbeeld van een non-event. Het ter tafel liggende voorstel blijkt na discussie in de maatschappij niet haalbaar omdat niemand het wil. Ziedaar het resultaat van een democratisch debat. En dus trekt de politicus zijn voorstel in.

Daarmee zou de kous af moeten zijn.

 

Ook als de partij van hun eigen voorkeur voor het naderende electorale verdict staat, zouden redacteuren zich tegen elke vorm van cafetoogpolitiek moeten keren. Want dààr zijn ze radicaal tegen, zo vertellen ze de argeloze lezer toch. Consequent hiermee verwacht die lezer dan ook dat redacteuren baan geven aan de politicus die het volk voor zijn ideeën tracht te winnen in plaats van het achterna te lopen. Of anders verwacht hij tenminste gegronde argumenten die de discussie voeden.

Hier gebeurt in ieder geval iets heel anders. Ze klemmen een politiek tegenstander in een dilemma vast. Stel je voor dat De Wever géén “schrik” zou hebben gehad. Dat rijdt hij zich electoraal te pletter. Ofwel plooit hij voor de volkswil en dan bezondigt hij zich aan dat vermaledijde populisme, dat diezelfde redacteuren eerst opgeklopt hebben. In de beide gevallen kunnen de dames en heren zich achteraf op een gemakkelijke manier verkneukelen.

De redacteur in kwestie had zijn stuk beter een andere titel gegeven.

Dan was hem de verdenking een moddergooier te zijn bespaard gebleven.

 

 

Jaak Peeters

April 2019

 

One thought on “Moddergooierij

  1. Schitterde tekst ,helemaal mee eens,de vraag is wat doe je eraan.Om nog maar te zwijgen van die eeuwige opiniestukken.Is de kijk van een BV dan juister of beter dan die van de modale burger?Iedere Minister kan een Prof vinden om zijn gelijk te halen en te krijgen. Journalisten,zijn niet verantwoordelijk voor beslissingen ,Ministers wel ,het is dan ook logisch doordacht en Democratisch te beslissen!

Laat een reactie achter op RDe Rooy Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *