De ideologische (burger)oorlog. Pleidooi voor een opstand van de normalen.

 

Zopas schreef Derk-Jan Eppink een opiniestuk over de politieke ontwikkelingen in Europa. Zoals bekend beginnen de Gutmenschen zowat overal in ons continent enigszins in paniek te raken. Voor een goed begrip: Gutmenschen zijn lieden die van de wereld een paradijs willen maken en die ervan overtuigd zijn dat onze voorouders er niks van hebben gebakken en dat, bijgevolg, zowat alles wat onze voorgangers ons aangeleverd hebben op de schop moet. Op zich kàn men zoiets denken – al lijkt dat een nogal fanatieke manier van denken – maar daar houdt het niet bij op, want die lieden die de ultieme revolutie van de toekomstige maatschappelijke perfectie – ook “progressiviteit” genoemd – niet wensen mee te prediken, moeten worden verdreven, onmachtig gemaakt en politiek en ideologisch uitgeschakeld en, als dat niet meteen lukt, in ieder geval gediaboliseerd.

 

Dus: de genoemde Derk-Jan Eppink schreef een opiniestuk waarin hij uitlegt dat in zowat heel Europa het midden verwasemt en de uitersten zich versterken, zowel links als rechts, en dat links vreest dat het door rechts de pas wordt afgesneden omdat het overal de electorale wind in de zeilen heeft. Vandaar hun lichte paniek, aangezien de rechtse haring beter blijkt te braden dan de linkse.

Uit zo’n conflict kan niets goeds voortkomen is Eppinks conclusie, en wie zal hem daarin ongelijk geven?

 

Mijn standpunt is dat die verdamping van het midden niet alleen een feit is en dat de verharding van de uiteinden dat niet minder is, doch dat een en ander steeds meer op een heuse ideologische oorlog begint te lijken. Omdat die zich binnen de hele maatschappij afspeelt en iedereen schijnt aan te steken, doemt het begrip ‘burgeroorlog’ op. Niet dat deze burgeroorlog met geweren en messen wordt uitgevochten – tenminste: nog niet – maar niettemin schijnt het me steeds meer toe dat we in een heuse staat van oorlog leven.

 

Het spel wordt namelijk steenhard gespeeld. Dat bleek dezer dagen nog maar eens uit de manier waarop de Gutmenschen van alle kleuren en obediënties de jongelingen van Schild en vrienden als stinkende gal hebben uitgebraakt. Terwijl Europa ons – ongevraagd trouwens, zoals dat meestal gaat als het uit die hoek komt – allerlei “verordeningen” oplegt die ons dwingen uiterst secuur om te springen met de principes van de privacy, staat de foto van de voorzitter van de genoemde Schild- en vriendenclub doodleuk met naam en toenaam in zowat alle weldenkende kranten afgedrukt. Niet één keer, maar dagenlang, keer op keer, bij voortdurende en onafgebroken herhaling. Meer zelfs: de pers presteert het een foto van een jongeman uit die groep samen met een foto van Hitler af te drukken. Als voorbeeld van wat tegenwoordig framing heet, maar in het Nederlands ‘bedrieglijk opzet’ moet heten, kan dat tellen.

Wat die jongelui verweten wordt? Daarop te antwoorden wordt een hele klus, want niemand weet wat hun ideologie eigenlijk precies is, behalve dat ze Vlaamsbewust zijn en hechten aan traditionele Vlaamse waarden. Maar dat kan de pret niet bederven: de journalistieke bloedhonden van de BRT hebben de zaak in hun uitzending “geduid” en nu hoort iedereen in het koor mee te huilen en de vleesgeworden slechtheid uit te spuwen. De universiteit van Gent – horresco referens – beet de spits af en gooide de betrokken voorzitter, die student is, meteen van de rol.

De Vlaamse jeugdraad schrapte het lidmaatschap van leden van Schild en vrienden. De morele druk is zo groot dat zelfs jonge kandidaat-gemeenteraadsleden zich gedwongen achtten zich uit de kieslijst terug te trekken.

Werd er ook iets bewezen? Is er enig bewijs dat die gasten een wet hebben overtreden? Dat is nog niet bekend, want het gerecht moet zijn onderzoek nog beginnen.

Niettemin zijn die jongelui nu al veroordeeld en, in het geval van de voorzitter van de groep, voor het leven getekend – ook zijn familie trouwens.

Maar nogmaals: dat kan de pret niet bederven, want het bruine gevaar dat de progressieve droom van de ideale wereld bedreigde werd weer eens uitgeroeid.

Althans: zo denken de Gutmenschen.

Intussen blijkt dus dat in zowat heel Europa extreemrechts – voor Gutmenschen is iedereen die hun mening niet deelt per definitie extreemrechts of tenminste populistisch – in opmars is.

Voorlopig kan de kanker nog ingedijkt worden: men smeedt overal de meest onmogelijke, onstabiele en veelal onwerkbare coalities, om toch maar te verhinderen dat extreemrechts aan de macht komt. Dat met name Oostenrijk bewijst dat het met dat extreemrechtse gevaar helemaal niet zo’n vaart loopt wordt voor het gemak even vergeten.

 

Het houdt niet op bij de ‘ontmaskering’ van een onoirbaar geachte jongerengroep.

Een staatssecretaris die niet het beleid voert dat de Gutmenschen welgevallig is wordt belaagd door rode advocaten, die telkens weer een nieuwe procedure beginnen wanneer ze door de geëigende rechterlijke instantie teruggefloten werden. Kwestie van zoveel mogelijk stokken in de wielen te steken van een bewindsman die hen niet aanstaat.

En als dat soort spelletjes nog niet volstaat, verhinderen communistische agitatoren de man in een universitaire collegezaal het woord te voeren.

De Gutmenschen zijn immers grote voorstanders van de vrijheid van meningsuiting, maar alleen als het hun mening is.

 

Erger is dat ook de EU de strijd voor de Heerlijke Nieuwe Wereld schijnt te hebben aangevat, weliswaar verpakt als de strijd tegen gevaarlijk nieuws.

De EU-commissie neemt zich namelijk voor om ‘terroristische’ boodschappen op het internet en de sociale media te bestrijden. Of ze daartoe enige bevoegdheid heeft? Dat zal euronationalisten en beroepscynici zoals de genaamde Guido Verhofstadt een zorg wezen! Ik alvast herinner me niet dat de toekenning van een dergelijke bevoegdheid ooit onderwerp van verkiezingen was. Dus hebben de dames en heren zich die bevoegdheid toegeëigend. Ziedaar de moderne Europese democratie – al vind ik dat die veel te veel kost voor wat wij er als burgers voor in de plaats krijgen.

De EU-Commissie zegt al langer met internetverantwoordelijken samen te werken om haatboodschappen te weren.

Mogen wij alstublieft ook weten wat dat is: een haatboodschap? Als ik zeg dat ik België weg wens, doe ik dan een haatdragende uitspraak? In mijn persoonlijk geval zal het voor de hoge heren wel niet de moeite wezen om zich om mijn uitspraak zorgen te maken, maar wat te denken over het lot van Catalanen, wier voormannen nog altijd illegaal in de gevangenis zitten? Oproepen om de Spaanse staat tot betere gedachten te brengen wordt door deze laatste immers als rebellie opgevat en is oproepen tot rebellie niet gevaarlijk of zelfs getuigend van haat?

Maar geen zorg hoor: de strijd tegen haatboodschappen is bedoeld om tegen autochtonen gevoerd te worden. Zo interpreteer ik het antwoord op de vraag die ik zelf ooit aan de voorgangers van het huidige Unia stelde…

De morele bekommernis van de Gutmenschen gaat immers één enkele richting uit. Helaas is dat niet de richting die wijst naar de modale, autochtone Vlaming, Nederlander, Duitser of Zweed.

Maar nu even terug naar die EU-Commissie. Die beweert nu dat ze de strijd wil aangaan tegen terroristische boodschappen.

Moet ik daar nu mee lachen of moet ik beginnen te schreien?

Ten eerste: de bazen van Facebook worden geacht ongewenste boodschappen te verwijderen. Heuh? Hebben die kerels een gerechtelijke bevoegdheid? Hebben zij het recht te oordelen over de onwenselijkheid van een boodschap, of, beter nog: hebben zij het recht om mensen te sanctioneren? Met welk mandaat? Dat van de Europese Commissie?

Bovendien acht ik het onwaarschijnlijk dat het terrorisme doeltreffend kan bestreden worden door meningsuiting te censureren. Welke kandidaat-terrorist zal in ’t lang en in ‘t breed verkondigen dat hij zinnens is een aanslag te plegen? En, ten derde, biedt niet elk doorsneeboek voor scheikunde het recept hoe je een ontplofbare stof kunt maken? Moeten die boeken allemaal verboden worden?

Dit is toch te zot om los te lopen!

Ik kan niet geloven dat men in de milieus van die EU-Commissie de onzinnigheid van hun voorstellen zelf niet inziet. Daarom denk ik dat de EU-actie niet is gericht tegen potentiële terroristen, doch wel bedoeld is om de autochtone bevolking te muilbanden.

 

Ik zal kort en duidelijk zijn: we schuiven op in de richting van een ideologisch totalitarisme en de EU, een groot deel van de media en allerlei instanties doen daar bewust of onbewust aan mee.

De teneur is overal dezelfde: elk verzet tegen de utopische droomwereld van de Gutmenschen moet worden gesmoord.

 

Laten we ons niet vergissen!

 

Totalitarisme wordt gemakkelijk verstaan als het optreden van een tirannieke regering, maar Hannah Arendt maakt ons duidelijk dat dit helemaal niet het geval is. “De onderdanen van een totalitair regime zijn geworpen en gevangen in het proces van de natuur of de geschiedenis, en veroordeeld om de beweging ervan te versnellen”, zo schrijft Arendt woordelijk. Zij kon in die jaren niet weten hoe onze EU-wereld er in 2018 uit zou zien. Vandaag moeten we zeggen dat de Europeanen zijn opgenomen in een totalitair-wordend regime dat zich ontwikkelt volgens de wetmatigheden van een ideologische denkwijze, die door de protagonisten ervan als een natuurlijke ontwikkeling wordt opgevat. Die ideologie dient zich aan als een progressie in de richting van de perfecte wereld waar het voor iedereen beter zal zijn, ook al snappen modale mensen en zeker extreemrechtse populisten dat zelf niet. De Gutmenschen zullen dan wel in hun plaats bepalen wat voor goed voor ze is. Wie zich tegen deze ontwikkeling durft te verzetten plaatst zich in de zin van Carl Schmitt buiten de menselijkheid en hoort daarom te belanden in een cordon sanitaire, uitgesloten te worden uit studie, werk of vereningsleven en moet dan maar als paria door het leven gaan. Eigen schuld dikke bult, nietwaar?

 

Het hele verhaal levert een ranzig, goor beeld op.

Er is de afgrond van het ideologische totalitarisme, gefaciliteerd door een ongenaakbare EU.

Er is een vrijheid om alles en nog wat te doen of te bereiken, tot het veranderen van geslacht en het – zoals aangekondigd!- inplanten van een baarmoeder bij mannen. De vrijheid houdt evenwel op zodra de grens van wat de Gutmenschen wenselijk achten wordt bereikt. Schijnvrijheid dus.

De media, die ooit dé kritische geest belichaamden, lijken steeds meer verstrikt in de ideologische netten en laten zich gebruiken bij de vestiging van de ideologische terreur, waarmee ze hun eigenlijke opdracht veronachtzamen. Dat loopt bij nadenkende mensen in de gaten en die laten de pers voor wat ze is, zodat kranten en tijdschriften op zoek moeten naar andere bronnen van inkomsten in ruil voor verloren abonnementen. Maar in plaats van tot inkeer te komen, voelen ze kennelijk de drang om nog harder op de spijker te kloppen.

Op maatschappelijk vlak evolueren we naar versplintering als gevolg van de vestiging van een zogeheten multiculturele maatschappij, waarin bevolkingsgroepen niet met doch naast elkaar leven en de maatschappij daardoor uiteenvalt in afzonderlijke groepen die elkaar vaak diep wantrouwen. Ex-Joegoslavië zou ons moeten leren dat er in dat geval niet veel nodig is om de vlam in de pan te doen slaan en daar zal geen gejammer tegen stigmatisering bij helpen.

Maar de multiculturele maatschappij moet en zal er komen, tot welke prijs dan ook.

Er is tenslotte het effect op de persoonlijke belevingswereld van de modale mens, die veel meer houvast heeft aan wat voorgangers hebben aangebracht dan aan warrige ficties van onrealistische dromers. Hun vroegere waarden worden evenwel bespot; wie eraan gehecht blijkt is oubollig en hoort er niet meer bij – of wordt wetens en willens uitgestoten. De Nieuwe Wereld die ons in vervanging van de vroegere, in millennia gegroeide zekerheden wordt gepresenteerd roept echter onzekerheid en angst op, zoals alles wat nieuw is achterdocht oproept en hij leidt tot desoriëntatie. Bovenop komt de politieke druk die elke afwijkende mening veroordeelt en daardoor de normaal denkende mens met schuldgevoelens opzadelt, omdat hij zich in het opgelegde wereldbeeld niet langer herkent en op den duur gaat geloven dat de fout bij hém zit. Wie zich hiertegen wil verdedigen kan dat alleen door zichzelf in zijn eigen persoonlijke carcan op te sluiten, de tijd te doden door sport en spel of door wat geleuter aan de cafetoog. In werkelijkheid komt hij zodoende terecht in een door niets te doorbreken eenzaamheid, die door de illusies van de games, facebook en instagram nog geïnstitionaliseerd wordt.

Dit wordt de planeet van de dromers.

 

Ik moet het met Eppink eens zijn: dit kan nooit goed aflopen.

 

Tenzij we – we: dat zijn de modale, normale mensen die nu als extreemrechts of populistisch worden weggezet en die nog willen geloven in de waarden die doorheen de eeuwen zijn gegroeid -, tenzij we, zeg ik, de moed bij elkaar rapen en de opstand der normalen uitroepen.

Als dat niet lukt wachten onze nakomelingen de dystopieën waarop àlle utopieën altijd uitlopen, zoals beschreven werd door mensen als Zamjatin, Orwell en Dickinson.

 

 

 

Jaak Peeters

September 2018

De producten van Bert Bultinck: afgekauwde pruimtabak.

Het wordt van langsom hilarisch. Ik bedoel: volgens de genaamde Bert Bultinck zijn Vlamingen ziekelijke racisten. Ik heb altijd aan blanke Amerikanen gedacht, als het scheldwoord racisme over de tafel schoof. Maar neen: Vlamingen zijn racisten. Gestampte, onverbeterlijke racisten. Het zit in ons DNA.

Bovendien zijn ze bang. Ze zijn bang van ‘de ander’. En ze zijn bang dat hun banen zullen ingenomen worden door niet-witte Vlamingen.

Hoe is het mogelijk zoveel onzinnig gezwets opeen te stapelen op enkele tientallen regels?

Over de meer filosofische aspecten van BB’ s gezwets wil ik niet verder uitweiden. Daar heeft Johan Sanctorum in Doorbraak al veel te veel woorden aan verspild. Een andere reactie is die van Boudewijn Boeckaert, die de bespottelijkheid van het hele zaakje etaleert.

Hier wil ik de bal terugkaatsen naar die poging tot redacteur, die er niet in slaagt meer dan een afgekauwde prop redactionele pruimtabak voort te brengen – en dan kennelijk nog verwacht dat lezers zijn schrijfsel ernstig nemen.

Eerst de beschuldiging dat de modale Vlaming een racist is in hart en nieren. Laat me beginnen met een simpele methodologische vraag: hoe is BB tot deze conclusie gekomen? Door enkele feiten, zoals op Pukkelpop, onlangs? Als ik zijn professor wetenschapsmethodologie zou zijn, zou ik hem moeten buizen. In de wetenschap is het immers echt niet toegestaan algemene conclusies te trekken uit enkele, toevallige en bijeengesprokkelde feiten – waarvan de eigenlijke kern vaak nog onbekend blijft ook. En zelfs als het verzamelen van feiten op de correcte manier is geschied, is het trekken van een conclusie altijd maar een voorlopige zaak: een hypothese. Die moet door later onderzoek bevestigd worden.

BB heeft niets onderzocht. Hij heeft een paar akkefietjes bijeengekrasseld en trekt daaruit meteen een algemene conclusie, die hij nota bene van toepassing acht op de hele Vlaamse bevolking.

Als voorbeeld van stigmatisering kan dat tellen!

Wat zou BB vertellen als ik zou zeggen dat negers – een bewuste woordkeuze – elke dag vijf keer hun vrouwen bespringen en ze dus onverbeterlijke seksmaniakken zijn? Kan iemand zich het gehuil voorstellen?

Maar als het om Vlamingen gaat, màg dit soort benevelde stigmatisering dus wel. Dan is het toegestaan om alle regels van wetenschappelijke en journalistieke degelijkheid aan de haak te hangen en mag je er maar op los schelden.

Wat ik denk?

Dat de filosofische beschouwingen van Johan Sanctorum over deze zaak veel te ver en te diep gaan. Het hele ding is zoveel intellectuele inzet niet waard. BB’s gezwemel haalt nauwelijks het niveau van de gemiddelde cafetoogpraat van het soort dat je kunt aanhoren als de klok het middernachtelijke uur begint te naderen en de consumptie van geestrijk vocht zo stilaan sporen begint na te laten.

Ziedaar mijn beeld van de hoger genoemde pruimtabak.

Waarom ik dat zo fel zeg? Omdat ik me herinner hoe BB het heel relevant vond om het persoonlijke liefdesleven van een minister en haar minnaar openbaar te maken. Schaamte kent die kerel ook al niet. Discretie evenmin.

Sterker nog is dat ikzelf enkele jaren geleden hard heb gemaakt dat Vlamingen uitgerekend géén racisten zijn. Toegegeven: in plaats van 50 interviews, had ik er 200 kunnen doen. Maar ik heb tenminste onderzoek gedaan en mijn conclusie staat regelrecht tegenover deze van BB.

Van een doctor in de Germaanse filologie had ik echt wat anders verwacht.

Ten tweede: als BB enig verstand van psychologie zou hebben, dan zou hij weten dat de ‘angst voor de ander’ een evolutionair gegeven is. Als ik voor het eerst een jonge kat in mijn tuin loslaat, begint die de tuin te onderzoeken – onder meer om uit te zoeken of er geen andere katten in de tuin rondlopen. Misschien hoeft een germanist dat niet te weten, maar alle levende wezens worden achterdochtig als ze iets onbekends ontmoeten. De mens is geen uitzondering op die regel.

Als dat zo is, moet je daarover ook niet beginnen te zaniken. Normale mensen zaniken ook niet over de bestaande natuurwetten.

Ten derde. Ik heb altijd gehoord en gelezen dat ‘men’ destijds gastarbeiders liet over komen. Die zouden dat het vuile werk komen doen. Is dat ‘remplacement’? Ja, in zekere zin wel, maar daar waren dan zelfs de vakbonden pleitbezorgers van. Eidoch: die “men”: dat was niet de massa van de gewone Vlamingen. Die massa vernam.

Alweer een methodologische fout, BB! Eén racistische Vlaming kleurt de Vlaamse hemel nog niet racistisch. Je mag niet zonder reden veralgemenen. Tweede buis.

Maar dan maakt BB alwéér een methodologische fout. Want wie wat stelt, moet zich op feiten, observaties of metingen baseren. Die moeten evenwel correct zijn. Wat blijkt? Dat die niet-witte Vlamingen helemaal geen werk “afpakken”, maar dat ze de lege arbeidsplaatsen opvullen, waarvoor er veelal geen “witte” Vlamingen beschikbaar zijn: postpakkettenbedeling, schoonmaak, verzorging in rusthuizen en noem maar op. Overigens gebeurt die ‘remplacement’ ook door ‘witten’: kijk maar naar de in het zwart werkende Polen in de bouwsector. BB heeft dus niet eens kennis genomen van de correcte feiten.

Alweer mis, BB.

Wat is dat toch allemaal, zo’n opeenstapeling van onzin, van onbewezen en zonder meer foutieve stellingen, nota bene door iemand die in de zetel van een hoofdredacteur heeft plaats genomen? Tekent dit alles niet een onfris beeld van de redacteur zelf? En een even onfris beeld van de directie of de uitgevers?

En wat doen wij, gewone Vlamingen, hiermee?

Tja: op die laatste vraag ligt het antwoord voor de hand. Laat dat ‘boekske’ in het winkelrek liggen.

Het ligt daar goed.

 

Jaak Peeters

September 2018