Van niets verlegen

Dinsdag 12 juni, rond twintig na zeven, VRT-radio. Lisbeth Imbo interviewt Guy Vanhengel, Brussels ‘minister’.

Het blijkt dat de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde het de Franstaligen moeilijker zal maken om in Vlaams-Brabant verkozenen te halen. Omgekeerd vergroot ook de moeilijkheidsgraad voor de Vlamingen om in Brussel om een verkozene te halen. Vandaar dat Wouter Beke een Vlaamse eenheidslijst had voorgesteld, die echter prompt door Groen en door de VLD – bij monde van Vanhengel – werd afgeschoten.

Tijdens het gesprek met Imbo werd het duidelijk waarom alvast de liberalen dit voorstel afkeurden: àls er een verkozene zou zijn, in welke fractie zou die dan nadien moeten zetelen? Met een aan kwaardaardigheid grenzend cynisme voegde Vanhengel eraan toe dat diegenen die zo hard geroepen hebben voor de splitsing van dat kiesarrondissement, er nu ook de gevolgen van maar moeten bijnemen.

Zelden werden zoveel leugenachtige, valse en cynische uitspraken op enkele minuten tijds uitgebraakt.

Even een kort lijstje.

Om te beginnen heeft voor Vanhengel en zijn geestesgenoten de partijpolitiek kennelijk nog altijd het hoogste belang. Imbo begreep het onmiddellijk: liever geen Vlaming verkozen, dan een op een eenheidslijst.

Meer zelfs: bij herhaling verklaarde Vanhengel dat het volgens hem beter was op de lijst van de burgemeester te figureren, omdat men daarmee toch nog op het beleid zou kunnen wegen. Waarop Imbo terecht reageerde met te zeggen dat Vanhengel dus bereid was op te treden als Flamand de service in een voor het overige door Franstaligen gedomineerde, van oorsprong Nederlandse stad.

Welke kwalificatie past bij een dergelijke houding?

Men kan het kortzichtigheid noemen, of ziekelijke partijpolitiek. Het is in ieder geval ongehoord dat dit soort ‘argumenten’ moet dienen om de algemeen-Vlaamse belangen in de rug te schieten. Het is zelfs nog erger. Het lijkt er sterk op dat een grinnikende Vanhengel nu de funeste gevolgen van een slecht akkoord – waaraan zijn partij nota bene heeft meegewerkt – op het conto schrijft van diegenen die nu net bewezen hadden dat ze hun politieke optreden afstemden op dat algemeen Vlaams belang. Men moet maar durven.

De verontwaardiging om zoveel schijnheiligheid neemt nog toe, als men in overweging neemt dat het alternatief van Vanhengel eigenlijk niets anders is dan de voortzetting van de sinds 1830 bestaande tweederangspositie van de Vlamingen in Brussel.

Vanhengel verklaart al dertig jaar goed samen te werken met zijn Franstalige burgermeester. “Nooit één conflict gehad”. Nou: en dat voor een oppositielid? Vreemd is dat, op zich. Maar mogen we ook weten welke taal men daar spreekt?

Vanhengel begrijpt niets van de Vlaamse verzuchtingen. Vlamingen willen erkend worden en met respect bejegend. De oude, hiërarchische door Franstaligen gedomineerde orde wordt ervaren als kwetsend en beledigend en getuigt niet bepaald van respect. Die orde moet veranderen en wel ten gronde. Dat schijnt binnen België niet te kunnen en dus moet het maar buiten België. Een staat moet de mensen dienen. Niet omgekeerd.

Dat is allemaal niets nieuws. Al in 1970 beschreef Maurits Van Haegendoren de gang van zaken in Brussel : “ De huurceel van het flatje wordt in het Frans aangeboden. Aan het loket waar de overboeking in de bevolkingsregisters geschiedt, wordt men in het Frans aangesproken. De identiteitskaart is in het Frans ingevuld.(…) Ziekenfonds, vakbond en amusementsleven gaan in Franse richting(…).

Vanhengel wil deze toestand dus behouden. Daarmee verraadt hij zichzelf. Hij is een angsthaas, een bange wezel, die zijn kop in de kas trekt als hij denkt dat er gevaar dreigt. Hij is niet de trotse Vlaming die zelfbewust opkomt voor wat hij zelf te bieden heeft, zonder zich te moeten verantwoorden of zelfs te schamen dat hij Vlaming is. Welke van de twee posities moeten we verkiezen?

Van een democraat – Vanhengel behoort toch tot een zichzelf democratisch noemende partij – zou men het tweede verwachten.

Niet dus. Liever de bange, brave Vlamingen. Zwoegen, zweten, zwijgen.

Er is meer.

Toen Van Haegendoren zijn boek schreef, was de algemene eis van de Vlaamse beweging dat er in Brussel een subnationaliteit zou worden ingevoerd. Elke taalgroep zou een volwaardig bestuur hebben en de beide besturen zouden op paritaire basis de stad besturen. Maar dat werd weggehoond door de aanhangers van de traditionele partijen. Nochtans gaat het hier niet eens om een echt origineel idee, aangezien het Ottomaanse rijk al lang de praktijk van het Milletnersysteem kende. Etnische groepen kozen hun eigen gezagsdragers en volgden zelfs hun eigen wetgeving, als iedereen het oppergezag maar erkende en belasting betaalde.

Maar de traditionele partijen waren onvermurwbaar. Niks subnationaliteit. La Belgique une et indivisible. B-plus avant la lettre.

Wat als de eis van de Vlaamse Beweging zou zijn uitgevoerd? Dan zou het probleem dat Vanhengel vandaag aanhaalt niet hebben bestaan, want het aantal Vlaamse verkozenen zou immers niet veranderen omdat BHV gesplitst wordt. Deze splitsing zou bijgevolg veel simpeler zijn geweest en hoogstwaarschijnlijk al vele jaren gerealiseerd

Maar nogmaals: de traditionelen weigerden mee te spelen.

Zodoende is de partij van Vanhengel zelf mee verantwoordelijk voor de kwalen die hij nu aanwrijft aan diegenen die Brussel-Halle-Vilvoorden splitsen. Meer zelfs: het feit dat deze splitsing allesbehalve proper is, is eveneens mede het gevolg van de onwil van de traditionele partijen.

Sommige mensen worden van niets verlegen.

 

 

Jaak Peeters

Juni 2012

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s