Proteststemmen in een pampermaatschappij

In 2018 verscheen een boek van Norbert Sachser Der Mensch im Tier. De Nederlandse vertaling verscheen in 2019 onder de titel De mens in het dier. De conclusie van zijn verhaal luidt dat de afstand tussen dier en mens veel kleiner is geworden dan voorheen. “Er zit veel meer mens in het dier dan we een paar jaar geleden nog konden denken.” Het omgekeerde is ook juist.

Belangrijker nog dan deze constatering is Sachsers onderzoeksresultaat dat dieren minder stress ondervinden, gezonder zijn en beter functioneren als ze kunnen leven in een groep waarin de onderlinge sociale verhoudingen duidelijk zijn.

 

Dàt punt heeft in ieder geval mijn aandacht getrokken.

Als het immers waar is dat mensen en dieren veel meer gemeen hebben dan we gewend zijn aan te nemen, zou het wel eens kunnen dat ook de mens gediend is bij duidelijke sociale verhoudingen.

 

Laten we nu eens kijken naar onze moderne maatschappij. Ieder denkt daarover wat hij of zij wil, maar ik althans heb niet de indruk dat de algemene sociale verhoudingen in onze moderne maatschappij voor iedereen helder zijn. Bovenop komt nog eens dat sommigen onze samenleving zo nodig multicultureel willen maken. Dat is ook al niet van aard om meer duidelijkheid te scheppen.

Dit gezegd hebbend moet ik denken aan recente politieke uitspraken, als zouden de stemmen voor het Vlaams Belang eigenlijk proteststemmen zijn – en ‘dus’ van nul en generlei waarde. Dat laatste is manifest een verkeerde conclusie, want waarom zouden mensen hun stem niet mogen gebruiken om te protesteren?

Sommige commentatoren vertonen de neiging om protesterende stemmen gelijk te stellen met een uiting van onvermogen. Het is de stem van de onkundigen, de marginalen, de zwakken. En ik die dacht dat we precies naar die stemmen zouden moeten luisteren als we erger willen voorkomen. Ik denk maar even aan de Franse gele hesjes.

Wie de proteststem zonder verder onderzoek misprijzend verwerpt, ontneemt zichzelf de kans om in te zien dat – bijvoorbeeld- de ordening zelf van de samenleving een belangrijke oorzaak is van dit soort stemmen. Zodoende toont men dat men de kiezer gewoon niet wil begrijpen of dat men niet inziet dat verkiezingen nog tot iets anders dienen dan om een aantal politici in een pluchen zetel te helpen hijsen.

 

Als we zo’n proteststem nu eens zouden opvatten als een stem die mede het gevolg is van de verwarde toestanden in de maatschappij? Dat mensen door hun proteststem eigenlijk smeken om een meer doorzichtige samenleving, waarin de onderlinge sociale verhoudingen, van welke aard ook, voor iedereen duidelijker zijn? Dat ze onze maatschappij als een ondoorzichtige warwinkel ervaren en daardoor ongerust worden over hun eigen toekomst en die van hun kinderen? Dat mensen dààrom op een zeer rechtse partij kunnen stemmen, hoewel ze zelf linkse sociaal-economische standpunten innemen, gewoon maar omdat de wereld die hen door die partij wordt voorgespiegeld duidelijk en helder is?

 

Als Sachser gelijk heeft en dieren en mensen veel meer gemeen hebben dan we geneigd zijn of waren te geloven, dan is het redelijk te veronderstellen dat onduidelijkheid in de sociale verhoudingen in de menselijke maatschappij één van de oorzaken is van spanningen en onzekerheid en dus ook van de zogeheten proteststemmen.

 

Dat alles heeft dan weer te maken met de uitspraken van Jean-Marie Dedecker, enige tijd geleden, dat vooral jongeren te veel gepamperd worden.

Mensen die niet gewoon zijn te vechten in het leven – daarmee is geen negatieve connotatie beoogd – worden uitermate kwetsbaar voor de stress die het gevolg is van sociale wanorde. Anders gezegd: voor mensen die niet gehard werden komt sociale wanorde nog harder aan. Ze liggen nog rapper knock-out in de touwen.

 

Dus zou het wel eens waar kunnen zijn dat het kweken van wilskracht, dit wil zeggen: het zich bewust hardnekkig vastbijten om een lastig doel te bereiken zonder meteen op te geven, een belangrijk hulpmiddel is voor mensen die moeten leven in een chaotische samenleving. Dan wordt men weerbaarder, men laat zich niet zomaar uit het veld slaan.

 

Wilskracht – dat oude, vergeten woord – moet je echter léren. Jongeren moeten leren dat sommige dingen in het leven moeilijk zijn en dat het nastreven van sommige – al dan niet sociale – doelen veel kopbrekens en zweet vereist.

Hier rijst dan een scherpe kritiek op de hedendaagse cultuur van dat pamperisme: iedereen moet zo nodig met zachtheid worden aangepakt en het zijn altijd de anderen die moeten worden aangesproken: de politici, de rijken, de automobilisten, de meester…Op school wordt niemand meer gebuisd en als de baas boos werd, dan staat de vakbond op z’n achterste poten en voor de rest zijn er de sociale media.

 

Het lijkt wel dat we vergeten zijn dat evenwichtig leren maar mogelijk is als we onze jongeren zowel beloning als straf laten ondervinden, in plaats van alles uit te weg te ruimen wat pijnlijk of storend is. Als we alleen maar aandacht hebben voor positieve ervaringen, snijden we de helft van de leerervaringen weg. Dan bereiden we onze nakomelingen slecht op de toekomst voor, alsof we hen willen leren op één been een loopkoers te lopen.

 

In onze maatschappij zijn de dagelijkse ervaringen jammer genoeg niet altijd positief. Ieder leven kent zijn tegenslagen en dat is in onze sociaal chaotische maatschappij nog veel meer het geval. Het ziet er niet naar uit dat dit snel zal verbeteren. Dus moeten de mensen stevig in de schoenen staan.

 

Zodoende hebben we een groot probleem. Aan de ene kant zijn de sociale verhoudingen in onze maatschappij zo verward als maar zijn kan en voor sommigen zijn ze nog niet “divers” genoeg. En aan de andere kant verarmen we de weerbaarheid en de wilskracht van de mensen die in deze maatschappij moeten leven, omdat we ze teveel hebben gepamperd.

En dan verbazen we ons over het grote aantal proteststemmen, die we vervolgens niet ernstig onder ogen willen zien.

Zo wordt het écht moeilijk.

 

 

Jaak Peeters

Januari 2020

Omdraaien in bed en rustig voortslapen?

Het is een gewoonte op het einde van het jaar elkaar vrede en voorspoed toe te wensen. We vertellen elkaar dat we hopen dat ieders wensen in het komende jaar mogen uitkomen. De gelovigen onder ons wijzen naar de vrede van Kerstmis en de wensen die daarmee verbonden zijn.

Deze gebruiken zijn voor sommigen onder ons verworden tot pure routine met grote commerciële inspiratie. Toch blijft elk mens in het diepst van zijn hart hopen dat de euvels van het afgelopen jaar zich niet meer zullen herhalen. De hoop dat de toekomst beter gloort heeft de mens altijd nieuwe motivatie geschonken.

 

De wetten van ruimte en tijd laten zich door onze wensen niet beheersen. Zelfs de wetten van de menselijke natuur ontsnappen ons veel meer dan menigeen onder ons lief is. Dat is vervelend. Hoezeer we ook hopen: moeder Natuur doet uiteindelijk wat hààr zint.

Dat inzicht kan ons ertoe brengen nota te nemen van de feiten om ons vervolgens in ons bed om te draaien en voort te slapen. Maar die simpele gemoedsrust is velen jammer genoeg niet gegeven. Zij voelen het activisme in hun aderen stromen. Zij dromen ervan de loop van de geschiedenis te veranderen. Of beter nog: de geschiedenis naar hun hand te zetten. Dat schept een lastig probleem want niet iedereen houdt er hetzelfde toekomstbeeld op na.

 

Er is op zich niks mis met activisme. Maar de laatste tijd krijgen we te maken met twee ongenode versies van activisme.

 

De eerste versie komt tot uiting in het fenomeen van de politieke correctheid. In naam van een of andere morele code rijzen overal de waarschuwende vingertjes op, die ons terechtwijzen als we het volgens hen rechte pad verlaten. Zij waarschuwen ons vooral niet de verkeerde dingen te denken. Ze treden daarbij op als een volleerde Gedankenpolizei. Iets in die zin heeft ons al wel vaker dwars gezeten, maar tegenwoordig , zo komt het me voor, loopt het toch de spuigaten uit. Ik kom er verderop nog even op terug.

Het tweede activisme confronteert ons met het doemdenken in zijn ultieme vorm. Ook dat doemdenken is niet nieuw. We hoeven maar even terug te denken aan de voorbije eeuwwisselingen. Maar ‘ons’ doemdenken heeft wel een faustiaans trekje. Doctor Faustus verkocht zijn ziel aan de duivel om zijn eigen droom te kunnen verwerkelijken doch ging uiteindelijk door die duivel ten onder.

 

Nu we niet meer in de duivel geloven is de figuur van de duivel een metafoor geworden.

We kiezen nu onze duivels zelf wel. Wie of wat in onze dagen voor de duivel wordt gehouden, hangt dus zowat af van onze persoonlijke opvattingen.

Voor de lieden die geloven dat de klimaatverandering de wereld zal doen vergaan wordt de duivel verpersoonlijkt door de mensen die niet zomaar kritiekloos bereid zijn met hen mee op te marsjeren, allen verenigd in het geloof in een eeuwig onveranderlijk klimaat. Aan die duivel verkopen ze hun ziel wel niet: ze spuwen hem integendeel uit, ze belasteren hem en bestrijden hem met alle geoorloofde en ongeoorloogde middelen. Maar tot hun diepe wanhoop krijgen ze hem niet klein en daarmee ontsnapt hen de gedroomde eeuwige klimaatrust.

Daarmee heeft Dr Faustus hen ondanks al hun inspanningen in zijn greep, want door zijn aanwezigheid kunnen ze niet ontsnappen aan het onrustige gekrijs van hun eigen activisme. Dit activisme grijpt hen zelfs naar de keel omdat het hen in de meest letterlijke zin confronteert met hun verantwoordelijkheid over leven en dood en zelfs over het voortbestaan van deze planeet zelf. Het gaat niet langer om de vraag of wij ons moreel correct gedragen en dus moreel in de fout gaan als we die morele aanwijzingen niet volgen. Het gaat om het to be or not to be. Dit is het ultieme: wie gehoor geeft aan de duivel, is mede verantwoordelijk voor de definitieve ondergang. Ziedaar dat Faustiaans trekje.

 

Ter stichtende lering van onze lieve klimaatactivisten moeten hier, heel in het kort, toch enkele wetenschappelijke feiten worden vernoemd.

Ze komen uit de koker van astronomen. Dat zijn lieden die doorgaans goed zijn in rekenen en wier uitspraken we dus best even nader beluisteren.

 

Hier gaan we dan…

 

Het zal de klimaatwandelaars een grote gram wezen, maar onze goede, oude aarde zal vergaan. Met zekerheid.

Over 500 miljoen jaren zal onze planeet een gloeiende sintel zijn geworden, waarop elke levensuiting onmogelijk is geworden. Zelfs de morele vingers van de politieke correctheid zullen dan niet meer oprijzen. Ze zullen verbrand zijn door de gloeiende hitte van een zon, die de aarde misschien nog net niet heeft verzwolgen.

Op dit punt aangekomen zullen velen nu ongetwijfeld doen wat hiervoor al werd aangehaald: zich in hun bed omdraaien en rustig voortslapen. Want 500 mlijoen jaren is een zo lange tijd dat onze over-bet-achterkleinkinderen van die astronomische veranderingen niet de minste last zullen ondervinden.

 

Jammer echter voor de rustige zielen onder ons. Want volgens diezelfde astronomen ontploft er in het Melkwegstel elke 30 jaar een supernova. Als die dicht genoeg bij de aarde staat, zal de massieve gammastraling onze atmosfeer ongeschikt maken voor elke vorm van leven. Gelukkig staan niet alle kandidaat-supernova’s zo dicht bij ons. Betelgeuze is de dichtstbijzijnde ster die in een supernova zou kunnen veranderen. Maar Betelgeuze is nogal groot en niemand durft te voorspellen wat er hier op aarde gebeurt als de straling ons bereikt.

Of er kan een asteroïde op onze planeet inslaan. Zoals bekend is dat al een paar keer gebeurd. Een object uit de Kuipergordel bijvoorbeeld, dat door de passage van een groot object –planeet X?- uit zijn baan werd gerukt en op ramkoers met de aarde komt. Science-fictionliefhebbers die de rampenfilm Asteroid hebben gezien kunnen nu weer heerlijk wegdromen.

Of de zon zelf kan moeilijk beginnen doen. Ze hoeft zelfs niet op te zwellen tot een rode reus. In het verleden heeft die zon nogal eens kuren gehad en dat heeft het leven hier op aarde toen wel geweten.

Of er barst een supervulkaan uit waarvan de as de temperatuur op aarde twintig graden doet dalen en elke fotosynthese onmogelijk maakt.

 

Ik voel wel enige sympathie met mensen die vinden dat je niet zo dramatisch moet doen bij de voorspellingen van astronomen. Als de zon zo hard gaat branden dat onze frele mensenhuid in blaren trekt, dan is dat voor iedereen hetzelfde, rijk en arm. Als de ondergang ons lot is, dan is dat maar zo. Noem het evolutie of nog iets anders. Het maakt niet uit.

 

De zaak wordt, vind ik zelf, anders als we het gaan hebben over de geschiedenis van ons eigen volk. Niet dat ik geloof dat Vlaanderen en bij uitbreiding Nederland, een kosmische ramp zouden kunnen overleven. Maar ik denk dat de geschiedenis van Vlaanderen aan nog wel meer wetmatigheden onderhevig is dan de hoger aangehaalde kosmische. En dan rijst bij mij de idee dat als we de inslag van een grote asteriode weliswaar niet kunnen verhinderen, we ons dan toch wel eens moeten afvragen of we de lotsgang van onze eigen gemeenschap niet met wat meer zorg moeten omringen. Historici zoals Toynbee hebben ons verteld dat beschavingen en culturen ontstaan, opbloeien en weer ten onder gaan. Niettemin heeft de geschiedenis van het Joodse volk getoond dat zelfs een relatief kleine gemeenschap vele eeuwen kan trotseren.

Aan het aantal eeuwen dat de Joden tot nog toe afgewerkt hebben zijn we zelf nog van geen kanten toe. Ik vind dus dat we nog werk voor de boeg hebben.

 

Precies op dat vlak heeft het afgelopen jaar toch wel enkele aandachtspunten op de voorgrond gehaald. Ook al werden ze al eerder en door anderen aan de orde gesteld, ze zijn nog steeds van grote betekenis.

Mijn eerste punt is dat van de immigratie, uiteraard. Daar zijn boeken over volgeschreven. Men kan over immigratie beweren wat men wil. Maar als het aantal autochtonen sterk in de minderheid raakt tegenover het aantal allochtonen, dan rijst de vraag of de autochtone cultuur nog wel echte toekomstkansen heeft. Eén Vlaming op zes is van buitenlandse afkomst. Bij de kleuters is dat zelfs één op drie. In Genk is de meerderheid van allochtone afkomst.

Nu zegt zo’n cijfer ook weer niet alles. Dat komt ondeer meer omdat onder die “allochtonen” ook Nederlanders worden verstaan en die kan ikzelf met de beste wil van de wereld niet als allochtoon bestempelen. En laten nu precies die Nederlanders een van de grootste groepen binnen de allochtone bevolking vormen.

Jammer genoeg is dat maar één kant van het verhaal. Er is namelijk ook nog zoiets als een geboortecijfer. De zogeheten Nederlandse allochtonen vertonen een naar verhouding te laag geboortecijfer, precies zoals de autochtone Vlamingen. Zo komt het dat 40% van de Antwerpenaren van niet-Europese afkomst is. Voor de kleuters is dat cijfer nog pregnanter.

Als die Nieuwe Vlamingen, zoals ik ze ooit heb genoemd, onze culturele normen zouden incorporeren, zouden we de ogen misschien in alle rust kunnen sluiten. De toekomst zou verzekerd zijn, al zal die niet zijn zoals onze voorgangers zich die hadden voorgesteld. Als de allochtonen voldoende kinderen voortbrengen, dan zijn het toch die Nieuwe Vlamingen die voor ons pensioen zullen zorgen, want op het Zilverfonds van de socialisten moeten we niet rekenen. Maar als ik door de straten van Antwerpen, Mechelen of Gent loop, krijg ik toch niet de indruk dat al die Nieuwe Vlamingen doordrongen zijn van de wil om het leven van hun autochtone medeburgers te veraangenamen, laat staan hun cultuur te bestendigen.

De vrees welt dan op dat we in West-Europa datgene wat Jan Romein de “afwijking van het Algemeen Menselijk Patroon” noemde aan het verspelen zijn. Die afwijking vond Romein in onze West-Europese zin voor individuele vrijheid, in het zelfstandig denken, in de afwezigheid van knellende religieuze banden en in de mede daaruit voortkomende wetenschappelijke vooruitgang. In grote delen van de wereld gaat het er heus anders aan toe dan wat wij in West-Europa gewoon zijn geworden. Op het huidige punt van onze geschiedenis aangekomen wordt het helaas denkbaar dat we alsnog toch zullen opgenomen worden in dat Algemeen Menselijk Patroon, dat vele volkeren of delen daarvan – ik bedoel de vrouwen- in de achterlijkheid gevangen houdt. Laat nu een substantieel deel van de Niewe Vlamingen nogal dicht aanleunen bij dat Algemeen Menselijk Patroon en dan valt niet moeilijk te schetsen hoe het Vlaanderen van 2100 eruit zou kunnen zien.

Daarmee verbonden is een tweede euvel, dat het eerste nog versterkt: de systematische uitholling van onze nationale soevereiniteit, waardoor wij essentiële mogelijkheden verliezen om ons in die afwijking van het Algemeen Menselijk Patroon te handhaven.

 

We zouden nog kunnen hopen op opwellend verzet vanuit eigen rangen, maar met de zesjescultuur van tegenwoordig is dat steeds twijfelachtiger. We hebben onze wil om te excelleren, om uit te blinken, om de besten onder ons vooraan in het peleton op te stellen, opgegeven. We laten ons leiden door personen van tweede of zelfs derde rang, zoals de betreurde Manu Ruys eens schreef. We hebben ons verlangen naar kwaliteit in alle opzichten opgegeven. Dat is ons derde probleem.

 

We staan, ten vierde, onder druk van de genoemde, mede door gemakzucht nog aangezwegelde, politieke correctheid. Niet dat het klimaatactivisme niet hinderlijk zou zijn, maar het politieke activisme is toch op een andere manier werkzaam. Benevens het opleggen van een intellectueel verstikkend klimaat, dwingt die politieke correctheid ons namelijk weg te kijken van de culturele en intellectuele kloof tussen autochtonen en allochtonen, op straffe van razende donderpreken over racisme en discriminatie. Men vindt het vervolgens dan maar belangrijker dat iederéén een diploma in handen heeft dan dat iedereen opgetrokken werd tot op het maximum van het eigen kunnen. Dit laatste zou immers een kloof hebben doen ontstaan en zou mede daardoor grond aan racisme en discriminatie hebben gegeven. En laat precies die dingen nu toch het ergste zijn wat een samenleving kan meemaken. Zo vinden de particraten van het politiek correcte verhaal.

 

Er ontgaan de strijders voor de volstrekte gelijkheid twee essentiële feiten. Ten eerste: door het niveau overàl omlaag te halen, dient men de belangen van de allochtonen helemaal niet. Men spijkert ze integendeel vast in het Algemeen Menselijk Patroon, en daar moeten ze nu net uit. Tegelijk veroordeelt men de hele gemeenschap, de autochtonen incluis, tot de volstrekte middelmatigheid en in de mundiale concurrentiestrijd betekent dat niets anders dan de irrelevantie.

Ten tweede kent men de recente geschiedenis van de Verenigde Staten niet. Men weet dat het gemiddelde IQ van de zwarte bevolking lange tijd lager uitviel dan dat van de blanken. Maar de volhouder wint, ook in dit geval. Betere scholing en meer inzet op de motivatie van de zwarten heeft ertoe geleid dat die IQ-kloof significant kleiner is geworden. Voor de tweede maal blijken de gelijkheidstrijders zware schade toe te brengen aan de belangen van wie zij beweren te verdedigen.

 

Niemand weet hoe dit alomvattende spel dat Vlaanderen heet zal aflopen.

Ik kan alweer het beeld van de rustige slaper opdissen en vertellen dat hij zich onverstoord in zijn bed omdraait, om nadien rustig verder te slapen. Als het die kant opgaat, dan geef ik geen cent voor de toekomst van het volk waarin ik zelf geboren ben en opgegroeid. Dan komen we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit op een Vlaanderen dat zich kommerloos wentelt in het Algemeen Menselijk Patroon. Vlaanderen zal dan volstrekt irrelevant zijn geworden en zijn bestaan op zich van geen nut voor de menselijke soort als geheel. Ik ervaar dit als een inbreuk op de morele opdracht die Michel Foucault ons meegaf: maak van je leven een kunstwerk! Dan heeft je leven zin, want je hebt iets aan de Werkelijkheid toegevoegd.

Voor een gemeenschap is dat niet anders.

Of het anders zal lopen, durf ik niet te voorspellen. Het zal afhangen van de besten onder ons en ja hoor: er zitten er ook hele goede, degelijke mensen in de politiek, al blijkt dat niet uit de soms echt stompzinnige lezerscommentaren in sommige zichzelf krant noemende bladen.

 

Ik krijg in ieder geval steeds meer sympathie voor sommige activisten.

Sommige. Niet de hardste roepers van het ogenblik of voor de lieden die de redactielokalen van onze media in bezit hebben genomen.

 

Nu 2019 ten einde loopt hoop ik dat de stem van de activisten waarvoor ik sympathie koester luider mag klinken. Misschien gloort het dan weer wat meer. Dat wensen we elkaar in deze tijd toch toe?

 

 

Jaak Peeters

December 2019

Oude kaas en een plakje ham

Zoals inmiddels algemeen bekend hoort te wezen, werd de Belgische ex-premier “president” van Europa. Iedereen weet dat zo’n president niet bestaat. Wel bestaat er een vaste voorzitter van de vergadering van staats-en regeringsleiders. Toch wordt, ook en vooral in de pers, telkens weer de titel “president van Europa” opgevoerd. Woorden zijn altijd het centrum van een cluster van betekenissen. Wanneer je een woord gebruikt, rijzen verwante betekenissen tegelijk mee op. Neurologen kennen dat verschijnsel. Het woord ‘president’ verwijst op die manier naar échte presidenten, zoals de Amerikaanse of Chinese president. Men hoopt dat de lezers onbewust de betekenissen die aan de genoemde presidentiële functies verbonden zijn, zullen overdragen op de genoemde raadsvoorzitter. Doel: de modale europeaan doen wennen aan de gewenste nieuwe machten. Taal en tekst zitten vol machtstructuren, wist Foucault.

 

Natuurlijk is zulks vals spel. Het is een slinkse vorm van communicatie waarbij door een belanghebbende partij de publieke opinie zodanig wordt bespeeld, dat die opinie op een ander punt uitkomt dan ze zelf had gewenst of gedacht. Het heeft iets van de verkoper die bewust oude kaas in plaats van een plak ham inpakt, terwijl de klant even de andere kant op kijkt.

 

Dat is meteen de opstap naar het volgende punt: de opvattingen van Merijn Oudecampsen, wiens doctorale thesis uit 2018 door Hans Achterhuis zowat onderuit werd gehaald. De conservatieve revolte, zoals het proefschrift van Oudecampsen heet, keert zich tegen Frits Bolkenstein en Pim Fortuyn die als conservatieve denkers worden opgevoerd. Van de manier waarop Oudecampsen dat doet laat Achterhuis geen spaander heel. Oudecampsen, die zich onder meer door Gramsci laat inspireren, schopt wild in het rond en toont zich daarmee onverdraagzamer dan de door hem gedoodverfde Fortuyn of Bolkestein.

Diezelfde Oudecampsen pleegde in Kritiek. Jaarboek voor socialistische discussie en kritiek eerder al een stuk onder de titel De roep van het volk. Populisme en de ruk naar rechts.

De tekst is symptomatisch. Er staan zeer zeker behartigenswaardige dingen in, maar bevat jammer genoeg ook minder smakelijke passages.

 

Kijken we even naar volgende tekst: “Populisme is een politiek die zich beroept op het volk en zich keert tegen het establishment.” Maar, schrijft Oudecampsen, met dat “volk” is er wat aan de hand. Dat volk is namelijk nooit gelijk aan de gehele politieke gemeenschap. Er worden altijd delen van uitgesloten, te beginnen met de elite. Oudecampsen gaat dan voort als een trouwe adept van de links-postmodernistische ideeënwereld, want tot die uitgeslotenen kunnen bijvoorbeeld ook Joden behoren, of, in onze dagen, moslims. En zo is de cirkel gesloten: populisten sluiten mensen uit. Ze doen dat net zoals Hitler en het bewijs van alles is hun houding tegenover de moslims. Populisten zijn dus onmensen en het is verkeerd hen gehoor te verlenen.

 

Maar kijken we eens nader naar de opvattingen van Oudecampsen zelf.

Er is, om te beginnen, nogal wat discussie mogelijk over de manier waarop hij zijn begrippen hanteert. Oudecampsen weet meteen zeker dat het genoemde volk het “begrip volk” verkeerd definieert. In werkelijkheid gaat het volgens hem om de zageventen die zich door de elite bedrogen voelen. Maar zo mogen die zageventen ‘het volk’ niet definiëren, vindt hij niet zonder morele afwijzing, want ‘het volk’: dat zou de hele staatsgemeenschap moeten zijn. Anders ga je je te buiten aan uitsluiting.

Waarom zou die gehele politieke gemeenschap gelijk moeten zijn aan het volk? Dat betekent immers dat de Vlamingen zichzelf niet als een apart volk mogen definiëren, maar alleen als Belgen. Anders sluiten ze een deel van de Belgische staatsgemeenschap uit. Idem dito voor Catalanen. En moet Europa dan één volk worden? Dat te eisen is dus een felle politieke stellingname van Oudecampsen zelf. Volk en politieke gemeenschap moeten voor hem samenvallen. De geschiedenis van de volkeren staat bol van de gevechten die zulks nastreven of bestrijden.

Het is echt niet zo simpel als Merijn Oudecampsen het voorstelt. Geen wonder dat Achterhuis geen hoge pet op heeft van het verhaal van Oudecampsen.

 

Het meest penibele van Oudecampsens verhaal is echter dit: er wordt een deel van de poitieke gemeenschap uitgesloten. Dit nu is het centre d’ intérêt van het linkse postmodernisme. Je vindt het overal terug. In de strijd tegen discriminatie, tegen racisme, tegen stigmatisering… tegen alles wat onderscheid maakt tussen mensen en groepen. Als je dat mundiaal doortrekt, kom je uiteindelijk erop uit dat er maar één mundiaal volk mag zijn.

Is dat wenselijk?

En kijkt Oudecampsen zelf niet scheef?

Als het volk zich tegen de elite keert, lijkt dat dan niet eerder een smeekbede opdat die elite zich bij dat volk zou aansluiten in plaats van een aparte groep te vormen? Oudecampsen legt de fout bij het volk. Dat domme, racistische volk zou de elite uitsluiten, maar misschien vraagt dat volk wanhopig dat die elite hààr kant zou kiezen. Het volk vraagt misschien niet liever dan dat de elite van “het volk” deel zou uitmaken!

Overigens: bij uitstek socialisten zouden moeten weten dat de hele geschiedenis bulkt van de conflicten tussen lagere en hogere klassen. Hoe kon anders de Franse revolutie ontstaan? Hier zien we dan toch groepen aan het werk die “elkaar uitsluiten”? Maar volgens Oudecampsen is het denken in termen van groepen die elkaar uitsluiten ongewenst populisme. Moet ik hier nu uit afleiden dat de Franse revolutie een ongewenste populistische revolte was?

Maar voor alles: Oudecampsen glijdt fijntjes heen over de échte klacht van het volk: het feit dat de elite geen oren heeft naar de bekommernissen van het volk, maar vooral bezig is met haar eigen agenda. Populair heet dat dan zelfverrijking. Maar zou het volk het niet veel liever anders zien? Het volk eist dat zijn stem in het beleid doorklinkt. De vaak gehoorde klacht luidt immers: “ze luisteren niet naar ons!” of nog: “wij kiezen voor partijen, maar de verliezers vormen de regering!” Daarmee neemt datzelfde volk een puur democratisch standpunt in: de belastingbetaler beslist méé, ongeacht zijn maatschappelijke positie. Beslissingen komen niet alleen toe aan een kleine fine fleur. Precies dit is nu het cruciale punt van het vermaledijde populisme.

De populistische politiek doet niets anders dan aan deze eis politieke vorm geven. Dat ze dat niet altijd even correct doet, doet daar niets van af.

 

De analyses van Oudecampsen en de zijnen weigeren te erkennen dat het volk zich niet alleen niet aan uitsluiting te buiten gaat, maar dat datzelfde volk ook zich zélf uitgesloten kan voelen. Het volk is dan zelf slachtoffer. Het wordt niet gehoord, zijn klachten niet ernstig genomen en het wordt ontdaan van de politieke bevoegdheid waar het krachtens zijn status als verzameling van soevereine burgers recht op heeft. In plaats daarvan krijgt het een politieke taart waarom het niet heeft gevraagd. Het volk wordt vervolgens verzocht de mond te houden en niet tegen te pruttelen – althans niet te luidruchtig.

Populistische politici eisen dan slechts dat de politiek stopt met haar vals spel en de door de bevolking gevraagde ham levert, en niet de kaas waar ze niet om gevraagd heeft.

 

Met deze eis is er niets mis.

Ze geeft ons het recht anders naar het verfoeide populisme te kijken.

 

Jaak Peeters

december 2019

 

Waarom een nationaal canon nodig is

Soms is het wijs om de dingen pas weer op te nemen als het stof van de discussie is gaan liggen.

Bijvoorbeeld: laten we nu eens hebben over die fameuze canon, waarover formateur De Wever het in zijn formatienota had.

Zoals bekend stond de (extreme) linkerzijde op haar achterste poten toen De Wevers voornemen over die canon bekend werd.

Eén van de felste tegenstanders van de invoering van een Vlaams canon was Bruno De Wever – broer van. Of tenminste: zo werd het door de pers voorgesteld.

Zijn argument luidde dat het beeld dat men over een geschiedenisperiode heeft nooit definitief af is.

Bruno, wiens intellectuele capaciteiten ik hier niet wil onderschatten, zomin als ik wil suggereren dat hij enigszins gelardeerd is door een zekere mate van afgunst ten aanzien van zijn politiek succesvolle broer, die Bruno dus: hij vergist zich ten gronde.

Mij verbaast dat.

De universiteit moet een oord zijn van vrije, kwalitatief hoogstaande intellectuele bezigheid. Daartoe behoort de discussie, het meningsverschil, de afwijkende interpretatie. Het is dus bijvoorbeeld ten gronde verwerpelijk dat een hoogleraar door zijn universiteit wordt onslagen, zogenaamd omdat hij zijn universiteit in diskrediet had gebracht doordat hij, met feiten en cijfers in de hand nochtans, meende te mogen twijfelen aan sommige stellingen van de klimaatkerk. Voorbeelden zijn de Australische hoogleraar Peter Ridd en de Canadese onderzoekster Susan Crockford. Aan de universiteit moet alles openlijk bediscussieerbaar zijn.

Weidser opgevat moet het debat aan de universiteit altijd mogelijk zijn. Als een staatssecretaris in een aula een standpunt komt verdedigen dat sommigen niet zint, doen moeten die hem niet het zwijgen willen opleggen, doch zelf met argumenten aan komen draven om de eerste tegen te spreken. Ze moeten dan zelf maar een nieuwe bijeenkomst beleggen.

Zo hoort het te lopen aan de universiteit.

Maar in de politiek liggen de dingen wel even anders.

In de politiek moet er namelijk beslist worden. Er moet bepaald worden welke de prioriteiten zijn, zodat bepaald kan worden waar het openbare geld naartoe gaat. Die beslissing wordt genomen na raadpleging van de kiezer. Dat betekent dat een meerderheid bepaalt welke de politieke prioriteiten zullen zijn, welke beslissingen er zullen worden genomen en hoe het geld zal worden besteed.

Beslissen betekent tegelijk: de zaak afronden. Als iets is beslist, is de discussie gesloten. Precies om de eindeloosheid van een discussie te beëindigen, hanteren we het meerderheidsprincipe. Als we de politiek laten verzanden in eindeloze discussies komen we terecht in een maatschappelijke chaos. Daar worden alleen minder kosjere individuen beter van.

Derhalve vergist Bruno De Wever zich als hij zijn broer terecht wijst, omdat die volgens hem geen canon zou mogen laten bepalen.

We hebben zo’n canon namelijk nodig. In de politiek.

Een canon heeft namelijk een diepe maatschappelijke functie.

Een regering heeft immers nog een andere taak dan ten uitvoer leggen van de volkswil: ze moet de samenleving als samenleving in stand houden. Die noodzakelijke samenhorigheid is in elke samenleving een groot probleem, zoals alle socialisten heel goed weten. Je moet de rijken ertoe brengen te betalen voor de armen. Probeer het maar eens.

Hoe doe je dat?

Ten eerste doe je dat door iedereen ervan te overtuigen dat ze tot een “wij” behoren – weer zo’n woord waar sommigen van steigeren. Nationalisme kun je heel simpel – te simpel misschien – uitleggen. Ouders willen dat het hun kinderen goed gaat. De nationalist wil, bij uitbreiding, dat het de gemeenschap waartoe hij behoort goed gaat. Maar dan heb je wel dat besef nodig dat er een gemeenschap bestààt.

Ten tweede moeten we ons als burgers en als beschaafde mensen gedragen. Daarbij volgen we een hele hoop regels en normen. Kinderen moeten die normen leren. Volwassenen hébben die normen al geleerd en volgen ze (min of meer) in, al weten ze dat zelf vaak niet meer.

Hoe ga je het aan boord leggen zonder die gemeenschappelijkheid, alvast in deze tijd van multiculturele ontbinding?

Onder meer door het invoeren van een canon!

Bevat die canon de ultieme historische waarheid? Natuurlijk niet. De eerste historicus moet nog opstaan die een definitieve historische waarheid weet te definiëren. Dat geldt overigens voor élke wetenschap. Wetenschappelijke kennis is altijd voorlopig.

Maar intussen moet het land wel draaien. De economie, de financiën, de openbare orde, het onderwijs – dat zijn onderwerpen waarvoor beslissingen broodnodig zijn.

 

Neen: wetenschap en politiek zijn twee totaal verschillende dingen.

We hebben ze beide nodig.

 

 

 

Jaak Peeters

Oktober 2019

Kritische beschouwingen over ‘ de overkant’

Inleiding

 

Dit stuk handelt niet over de brexit, waar de kranten vol van staan. Vol verdraaiingen overigens. Over een Johnson die zogeheten de democratie de nek omwringt, terwijl het het parlement is dat weigert de wil van het volk uit te voeren. In ieder geval is die brexit slechts een aanleiding om Groot-Brittannië aan de schandpaal te spijkeren, omdat het zogeheten anti-europees, eigenzinnig en niet-solidair is.

Ik stel echter voor om eens naar de overkant te kijken: die van het continent. Misschien ligt de waarheid wel meer in het midden dan wat in ‘onze’ kranten te lezen staat.

Ik besprek hierna kort enkele elementen die kritische waarnemers wel vaker opvallen. Ik maak ook gebruik van de informatie uit het boek van Gerolf Annemans, De ontvoering van Europa, (uitgeverij Egmont) en een publicatie van mezelf, De valse belofte, (uitgeverij Polemos).

 

Eerste element: EU-centralisme

 

Wie het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa leest, zal het moeilijk hebben om één materie van betekenis aan te wijzen, waarvan de EU vindt dat ze zich daar niet mee moet bemoeien. Jammer genoeg is dit relatief dikke boekwerk door vrijwel niemand gelezen – anders zou onderhavige kritiek vaker opklinken. Hoewel.

Maar zelfs zonder die tekst ziet de kritische waarnemer wat er gebeurt: de EU gedraagt zich als een heus directorium, dat als een loden deken bovenop de nationale staten ligt en dat die nationale staten herleidt tot bijhuizen van de EU. Rik van Cauwelaert zei het eens: “de EU beveelt ons de 100 meter af te leggen in 10 seconden, en wij mogen bepalen hoe we dat doen”. De EU voert een schijndemocratische vertoning op, met zogeheten parlement en al – of die nationale staten làten zich in dat schimmige spel gebruiken, want hetzelfde resultaat oplevert. Maar de bevolking voelt met de ellebogen dat de werkelijke beslissingen niet genomen worden in de gremia waarvoor zij gekozen hebben.

Het feitelijke EU-corpus wordt gevormd door een hele divisie ambtenaren, veelal hoog opgeleid en zwaar eurofiel want dat is hen uiterst voordelig. Dit is het medium waarin de politiek van de EU uitgebroed wordt. De EU-commissie speelt de rol van verbindingsofficier tussen een technocratische bureaucratie en het zogeheten parlement, hier en daar een zin veranderend als dat de positie van de betrokken “commissaris” goed uitkomt.

We hebben onvoldoende in de gaten dat regels altijd emergent zijn, dat wil zeggen: dat ze steeds weer nieuwe regels oproepen. Zo ontstaat een heuse diarree aan richtlijnen, besluiten en bepalingen, waar een kat haar jongen niet in vindt maar die onze vrijheid beknotten als een knellende dwangbuis.

Tegelijk met die uitdijing van Europese regels neemt de invloed van de kleinere lidstaten naar verhouding af. Ze worden trouwens in de rug gestoken door de “commissaris” die ze zelf hebben afgevaardigd maar zich na zijn/haar installatie vervolgens meer Europees opstelt dan dat hij of zij naar de belangen van haar of zijn vaderland kijkt.

Op die manier veroorzaakt de EU het ontstaan van twee politieke lagen. De ene, de Europese, waar de werkelijke macht huist. De andere, de nationale, die uitvoerend is en niettemin tegelijk verdacht wordt gemaakt omdat ze niet europees genoeg is en haar eigenheid hoog wil achten. Deze laag wordt ervan beschuldigd nationalistisch te zijn – alsof de EU zelf dat niet minstens evenveel is.

Het erge is dat deze superstaat het zichzelf zelfs onmogelijk heeft gemaakt om aan de wensen van de bevolking gehoor te verlenen. Daartoe zou ze een hele reeks bevoegdheden weer moeten afstaan, zodat ze ervaren wordt als een natuurlijke aanvulling van de nationale staten. Maar dat wil ze niet, want ze wil die nationale staten weg: ze wil àlle macht. Als ze toch gehoor zou willen vinden, moet ze dus in de plaats van de nationale staten treden en een unitaire structuur aannemen. Maar dat kan of durft ze niet en iedereen weet dat zulks ook haar einde zou betekenen. De afstand tot de bevolking zit dus in de EU ingebakken. Daarom moest Monnet verklaren dat Europa een superstaat moest zijn, die geleidelijk aan tot stand zou komen zonder dat de bevolking dat in de gaten heeft en die elke stap naar meer centralisme zou verantwoorden met economische noodzaak. De EU kàn gewoon geen open spel spelen.

De EU is een centralistische structuur die van nature volksvreemd is en waarin derhalve het wantrouwen ingebouwd zit, want bij een centralistische denkwijze is alles wat perifeer is per definitie verdacht.

 

 

Tweede element: EU gedraagt zich als mogendheid

 

De EU gedraagt zich steeds meer als een heuse mogendheid. Dat moet de ijdelheid van de dames en heren commissarissen strelen, maar men vraagt zich wanhopig af wanneer wij, de belastingbetalende burgers, de EU-troep die bevoegdheid hebben verleend.

Nog recent vond de EU het nodig zich met de kwestie Hong Kong te bemoeien. Slim is dat, want zoiets zet de Chinezen op hun paard, waarop de EU vervolgens haar karakter als wereldmogendheid kan tonen door terug te bijten. Het komt er immers op aan zich in de discussies onder wereldmachten te wringen. Dan hoor je er meteen bij. Slim, maar volkomen ongewenst.

Diezelfde EU voelde zich diep beledigd toen de ambassadeurs op het Witte Huis werden ontvangen en daarbij de EU-vertegenwoordiger achterop moest komen, bij de vertegenwoordigers van tweede rang, zoals deze van de Afrikaanse Unie.

Er is weinig twijfel over mogelijk dat de EU een flinke hand had in de regimewissel in Kiev, want de EU kijkt begerig naar Oekraine, dat ze zo graag zou inlijven. En dat doet dan weer zo verdraaid hard denken aan het landjepik dat in Europa honderden jaren lang de gewoonte is geweest. Nil novi sub sole, zeker?

Tegelijk voert de EU een achterkamerpolitiek. Hoewel men in die milieus zeker weet dat er volstrekt geen meerderheid is voor toetreding van Turkije, heeft de EU dat verhaal zeker niet afgesloten. Integendeel: in Straatsburg staat een heus Turks paleis trots te pronken als manifeste bevestiging van de blijvende aanwezigheid van Turkije in Europa.

Tegelijk bewerkt men men de openbare opinie, om die ertoe te brengen de oprichting van een Europees leger te aanvaarden. Men zou, geleerd door ervaring, altijd achterdochtig moeten zijn bij dergelijke projecten. Maar er gebeurt niets. Integendeel: een slaafs meegaande pers vindt het niet eens de moeite om hierover uitvoerig te berichten.

Je zou denken dat het EU-parlement van zich zou laten horen. Niets daarvan: dat blijkt een brave kudde gedweeë schapen te zijn. Geen wonder, want zij is het product van veelal EU-gezinde partijvoorzitters die bepalen wie kansrijk op een verkiezingslijst terecht komt…

 

Een EU voor de vrede?

 

Dat was hét grote argument waarmee men ons de EU door de strot heeft geduwd. Het argument wordt nog steeds gebruikt, ook al rafelt het met de dag verder uit.

Want geef toe: we gaan naar Spanje of Italië met vakantie en gaan op weekeinde in de Palts om de plaatselijke Riesling te consumeren. We rijden naar Oostenrijk om te skieën. We organiseren tentoonstellingen van oude tractoren, die we in Duitsland en Groot-Brittannië bij elkaar hebben geraapt. We hebben vriendschappen over de grens en onze kinderen gaan met het zangkoor uit het dorp op bezoek in Polen.

De feiten leren ons dat vrijwel niemand onder ons een oorlog wil. Toch worden we er allemaal van verdacht oorlogszuchtig te zijn, zodat het nodig is ons in te bolsteren in een carcan dat ons zogeheten moet beletten de burgers van andere naties te lijf te gaan.

Hier klopt er toch iets niet.

Als de burgers geen oorlog willen, waar komt dan het gevaar van de oorlog vandaan? Dat kan, voor de simpele geesten die we allemaal zijn, alleen voortkomen uit de kokers van de lieden die de knoppen van de oorlog kunnen bedienen. De top zelf van de EU dus, die immers alle macht naar zich trekt. Men voorkomt dus een oorlog door onze vrijheid af pakken ten voordele van de enige groep lieden die bij machte is om een oorlog te beginnen? Meer zelfs: die zich daar concreet op voorbereidt, want volgens Juncker moeten alle bruggen in de EU versterkt worden omdat de tanks daar overheen moeten kunnen rijden. Hallo?

Bovendien is het de EU zelf die buitengaats gaat als ze in Kiev de confrontatie met het zwakke Rusland opzoekt. De waarheid is dat de EU de frontlijn gewoon verplaatst naar de grenzen van wat zij als haar gebied beschouwt. Maar het blijft een front.

Er zijn studies die laten zien dat slechts één op de zeven oorlogen plaats vindt onder soevereine staten en dit aantal zakt nog wanneer we spreken over staten van het westerse type. Deze laatsten hebben immers vele mechanismen ontwikkeld om conflicten op de een andere manier te bemeesteren. Door de frontlijn te verplaatsen zoals de EU doet, wordt ze ook veel langer, waardoor containment moeilijker wordt, omdat er meteen een heel continent bij betrokken wordt.

Door het “nationalisme” te willen uitroeien (dixit Frans Timmermans) schept de EU bovendien onnodig interne spanningen die kunnen uitlopen op een separatisme, zoals het geval is in de brexit. Dat roept op zijn beurt een nog strakkere reactie van de EU op, ook al om anderen af te schrikken de Britten te volgen.

Dat kan allemaal niet goed zijn.

 

Veirde element: voldoende macht tegenover multinationals.

 

Ook dit is een mes dat langs twee kanten snijdt. Denken we even aan het geval van glyfosfaat, gekend als Roundup. Het is een heel succesvol product. Of het schadelijk is of niet, weet nog steeds niemand met zekerheid te zeggen, ook niet binnen de EU. Bayer heeft immers geld genoeg in huis om wetenschappers en juristen in te huren om de tegenstanders van antwoord te dienen. Het gevolg is dat de vraag omtrent de schadelijkheid nog steeds niet definitief beantwoord is. Dat zal zo blijven, omdat de belangen veel te groot zijn.

Deze gedachtegang steunt op de feiten in de VS, waar de Bush-regering met succes werd bewerkt om de belangen van Bayer te bewaren. Het is veel beter doenbaar om één machtscentrum te bewerken, dan vele, die alle telkens weer overtuigd moeten worden en waarbij er altijd wel enkelen bij zijn die toch dwars liggen. Multinationals haten de spreiding van macht en middelen. Bovendien gaat het allemaal om heel veel geld, zodat zulks de inspanning waard is.

Wie multinationals wil aanpakken, moet dat op wereldschaal doen. Intussen hebben we nog niet zo vaak grote successen mogen noteren van de EU tegenover multinationals.

 

Conclusie

 

Het lijkt niet meteen, zo, maar wie deze kort opmerkingen doorleest herkent een duidelijk patroon.

De brexit kwam er door voornamelijk interne Britse factoren, niet in het minst door de massieve immigratie. Daar heeft vooral de Britse Jan-met-de-pet last van.

De EU gedraagt zich een heuse staat, zowel naar binnen toe als naar buiten uit. Ze heeft lak aan de zorgen van Jan-met-de-pet en ze weet dat. Ze zou dus wel eens last kunnen krijgen met gelijkaardige interne factoren als Groot-Brittannië. Dus moet het haar onwelgevallige nieuws als nep-nieuws worden bestreden en moet de nationale staat worden onderuit gehaald, want diezelfde Jan zou zich daar wel eens mee kunnen identificeren – tégen de EU. En dus haalt ze alle middelen uit de kast om die nationale identiteiten af te breken.

Sommigen hebben een heuse verenigde staten van Europa op het oog, wellicht met culturele smeltkroes en al. Ze weten alleen niet dat die Amerikaanse smeltkroes niet echt bestaat.

Anderen zeggen niet zo ver te willen gaan, maar beogen in ieder geval de definitieve onderschikking van de nationaliteiten aan de EU-machtstructuur en de uitbouw van de EU tot een heuse monsterstaat.

Een van de belangrijkste methoden om dat doel te bereiken is het bevorderen van de immigratie, want daardoor wordt de eigenheid van de volkeren verdund. Dat verklaart waarom de EU zo weinig doet om haar zogeheten buitengrenzen af te schermen. Overigens hebben EU-middens nog niet zolang geleden verklaard dat Europa 150 miljoen immigranten nodig heeft om zijn bevolking op peil te houden. De vraag is dan: is wat overblijft de naam Europa nog waard? Of is dat niet eerder een groot machtscentrum in handen van een technocratische elite, die zich voorts geen lor aantrekt van wat er aan de basis gebeurt?

Een andere methode om haar doel te bereiken bestaat eruit alle “interne belemmeringen” weg te halen. Zo wist Frans Timmermans te vertellen dat de economische en sociale situatie in de hele EU gelijk moest worden. Hij moet geweten hebben welke gigantische consequenties dat voor de welvaart van West-Europa heeft.

Het feit zelf dat zo’n politiek zelfs maar gevoerd wordt is het zuiverste bewijs dat de EU totaal onbetrouwbaar is. De EU is een gevaar voor de volkeren van Europa.

Er is meer: de EU liegt, want precies in de schoot van die volkeren ontstonden er intiatieven zoals de Europeades, in Vlaanderen in gang gestoken door overtuigde Vlamingen. Als het aan het volk ligt, zullen er echt geen oorlogen uitbreken! Het kan niet dat men zulke dingen in EU-kringen niet weet. Dat opnieuw laat geen andere conclusie toe dan dat de EU-top haar eigen lucratieve agenda volgt, gevolgd door een schare tweederangse eurofiele meelopers, die ook een graantje hopen mee te pikken.

 

Het ziet er al bij al naar uit dat de tijd van de simpele argwaan voorbij is en die van het verzet is aangebroken.

De brexit is een aanleiding om over dat verzet na te denken.

Voor een ander Europa.

 

 

Jaak Peeters

September 2019

ZUM KOTZEN

Het was niet mijn bedoeling om in juli nog een stuk in Doorstroming te schrijven, maar wat met de afgetreden parlementsvoorzitter gebeurd is, is zo ergerlijk dat ik me verplicht zie het uit te schreeuwen.

 

Het overvloedig consumeren van geestrijk vocht door de vorige parlementsvoorzitter was verkeerd, maar op dat punt bevindt hij zich in het gezelschap van vele Vlamingen van alle beroepsgroepen, journalisten incluis. Dat vergoelijkt niet, maar is als nieuwsfeit niet meer waard dan een simpele vermelding.

Wat daarop is gevolgd tart echter elke verbeelding. Het is een explosie van contra-humanisme, van haat en doodsdrift, van dierlijke roofzucht, van zuivere moordlust gericht tegen een pechvogel wiens diepste persoonlijke leven voor iedereen te grabbel werd gesmeten.

35% van de volwassenen gaat op de een of andere manier vreemd. Alweer klinkt hetzelfde riedeltje: die 35% handelen verkeerd. En dat geldt ook voor de betrokken parlementsvoorzitter. Maar Bart Tommelein heeft perfect verwoord hoe we in zulk geval horen te denken: we zijn allemaal mensen. Onderverstaan: hoevelen van hen die nu hard schreeuwen hebben zélf boter op hun hoofd? En wie zijn wij om onze broeder te veroordelen?

Als dit feit al waard was opgekrikt te worden tot nieuwsfeit – omdat er tijdens de vakantie niet veel nieuws te rapen valt en omdat de verkoop dient opgevijzeld – dan had dit op een discrete manier moeten gebeuren. Een droge vermelding, zonder verder commentaar. Een commentaar waarvan sommigen onder het journaille in toepassing van de statistische wetten zich uit eerlijke schaamte best zouden onthouden. Even herinneren aan de me-too-kwestie? En vast zonder toevoeging van suggestieve beelden of een voorbarige beschuldiging van fraude.

Wat we nu meegemaakt hebben veegt de vloer aan met alle wetten op de o zo heilige ‘privacy’ – een wet die de dominante persmeute pas toepast als zij dat zelf goed vindt.

 

Het is gewoon onbeschrijflijk welke morele schade er werd aangericht en welke diepe psychologische wonde het arrogante, lawaaierig gebekte journaille heeft geslagen bij een man die zich in een zwak moment heeft laten gaan, maar waarvan iedereen voorts moet toegeven dat hij een voorbeeldig parlementslid was. Als het genoemde journaille dan nog zo eerlijk was geweest om ook dit laatste aspect even uitvoerig in de verf te zetten!

Maar dat is om te veel evenwicht gevraagd. Tot in de details, inclusief de lieve woordjes die mensen gebruiken in hun meest vertrouwelijke leven, werd hier in het lang en het breed het meest intieme bestaan van de betrokkene uitgesmeerd, de zuiverste tormenterende technieken bij het kwellen van een machteloos slachtoffer stipt volgend. Nog dagen nadien vond dat schuim het nodig allerlei pittige details nader ‘te onderzoeken’.

Het is voorwaar heel moedig om een weerloos, platgeslagen man door de drekpoel te halen. Waarachtig van een onpeilbaar niveau. Een lichtend voorbeeld voor de halve wereld.

Jammer genoeg blijft het daar niet bij, want er zat systeem achter het hele verhaal. Het ‘nieuws’ van de ‘feiten’ werd door een stompzinnig roddelblad verspreid middenin een spreekbeurt die de geviseerde aan het geven was. Het tijdstip was dus heel precies getimed. Vervolgens kon men in zichzelf krant noemende bladen lezen “terwijl de fine-fleur van de Vlaamse politiek hun feestdag vierde”, waarmee dat journaille dus openlijk afstand neemt van de Vlaamse feestdag zelf. Het was dus duidelijk de bedoeling de instellingen zelf te treffen, en dit niet alleen bij de redactie van dat ranzige roddelblaadje. Het lijkt wel sabotage. Een dergelijke houding zou in 1946 bezwarend materiaal zijn geweest in de processen die enkele honderden mensen aan de executiepaal brachten: onvaderlands.

 

Een aantal journalisten heeft de kaken strak opeen gehouden. Het vermoeden is gewettigd dat ze beschaamd waren om de meedogenloze wreedaardigheid van wie zij hun collega’s moeten noemen. Jammer genoeg blijken zij niet dominant. Dominant in ‘onze’ pers is een journaille dat geen enkel principe volgt, behalve het eigen belang. Zij vinden dat in dit geval – en in alle andere gevallen waarin zij dat nog vinden – elke humane consideratie overboord mag. Zij zijn de nieuwe satrapen die ongestraft nog net niet over leven en dood beschikken van de slachtoffers die ze eigenmachtig uitkiezen en waarvoor iedereen dus moet sidderen en beven. Wat een uiting van ziekelijke machtswellust! De nieuwe olympische goden die in de zuiverste postmodernistische stijl tot waarheid verklaren wat hen goed uitkomt.

Ze aarzelen zelfs niet om de lezer bedrieglijk op een verkeerd been te zetten, door in de titel van hun stuk te schrijven dat de betrokkene “met uw belastingsgeld” een scheve schaats rijdt. Volslagen gekkenpraat, want zodra iemands loon is gestort doet hij daarmee wat hij wil en hij alleen. Maar dat maakt in hun postmodernistisch ‘denken’ allemaal niet uit. Het past in hun vernietigende beschadigingsactie en dat volstaat.

 

Hun gedrag is dodelijk.

Dodelijk voor elke geloof in de goede wil van mensen die trachten hun taak goed uit te voeren.

Dodelijk voor het geloof in de politieke democratie.

Dodelijk voor de stabiliteit van de instellingen.

Dodelijk voor het geloof in het serieuze argumenterende debat.

Dodelijk voor het geloof in de pers zelf.

Zij zijn het, die de antipolitiek voeden. Zij zijn het die het zo gehate populisme opwekken én opzwepen. Populisme dat ze voor de voeten werpen van politieke partijen met programma’s die hen niet aanstaan.

Wat de mensen te doen staat die dit soort schrijfsels ondanks alles nog trachten te verteren: die moeten het maar voor zich uitmaken. Niemand is evenwel verplicht een abonnement te betalen dat het loon van een stel bloedhonden ten goede komt.

 

Dit is in ieder geval geen journalistiek. Dit is sadistische sensatiezucht. Puur pestgedrag.

Voor schrijver dezes moet dit soort pers verdwijnen. Liever vandaag dan morgen.

Want het is echt ZUM KOTZEN.

 

Jaak Peeters

Juli 2019

Hoe onze pers de neus in één richting richt. En waarom we de democratie moeten beschermen tegen de Gutmenschen. Zomeressay

Inleiding.

 

Om er zeker van te zijn dat ik niet uitga van een loze gevoelsindruk maar op ware feiten steun, heb ik gedurende een tweetal weken de koppen van de krant De Morgen gevolgd. Ik heb daarbij opgeschreven wat me is opgevallen.

Ik zal meteen openbaren wat opviel: dat De Morgen een soort privé-oorlog voert tegen wat zijzelf als (extreem)rechts, racisme en/of discriminatie opvat. Kennelijk – maar hiermee loop ik vooruit op mijn conclusie – zijn de hoger genoemde fenomenen echte dada’s geworden, die ieder zichzelf respecterend links mens helemaal bovenaan hoort te plaatsen op zijn eigen, persoonlijke waardenschaal.

Natuurlijk: dit gaat om De Morgen. Dat is dé zelfverklaarde, politiek correcte mediatieke vertegenwoordiging van een bepaalde linkse elite in Vlaanderen. Het zou dus interessant zijn als iemand anders eens zou uitzoeken of de waardenschaal die we bij De Morgen aantreffen ook in andere media valt terug te vinden.

Wiskundig zeker weet ik dat niet, maar ik heb zo’n bruin vermoeden dat de uitkomsten van zo’n onderzoek in dezelfde lijn zouden liggen – ook in het nuchtere Nederland. Ik hou hierna vast aan dit vermoeden.

Zeker is dat De Morgen hoort bij de media die opiniërend zijn, dit wil zeggen: mee bepalend voor de gewenste gedachtenwereld van de modale mens.

 

Een opsomming: de oogst van amper 14 dagen.

 

Mijn opsomming begint met de redactionele bewering van De Morgen op 11 juni 2019 die de tien volgens haar belangrijkste nieuwspunten op een rijtje zet:

Op één staat de melding dat zeven Vlaams Belang-parlementsleden op Facebook steun hebben betuigd aan antiholebi-groepen. Dat gebeurde naar aanleiding van een verklaring van kersvers volksvertegenwoordiger Sneppe, die vond dat het adopteren van kinderen door homofielen een brug te ver is.

Om de ernst van dit kennelijk vreselijke misdrijf nog extra in de verf te zetten, bracht de redactie van DM een opiniestuk van Carl Devos: “Elke formule met VB leidt tot miserie”. Dat laatste betrof dan de regeringsonderhandelingen en had dus strikt genomen niets van doen met het door volksvertegenwoordiger Sneppe uitgesproken standpunt. Maar het is mooi meegenomen om de sfeer rond de zaak nog even op te koteren.

Daar komt nog bij dat Sneppe het over adoptie door homo’s had. Dus niet over de homofilie zelf. Welnu: ook de psycholoog in me stelt bij dergelijke adopties vragen. Kinderen socialiseren namelijk door identificatie met vooral hun ouders. Is de identificatie met ouders van hetzelfde geslacht sociaal en maatschappelijk wenselijk? Het is dus goed mogelijk dat de betrokken volksvertegenwoordiger onwetend een belangrijk sociaal probleem heeft aangeraakt.

Op zeven van het lijstje van tien staat de mededeling dat de jongerenbeweging van het rechtse Forum voor Democratie van Thierry Baudet de heersende elite wil aanpakken, waarbij de redactie van De Morgen zich kennelijk aangesproken voelt.

Op acht staat de melding dat Mel Gibson, die door de me too-beweging verketterd werd onder meer voor zijn homofobe opvattingen, op een onwaarschijnlijke manier – bedoeld is wellicht eerder ‘onverantwoorde manier’ – terug in de openbaarheid komt.

Op negen vinden we het verslag van een allochtone studente uit Leuven, die in de lijnbus door racistische opmerkingen zou belasterd zijn geweest – maar zich moedig had verweerd tegen de onverlaat in kwestie.

Zodus: van de tien volgens De Morgen belangrijke nieuwspunten handelen er vier – 40% – over racisme of homofobie. Racisme en homofobie moeten dus wel héél grote problemen zijn.…

Op 13/6 vinden we in dezelfde De Morgen het wereldschokkende feit dat “behalve ketnet, alle Vlaamse zenders witter dan wit” zijn – even later onder de titel “Ketnet redt de meubels”. Diezelfde dag moest ook N-VA er aan geloven, doordat die partij in de EU aansluiting bleek te zoeken bij “ultra-nationalistische en uiterst-rechtse partijen”. Overigens werd die dag nog aangevuld door een opiniestuk van Maarten Boudry onder de titel: De beste manier om VB klein te krijgen.

Ook op 13/6 berichtte DM over een Brussels fresco dat – herementijd!- jawel: racistisch en homofoob zou zijn. Diezelfde dag mochten we eveneens genieten van een verhaal over een racistische professor die onder “de druk bezwijkt en opstapt”.

Op 15/6 verschijnt dan een klaaglijke mededeling dat klachten voor discriminatie vaak op niets uitlopen. Daaronder plaatst de redactie, onder weliswaar een andere kop, een foto met de Engelse titel “the only race is the human race” – hetgeen onzin is. Er is maar één menselijke soort, wat door iemand als Harari omschreven wordt als gevaarlijk voor de overlevingskansen van die menselijke soort. Ik treed hem bij. Maar er bestaan wél rassen, hoewel dàt dan weer afhangt van de definities. De Belgische historicus Henri Pirenne had het bij herhaling over “het Belgische ras”. De vraag is alleen: welke waarde-oordelen hang je vast aan dat rasbegrip? Daarover lees je in De Morgen dan weer niets.

Op 15/6, ook nog, verklaart “racisme-advocaat (volgens DM) Abderrahi Lahlali: als we het migratie-debat nu niet voeren, loopt het fataal af.” Dreigen met onheil dus.

En in dezelfde editie van 15/6: Amerika legt eindelijk verantwoording af voor racisme van de jaren 90.

De redactie van DM moet het werkelijk druk gehad hebben, die dag, wat ze zag zich verplicht het standpunt van een of andere deskundige te weer te geven: “racisme kan beter uit het strafrecht gehaald worden”. En die dag is er ook een interview met Etienne Davignon, die verklaarde: “ik zeg gewoon wat ik denk. Ik ben tegen excuses aan Congo”. Hoe durft ie!

De “plot” van die dag is een heerlijke genieter. Een foto van VB-coryfee De Winter, die tijdens een debat zo gefotografeerd werd, dat het lijkt alsof hij met de rechterhand de Romeinse groet brengt, dezelfde groet als die van de Nazi’s. Er is wel een vervelend detail: op de foto is De Winter een jaar of twintig jonger…Zou de redactie lang hebben gezocht om die foto op te diepen?

In de digitale zondageditie van 17/6 verschijnt er een kop onder de hoofding “Vlaams Belang”: ik kies er resoluut voor om de spiraal van boosheid te doorbreken – een verklaring van een of andere illustere onbekende. Het gaat om het Vlaams Belang als de ultieme boosheid. Dezelfde editie haalt een populisme-expert – dat bestaat namelijk ook al, tegenwoordig – voor de dag, die het heeft over de opgang van het rechtspopulisme. Over links populisme werd er niet gesproken. Volgens deze ‘specialist’ ploegde N-VA het veld voor het Vlaams Belang.

Maar de redactie van de krant heeft heus ook een open oog voor wat er in wereld om gaat, want in diezelfde zondageditie van 17/6 laat de redactie iemand verklaren dat hij moedeloos wordt van zoveel cynisme over de kinderen in Syrische kampen.

Er werden in die dagen indringende vragen gesteld over de wenselijkheid om kinderen van Syriëstrijders – zoals IS-militairen zo vergoelijkend worden genoemd – naar België terug te halen. Deze discussie werd ook in Nederland gevoerd. Natuurlijk is dit een ernstige zaak, maar de manier waarop de redactie van De Morgen deze kwestie met emotionele doekjes omkleedt is dat niet. In werkelijkheid verheft die redactie immers het morele vingertje, daarbij een beroep doende op primitieve emoties bij de lezer: “Deze kindjes zijn onschuldig, hoe kun je zo hard zijn en ze niet terughalen?”. Psychologen weten dat ook kinderen steenhard kunnen zijn en zelfs tot moorden in staat zijn. Dat kinderen onschuldig zijn is een wijdverbreid stereotype, dat in dit geval blijkbaar in de kaart van De Morgen speelt.

Op 18/6 is Dries Van Langenhove, de naar mijn oordeel enigszins over het paard getilde ‘onafhankelijke’ verkozene van het Vlaams Belang, de pineut: “hoe onschendbaar is Kamerlid in spe Dries Van Langenhove?” De vraag is vanzelfsprekend legitiem, maar niet in de sfeer die de redactie over Van Langenhove de dagen voordien had opgehangen. De suggestie lijkt namelijk te zijn dat Van Langenhove, ondanks zijn verkiezing, niet onschendbaar zou mogen zijn, omdat hij ontoelaatbare misdaden heeft gepleegd. Raden wat die misdaden zijn? Ja hoor: onder meer racisme.

Diezelfde dag verschijnt er een cartoon over Koen Kennis, de dienstdoende burgemeester van Antwerpen, ingenieur van opleiding en Vlerickboy, met een gestrekte linkerarm. Als suggestie kan het tellen. Nu kén ik Koen Kennis: hij is een volbloed democraat, wat hij getoond heeft in al die jaren dat hij voorzitter van de partijraad van N-VA was. Ik was er bij.

Op 19/6 krijgen we dan een heerlijk toemaatje geserveerd. Volgens Het Laatste Nieuws – een liberale krant – keert slechts 6,5% van de uitgeprocedeerde asielzoekers terug naar hun land. Dat betekent dat 93,5% in België blijft, ondanks de gerechtsuitspraak. Op diezelfde dag verblijdde de redactie van De Morgen ons met volgende mededeling: “6,5% van de uitgeprocedeerden keert nooit terug.” Volgens de redactie van de rode krant keert dus 93,5% wél terug! Ik heb het drie keer nagelezen: het stond er echt zo. De redactie vond het zelf blijkbaar nogal gortig, want een uur later was de titel van het stuk veranderd in “Afgewezen asielzoekers keren bijna nooit terug”. Zonder cijfers.

Diezelfde dag: “Rechts, rechtser, extreemrechts: dit worden de Europese fractiegenoten van Bourgeois”. Daarbij vinden we een foto van Thierry Baudet. Waarom die associatie?

En nog, diezelfde dag: “Er staat ons nog iets te wachten voor we in die harmonische samenleving wonen: racisme in Vlaanderen”.

Nog steeds op 19/6, in een opiniestuk: “Waarom zijn dezelfde mensen in één week solidair en verzuurd?” Als je even nadenkt, weet je dat ’s mensen stemmingen altijd aan wisselingen onderhevig zijn. Vraag beantwoord.

Op 20/6 maakt het Parlement volgens DM zich op voor een circus-Van Langenhove en maakt N-VA nu deel uit van zij (sic) die racisten, homohaters en witte supremacisten mee faciliteren(resic).

Op 21/6 deelt een opinieschrijver in DM ons mee: “Beste media, ik krijg het gevoel dat niet 18%, maar 82% voor het Vlaams Belang stemde”. Een interessante vraag, maar leren doet De Morgen daar niet uit. Want dezelfde dag nog brengt DM een titel met de melding dat het met de Roma-gemeenschap in Gent best goed loopt. Dat bericht komt dan een paar dagen na een klacht van een Vlaamse actrice die in Gent door jonge Roma-kinderen belaagd en belasterd werd. Wil De Morgen suggeren dat die actrice wat verzonnen heeft?

En op 22/6 blijken “migratieroots op TV ook nu weer goed voor racistische commentaren”. En diezelfde dag klaagt DM over het feit dat Belgen met een dubbele Belgisch-Marokkaanse nationaliteit “om welke reden dan ook” verdacht zijn. Tja, ik kan de redactie meteen verklappen hoe dat komt: omdat er nogal wat twijfel mogelijk is over de dominante loyauteit van dergelijke mensen. Naar wie zal hun loyauteit uitgaan bij een (hopelijk hypothetisch) conflict tussen België en Marokko? En wat belet ons om de aanslagen in West-Europa tegelijk op te vatten als een reden om aan die loyauteit te twijfelen?

 

Een vaste rubriek…

 

Wat een oogst, op niet eens 14 dagen! Oh ja, het gaat om met name deze onderwerpen: racisme, discriminatie, homofobie en extreemrechts gedrag. Dat is een selectie, want je zou een selectie kunnen maken over onderwijs en cultuur, bijvoorbeeld. De onderliggende stelling is dat de vier hoger genoemde onderwerpen dé grote “dada’s” van ‘onze’ linkerzijde zijn geworden. Of tenminste van de strekkingen die het linkse gedachtengoed hebben ingepalmd. Nu al, in één oogopslag, merkt iedereen hoe in concreto de redactie van De Morgen nogal losjes omspringt met de nieuwsvoering. Moedeloos worden we daar niet van. Wel geïrriteerd.

 

Het ziet er naar uit dat de betrokken redactie opstaat en weer slapen gaat met altijd weer dezelfde grote wereldschokkende maatschappelijke problemen. Die poblemen heten dus: racisme, homofobie, discriminatie en sympathie voor een rechts gedachtengoed.

Men is geneigd te gaan geloven dat één van de hoofdvoorwaarden om in een dergelijke redactie aan de slag te kunnen gaan het bezit is van een soort obsessief-compulsieve stoornis. Zoiets als het probleem van Greta Thunberg. Die verwerft er zelfs een nominatie voor de Nobelprijs mee. Héél symbolisch voor het tijdsgewricht waarin we even.

Vroeger noemden we dat een dwangneurose. De kern ervan is het dwangmatig vastgesjord zitten aan zoiets als de hierboven genoemde vier dada’s racisme,homofobie, discriminatie en rechts denken.

Op zich is een dergelijke neurose niet eens zo erg. En ik zou de kost niet willen geven aan de lui die in dit geval verkeren.

 

Maar in het geval van de media – ik trek het nu even open, omdat De Morgen, naar ik dus sterk vermoed, echt niet de enige krant is, die in dit bedje ziek is – gaat een en ander gepaard met het optillen van een moreel vingertje. Dat vingertje wijst altijd in één en dezelfde richting, die van de beschuldigde. En die beschuldigde: dat is de autochtone, blanke west-europeaan, die het bovendien nog aandurft om zich niet links op te stellen en daar nog openlijk voor uit te komen ook – nota bene zonder de dosis diepe schaamte die bij een dergelijke schabouwelijke houding hoort.

En zo is er in onze door dit links gedomineerde media een nieuwe vaste rubriek ontstaan. Naast de rubrieken zoals “Sport”, “Ongevallen”, “Binnenlands nieuws” is er voortaan ook de rubriek “Racisme, homofobie en discriminatie”. Met één biezonder kenmerk evenwel: deze rubriek bevat ook altijd een morele terechtwijzing.

 

Totaal onevenwicht.

 

Is dat onschuldig? Als deze nieuwe rubriek in de media alleen maar als effect zou hebben dat een aantal mensen zich dagelijks ergert, zouden we de schouders misschien nog ophalen en de zaak laten voor wat ze is: onbelangrijk.

Maar het gaat om fundamentele dingen.

 

Sta me toe voor één keer ook eens een toontje te zetten.

Een moeder die haar kindje van twee op een barbecue roostert krijgt twee jaar. En de man die agent Kitty Van Nieuwenhove doelbewust doodschiet, komt na twaalf jaar vrij. De moordenaar van Julie van Nespen liep na eerdere veroordelingen voor verkrachting gewoon vrij rond.

 

In mijn ogen is hier sprake van een hemeltergende wanverhouding.

Er bestaat namelijk gewoon geen redelijk evenwicht tussen een studente die de uitlating van een medereiziger in een bus interpreteert als racistisch en het lot van de peuter die door zijn moeder geroosterd wordt of een brutale moord door een verkrachter. Ik zoek geen vergoelijking, wel een verwijzing naar een onevenwicht.

In een gezonde samenleving zouden daarom niet de linkse dada’s van De Morgen en co dagelijkse schering en inslag moeten zijn, maar – onder andere! – het uitblijven van passende maatregelen om tot een rechtspraak te komen die zulke zware feiten naar verhouding bestraft.

Zo voelt de meerderheid van de bevolking het ook aan, en ik zie niet meteen een reden om die bevolking ongelijk te geven.

 

Als we de oogst van niet eens veertien dagen redactioneel dada-nieuws bekijken, dan moeten we bovendien goed beseffen dat dit geen eenmalig gegeven is of toeval, maar dat dit soort morele verwijten dagelijkse kost is, steeds weer, dag in dag uit, week in week uit. Elke dag weer opnieuw krijgen mensen die zich ergeren aan het gebrek aan bestraffing van echte, zware misdaden rond de oren geslagen dat ze moeten zwijgen, want dat ze zelf bij herhaling in de fout gaan of daar in ieder geval een aangeboren aanleg toe hebben, omdat ze van nature discriminatoir, racistisch, homofoob enz. zouden zijn.

Het maatschappelijk effect daarbij is, bovendien, dat over een hoop onderwerpen geen normaal debat meer mogelijk is, omdat erover praten op een andere manier dan door de moderne morele pastoors wordt gewenst al een misdaad op zich is. Intussen verhuist de aanpak van de hoger genoemde wanverhouding naar de laatste rij.

 

Het topje van een ijsberg

 

Ik vrees nu dat het journalistieke gedrag van De Morgen en co slechts het topje van een vreselijke, angstaanjagende ijsberg is. Onder de oppervlakte zit namelijk de aanvaarding van de dominantie van allochtonen en/of andersgeaarden boven de gewone autochtonie, en, in het algemeen, de afbraak van de traditioneel gegroeide maatschappelijke en genealogische structuur. De Morgen en co willen een totaal andere wereld.

Onder de allochtonen zijn de moslims de meest luidruchtige groep, of ieder geval de meest veeleisende. Denken we maar aan ‘de jongeren’ die amok komen maken omdat ze zwemmers te naakt vinden. De gevoelens van de allochtonen, vooral van de moslims onder hen, mogen echter zeker niet worden gekwetst, ook al schuift zodoende onze eigen cultuur in islamitische richting op. We moeten tolerant en inclusief zijn, anders keren we ons immers tegen de menselijkheid. Intussen moeten wij – de autochtonen – onze mond houden en als we dat niet doen krijgen we de reprimandes van De Morgen en co op ons dak.

Het sluit allemaal perfect aan op wat al enkele keren is gebeurd: als een potentaat uit het Midden-Oosten zich verwaardigt onze minderwaardige cultuur met zijn hoogverheven bezoek te vereren, worden wij verondersteld antieke naakte standbeelden te bedekken, want die zijn aanstootgevend. Ik herinner maar even aan het bezoek van de Iraanse president Rouhani aan Rome. Ik zwijg dan nog over het doodvonnis dat door “ayatolla’s” tegen de schrijver van de Duivelsverzen werd uitgesproken of de ophef die werd gemaakt toen er over de profeet cartoons verschenen. Moet ik Charlie Hebdo in herinnering brengen? We moeten dus onszelf censureren om binnenwandelaars niet voor het hoofd te stoten.

Het lijkt wel op het weg met ons.

 

 

Als we dat allemaal zien, zou men verwachten dat diegenen die beweren de democratie in verdediging te nemen heel andere onderwerpen aan de orde zouden stellen dan wat we bij De Morgen en co moeten lezen.

 

Mede-oorzaak van maatschappelijke spanningen

 

Ik schrijf de hele tijd: “De Morgen en co”. In de inleiding schreef ik al dat De Morgen wellicht een van de meest calcitrante verpersoonlijkingen is van deze strekking. Ze vormt, denk ik, maar een deel van een aanzienlijk grotere kliek. We zien namelijk hoe alle betrokken elites – er zijn er uiteraard die zich tegen de geëiste pensée unique verzetten, maar die mensen klinken veel minder luidruchtig – zich aaneen sluiten om samen een soort collectieve kansel te bestijgen van waar het gewone volk dag in dag uit de les moet worden gelezen. Aaneensluiten? Kijken we maar eens naar de VRT, Sampol, Gazet van Antwerpen, De Wereld Morgen, Apache, op verschillende plaatsen aan de uniefs… Natuurlijk schrijven ze vaak van elkaar af, maar ze doén het toch maar. Kritische geesten kunnen dit lijstje aanvullen met namen uit de politiek, het openbare leven, jazelfs: uit het secundair onderwijs. Ik noem ze hier allemaal samen voor het gemak “De Morgen en co”. In ieder geval overstemmen ze allemaal de hen onwelgevallige meningen.

 

Je kunt het een te grote stap in de gedachtengang vinden, maar hierbij rijst inderdaad het beeld van een (gedeelte van de) elite die zichzelf boven de massa verheven waant en zichzelf de kennis van goed en kwaad toeschrijft. De verzameling der Gutmenschen.

Mag het dan verbazen dat er in het volk wat begint te broeien? Dat er verkiezingen van het onbehagen plaatsvinden?

 

Dat volk bestaat namelijk niet uit ongeschoold plebs dat nodig moet opgevoed worden, maar uit vaak hooggeschoolden die best wel in de gaten hebben wat er gaande is. Zij vormen het corpus van onze gemeenschap en van onze democratie. Het gaat om hardwerkende mensen met kinderen die ze zo goed mogelijk willen voorbereiden om in de toekomstige maatschappij te functioneren. Het gaat om mensen die best wel weten wat goed is en wat slecht is.

Zij hebben dat morele vingertje niet alleen niet van doen: ze worden het ten gronde beu.

 

En zo zien we het ontstaan van een inderdaad wat wrokkige tegenbeweging, die uitgaat van wat sommigen de onderbuik noemen, anderen het gezond verstand en nog anderen het verlangen naar een realistisch evenwicht. Die tegenbeweging had vroeger soms al eens een expressiemogelijkheid. Ze schreef vrije opiniestukken in de kranten en soms werden die opgenomen. Maar hun plaats werd veelal ingeruild voor politiek correcte “columnisten” die het legertje morele pastoors nog kwamen aandikken. Vervolgens begonnen mensen naar blogs en de zogeheten sociale media te grijpen. De elites reageren daarop met wat gehuil over “fake news”- tot in de EU toe. Want ze verdragen geen tegenspraak.

 

Hiermee wordt de massa van het volk – de moderne tot bourgeoisie ontwikkelde versie van wat Marx het proletariaat noemde – onthoofd. Een belangrijk deel van de elite kijkt al te vaak de andere kant op, in plaats van zich in te laten met de zorgen van de mensen.

Ze kijkt de kant op waar zij meent haar ideale wereld aan te kunnen treffen. De hele tijd door houdt die elite zich bezig met haar eigen utopia en heeft zo doende niet in de gaten dat ze zelf mede de oorzaak is van maatschappelijk ongenoegen. Om problemen aan te pakken moet je ze namelijk eerst benoemen. Maar voor de elite is zelfs het benoemen zelf van die problemen al ongewenst! Ik herinner even aan het verdonkeremanen van het bepotelen van vrouwen door ‘vluchtelingen’ in Bielefield. Daardoor echter verrotten die problemen, ze veroorzaken wrok bij een volksmassa die zich verraden weet of zelfs: die zich gekwetst voelt door de arrogantie van een elite die zichzelf verheven heeft tot de nieuwe pastoors op hun kansel, alsof de moderne mens niet tot zelfstandig waarnemen en denken in staat is.

 

Irrelevant voor de gezondheid van onze maatschappij

 

Die elite is niet alleen mede-oorzaak van maatschappelijke spanning. Ze is gewoon irrelevant voor de gezondheid van onze samenleving. Ze geeft geen leiding.

 

Ik geloof waarachtig dat de problemen zoals die van milieu en klimaat betere partijgangers verdienen dan een stel schijnlinkse hemelbestormers of wat opgepookte grotendeels onwetende kinderen of jongelui die over de wereld nog alles moeten leren. Schijnlinks, omdat – volgens mijn primitieve gedachtengang – de zorgen van de modale, de gewone mens de centrale kopzorgen zouden moeten zijn van lui die zich socialistisch of gewoon maar sociaal willen noemen. Als een buschauffeur van de Lijn via Facebook, tegen de regels in, zijn ongenoegen uit naar aanleiding van het uitblijven van bestuurlijke maatregelen na het zoveelste geval van agressie, dan lezen we in De Morgen daar helemaal niets over. Nochtans zijn precies dat de problemen van onze mensen.

 

Hetzelfde kun je zeggen over de economische problemen. Die werden uitbesteed aan de technocraten van Europa, die helemaal geen voeling hebben met de zorgen van de mensen. Als De Morgen en co met evenveel ijver als ze voor hun dada’s aan de dag leggen de aandacht zouden vestigen op bijvoorbeeld de wereldwijd uiterst gevaarlijke monetaire situatie, dan zouden we anders moeten oordelen. Op dit ogenblik is de bij elkaar opgetelde schuld van alle staten groter dan het wereldproduct. In werkelijkheid is overheidspapier dus waardeloos. Nochtans steekt in dat papier het zweet van de werkende mens, waarvoor de linkse elite het beweert op te nemen.

 

Het verdwijnen van de menselijke dimensie in sectoren zoals de verzorgingssector of de bankwereld, de ware gevolgen van de massale migraties, de ondermijning van ons wetenschappelijk vermogen, de kwaliteit van ons onderwijs: al dat soort fundamentele problemen geniet niet bepaald diezelfde onafgebroken belangstelling van een elite die zichzelf in welvaart wentelt, levend in haar eigen afgesloten wereldje en die de roep van de minder gelukkigen wegwimpelt als “foertstemmen”. Zelfs ‘liberalen’ bezondigen zich hieraan. Want als P. Dewael de electorale schreeuw om aandacht voor de problemen van de gewone mens wegzet als extremisme, is dat ronduit onfatsoenlijk, hoogst onbeschoft en diep-ondemocratisch.

 

Onze maatschappij vertoont bijgevolg het beeld van een tweedeling. Misschien was de kloof tussen elite en volk zelfs nooit groter dan vandaag. Ze wordt echter enigszins verdoezeld omdat het in onze westerse staten voor de modale mens voorlopig materieel nog goed is om te leven.

Ondanks het gezwets van het de kop weer opstekende communisme, schuilt ons échte probleem in het feit dat onze samenleving uit elkaar valt. Of beter: dat leiders hun volk in de steek laten, al betreft dat laatste euvel heus niet alleen de activistische linkerzijde. Ik verwijs naar een recent ontslag van een gendercriticus door een multinational in Polen. En dat – mede als gevolg daarvan – onze samenleving verkruimelt omdat de modale mens geen andere keus meer gelaten wordt dan zich op te sluiten in zijn eigen, persoonlijke coconnetje. Dat is de enige manier om in deze harde maatschappij te overleven.

 

We hebben geen dominante elite meer die aan onze samenleving leiding wil geven om die in haar voortbestaan te verzekeren. Het luidst krijsende deel van de elite, alvast in de media zoals blijkt, slaat ons integendeel dagelijks om de oren met wat slogans over antiracisme en diversiteit. Zo ondermijnt ze de zo noodzakelijke homogeniteit, zonder dewelke geen enkele samenleving kan blijven bestaan. We missen een beslissend dominante leiding die een voorbeeld kan zijn omdat ze een natuurlijke voeling heeft met de bevolking.

Voor de gezondheid van onze maatschappij is de elite van het slag van De Morgen en co irrelevant.

 

De nieuwlichters terugdringen en de natuur gehoorzamen

 

Het kan fel klinken, maar het wordt de hoogste tijd dat de groep die zich in de elitepositie heeft gehesen daaruit wordt verdreven. Dat geldt zeker voor die groep die zich de communicatie in onze samenleving heeft toegeëigend en waarmee ik dit essay begon.

Die verdrijving moet alleen al om pure democratische redenen gebeuren. Met welk recht immers leggen zij een meerderheid het zwijgen op?

 

Maar meer fundamenteel moet het wereldbeeld dat ze aankleven en de daarmee verbonden denkbeelden worden bestreden.

De thans dominerende elite vergist zich immers ten gronde. Ze zit vast in een eigen discours, dat niet alleen onvoldoende op het respect voor de werkelijkheid berust. Dat discours is ook nog eens moralistisch. In werkelijkheid kijken De Morgen en Co door een kachelpijp naar de wereld. Intussen janken ze mee in een rancuneuze hetze tegen de heterofiele blanke autochtoon.

 

Laat ons even iets concreter worden.

We beperken ons tot de genoemde dada’s van De Morgen en co – racisme, homofobie, discriminatie en extreemrechts denken. Hun bekommernis heeft als kerndoel de vestiging van de multiculturele maatschappij en bijhorende diversiteit, deze laatste uitgerekt tot de biologische diversiteit. Ze noemen dat ruimdenkendheid en universalisme en verklaren zich daarmee te verzetten tegen elke vorm van enggeestige kerktorenmentaliteit.

 

In een wereld van globalisering wordt het etnisch principe echter steeds belangrijker. Etniciteit draait fundamenteel om de ervaring dat een collectiviteit intens samenhangt omdat alle leden ervan eenzelfde oorsprongsbeleving hebben. Dat is belangrijk, omdat de wederzijdse etnische identificatie in een samenleving het mogelijk maakt dat de rijken betalen voor de armen. Op een andere manier is het nog nooit gelukt zoiets lang vol te houden, tenzij met pressie en geweld.

Ik heb het zelf onderzocht: Vlamingen zijn niet racistisch, houden niet van discriminatie, maar zijn wel etnisch. En zo zal het voor alle westerse volkeren wel zijn. De Morgen en co hebben zich laten inpakken door een vreemd mengsel van postmodernistische dromerijen en een verzameling zelfverzonnen nieuwe waarheden. Dat is uitgelopen op de fictie van het multiculturalisme. In de nogal vreemde gedachtenwereld van het postmodernisme kun je met culturen immers doen wat je wil. Volgens de paus van het postmodernisme, Derrida, bestaat er namelijk geen vaste waarheid en bestaat er alleen maar tekst, dit is: de waarheid is wat wij denken dat waarheid is.

 

Ook de homofilie is veel minder een probleem dan De Morgen en co ons willen aanpraten. Mensen weten al eeuwen dat sommige mannen zich eerder vrouw voelen en omgekeerd. Zelfs bij dieren komt het voor. Zo is de natuur. Punt. Op middeleeuwse prenten kom je regelmatig het beeld van de hermafrodiet tegen. Er zijn mij geen middeleeuwse ‘progroms’ tegen homofielen bekend. Wel tegen Joden – en jammer genoeg nogal veel. Over homofilie werd eerder zedig gezwegen en men liet die mensen voorts met rust. Toch wist iedereen dat homofilie voor de voortplanting irrelevant is, want daar is heterofilie voor nodig. Als er vandaag meer homofobie wordt geconstateerd zou dat wel eens veel meer het product kunnen zijn van het werk van de schare homofiele pleiters dan van een soort natuurlijke afkeer bij de volksmassa.

 

We worden mens door onder de anderen te leven. Het volstaat niet te zeggen dat we elkaar nodig hebben. Het zit veel dieper. We beginnen onze moedertaal al te leren nog voor we geboren worden. Daarom heet zoiets “moedertaal”. Tot nader bericht bestaat er niets iets zoals vadertaal – tenminste niet zolang het links-groene doctor Faustusgilde de mannen niet dwingt een baarmoeder – baarvader? – te laten inplanten. Onze hersenen worden geprogrammeerd volgens de modellen die we uit onze omgeving opnemen. De mens is géén op zichzelf staand individu dat zo maar vrij over alles en nog wat kan denken en beslissen wat het wil. Tradities en ervaring zijn heel belangrijk.

 

Zoals zovele diersoorten behoeft ook de menselijke groep een leiding, die de hele groep op een overtuigende maar wel realistische wijze de toekomst in trekt. Anders lonkt het recht van de sterkste. Is dat een rechtse positie? Het lijkt me eerder wijze voorzichtigheid.

 

Dat zijn simpele dingen die we allen voor ogen zouden moeten houden. Ze zijn van fundamenteel belang, omdat ze hun oorsprong vinden in de natuurlijke gesteldheid van de menselijke soort zelve. Als we ze involgen, maken we misschien kans om de maatschappelijke en gerechtelijke evenwichten te hervinden waar we nu naar smachten.

 

We moeten dus af van een elite die zich de enige eigenaar waant van het correcte wereldbeeld en die gelooft dat wie andere denkbeelden koestert, dan maar van mening moet veranderen.

 

In hun eigen wegkijken van de dagelijkse menselijke zorgen van de hedendaagse modale Vlaming hebben ze hun eigenlijke linkse gedachtengoed overigens zélf dodelijk geamputeerd. Ze lijken daar wanhopig en gepikeerd op te reageren.

Daar schuilt de ware reden waarom de zich socialistisch noemende strekkingen electoraal steeds verder achteruit boeren, ofwel nog slechts kunnen teruggrijpen naar opgeklopte maar hopeloos achterhaalde tegenstellingen tussen bourgeoisie en proletariaat. In die omstandigheden moeten de Gutmenschen van de Morgen en co, en de hele meute die er mee samenhangt, niet opschrikken van een “verkiezing van het onbehagen”. Dat lokken ze zelf uit.

 

Waar we echter zeker van kunnen zijn: uiteindelijk wint de natuur altijd.

Desnoods door een beschaving van de aardbodem te vegen.

 

En tot slot nog een afsluitertje van Trouw-columist Sylvain Ephimenco op 27/6/’19:

 

“Deze kleine kliek van zelfgekroonde gidslanders wenste toen de wereld te showen hoe ze zich in Nederland van alle vaderlandse kenmerken hadden ontdaan. De Nieuwe Universele Mens moest, met behulp van gekunstelde zelfhaat, uit een gemondialisaeerde en zouteloze brij opstaan. Voor hen klonk vaderlandse liefde en traditie als bekrompen, chauvinistisch en gedateerd.”

Mooi toch?

 

 

Jaak Peeters

Juli-augustus 2019

Verkiezingscampagne: correcte informatie?

Het gaat er vreemd aan toe in dat journalistieke wereldje van ons. De “verslaggeving” van de recente verkiezingscampagne – alea iacta est, overigens – maakt het moeilijk om over het beeld van een politiek activistisch journaille heen te kijken. Een media-coryfee zei dat dit de meest gemediatiseerde campagne is die hij al meegemaakt heeft.

Natuurlijk trachten politici de pers in hun voordeel in te zetten. Ervaren politici bespelen de journalisten, zoals deze laatste de eerste bespelen.

 

Zo bezien lijkt alles in evenwicht, maar dat is het niet. Dat komt omdat het tot de taak van de politiek behoort om het publiek voor haar zaak te winnen. Daartoe moet zij gebruik maken van onder meer de mogelijkheden die de media bieden. De taak van de journalistiek daarentegen draagt een heel ander karakter. De pers moet niet overtuigen of zieltjes winnen. De taak van de pers binnen een zich democratisch noemende maatschappij is het informeren van de lezer of kijker. Natuurlijk mogen journalisten hun oordeel uitspreken over de feiten. Ze hebben het recht om politieke standpunten af te wijzen of goed te keuren, net zoals ieder ander burger. Maar als ze zoiets doen, dan mag van hen verwacht worden dat ze hun journalistenpetje even aan de haak hangen en zichzelf opstellen als één van die duizenden geëngageerde burgers, die zich al dan niet terecht zorgen maken over de gang van zaken. Journalisten zouden overigens in hun handjes moeten wrijven omdat ze in een bevoorrechte positie verkeren als ze hun eigen politieke mening willen ventileren: de modale burger heeft heus niet zo makkelijk toegang tot de kolommen van de krant. En daarbij gaat de journalistiek zelf niet vrijuit.

Dat besef zou de journalist er nog meer toe moeten aanzetten scherp onderscheid te maken tussen zijn positie als bewust burger en zijn taak als informant van de burger.

 

Hieronder zal ik enkele voorbeelden geven om te laten zien dat dit onderscheid soms ver te zoeken is. Daarbij zwijg ik gewoon over de massieve steun voor ‘Groen’ vanuit de media.

 

Het is kwalijk wanneer de journalist niet alleen de activistische pet opzet, maar nog eens doelbewust zijn taak als informant verknoeit door sommige delen informatie gewoon achter te houden of sommige vragen niet te stellen, waar die elders – al dan niet terecht, dat maakt niet uit – wel gesteld worden.

Alvorens naar de hoofdmoot van mijn argumentatie te gaan, wil ik eerst een tekenend voorbeeld geven.

Waarom heeft niemand uit de journalistieke wereld aan de leider van de communistische Partij van de Arbeid, Peter Mertens, gevraagd of hij en zijn kompanen het klassieke streefdoel van alle communisten overal te wereld hebben afgezworen: de vestiging van de dictatuur van het proletariaat? Want die dictatuur vloekt direct met het principe zelf van de democratie. Het Vlaams Blok kwam zogenaamd om die reden in een cordon terecht. Ik heb geen enkele journalist de vraag weten stellen. Ik heb ze zelf eens gesteld en het antwoord luidde dat het moderne communisme niet langer met het communisme van Marx kon vergeleken worden. Dat was het. Dus ja: het communisme streeft de dictatuur van het proletariaat na. Is mijn conclusie fout? Als een eenvoudige columnist zoiets opmerkt, waarom horen we daar dan niets over vanuit de milieus van ervaren journalisten, die anders zo bedreven blijken in het uithoren – of meer – van politici, vooral als die andere standpunten aankleven dan de journalist zelf? Omdat we allemaal weten dat onze journalistieke wereld meer dan gemiddeld naar links overhelt, valt het niet vol te houden dat het hier om een onschuldige vergetelheid gaat: het is een omissie, een schuldig verzuim, een bewuste weglating. De lezer informeren is wel iets anders.

 

Maar laat me even een heel korte bloemlezing geven over wat alvast mij opgevallen is. Ik twijfel er niet aan dat dit lijstje makkelijk kan worden aangevuld.

 

Iedereen herinnert zich de ophef in verschillende kranten toen Dewever verklaarde dat bij toeneming van de gemiddelde leeftijd zich de noodzaak tot langer werken zou opdringen. De énige krant die min of meer correct de positie van Dewever weergaf was De Tijd, die het langer werken gekoppeld hield aan het ‘bij verdere stijging van de levensduur’. Alle andere kranten ontkoppelden deze twee elementen, zodat het leek alsof Dewever alleen maar opriep tot langer werken. Omdat velen liefst zo vroeg mogelijk met pensioen gaan en dus huiveren voor een langere loopbaan, weet elkeen dat zulke uitspraak Dewever stemmen kost en dat is ongetwijfeld ook gebeurd. Het is allemaal zo manifest, dat het moeilijk wordt om de bewuste bedoeling te ontkennen.

Iets gelijkaardigs ging er om toen kranten ophef maakten over de vraag van diezelfde Dewever aan Francken: “Is uw vliegtuig al vol?” Bedoeld is: vol met illegalen die gerepatrieerd worden. Natuurlijk zat vooral Almaci meteen op haar paard, want ze vond een dergelijke uitspraak uitzinnig slecht, buitennissig en hatelijk. Het leek wel dat Almaci op dat ogenblik het hele bataljon van de journalistiek aanvoerde, want die journalistiek deed alsof ze walgde van de uitspraak van Dewever. Natuurlijk ging het storm weer heel snel liggen, want de vraag van Dewever was en is zo normaal als maar zijn kan. Weer ging het niet om de inhoud van de boodschap die Dewever volgens de betrokken journalist bracht, maar om de sfeer die rondom de partij van Dewever kon worden opgehangen. Het kwam zover dat de journalist die de bewuste uitspraak in een Franstalig medium had uitgebracht, enkele dagen nadien zelf wist mee te delen dat het volgens hem allemaal nog wel meeviel. Denkelijk is hij zelf geschrokken van de overtrokken mediatieke reactie.

Liever dan een smeuïge titel waarin staat dat de ene partijvoorzitter de andere voor paljas uitscheldt, zou ik liever vernemen wat de inhoud van hun discussie was. Ik bleef echter op mijn honger. Ik noem zoiets geen fatsoenlijke journalistiek – ook al hoort gescheld niet. Tenzij ik moet geloven dat het allemaal maar spel is of emocultuur. Dat verkoopt, weet je wel. Het is redelijk dat de grootste partijen het meest ondervraagd worden. Maar laat het dan inhoudelijk zijn.

 

Wie even teruggrijpt stoot op nog wel meer van dergelijke journalistieke exploten.

Ook het Vlaams Belang mocht zijn dosis schuin proza in ontvangst nemen. Bijvoorbeeld doordat radicaal-rechts – voor één keer eens niet “extreemrechts”- telkens weer in verband met Rusland werd gebracht. Rusland zou op vraag van dat radicaal-rechts de verkiezingen in westerse staten beïnvloeden. Niet dat ik eraan denk om die beïnvloeding te ontkennen, maar ik twijfel er niet aan dat er ook in het Westen groepen zijn die dergelijke beïnvloeding op het oog hebben, onder meer de pers zelf.

Het viel op dat op luttele dagen tijds de FPO-affaire in Oostenrijk, de opkomst van Farage in Groot-Brittanië, de uitspraken van Verhofstadt als zou N-VA aan de foute kant van de geschiedenis staan, het wegzetten van Brexit-aanvoerder Johnson in Groot-Britannië als een showman zonder plan, de oproep van Verhofstadt om vooral niet voor het Vlaams Belang te stemmen en de associatie door De Gucht van de nationalisten met het Hitlerisme allemaal tegelijk als één grote lastig door te slikken brok aan de lezer opgevoederd werd.

Zoiets kan gewoon geen toeval zijn.

Oh ja, Jan Segers verklaarde in zijn redactioneel stuk dat de stelling van Dewever over de wettelijke pensioenleeftijd al in 2012 door Van Rompuy “de logica zelf” werd genoemd. Maar wie leest er een redactioneel commentaar? De meeste mensen lezen alleen maar de titels en bladeren vervolgens door naar de sportbladzijden. In de massa van andersgetinte berichten klinkt de uitspraak van Segers daarom als een schriel stemmetje, dat bedoeld is om onopgemerkt te blijven.

 

Is daar geen verzet tegen? Natuurlijk wel. In de talloze blogs en op de sociale media. Maar die werden al langer als Fake News verdacht gemaakt. Ze zijn het regime niet welgevallig.

 

Deze bloemlezing kan volstaan.

 

Het wordt aartsmoeilijk om zich van de indruk te ontdoen dat we te maken hebben met een journalistieke groep die haar eigen politieke voorkeuren niet alleen koestert, maar ze ook wil doordrukken. Ze doet dat door bewuste weglatingen, door uitspraken uit hun verband te halen waardoor een verkeerde indruk ontstaat, door het zwijgen over uitspraken die pertinent onterecht zijn en door het bewust associëren van voor haar ongewenste opvattingen met historische feiten of een externe vijand. Met dat laatste speelt ze onder één hoedje met de bobo’s van de EU, voor wie – met name – Rusland afgeschilderd moet worden als het grote gevaar, terwijl dat land niet eens over de economische mogelijkheden beschikt om een echte oorlog te beginnen. Hier wordt gewoon de klassieke truuk toegepast: om eenheid te scheppen binnen een totaal verdeeld Europa hangt men het beeld van een externe vijand op.

 

Het is allemaal doorzichtig.

Het is meer dan dat: het werkt afstotend. Het jaagt de kiezer, die de manipulatie best wel doorziet en het zo stilaan beu wordt, naar die vermaledijde populisten – diegenen die door het journaille tot protoype van de politieke slechtheid werden verheven. Of het maakt hem apathisch, omdat de pers nalaat om de belangrijke dingen die de kiezer echt aangaan in de verf te zetten.

In de hitte van de strijd waait de essentie nogal eens weg. Maar toch: moet de journalistiek daarin meegaan? Je vraagt je trouwens warempel af of al dat gedebatteer niet op de eerste plaats dient om de media zelf in de verf te zetten. Misschien – héél misschien – zit de journalistiek zélf gevangen in haar eigen journalistieke spelletjes. En is ze elke zin voor zelfkritiek verloren.

 

Het slachtoffer? De democratie, want die ‘draait’ op correcte informatie.

 

Toemaatje:

 

De Europese naties moeten opgaan in een superstaat, zonder dat de bevolking in de gaten heeft wat er aan het gebeuren is. Dit gebeurt stap bij stap, die ieder afzonderlijk als economisch noodzakelijk wordt voorgesteld, maar die samen uiteindelijk en onomkeerbaar naar een Europese federatie leiden. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan Jean Monnet.

 

Het vermoeden is gewettigd dat steeds meer mensen echter best wel in de gaten hebben wat er gebeurt. En dat ze mede daarom de omissies van de pers des te scherper aanvoelen.

 

 

 

Jaak Peeters

Mei 2019

Een kritische wetenschappelijke en democratische geest toegepast

Wetenschap vereist een kritische ingesteldheid. Dat wil zeggen: een wetenschapper kijkt heel kritisch toe, zoekt verbanden tussen wat hij waarneemt en tracht die verbanden te verklaren of uit te leggen. Vervolgens zoekt hij uit of de verklaringen die hij vermoedt ook met de feiten in de werkelijkheid kloppen.

Essentieel voor elke wetenschappelijke houding is dus: de kritische geest. Die kritische geest brengt met zich dat elk standpunt, hoe helder ook verwoord, altijd voor voorlopig wordt gehouden.

Ik geef een voorbeeld.

In de zeventiende en zelfs het begin van de achttiende eeuw was er een algemeen bekende theorie die verklaarde waarom iets brandbaar is. Elke stof zou namelijk een zekere hoeveelheid Flogiston bevatten. Flogiston is datgene wat de brandbaarheid veroorzaakt. Het is geurloos, gewichtloos en smaakloos. Dat was een heel heldere, aannemelijke verklaring.

Alleen: ze sloeg de plank kilometers mis. Flogiston bestaat helemaal niet. Dat iets brandt betekent niets anders dan dat die stof zich met zuurstof verbindt.

Zo zie je dat een kritische geest absoluut noodzakelijk is.

 

Natuurlijk geldt die kritische houding niet alleen voor de wetenschap: ze is eigen aan het democratisch samenleven. Een samenleving waarin mensen geen kritiek mogen geven, noemen we dictatoriaal.

 

Welnu: het komt me sterk voor dat ons vanuit een dictatoriale houding een theorie ten aanzien van het klimaat wordt opgedrongen. Dat zou namelijk opwarmen en die opwarming is voor het overgrote deel op het conto van de menselijke activiteit te schrijven. Wie deze leerstelling durft te betwijfelen, wordt immoreel genoemd. Van Ypersele de Strihou meende zelfs dat mensen die het geldende verhaal over het klimaat kritisch bekijken in de gevangenis zouden moeten geworpen worden! Dictatuur in naam van een wetenschappelijk genoemde theorie dus. Stel je voor dat de lieden die destijds betwijfelden of die fameuze Flogiston wel verantwoordelijk kan worden gesteld voor de brandbaarheid van stoffen, in de gevangenis zouden zijn gestopt.

 

Kunnen we een dergelijke dictatoriale houding aanvaarden? Mogen we aanvaarden dat een kritische houding tegenover een opvatting in de sfeer van de moraliteit terecht komt?

Zelf heb ik altijd de democratie verdedigd en heb ik me altijd verzet tegen censuur, politiek correct denken en gelijk welke andere vorm van dictatoriaal gedrag.

Voor schrijver dezes volstaat dit alles om ook inzake de klimaathysterie – want daar lijkt het steeds meer op – mee te helpen ‘tegengas’ te geven.

 

Dat gebeurt door overname en verdere verspreiding van Nieuwsbrief nr 98 van Pjotrs Dwarsliggers, die op 15 april 2019 verscheen.

 

Ik geef de tekst hierna integraal weer.

 

 

Open brief aan de nieuwsredacties van tv, week- en dagbladen
in Vlaanderen en Nederland
Waarde redacties,

Hoe dikwijls kregen uw kijkers of lezers te horen en te lezen dat een klimaatdebat overbodig is, want er is een 97 % wetenschappelijke consensus?

Hoe dikwijls dienden ook de lezers van onze Nieuwsbrief te lezen dat 97 % van de wetenschappers de zienswijze van het VN-IPCC ondersteunen? Dat universiteitsrectoren spijbelende jongeren steunen in hun roep om de dramatische opwarming van de aarde door ‘onze schuld’ te stoppen?

En toegegeven wie zelf niet de minste kennis heeft, is gemakkelijk te overtuigen van een standpunt dat dag na dag wordt herhaald. Zelf hebben we heel dikwijls in onze kennissenkring reacties gehoord die daarnaar verwijzen. Ze beginnen heel dikwijls hun betoog met ‘ik weet het zelf niet maar …’ en vertellen dan net als gehersenspoelde lezers/kijkers ‘dat 97 % van de geleerden toch wel voldoende zijn, en wie ben ik wel om daaraan te durven twijfelen?’

Deze Open Brief schreven we na lezing van een vertaalde versie van de Brief van Noorse academici aan hun premier, Erna Solberg. Ze beginnen hun onderbouwd betoog met de vraag of die consensus wel bestaat. Onderaan deze Open brief vindt u een uittreksel over de consensus.

Geachte hoofdredacteurs en journalisten van tv en geschreven pers,

U verwijst heel terecht naar uw deontologische plichten om uw lezers/kijkers zo goed mogelijk te informeren. Dat u de strijd aangaat met ‘fake nieuws’ en daar heel zeker niet aan meedoet. Dat betekent dat u, zowel individueel als collectief alles in werk stelt om de ontvangen informatie te controleren op zijn juistheid. Check en dubbelcheck heet het in uw eigen jargon.

Wat wij u vragen is eenvoudig: Doet u die check en dubbelcheck ook eens door onderstaande argumenten in verband met de gepleegde misleiding en onwetenschappelijke argumenten inzake de 97 % consensus te controleren op hun juistheid en daarbij vast te stellen dat deze academici ofwel juist ofwel fout zijn.

Wat wij vervolgens durven vragen is dat u uw lezers informeert over deze belangrijke brief en hen in alle openheid de conclusies van uw onderzoek voorlegt. Uw geloofwaardigheid kan er alleen maar bij winnen en u weet dat dit geen overbodige oefening is! Meer zelfs, het is de plichtsgetrouwe toepassing van de deontologische kwaliteitsnorm waar u zo prat op gaat.

Wij vragen alvast onze lezers om deze Open Brief met de argumenten te lezen en deze kenbaar te maken in hun eigen netwerk (vooral politici en journalisten). Zo kunnen we bijdragen tot een debat waar een volwassen democratie een grote nood aan heeft. Zo kunnen we een dam opwerpen tegen de ‘pensée unique’ die in de media overheerst.

Met vriendelijke groeten,

Pjotrs Dwarsliggers

 

Uittreksel Brief Noorse klimaatrealisten aan premier Solberg
(over de 97 % wetenschappelijke consensus)

De 97% consensusclaim is door de media kritiekloos verspreid, alsof alle opwarming door de mens is veroorzaakt. Het cijfer is onder meer afkomstig uit een artikel van John Cook et al (2013): ‘Quantifying the consensus on antropogenic global warming (AGW) in the scientific literature.’ De auteurs hebben 11.944 samenvattingen van artikelen over de wereldwijde klimaatverandering en het broeikaseffect in vier categorieën verdeeld. Van de geraadpleegde samenvattingen bevatten er 7.930 geen expliciete stellingname ten aanzien van AGW. Deze werden terzijde geschoven. In de resterende  artikelen werd wél stelling genomen ten aanzien van AGW, maar in 118 artikelen werd AGW verworpen of betwijfeld. Tegen deze achtergrond concludeerden Cook et al dat 97% van de onderzoekers de AGW ondersteunden.

Het verhaal, dat eigenlijk niet thuis hoort in een serieus klimaatdebat, is grondig onderzocht door Brandon Shollenberger in het artikel: ‘The Climate Wars – the consensus is enforced’, en van Andrew William Montford, in: ‘Fraud, bias and public relations – the 97 % consensus, and its critics’.

Cooks artikel is misleidend. Het is ontoelaatbaar om 7.930 relevante klimaatartikelen te elimineren. Daarenboven blijkt uit Cooks datamateriaal – waarvan inzage aanvankelijk werd geweigerd omdat de computer defect was – dat slechts 41 artikelen de AGW-hypothese onvoorwaardelijk ondersteunden. Ook bleek dat in de groep van 3.896, die schijnbaar de AGW-claim ondersteunde, onderzoekers waren opgenomen die van mening zijn dat de mens slechts 20 tot 30 procent bijdraagt ​​aan het broeikaseffect, evenals een aantal sceptici die geloven dat de menselijke bijdrage slechts een paar procent bedraagt. Een beveiligingsfout op een website onthulde dat het artikel van Cook et al uitsluitend als media-item was bedoeld – en dat was het ook – bestemd voor niet-kritische journalistiek als boodschapper. Kortom, het artikel van Cook et al is manipulatief door van een mug een olifant te maken.

Maar toch duikt het verhaal van de 97% consensus steeds maar weer op in de discussie. Het wordt gebruikt om sceptici de mond te snoeren en hen uit te sluiten van een serieus klimaatdebat. Maar het fungeert ook als alibi voor politieke besluitvorming.

 

Onze voormalige premier, Gro Harlem Brundtland, heeft over klimaatverandering gezegd: ‘Het is immoreel om te twijfelen.’ Maar juist de twijfel is het kenmerk van de wetenschap, terwijl anti-scepsis tot pseudowetenschap leidt. Scepsis en twijfel vereisen vrijheid van meningsuiting en zijn kenmerken van een gezonde democratie.

 

Jaak Peeters

18 April 2019

Moddergooierij

Er is dezer dagen weer veel te doen geweest over rekeningrijden. Ter herinnering: daar is in Vlaanderen al sprake over sinds 2008. In februari 2008 verklaarde Kathleen van Brempt (SPA) dat zij rekeningrijden voor personenwagens niet zag zitten. Vanaf 1 april 2016 kwam er een kilometerheffing voor vrachtwagens. Van Brempt zelf had hiervoor 2010 in gedachten.

In Nederland en elders woedt de discussie al minstens sinds 2005.

 

Een pak mensen noemt het rekeningrijden een verdekte vorm van belasting. Dit als het eerste of belangrijkste oogmerk van de bewindvoerders te zien, lijkt echter overdreven.

Rekeningrijden lijkt namelijk veeleer een methode om via het verhogen van de prijs het autorijden te ontmoedigen. Zoiets als het verhogen van de prijs van de dieselbrandstof om mensen ertoe aan te zetten elektrische wagens te kopen.

De beoordeling of dit een goede methode is om het fileprobleem op te lossen valt buiten de bevoegdheid van schrijver dezes, al moeten vele vragen worden gesteld. Misschien zijn we bijvoorbeeld beter af met een bevolkingsdaling door het afremmen van de massieve immigratie die we nu meemaken. Maar dat is dan weer de slechte kant van de geschiedenis. En het zint economen niet, want die kennen alleen de eeuwige groei.

In ieder geval is de vraag legitiem of er überhaupt nog voldoende maatschappelijk draagvlak kàn bestaan voor nog maar eens een belasting in een land dat er prat kan op gaan zo ongeveer de hoogste belastingscoëfficiënt ter wereld te bezitten.

 

Het moet worden toegejuicht dat belastingbetalende kiezers onderling af- en overwegen. Zoiets heet democratie.

 

Maar dan komt het punt.

Zoals bekend was Bart De Wever tot voor enige tijd voorstander van rekeningrijden. Dat is zijn zaak. Sinds enkele dagen weten we dat hij van mening is veranderd. Als U en ik van mening veranderen, kijkt niemand daarvan op. Maar als een vooraanstaand politicus dat doet, dan geeft dat kennelijk aanleiding tot schampere commentaren.

Zo vond de commentator van één van Vlaanderens meest gelezen dagbladen niet beter dan de volgende vraag als titel van zijn stuk te plaatsen: “ Waarom de kilometerheffing even verdwijnt? Bart De Wever heeft schrik van U!”

 

Ten eerste: nogal wiedes dat een politicus “schrik” heeft van de kiezer. Stel je voor dat dit niet zo zou zijn!

Ten tweede: “even verdwijnt”. Iedereen weet dat telkens weer wordt teruggegrepen naar de techniek van de financiële ontrading. Suggereren dat een heffing na verkiezingen toch weer ter sprake zal komen, is dus de al wagenwijd openstaande deur intrappen. Het gemene zit in de suggestie dat een politiek tegenstrever per definitie onbetrouwbaar is. Voor een redacteur die zich tegen populisme beweert te verzetten, is dat bedenkelijk. Dat “politiekers” per definitie onbetrouwbaar zijn, is gewoon cafétoogpraat. Een redacteur moet zo’n ideeën echt niet voeden.

Ten derde: zou het kunnen dat de commentator met veel genoegen gniffelt omdat mede door ‘zijn’ blad een belangrijk partijvoorzitter gedwongen werd zijn mening te herzien? Waarom anders die schamperheid? Het moet wel een heerlijke streling van ’s mans ijdelheid zijn te weten dat hij en zijn mede-schrijvelaars een welbespraakt en ervaren debater gevloerd hebben.

 

Uiteindelijk is de hele zaak een voorbeeld van een non-event. Het ter tafel liggende voorstel blijkt na discussie in de maatschappij niet haalbaar omdat niemand het wil. Ziedaar het resultaat van een democratisch debat. En dus trekt de politicus zijn voorstel in.

Daarmee zou de kous af moeten zijn.

 

Ook als de partij van hun eigen voorkeur voor het naderende electorale verdict staat, zouden redacteuren zich tegen elke vorm van cafetoogpolitiek moeten keren. Want dààr zijn ze radicaal tegen, zo vertellen ze de argeloze lezer toch. Consequent hiermee verwacht die lezer dan ook dat redacteuren baan geven aan de politicus die het volk voor zijn ideeën tracht te winnen in plaats van het achterna te lopen. Of anders verwacht hij tenminste gegronde argumenten die de discussie voeden.

Hier gebeurt in ieder geval iets heel anders. Ze klemmen een politiek tegenstander in een dilemma vast. Stel je voor dat De Wever géén “schrik” zou hebben gehad. Dat rijdt hij zich electoraal te pletter. Ofwel plooit hij voor de volkswil en dan bezondigt hij zich aan dat vermaledijde populisme, dat diezelfde redacteuren eerst opgeklopt hebben. In de beide gevallen kunnen de dames en heren zich achteraf op een gemakkelijke manier verkneukelen.

De redacteur in kwestie had zijn stuk beter een andere titel gegeven.

Dan was hem de verdenking een moddergooier te zijn bespaard gebleven.

 

 

Jaak Peeters

April 2019